BRONNEN
COMMENTAREN

Zoals u bekend zal zijn is er politieke discussie ontstaan rond de benoeming van de heer Ali Eddaoudi als moslim geestelijk verzorger in de Krijgsmacht. Enkele politieke partijen en politici wensen dat de staatssecretaris van defensie deze benoeming ongedaan maakt.

In het MCH/Medisch Centrum Haaglanden en in het UMC/Universitair Medisch Centrum Utrecht is de heer Eddaoudi moslim geestelijk verzorger geweest.

Vanuit de praktijk van zijn werk kunnen mijn collega Ad de Gruijter en ik als zijn leidinggevenden getuigen dat de heer Eddaoudi uitstekend functioneerde als geestelijk verzorger.

Totdat hij benoemd werd door het Ministerie van Defensie werkte Ali Eddaoudi in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. In ons UMC was hij moslim geestelijk verzorger, verbonden aan de Dienst voor Levensoriëntatie & Geestelijke Verzorging. Hij was mij als “bruggenbouwer” aanbevolen door Justitie, waar hij vele jaren als moslim geestelijk verzorger actief was.

Ali Eddaoudi maakte dit ook bij ons in het volop academische klimaat van een UMC waar. Hij heeft uitstekend bij ons gewerkt zowel in de patiëntenzorg als in contact met andere disciplines, met name verpleegkundigen en artsen.

Op 1 maart 2008 verwelkomde de Dienst Geestelijke Verzorging van het Medisch Centrum Haaglanden Ali Eddaoudi, MA als moslim geestelijk verzorger. Hij was een van de eerste moslim geestelijk verzorgers afgestudeerd aan een Nederlandse Universiteit waar van zoveel kanten verlangend naar werd uitgezien, niet in het minst door “de politiek”. Toen konden we nog niet weten dat we hem slechts elf maanden in ons team als collega mochten meemaken. Eind januari 2009 begon Ali Eddaoudi zijn opleiding om bij de Krijgsmacht als moslim geestelijk verzorger in dienst te kunnen treden.

In de discussie over de benoeming van Ali Eddaoudi als geestelijk verzorger in de krijgsmacht kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat hier met twee maten wordt gemeten. Ik heb nog nooit gemerkt dat bij de benoeming van geestelijke verzorgers bij defensie van rooms-katholieke, protestante, humanistische of joodse achtergrond de doopceel van de betrokkenen in de Tweede Kamer en de media aan der orde komt. In het algemeen wil men juist op geen enkele wijze censuur uitoefenen en waardeert men een grote verscheidenheid van opvattingen zoals die gelukkig nu eenmaal in Nederland bestaan.

Lang bleef het koloniale verleden van Nederlands-Indië en de vrijheidsstrijd en de ‘politionele acties’ kwesties waar alleen historici en kleine groepjes mensen zich mee bezighielden. Wat is er in hemelsnaam gebeurd dat nu opeens van alle kanten de zwarte bladzijden in de verhouding Nederland – Indonesië aan de orde worden gesteld?

De opstelling van de Poolse regering op de laatste EU top in juni zorgde voor een kortstondige beroering in de pers. Ofschoon de aandacht zich weldra weer op andere zaken richtte, zou deze muis kon nog wel eens een lange staart kunnen hebben.

De lezing van de paus op 12 september jl. in Regensburg, Duitsland over ‘Geloof en Rede in het christendom’ heeft over de hele wereld woedende reacties van moslims los gemaakt.

Het is jammer dat het rapport 'Dynamiek in islamitisch activisme - aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid meteen na uitkomen door sommige politici en opinieleiders met kwalificaties als knoeiwerk en onweten-schappelijk naar de prullenbak werd verwezen.

In de huidige Deense cartoon affaire valt het enorme onbegrip en de eenzijdige benadering aan beide kanten op. De reacties lijken uit twee volkomen verschillende werelden te komen. En de vraag is of de kloof tussen die werelden overbrugd kan.