Vaders en kinderen

Op de tiende conferentie Dialoog Nederland-Japan vertellen kinderen van een Nederlandse en van een Japanse vader wat hen bindt.

In Caux zetten na het einde van de Tweede Wereldoorlog veel mensen de eerste schreden op de weg van verzoening. Niet alleen Duitsers, maar ook Japanners kwamen daar weer in contact met de rest van de wereld. In 1950 werd in Caux een kruis aangeboden aan Frank Buchman door de burgemeester van Hiroshima. Het is gemaakt van het hart van de kamferboom, het enige stukje leven dat de val van de atoombom heeft overleefd. De woorden die erin gegrift staan zijn ‘Never again’ (Nooit weer).

In Caux zetten na het einde van de Tweede Wereldoorlog veel mensen de eerste schreden op de weg van verzoening. Niet alleen Duitsers, maar ook Japanners kwamen daar weer in contact met de rest van de wereld. In 1950 werd in Caux een kruis aangeboden aan Frank Buchman door de burgemeester van Hiroshima. Het is gemaakt van het hart van de kamferboom, het enige stukje leven dat de val van de atoombom heeft overleefd. De woorden die erin gegrift staan zijn ‘Never again’ (Nooit weer).

Verzoening tussen mensen, tussen groepen en volken is een van de speerpunten van het programma van IC. Vele anderen in de wereld houden zich daar ook mee bezig. Onderstaand volgen gedeelten van twee toespraken die gehouden werden tijdens de 10de conferentie Dialoog Nederland-Japan. Het doel van die conferenties is om Nederlanders en Japaners die op de een of andere manier bij de Tweede Wereldoorlog betrokken waren, met elkaar in contact te brengen. Prof. Takamitsu Muruoka, dr. Wim Lindeijer en zijn moeder Adri Lindeijer, over wie wij eerder in AN schreven, zijn initiatiefnemers van deze dialogen. Kinderen van een Nederlandse en een Japanse vader vertellen hun verhaal.

Katja Boonstra-Blom:

‘Op 13 december 1941 nam mijn moeder afscheid van de man die zij drie maanden daarvoor had getrouwd. Mijn moeder vertelde hem, vlak voor zijn vertrek met de onderzeeboot K-XVI dat zij in verwachting was. De onderzeeboot waarop mijn vader diende had opdracht een gebied in de Zuid-Chinese Zee voor de kust van Borneo te bewaken. In de avond van 24 december torpedeerde zijn onderzeeboot een jager van de Japanse marine. Het telegram waarin de commandant van de onderzeeboot melding maakte van het resultaat van de aanval was het laatste contact met de K-XVI. Op kerstmorgen werd de onderzeeboot , boven water varend, ontdekt door de Japanse onderzeeboot I-66 en getorpedeerd.

Later, toen mijn moeder terug was in Nederland, bleek bijna haar hele joodse familie te zijn gedeporteerd en gedood. Ook deze oorlog heeft zij moeten verwerken, zoals zo velen met haar.

Toch heb ik nooit een woord van haat gehoord van mijn moeder. Iedereen was voor haar bijzonder en het waard om bijzondere aandacht te krijgen als persoon, niet als de vertegenwoordiger van een land, een ras, een religie, een gemeenschap. Nooit als de vijand maar altijd als een heel speciaal individu. De avond voor haar dood heeft ze heel langdurig en diepgaand gesproken met een jonge Japanse musicus. Voor ze ging slapen moet ze ongetwijfeld nog hebben genoten van de prachtige muziek die hij als afscheid voor haar speelde. Een afscheid voor altijd. Toeval, dat gesprek?

Ergens daar boven in de hemel zijn nu misschien mijn ouders en de ouders van een heel bijzondere vriend samen gekomen.

Akira Tsurukame is de zoon van een van de officieren die de onderzeeboot van mijn vader torpedeerde. Ik leerde Akira en zijn vrouw Kay kennen toen zij in november 2003 een bezoek brachten aan het Onderzeedienst monument in Den Helder waar ook de naam van mijn vader Willem Blom in steen is gegroefd. Zij brachten daar bloemen om hun respect te betonen aan degenen die door toedoen van de Japanse onderzeeboot I-66 zijn gesneuveld, de boot waarop mijn vader diende op die kerstmorgen 1941.

Dit bezoek aan Den Helder heeft veel teweeggebracht. Het kwam ook op het goede moment. Ik was al een aantal jaren betrokken bij een uitgebreid onderzoek naar de wrakplaats van de boot van mijn vader en andere. Vooral Akira en Kay hebben hun uiterste best gedaan zo veel mogelijk informatie te verzamelen om het mogelijk te maken de plaats waar mijn vader is gesneuveld te vinden.

In 2004 bezocht ik samen met Akira en Kay en met onze kinderen, Commander William King, de thans 96 jarige commandant van de Britse onderzeeboot Telemachus die op 17 juli 1944 de boot van de vader van Akira torpedeerde. Het was een heel bijzondere bijeenkomst, deze drie families uit deze drie landen die door het verleden zo nauw met elkaar verbonden waren. Als symbool van onze vriendschap hebben we in de stromende regen een boom geplant in de tuin van het familiehuis van Commander Wing.

Na een reis naar Japan in 2005 sprak ik hierover met Nederlanders die hun eigen oorlogservaringen met zich meedroegen. Sommigen van hen voelen nog iedere nacht de pijn en worden nog iedere nacht gekweld door de beelden die voor eeuwig op hun netvlies gebrand staan door de gebeurtenissen in de Japanse kampen of door het verlies van hun dierbaren. Maar voor velen van hen heeft deze vriendschap die tussen de kinderen en kleinkinderen van de voormalige vijanden is ontstaan een helende werking gehad. En we hopen dat de drie bomen (ook in Japan en Nederland zijn bomen geplant, red.) samen symbool zullen zijn voor de hoop die wij koesteren voor de toekomst.’

Akira Tsurukame:

‘Tijdens de reis van Katja en haar man Ben naar Japan vorig jaar, samen met een dochter en kleindochter van Commander Wing, bezochten we samen het graf van mijn ouders. Velen van u hier hebben zo veel geleden. Ik heb me afgevaagd waarom Katja en ik en zovele andere kinderen ons leven zonder een vader moesten doorbrengen. Ik voel nog steeds een gevoel van verlies en eenzaamheid. Na drie jaren van zoeken, begin ik te voelen dat er een reden voor moet zijn. Ik weet nog steeds niet precies wat die reden kan zijn. Misschien is het om zo iets als vandaag – dat we het lijden van de oorlog met elkaar kunnen delen.’

Uit: Ander Nieuws, juli/augustus 2006.