‘De vraag die mensen zich moeten stellen is: Moet je religie een gevangenis zijn? Je bent er in, maar je kan er nooit meer uit.’Het antwoord spreekt volgens Abu Zayd voor zich. ‘Religie moet open zijn, je moet altijd een keus hebben. Stel dat de Profeet indertijd had gezegd “je mag hier nooit meer uit”, dan had niemand hem gevolgd.’ Aldus professor Nasr Abu Zayd. Verslag van een gespreksavond.
‘De moslimwereld gaat door een reformatie, zoals Europa in de 16e eeuw. Het verschil is alleen dat er toen geen internet en satelliet-tv was. De huidige moslimwereld is als een vrouw die bezig is het kind 'moderne islam' te baren, en de hele wereld kijkt mee met haar pijn. Dat is niet anders, maar het is wel vervelend, en we zijn bang voor een miskraam.’ Dat zei professor Nasr Abu Zayd vrijdag 11 januari tijdens een discussieavond in het centrum van Initiatives of Change in Den Haag. Hij ging daar in op de vraag of er een multiculturele, open en democratische islam kan ontstaan. Abu Zayd denkt van wel. Hij heeft z'n hoop daarvoor gevestigd op Indonesië, maar hij is inmiddels iets minder hoopvol dan een aantal jaren geleden.
Professor Abu Zayd komt uit Egypte, maar hij moest z'n land in 1995 ontvluchten omdat hij en z'n vrouw er werden bedreigd vanwege zijn liberale opvattingen over de islam. Sindsdien woont hij in Nederland. Hij is verbonden aan de Universiteit van Leiden en de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Hij sprak op 11 januari voor een gezelschap van 65 mensen, zowel moslims als niet-moslims, jong en oud en uit Nederland, Indonesië, Zwitserland, de Verenigde Staten en Duitsland. Aanleiding was z'n recente bezoek aan Indonesië, waar hij een lezing zou houden op een universiteit in het oosten van Java. Hij moest daar vanaf zien onder druk van de minister van religieuze zaken, die na een serie bedreigingen die bij het ministerie waren binnen gekomen niet wilde instaan voor de veiligheid van de professor.
Abu Zayd was één keer eerder naar Indonesië geweest, in 2004, en toen had hij na terugkomst het land juist geprezen als de plaats waar de islam van de toekomst gevonden kon worden. ‘De glimlachende Islam van Indonesië’, zo omschreef hij de situatie indertijd. ‘Maar,’ zo vertelde hij vrijdag, ‘op officieel niveau is er in die jaren wat veranderd. En als zoiets gebeurt in Indonesië moeten we ons zorgen maken, want het is het grootste moslimland ter wereld, én het land met de beste mogelijkheden voor een multiculturele en open islam.’
De professor denkt dat de verandering niet gedragen wordt door het volk, en ook niet door iedereen in de elite. Na de afgelasting van de lezing gaf Abu Zayd een persconferentie, samen met een verontwaardigde oud-president Wahid, die breed werd uitgemeten in de Indonesische pers. ‘Dat kon gelukkig nog wel. In de Arabische wereld zou zoiets ondenkbaar zijn geweest,’ aldus Abu Zayd. ‘Er is nog de vrijheid om 'nee' te zeggen, maar die vrijheid moet wel beschermd worden. We moeten het land redden van de islamisten.’
‘In Indonesië is de situatie ontstaan dat de Ulema Council (De religieuze adviesraad van de regering) tegenwoordig beslissingen neemt, terwijl het oorspronkelijk niet meer dan een adviesraad was.’
In het verlengde daarvan legt Abu Zayd uit wat een fatwa eigenlijk is. We denken tegenwoordig dat het een bindend decreet is, maar dat blijkt niet zo te zijn. ‘Een fatwa is een mening. Je hoeft er geen gevolg aan te geven. Zo is in elk geval de traditie, maar tegenwoordig wordt een fatwa als een bindende beslissing gezien.’
Ook bij z'n eerste bezoek aan Indonesië in 2004 ging overigens niet alles van een leien dakje. Abu Zayd weigerde z'n eerste lezing aan de State Islamic University in Jakarta te openen met gebeden, ‘we zaten tenslotte niet in de moskee’, en de studenten vonden dat prima, maar de leiding niet. De lezing zou gaan over zaken die volgens de professor moeten veranderen in de islam, zoals het absolute vertrouwen op het verleden en de klakkeloze herhaling van oude standpunten zonder innovatie. Maar volgens z'n critici zou hij 'studies van de duivel' propageren.
Een andere lezing in Yogjakarta had als thema 'de Koran en de crisis van de intellectuelen'. Deze ging over het feit dat overal in de Arabische wereld intellectuelen worden geïntimideerd door fundamentalisten. ‘Ik bleek een vooruitziende blik te hebben, want dat is precies wat er is gebeurd bij m'n tweede bezoek eind vorig jaar. Inmiddels is het zo erg dat als je een baan zoekt je je intellectuele onafhankelijkheid moet opgeven. Dat gebeurde al overal in moslimlanden en nu ook in Indonesië.’
Toch is Indonesië nog een stuk vrijer dan de Arabische landen. Het feit dat Abu Zayd ongestoord z'n persconferentie kon geven was daar een bewijs van en ook het feit dat er nog altijd religieuze discussie mogelijk is. ‘Ik had op een school een gesprek met de schoolleiders, en die bleken tegen polygamie. Ik besloot advocaat van de duivel te spelen en betoogde dat het van de Koran wel mag, om te zien hoe standvastig ze zouden zijn. Ik wilde weten of ze tegen de Koran in durfden te gaan, en dat durfden ze! Ze waren niet te vermurwen. In Arabische landen zou dat niet gebeurd zijn.’
‘De vraag die mensen zich moeten stellen is: Moet je religie een gevangenis zijn? Je bent er in, maar je kan er nooit meer uit.’Het antwoord spreekt volgens Abu Zayd voor zich. ‘Religie moet open zijn, je moet altijd een keus hebben. Stel dat de Profeet indertijd had gezegd “je mag hier nooit meer uit”, dan had niemand hem gevolgd.’
Gevraagd naar hoe het zit met de positie van vrouwen volgens de Koran zegt Abu Zayd: ‘De Koran is geen feministische tekst. Dat kan ook niet met een boek uit de 7e eeuw. Er zijn twee niveaus: Vrouwen zijn gelijk op spiritueel niveau, maar op elk ander niveau is er ongelijkheid. In Egypte en Iran gebeurt het tegenwoordig dat vrouwen meedenken over de interpretatie van de Koran.’
Abu Zayd krijgt de vraag voorgelegd of hij een relatie ziet tussen de toestand in het Midden-Oosten en de veranderingen in Indonesië. ‘Natuurlijk is er een relatie. Dat ligt aan het concept van de “Umma”, het idee dat alle moslims broeders zijn, zoals dat sinds twee eeuwen wordt gepropageerd. Dat heeft geleid tot een emotionele relatie. Maar een directe connectie is er eigenlijk niet. In Indonesië zeggen de Indonesiërs zelf ook dat de Arabieren er voor de problemen zorgen. De meeste mensen zitten daar helemaal niet op te wachten.’
En over de invloed van de Moslimbroederschap: ‘Dat zijn populisten zonder veel kennis van de islam. Ze doen ook niet aan onderwijs en kritisch denken. Hun manier van Islam te onderwijzen is door verspreiding van dictaten. De islam wordt door hen niet echt bestudeerd. De professor weet alles, de student hoeft alleen maar te reproduceren, geen vragen te stellen. Kijk, Mohammed en de Koran zijn voor polygamie. Dat was logisch in die tijd en die cultuur. Maar Mohammed verbood z'n schoonzoon Ali om er een tweede vrouw bij te nemen naast Fatima., de dochter van de Profeet. Handelde hij toen als vader of als profeet? Ik stel alleen de vraag, om het stellen van vragen over de islam aan te moedigen.’
‘De sharia (islamitische wetgeving) is een deel van de slogans geworden van de Moslimbroederschap en soortgelijke bewegingen. Maar wat bedoelen ze er eigenlijk mee? Bedoelen ze alleen het strafrecht? Of alleen het strenge deel over vrouwen? Want dat is waartoe het nu is verworden, een kwestie van hoe beheers je de vrouwen. Er is zoveel nonsens op internet daarover, en het beknot allemaal de vrijheid van mensen. En de dictatoriale regimes in de Arabische wereld, die vinden dat eigenlijk wel prima.’
‘Vroeger had de islam een grote juridische traditie, maar tegenwoordig hebben rechters gewoon een dun boekje met standaardantwoorden. Ze bestuderen hun jurisprudentie niet meer.’
‘De islam is niet van Osama bin Laden. We moeten vechten tegen Bin Laden's islam. Maar we moeten ook vechten tegen de mensen, de anti-Islam intellectuelen, die denken dat dat de enige islam is. Het is nu ook het probleem van het westen, en u kunt er wat aan doen. Zoek contact met individuele moslims, laat ze nadenken over wat het betekent om moslim te zijn. Opleiding en training vormen dé oplossing. Jonge mensen opleiden is belangrijker dan boeken schrijven, want boeken worden weliswaar over 100 jaar nog gelezen, maar het directe effect, nu, is ook belangrijk.’
Abu Zayd noemt het daarom belangrijk dat z'n werk in Leiden kan doorgaan. Hij geeft daar les aan Indonesische studenten die via uitwisselingsprogramma's naar Nederland komen en die de methodologie van de studie van de islam van hem en zijn collega's leren, waar ze in eigen land niet mee in aanraking komen. ‘Nederland moet daarvoor blijven betalen, dat is het verplicht aan Indonesië, als schadevergoeding,’ zo grapt hij.
En hij is niet van plan zich te laten afschrikken door de ervaring van afgelopen november: ‘Deze zomer ga ik weer naar Indonesië.’
Geert-Willem Overdijkink