Hoofdstuk 6
De kentering van de jaren zestig
De jaren zestig betekenden een keerpunt na de jaren van wederopbouw. De vooroorlogse generatie die hier saamhorig aan had gewerkt, werd afgelost door een meer pragmatische. Na jaren van zuinig beleid was er ineens een algemene welvaart. De televisie deed haar intrede, wat onder andere tot gevolg had dat politici van hun voetstuk vielen. Als je ze op de tv zag, bleek dat het heel gewone mensen waren. En dan was er de kwestie ‘Vietnam’. In deze oorlog, die op de tv te volgen was, kwam een heel andere Verenigde Staten van Amerika naar voren dan het land dat ons gered had uit de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse gezagsdragers werden gezien als medeplichtig aan die Amerikaanse schuld. Kortom, mensen gingen anders kijken naar oude waarden en zekerheden. Ontkerkelijking, deconfessionalisering en de secularisering van de samenleving waren ontwikkelingen die menigeen met zorg vervulden. Er waren veel acties van jongeren, die uit ontevredenheid met het heersend gezag in opstand kwamen. De generatie van na de oorlog die in welvaart was opgegroeid, stond kritisch tegenover diezelfde welvaart. De wereld moet veranderen en wij zullen dat wel eventjes fiksen, zo was het gevoel dat onder veel jongeren heerste. In het buitenland, zoals in Frankrijk en Duitsland, leidde die onvrede tot fellere acties dan in Nederland. Hier voerden de provo’s ludieke acties en scholieren en studenten hielden ‘sit-ins’ en ‘teach-ins’ [1]. Het was de tijd dat Mao Tse Tung de ontevredenheid mobiliseerde door de jongeren tot breekijzer van zijn eigen verstarde bureaucratie te maken: de Culturele Revolutie, die talloze levens heeft gekost en een ramp voor de ontwikkeling van China is gebleken. Ook in Morele Herbewapening veranderde geleidelijk de sfeer en de toon. Deze verandering viel samen met een wisseling in het internationale leiderschap. Frank Buchman stierf in 1961. Na zijn dood nam de Engelsman Peter Howard, voormalig journalist van The Daily Express, het leiderschap over. Al vanaf 1950 werkte Howard met Buchman samen. De manier waarop Howard met hem in aanraking was gekomen was opmerkelijk. Howard wilde de waarheid over Morele Herbewapening boven tafel krijgen en er een vernietigend artikel over schrijven. Daartoe interviewde hij Garth Lean, een van Buchman’s naaste medewerkers, en probeerde hij de beweging van binnen uit te leren kennen. Maar wat hij niet verwachtte gebeurde. Hij raakte steeds meer geïnteresseerd. Hij, de agnost, vond een geloof in God en ging een leidende rol spelen in Morele Herbewapening. In het boek Innocent men beschrijft hij deze ontwikkeling [2]. De publicatie van dit boek kostte hem zijn goedbetaalde baan bij de Daily Express. Howard heeft zijn schrijftalent ten volle gebruikt om de boodschap van Morele Herbewapening voor een breed publiek toegankelijk te maken. Zijn boeken werden graag gelezen. Zijn bestseller Ideas have legs werd in dertien landen uitgegeven, in Nederland onder de titel Ideeën hebben benen. Hij schreef toneelstukken en musicals, waarvan enkele ook verfilmd zijn [3]. Helaas maakte zijn plotselinge dood in 1965 een vroegtijdig einde aan dit creatief leiderschap.
Verlangen van jongeren
In het begin van de jaren zestig werkte Peter Howard veel in de Verenigde Staten. Na een serie spreekbeurten op Amerikaanse universiteiten was hij getroffen door het verlangen van jongeren om iets zinvols met hun leven te doen. Hij besefte dat de gangbare werkwijze van MH daar niet genoeg aan tegemoet kwam. De enigszins deftige stijl waarin de conferenties in Caux, Zwitserland en in het conferentiecentrum op Mackinac Island (een eiland in het meer van Michigan) in de Verenigde Staten werden gehouden stond veel te ver af van de realiteit waarin jongeren leefden. Dus werden er op zijn aandringen in Mackinac in 1964 en de jaren daarop grote jeugdconferenties georganiseerd: in de eetzaal maakten de kleine tafels plaats voor lange tafels op schragen en zelfbediening kwam in de plaats van keurige ‘restaurant’-bediening. De hele sfeer had meer weg van een jeugdkamp, met een bonte avond tot besluit. Daar werden liedjes en sketches gecreëerd, onder andere door drie country zangers: The Colwell Brothers. Een Nederlander die dit van nabij heeft meegemaakt is Maarten de Pous, zoon van Cor en Sijtje de Pous. Eigenlijk had hij natuurkunde zullen studeren in Delft. Hij had goede eindexamencijfers en een beurs. Maar na zijn middelbare schooltijd besloot hij tijdens de zomerconferentie in Caux zijn studie eraan te geven. ‘Het was 1959, midden in de koude oorlog. Morele Herbewapening werd gezien als het alternatief voor het communisme. Iedereen was nodig om dit alternatief handen en voeten te geven’, zegt hij later. Zo vertrok hij op 18-jarige leeftijd naar Mackinac Island, waar hij ging helpen een filmstudio te bouwen. Daar was behoefte aan omdat MH met toneel en film haar boodschap dichter bij de mensen wilde brengen. De bouw duurde twee jaar. Daarna werd hij assistent-cameraman en hielp mee toneelstukken en conferenties te verfilmen. De Pous beschrijft de sfeer in de Verenigde Staten in die tijd als zeer enthousiast en idealistisch. Peter Howard had een visie voor de Amerikaanse jeugd. Hij zag de Amerikaanse vrijheid en democratie - maar wel met een morele ruggengraat - als het alternatief voor het marxisme.
Maak je eigen Sing-Out
In de zomer van 1965 hadden zich meer dan duizend jongeren verzameld voor een conferentie op het eiland Mackinac. Uit deze bundeling van talenten en creativiteit ontstond onder aanvoering van de Colwell Brothers de show Sing-Out, waarin de hit Up with People (Leve de mensen) een enorm succes werd. Het jaar daarop waren er al drie Sing-Outs, waarvan er twee in de Verenigde Staten rondreisden en een naar Japan ging. De hele voorbereiding hiervan, zoals het zoeken van sponsors en van gastgezinnen, werd door de deelnemers zelf gedaan. De bedoeling was ook dat jongeren zelf aan de slag konden, via een boek met teksten en muziek: Maak je eigen Sing-Out! Maarten de Pous begeleidde van 1965 tot 1968 Sing-Outs in de Verenigde Staten, waar toentertijd honderdvijfitg plaatselijke groepen actief waren. Zo was hij twee jaar in de staten New Mexico en Arizona, waar hij nauw samenwerkte met jongeren en leiders uit de Indiaanse bevolkingsgroep. Zijn taak en die van andere begeleiders was de Sing-Outs inhoud te geven. De show en de liederen hadden een algemene, positieve boodschap. Het idee was dat je met muziek en een grote dosis optimisme mensen zou inspireren zich in te zetten voor een betere wereld. Onder de meer ervaren MH-ers waren er vooral in Engeland gefronste wenkbrauwen bij deze nieuwe aanpak. Men vreesde dat er niet adequaat werd uitgelegd waar MH voor stond. Dit verschil van inzicht kreeg een extra dimensie na het plotselinge overlijden op 56-jarige leeftijd van Peter Howard. Het ging toen niet meer alleen over de inhoud, maar ook over de vraag wie het nu voor het zeggen had. Wie was de opvolger van Peter Howard en ‘erfgenaam’ van MH? Blanton Belk, leider van de Sing-Outs in de Verenigde Staten of Roland Wilson, de leider van Morele Herbewapening in Engeland? En waar zou het hoofdkwartier komen? In de Verenigde Staten werd er vanaf 1968 gewerkt onder de naam Up With People. De Pous vertelt dat er simpelweg op een dag werd meegedeeld dat men in de Verenigde Staten verder ging onder deze naam. Er werd met nadruk bij gezegd dat alleen de naam veranderde, niet het doel: ‘A change of name, not a change of aim.’ Ter wille van het succes werden de banden met het gedachtegoed van Morele Herbewapening steeds losser. Zo groeiden Up With People en Morele Herbewapening uit elkaar. Bij deze scheuring hebben eigenlijk beide partijen verloren, vindt Maarten. Als de twee samen waren gebleven, had Up with People Morele Herbewapening van het vaak te strakke morele keurslijf kunnen afhelpen, en andersom had Morele Herbewapening Up With People kunnen helpen met de inhoud [4]. De breuk was aanleiding voor een aantal jongeren dat fulltime met Morele Herbewapening werkte, hun eigen weg te gaan. Vaak was er binnen MH, ter wille van de ‘goede zaak’, te weinig aandacht geweest voor de eigen gaven en ontwikkeling van de jongeren. Het vinden van werk na zoveel jaren van vrijwilligerswerk zonder een gerichte opleiding, ging dan ook niet van een leien dakje. Toch kwamen zij door hun internationale ervaring, hun dienstvaardigheid en mensenkennis toch wel vaak op verantwoordelijke posities terecht. Anderen bleven zich, gesalarieerd, voor Up With People inzetten. Dit werd een educatieve onderneming, waarbij jongeren tegen betaling van een flinke som een jaar meetrokken om de show op te voeren en ook vrijwilligerswerk te doen in verre landen. Het was een groot succes, zodat er op een bepaald moment vijf verschillende spelersgroepen actief waren in alle werelddelen. In januari 2001 werd het bestuur van Up With People gedwongen een punt achter dit programma te zetten vanwege de steeds hogere kosten. Maar andere Up With People-activiteiten zijn opgestart. Er is een zeer actieve internationale alumnivereniging en er vinden regelmatige reünies plaats. Rond 1975 werden er weer activiteiten van Morele Herbewapening ondernomen in de Verenigde Staten. Er is een krachtig werk ontstaan, waaruit verschillende belangrijke initiatieven resulteerden, zoals Hope in the cities en het Caux Scolars Programme [5].
Navolging
Sing-Out en Up with People vonden navolging in tal van landen. Vaak was dit met financiële steun vanuit de Verenigde Staten, maar niet altijd. In Latijns-Amerika richtten in 1969 een jonge advocaat en zijn vrouw uit Uruguay, Omar en Jeanette Ibargoyen, Viva la Gente op. Deze groep had weliswaar dezelfde naam als Up with people, maar vanaf het begin ontwikkelde ze een heel eigen programma. Qua inhoud bleef het dichter bij Morele Herbewapening. Het werd een educatief en cultureel programma voor jongeren dat geheel gericht was op Latijns-Amerika en dat vanaf het begin financieel onafhankelijk was. Om verwarring te voorkomen werd eind jaren negentig de naam veranderd in Gente que Avanza, wat betekent Mensen die vooruitgaan. Deze groep is nog steeds actief. Men probeert nu ook deelnemers van buiten Latijns-Amerika te werven. In 2004 namen twee Nederlandse meisjes deel aan het programma. In 1999 kwamen 40 leden van Gente que Avanza naar het wereldconferentiecentrum in Caux, op zoek naar hun wortels. Sindsdien is er weer samenwerking ontstaan tussen dit werk in Latijns-Amerika en de rest van de wereldfamilie van MH [6]. Ook in Zuid-Afrika en Kenia waren er soortgelijke groepen actief, namelijk onder de respectievelijke namen Springbok Stampede en Harambee Africa. In sommige landen bestaan nog steeds Sing-Outs zoals bijvoorbeeld in Zuid-Korea. De breuk tussen MH en de Sing-Outs heeft tot ver buiten de Verenigde Staten gevolgen gehad. Overal waar er in de wereld Sing-Outs ontstaan waren, moest men besluiten tot welk kamp men wilde horen. Soms leidde dat tot pijnlijke situaties, die decennia later nog het werk van MH bemoeilijkt hebben. In Duitsland bijvoorbeeld waar de Sing-Out het meest succesvol was, had de splitsing de meest ingrijpende gevolgen. In Nederland is er nooit een breuk geweest. Er was wel een Sing-Out, maar die was onderdeel van de activiteiten van Morele Herbewapening. Intussen zijn veel van de pijnlijke plekken tussen Up With People en Morele Herbewapening geheeld door hernieuwd contact van vroegere vrienden aan weerszijden van de Atlantische Oceaan die destijds hadden samengewerkt. Tenslotte had men teveel gezamenlijk meegemaakt in al die jaren van inzet in diverse situaties, om niet opnieuw toenadering te zoeken.
In Nederland
De Nederlandse Sing-Out was eigenlijk begonnen met een initiatief van Peter en Digna Hintzen [7] voor een ‘Filmfestival’ voor jongeren dat tijdens de herfstvakantie van 1964 plaatsvond. Hiervoor waren de leerlingenbesturen van alle middelbare scholen in het hele land uitgenodigd. In een afgehuurde bioscoop in Den Haag stroomde op een zaterdag een groot aantal jonge mensen binnen, die een - achteraf bekeken - vrij onverteerbaar menu van MH-films te zien kregen. Deze films waren op zichzelf indrukwekkend, zoals Freedom - over de strijd voor onafhankelijkheid in Afrika, opgenomen in Nigeria door een van Walt Disney’s cameramensen. Maar bij meerdere films achter elkaar lag de boodschap van vergeving vragen en verzoening er wel heel dik bovenop. Toch was de respons zodanig dat er als gevolg hierop in 1965 een jeugdconferentie werd georganiseerd in Haamstede, waarvan weer een aantal deelnemers naar een Nieuwjaarsconferentie in het internationale MH-centrum in Caux ging. Intussen waren de eerste liedjes van Sing-Out al bekend, gebaseerd op een aantal gedachten van Peter Howard: vrijheid krijg je niet voor niets, je moet er een prijs voor betalen door de manier waarop je leeft; je moet een doel hebben dat het waard is om voor te leven; mensen zijn het kostbaarste dat er is. Zo rees het plan om zelf een spelersgroep samen te stellen en opvoeringen te geven op Nederlandse scholen. Het enthousiasme was groot en het talent verrassend. Men bracht vrienden en vriendinnen mee en er werd eens per maand een weekend gerepeteerd in het centrum van MH in Wassenaar. Dankzij goede contacten met buren kon iedereen worden ondergebracht. De deelnemers kwamen vaak van ver: zo was er een groep meisjes van een kostschool in Noord-Limburg, die door een jonge Philips employee uit Eindhoven werden opgehaald met een gehuurd busje. Een levendige show met veel muziek en enige sketches was het resultaat, onder regie van Kees Driessen [8]. Daarnaast was dit alles waarschijnlijk nooit van de grond gekomen zonder de onvermoeibare inzet van Peter Wolvekamp, student medicijnen in Utrecht en zoon van Bert en Biny Wolvekamp, die de contacten met velen van de groep onderhield. Er kwamen uitnodigingen voor opvoeringen op zaterdagavond in de aula’s van diverse scholen in het land. Een hoogtepunt was een voorstelling in de zomer van 1966 op het Catshuis voor minister-president Cals en zijn vrouw, buiten op het gras, met prachtig weer. Een van de leerlingen die op zijn school, het Amersfoorts Lyceum, de Nederlandse Sing-Out zag, was Jan van Nouhuys, nu een zilversmid die ook elders in dit boek aan het woord komt. Op de vraag wat hem indertijd had aangetrokken was zijn antwoord: ‘Allereerst de plezierige sfeer. Na afloop stond ik mee te luisteren naar een gesprek van Nico Haasbroek, journalist van de Amersfoortse Courant, met Peter Hintzen. De relevantie van wat die zei en zijn betrokkenheid bij het verwerkelijken van de visie van een veranderde wereld, spraken mij bijzonder aan. Het merkwaardige is, dat Haasbroek hierna een vernietigend artikel schreef, maar dat ik voor het leven bij MH betrokken raakte. Een paar deelnemers waren bij ons thuis ingekwartierd. Met hen ging ik de volgende morgen naar het restaurant De Oude Tram, waar een paar mensen over hun ervaringen vertelden, o.a. de bejaarde Johannes de Boer die zijn eerste stappen op de weg van verandering had gezet als landarbeider in Friesland, tijdens de crisisjaren [9]. Die verhalen waren zo eenvoudig en zo steekhoudend, dat ik in contact ben gebleven. De volgende zomer kwam er een groep Indiase jongeren naar Nederland met hun show India Arise. Ik was zo onder de indruk van hun praktische ervaringen van verandering, terwille van de noden van hun land, dat ik dacht: “hierbij kan ik niet achterblijven.” Ik heb toen een besluit voor mijn leven genomen en ben begonnen dingen in orde te brengen, onder andere in een openhartig gesprek met mijn ouders’ [10]. Als vervolg op Sing-Out Nederland schreef Peter Hintzen een nieuw stuk, De Hollandse Kermis, met veel geestige vondsten. Hoofdpersonen zijn een dominee en een koopman, die te midden van kermisattracties discussiëren. De muziek werd door de deelnemers gecomponeerd en begeleid. In de zomer van 1967 werd het (met een schriftelijke vertaling) in het conferentiecentrum in Caux opgevoerd. Daar trof allen de grote slag van het overlijden van Peter Wolvekamp, op 21-jarige leeftijd, aan een slopende ziekte waar hij al jaren tegen gevochten had. Mede ten gevolge hiervan, viel de groep enigszins uit elkaar. Sommigen van hen zijn tot op de dag van vandaag nauwe medewerkers van MH gebleven.
Rondreizende shows
In 1968 was Europa, Parijs voorop, in de ban van studentenopstanden. Tegenover de revolutie van Marx wilde Morele Herbewapening een andere revolutie stellen. Het kwaad is niet te vinden in één klasse. Ieder mens heeft hebzucht en zelfzucht in zich. Als mensen bereid zijn de verandering die ze in de samenleving willen bij zichzelf te beginnen, is dat een grotere revolutie. Dit idee inspireerde Europese jongeren om een revue te schrijven geheten Anything to Declare waarin vijftig amateur acteurs uit negentien landen, waaronder Nederland, meespeelden. De naam Anything to Declare (Iets aan te geven?) sloeg op de vraag die de douane je stelt als je in een nieuw land komt. Maar ‘declare’ betekent ook verklaren, te kennen geven, uitroepen. Ja, we hebben iets te zeggen, riepen de spelers uit. Europa moet buiten zijn grenzen kijken, wil het uit zijn eigen moeilijkheden komen. Als onderdeel van de Europese toer werd de musical in november 1968 in het Luxor theater in Rotterdam opgevoerd. De groep reisde met de musical van 1969 tot 1971 door Azië en Australië. Je kunt je afvragen wie van deze tournee het meest opgestoken heeft, de vele duizenden toeschouwers of de spelers zelf. Waarschijnlijk het laatste. Deze vormden in de loop van de jaren een hechte gemeenschap, en een groot aantal van hen heeft daarna het werk van Morele Herbewapening op zich genomen en tot op vandaag daar een groot stempel op gedrukt. In 1997, 26 jaar na het einde van de tournee, kwamen velen van hen, met hun gezinnen, voor een reünie van vier dagen naar Caux. Een hoogtepunt was een ‘replay’ van de show, maar deze keer door hun kinderen. Die staken, gestoken in de toneelkostuums van hun vaders en moeders, de draak met de in hun ogen oubollige liedjes en choreografie van Anything to Declare [11]. De tournee door Azië inspireerde jonge mensen in dat werelddeel tot het creëren van de show Song of Asia. Deze musical ontstond in het centrum van Morele Herbewapening in Panchgani, India. De jonge regisseur van de musical, Suresh Chandra uit Fiji zei erover: ‘Het belang van Song of Asia ligt in het feit dat het echte gebeurtenissen laat zien waarbij haat werd opgelost.’ De show reisde enkele jaren over de hele wereld en bezocht 74 landen. In 1975 deed de show tijdens de Europese rondreis Nederland aan. Er waren optredens met uitverkochte zalen in Eindhoven, Den Haag en Amstelveen. De spelers ontmoetten middelbare scholieren, studenten en kamerleden en namen deel aan verschillende officiële ontvangsten. De redactie van Nieuw Wereld Nieuws, zoals de nieuwsbrief van Morele Herbewapening toen heette, schreef dat de boodschap van de musical om naar de stem in je hart te luisteren, iets kon betekenen voor het verdeelde en oververzadigde Europa. In verschillende dagbladen verschenen positieve recensies over de musical, zoals in de Volkskrant (26 januari 1976), Trouw (14 januari 1976) en de Telegraaf (13 januari 1976). In deze laatste krant schreef de recensent: ‘Ik kan mij het best aansluiten bij hetgeen de bekende lord Hailsham tegen hen (de spelers) zei: “Ik bewonder uw aanval op de bitterheid. De hoop ligt bij de gewone mensen van welke maatschappelijke klasse ook”. Hier wordt niet de polarisatie gepredikt, maar de verzoening en aan een dergelijke boodschap bestaat juist in Nederland veel behoefte’ [12]. Na de tournees van Anything to Declare en Song of Asia waren er andere groepen van jongeren die met een show met liedjes en sketches rondreisden, zoals de ‘Europese actiegroep’ en ‘Time to choose’. Deze initiatieven van jongeren in verscheidene Europese landen resulteerden in serie jeugdkampen en jongerenconferenties in Nederland, in Caux en elders in ons continent.
Zwart-wit boekje
Aanknopend bij het optimisme en idealisme van jongeren die zich wilden inzetten voor een betere wereld, bracht Morele Herbewapening het Zwart-wit boekje (ZWB) uit. Het werd op 30 oktober 1973 gepresenteerd in perscentrum Nieuwspoort [13]. De ondertitel van het boekje luidde: voor revolutionairen. Het boekje dat hetzelfde formaat had als het in die tijd populaire rode boekje van Mao, werd in het perscentrum in Den Haag als alternatief daarvoor gepresenteerd: ‘Het ZWB gaat over een revolutie van hoop. Het is gebaseerd op de ervaringen van gewone mensen die zich inzetten voor een onzelfzuchtige maatschappij.’ Met de doelstellingen in het boekje kon niemand het oneens zijn. ‘Wij willen een wereld waar iedereen werk, voldoende eten en goede huisvesting heeft; waar iemands karakter belangrijk is, niet zijn huidskleur; waar de industrie tot doel heeft in de behoeften van de mensheid te voorzien en niet een voortdurende strijd is om macht, winst en lonen; waar op scholen en universiteiten vrijheid is zonder chaos, discipline zonder dictatuur; waar geen man of vrouw wordt uitgebuit – of aanbeden; waar rijke landen ontwikkelingslanden helpen en respecteren en grote landen de kleine niet de wet voorschrijven; waar communistische en niet-communistische landen onder ogen zien wat ze verkeerd hebben gedaan en samen de taak op zich nemen een rechtvaardige maatschappij op te bouwen. Een droom? Niet als we besluiten die waar te maken. Is daar een revolutie voor nodig? Ja – een revolutie die een onzelfzuchtige samenleving tot stand brengt zonder dat het miljoenen het leven kost. En waar iedereen een aandeel in kan hebben.’ Het Zwart-wit boekje wilde duidelijk zowel het westen als de communistische wereld aanspreken en aansluiten bij het revolutionaire elan dat er met name onder jongeren leefde. Met instemming wordt Che Guevara aangehaald: ‘Als onze revolutie niet tot doel heeft mensen te veranderen, stel ik er geen belang in.’ Er worden tal van waar gebeurde verhalen verteld van mensen die zelf beginnen te veranderen en een positieve kettingreactie in hun omgeving teweeg brengen: studenten die een staking helpen oplossen, leraren en leerlingen die een betere sfeer op school tot stand brengen, mensen die met succes het werkloosheidscijfer omlaag krijgen, een actie voor huizen voor daklozen, drugs- of seksverslaafden die bevrijding vinden, een politiek conflict dat wordt opgelost dankzij een betrokken journalist. Het boekje biedt het perspectief van een ideale wereld. Al deze voorbeelden, vele malen vermenigvuldigd, kunnen die dichter bij brengen. Heel duidelijk wordt goed tegenover kwaad gesteld. Iets is zwart of wit, er zijn geen nuances van grijs. De geboden oplossingen klinken simplistisch. Verandering lijkt een methode, die voor iedereen hetzelfde is. Aan de andere kant spreken de kernachtige waarheden ook wel aan. Het oorspronkelijk Engelstalige boekje is in negen talen verschenen. In Nederland was een groep van negen jonge mensen verantwoordelijk voor de uitgave [14]. Een van die jongeren was Anneco Adriaanse. Haar grootvader, de ingenieur Johan Adriaanse, had begin jaren zeventig de verbouwing van het centrum van MH in Den Haag begeleid [15]. Hij nodigde haar uit voor een bijeenkomst in Musis Sacrum in Arnhem, waar ze met een groepje jongelui uit haar woonplaats Lent, bij Nijmegen, naar toe ging. In die bijeenkomst vertelden jongeren hoe ze, omdat ze de wereld wilden veranderen, heel praktisch bij zichzelf waren begonnen, bijvoorbeeld door dingen naar een winkel terug te brengen, waar ze niet voor betaald hadden. De jongelui met wie Anneco daar was, vonden dat belachelijk. Maar bij haar raakte het een snaar. Heel veel later, toen ze besloot zelf ook schoon schip te maken in haar leven, heeft ze in een supermarkt geld teruggegeven voor dingen die ze niet betaald had. De winkelier kon dat wel waarderen, maar vond het aan de andere kant moeilijk te weten waar hij het geld moest onderbrengen! Wat haar trof in deze bijeenkomsten in Nederland en in Caux, was de creativiteit. Ze was op zoek naar de zin van haar leven. Ze vond dat het leven haar rot behandeld had. Haar vriend had, nadat ze het uit had gemaakt, zelfmoord gepleegd. Door de ontmoeting met MH vond ze een geloof in God. Door hard te werken en haar best te doen volgens Gods maatstaven te leven, probeerde ze te vergeten wat er gebeurd was. Maar de verwerking van deze schokkende gebeurtenis kwam pas jaren later. Ze ging actief meedoen aan de jongerenactiviteiten, bijvoorbeeld aan de grote internationale jongerenconferentie die in 1976 tijdens de paasdagen in Nijmegen gehouden werd. Deze conferentie was er een in een serie in grote steden van Europa [16]. In die zomer kwam ze met tweehonderd jongeren uit dertig landen samen in Caux. Toen ontstond de show ‘Time to choose’. Omdat Anneco inmiddels klaar was met haar opleiding tot lerares voeding, kleding en gezondheidszorg, besloot ze met deze show voor drie maanden in 1977 mee te reizen door Zuidelijk Afrika. Een jaar later ging ze terug en werkte met MH in Zuid-Afrika en Zimbabwe. In Zimbabwe was er op dat moment een guerrillaoorlog (of vrijheidsstrijd, afhankelijk van aan welke kant je stond) gaande. Voor het team was het belangrijk goed afgestemd te zijn op wat God van hen vroeg, vertelt ze, en geen ondoordachte dingen te doen. Daarom was er voor hen elke dag een bijbelstudie onder leiding van de Engelsman Henry Macnicol, hetgeen veel voor Anneco betekende. Hierdoor en door de contacten met haar gastvrouw Penny Barnett en andere leden van het team besloot ze haar leven aan Jezus te geven’[17].
Weg met het gezin of met het gezin op weg?
De jongerenactiviteiten leidden op een natuurlijke manier tot activiteiten van gezinnen. Daarvoor moeten we even terug naar het eerder genoemde filmfestival in 1964. Iemand die dat had bijgewoond was Marina Verhulst, als voorzitter van het leerlingenbestuur van het Amersfoorts Lyceum. Ze had sindsdien contact gehouden en was een leidende rol gaan spelen in Sing-Out Nederland. Na haar opleiding in de marine trouwde zij met marineofficier Kees Scheijgrond. Toen hun kinderen klein waren kwamen zij met het idee iets voor gezinnen te organiseren. Meteen na het eerste overleg tussen een aantal ouders werd men enthousiast. Het bleek heel zinvol te praten over huwelijk en opvoeding met anderen die dezelfde waarden en normen nastreefden. Omdat opvoeding iets is waar niemand expert in is, konden deelnemers aan deze gesprekken allemaal van elkaar leren. Het kan heel bemoedigend zijn voor een ouder te horen dat het in andere gezinnen ook wel eens uit de hand loopt. Ook de commentaren van kinderen zijn heel verfrissend. Zo had een moeder haar kinderen verweten dat ze zo slordig waren. Het antwoord kwam: ‘Maar als je jouw kast open doet, valt de rommel er haast uit!’ Er werden gezinsdagen en -weekenden georganiseerd, met gedeeltelijk een apart programma voor de kinderen, zodat de ouders met elkaar van gedachten konden wisselen, bijvoorbeeld over de vraag hoe je voor kinderen een omgeving creëert, waar ze zowel geborgenheid als richtlijnen voor hun leven kunnen vinden. De jaren zeventig was de tijd waarin het instituut van huwelijk en gezin overal ter discussie werd gesteld. Terwijl er binnen de Nederlandse samenleving fel gestreden werd voor individualisering en de rechten van de vrouw, hielden de organisatoren van deze conferenties een pleidooi voor mannen en vrouwen, vaders en moeders, zich dienend op te stellen om op die manier een bijdrage te leveren aan een vernieuwde samenleving. Door eerlijkheid over motieven en gevoelens kon er helderheid komen over ieders specifieke opdracht. Een van de deelnemers aan deze gesprekken over het gezin was Maria Driessen, verpleegkundige, kort tevoren getrouwd met de Engelsman Howard Grace. Zij hadden elkaar in Australië ontmoet. Howard kon goed fotograferen. Op een weekendconferentie voor het gezin op 22 en 23 januari 1977 in het centrum van MH in Den Haag begon hij dia’s te maken. De conferentie had als thema: ‘Weg met het gezin of met het gezin op weg naar een veranderde samenleving’. Hij fotografeerde ook deelnemers thuis en liet ze hun verhaal vertellen. Zo bracht hij de ervaringen van de diverse gezinnen in beeld. In het veertig minuten durende ‘diaporama’, dat hieruit voortkwam, wordt een aantal verhalen verteld, gelardeerd met uitspraken op conferentiedagen en eindigend met een deel van een huwelijkspreek. Dit alles geïllustreerd met prachtige fotografie van typisch Nederlandse molens en tulpenvelden en gekruid met Engelse humor. De boodschap is dat het gezin geen bolwerk is dat angstvallig tegen de buitenwereld beschermd moet worden, maar een uitvalsbasis om verandering en vernieuwing te brengen in de samenleving.
Een wereldopvoeding
Een van de verhalen gaat over Pauline van der Zee-Lugard. Haar man Wiepke was stuurman op de grote vaart. Zij drong er steeds bij hem op aan om toch een baan aan de wal te zoeken. Maar zij vonden niets wat voldeed en zijn verlofperioden werden erdoor vergald. Tot zij op een dag bij zichzelf naging wat haar motieven eigenlijk waren. Jaloezie op de positie van haar broers en zusters en eerzucht om sociaal mee te tellen, speelden mee in plaats van dankbaarheid voor het vele goede dat zij hadden: twee fijne dochters en hun mooie huis. De schellen vielen haar van de ogen en zij schreef een lange brief aan haar man. Je ziet hem in de diaserie staan aan dek, uitkijkend over de hoge golven, waarbij hij vertelt over de enorme last die van zijn schouders viel bij het lezen van deze brief. Aangrijpend is het verhaal dat Riek de Boer-Leistra en haar dochter Johanna vertellen. Riek en haar man Jap, dezelfde die in 1946 als bouwkundige bij de verbouwing in Caux geholpen had, hadden in 1967 en 1968 in Australië, Nieuw-Zeeland en Papoea- Nieuw-Guinea gewerkt met MH. Riek ging eerder terug om zich weer bij haar dochter Johanna te voegen die deze periode bij een gastgezin had doorgebracht. Jap de Boer deed op de terugweg India aan. Maar het vliegtuig dat hij in Bombay nam om naar huis te gaan is nooit aangekomen. Vlak na de start verongelukte het. Riek zegt in het diaporama:’Na het overlijdensbericht van mijn man, bestond er voor mij maar één weg: totale overgave aan God. Want ik wist dat een toegeven aan mezelf en verdriet een volkomen ontreddering zou betekenen. Dit totaal in Gods handen geven is voor mij de sleutel geweest om geen bitterheid te hebben, me niet verloren of onnuttig te voelen. Een jaar na het ongeluk met mijn man kreeg ik zijn trouwring terug, die in de grote chaos gevonden was. Toen ik de ring in mijn hand hield, was het alsof God tegen me zei: Toen je alles aan mij gaf, vertrouwde je dat ik voor je zou zorgen. Ik doe het, tot in het kleinste detail’[18]. De reactie van Johanna was om weg te vluchten in een droomwereld. Ze deed de deur dicht, ze stopte haar verdriet weg met een stevige deksel erop. ‘Het was een normale reactie’, zegt ze nu. ‘Het was te pijnlijk. Ik moest zien te overleven. De deksel kan pas open als je eraan toe bent. Dat gebeurde acht jaar later in 1976, tijdens de (eerder in dit hoofdstuk genoemde) jongerenconferentie met Pasen in Nijmegen. Daar vielen de schellen me van de ogen. Plotseling – het was tijdens de paaswake - zag ik dat ik een blokkade had opgebouwd en daardoor ongevoelig was geworden voor het verdriet van mijn moeder. Ik heb daarna een eerlijk gesprek met haar gehad, wat me een nieuwe liefde voor mijn moeder gegeven heeft.’ Door de open verhouding met haar moeder heeft Johanna ook met haar kunnen praten over een andere traumatische periode in haar leven. Van 1963 tot 1964, ze was toen drie jaar oud, lieten haar ouders haar achter in de Caux school om in Duitsland in het Roergebied te werken. In die Caux school waren allerlei kinderen van ouders die elders in de wereld met MH werkten. Het was een echte school met bevoegde leerkrachten. De kinderen werden ook goed verzorgd [19]. Maar voor de driejarige Johanna was het niet te bevatten dat haar ouders haar achterlieten. Later besefte ze hoe moeilijk het ook voor hen geweest was. Toen Johanna’s eigen dochter drie was, zei Riek tegen haar: Hoe heb ik het kunnen doen? ‘Het heeft mijn moeders hart gebroken’, zegt Johanna. ‘Mijn moeder zei ook dat mijn vader het er nog moeilijker mee heeft gehad.’ Er moet een enorme druk op mijn ouders zijn uitgeoefend om dit te doen, denkt Johanna. Het gevoel van urgentie was groot, men was bang dat West-Duitsland ook ten prooi zou vallen aan het communisme, of dat er een derde wereldoorlog zou komen. En haar ouders hadden vanwege hun achtergrond een natuurlijk contact met arbeiders. Terugkijkend heeft Johanna begrip en respect voor de handelswijze van haar ouders. ‘Wie zal zeggen wat er gebeurd zou zijn in Duitsland als al die mensen in die periode niet die offers gebracht hadden? Ze deden het met de beste motieven. Ik heb mijn ouders alles vergeven. Ik heb een wereldopvoeding gehad’ [20].
Gezinsconferenties in Caux
De productie ‘Weg met het gezin - of: met het gezin op weg?’ leidde in 1979 tot een serie gezinsconferenties in Caux, die jaarlijks in de zomer plaatsvonden. Daarvoor moesten kinderstoelen en bedjes worden aangeschaft, want er waren gedurende die ene week gemiddeld honderdvijftig ouders en evenveel kinderen. Deze conferenties werden door dezelfde Nederlandse echtparen geïnitieerd die al ervaring hadden met de conferenties in eigen land. Naast Peter en Digna Hintzen, Kees en Marina Scheijgrond hebben ook Maarten de Pous en zijn Engelse echtgenote Lis de Pous-Davey zich met hart en ziel hiervoor ingezet [21]. Het programma voor de ouders was niet moeilijk te organiseren, er waren genoeg interessante inleiders en gespreksgroepen. Maar voor de kinderen kwam er veel meer bij kijken: alleen al de vertaling! Het was een bijzondere onderneming waarbij veel creativiteit aan de dag gelegd werd. Iedere morgen begon met een half uur voor jong en oud, met poppenkast of een paar clowns [22]. Na zeven jaar waren de betrokken kinderen groot geworden en namen sommigen van hen regelmatig deel aan de jongerenconferenties. Men stopte met de familieconferenties tijdens de zomer, maar intussen was Caux wel kindvriendelijker geworden zodat gezinnen nu de hele zomer door welkom zijn. Tussen 1988 en 2000 waren Nederlanders de belangrijkste motor achter de gezinsconferenties rond Kerst en de jaarwisseling in Caux. Veel van de thema’s werden in Nederland bedacht en door een Nederlands team voorbereid onder leiding van mijn echtgenoot Johannes de Pous [23]. Het bijzondere was dat ouders èn kinderen, ook teenagers en twintigers, actief meedachten en –werkten. Het ging bijvoorbeeld over luisteren: in het gezin, op het werk, in stilte. Of over waarden, welke waarden vormen de basis van ons leven? Eén winter was het thema ‘durven’: durf stop te zeggen, durf flexibel te zijn, durf trouw te zijn aan jezelf, durf lief te hebben, durf te wagen. De thema’s werden ook behandeld in allerlei creatieve uitingen, zoals schilderen, toneel, rollenspel, dans, schrijven, poëzie, zang en muziek. Het kleinere aantal deelnemers (maximaal tweehonderd) dan tijdens de zomerconferenties, de sneeuw buiten en het enorme haardvuur binnen gaven deze conferenties een huiselijke sfeer. Een aantal winters was er een oudere Zwitser, Jacques Henri, die speciaal de Nederlandse kinderen skiles gaf. Hij zorgde zelf voor ieders ski-uitrusting. Vaak kon er geschaatst worden, meestal ook gesleed en natuurlijk altijd gewandeld. De Nederlanders bakten oliebollen, eerst voor de liefhebbers alleen, meest Nederlanders. Maar er kwamen steeds meer liefhebbers. Uiteindelijk werden de oliebollen een vast bestanddeel van de oudejaarsviering voor iedereen. Velen bewaren ook goede herinneringen aan de kerstvieringen, waarin gebruiken uit de verschillende Europese landen harmonieus samengevoegd werden. Een groep jonge Scandinavische gezinnen is in 2003 begonnen weer gezinsconferenties in de zomer in Caux te organiseren.
Wisseling van de wacht
Net zoals in Caux gaan de gezinsactiviteiten in Nederland tot op de dag van vandaag door. En ook hier vindt er af en toe een wisseling van de wacht plaats. Degenen die ze nu organiseren zijn niet meer dezelfden als in het begin. Als de kinderen het huis uit gaan, wordt het stokje doorgegeven aan ouders met jonge kinderen. Die ouders hebben soms zelf vroeger als kind meegedaan. De gezinsdagen en –weekenden vinden in een ontspannen sfeer plaats. Er wordt niet alleen gepraat maar jong en oud gaan ook de natuur in voor sport of spel [24]. Soms komen er sprekers van buitenaf, experts op het gebied van opvoeding bijvoorbeeld, maar ook wel zorgen de deelnemers zelf voor de inhoud. Zoals bijvoorbeeld de gezinsdag in maart 1990 toen twee ouders de inleiding verzorgden over hoe bewust te leven in de consumptiemaatschappij. Geert Geertsema, vader van drie kinderen uit Groningen, met ervaring als productmanager van een groot industrieel bedrijf, toonde aan dat in onze huidige markteconomie de consument een doorslaggevende invloed heeft. En Barbara Berkhout, moeder van twee en informatieanaliste op het ministerie van Economische Zaken, vertelde hoe ze als bewuste consument dagelijks voor dilemma’s staat. Overal lijkt wel te voor te staan, zei ze. Haar oplossing is dat te weg te laten en een evenwicht te zoeken. Dan geniet je ook meer van de dingen die je koopt, is haar ervaring. De hele dag stond in het teken van hoe verantwoordelijk om te gaan met onze welvaart, ook het kinderprogramma. Onder leiding van Jack en Marjolijn Windig maakten de kinderen prachtige kunstwerken van het afval van onze consumptiemaatschappij [25]. Sinds 1998 worden de gezinsactiviteiten georganiseerd door de gezinswerkgroep. Paul Berkhout, meubelrestaurateur in eigen atelier in Den Haag en de man van Barbara, is daar zeer actief in. ‘Het gezin,’zegt hij, ‘heeft voor mij als symbool van veiligheid grote waarde. Ik denk dat mijn verleden hierbij een rol speelt. Ons gezin vroeger thuis was als een handvol los zand. Ik heb daardoor geleerd hoe het niet moet. Mijn eigen gemis aan veiligheid in het gezin maakt dat ik het anders wil, ook voor anderen, vandaar mijn deelname aan de gezinsgroep.’ Een ander lid is Uyên Lu, die op haar 16de als bootvluchteling uit Vietnam naar Nederland gekomen is en nu met haar man (ook bootvluchteling) en twee kinderen in Assen woont en als campagne coördinator bij Univé verzekeringen werkt. Zij geeft als motivatie: ‘De ideeën achter Initiatives of Change en de wijze waarop ze in praktijk worden gebracht, spreken mij bijzonder aan. Daarom wil ik een actieve bijdrage leveren. De gezinswerkgroep sluit het meest aan bij mijn persoonlijke interesse. De onderwerpen die tot nu toe bij onze activiteiten de revue passeren, laten zien waarmee het gezin tegenwoordig geconfronteerd wordt.’ Jack en Marjolijn Windig doen mee met de gezinsconferenties omdat ze graag met anderen van gedachten wisselen over zaken die het gezin aangaan. Het is ook gewoon heel gezellig en de kinderen vinden het leuk hun vriendjes en vriendinnetjes weer te zien, zeggen ze. Ook Lis de Pous doet mee met de gezinsgroep. Haar eigen kinderen zijn al volwassen, maar haar overtuiging voor het belang van de opvoeding blijft. Ze weet hoe belangrijk het is dat ouders ervaringen kunnen uitwisselen. ‘Je eigen kinderen groot brengen is een van de grootste uitdagingen van onze tijd. Door aandacht te geven aan zoekende ouders en opvoeders in de vorm van ontmoetingen met relevante thema’s krijgen ze steun in hun niet altijd makkelijke taak,’zegt zij. Een heel bijzondere dag die door de gezinsgroep georganiseerd werd, niet alleen voor ouders, maar ook voor hun oudere tiener- en twintiger kinderen, ging over duurzame relaties. Op een mooie junidag in 2002 in Elspeet vertelden Paul en Els van Tongeren over hun ervaringen op dit gebied. Paul van Tongerens hart klopt voor een betere wereld. Als directeur van het Europees Centrum voor Conflictpreventie probeert hij actoren op het gebied van de vrede met elkaar te laten samenwerken. Maar op deze dag spraken hij en zijn vrouw Els over zichzelf. Na een huwelijk van dertig jaar waren ze gescheiden, en toen na vijf jaar hertrouwd – met elkaar. Ze vertelden open en eerlijk over het conflict in hun relatie en hoe ze weer tot elkaar waren gekomen. In 1944, toen Paul twee was, werd zijn vader doodgeschoten door de Duitsers. Zijn moeder, die toen het huis moest verlaten met al haar kinderen, heeft door de shock de laatste twintig jaar van haar leven niet kunnen spreken. Door zijn rampzalige jeugd, vertelde Paul, had hij ergens in zich een stuk beton met een deksel erop. Niemand kon daarbij komen, ook Els niet. Door de schok die het vertrek van Els teweegbracht, brak dat emotionele blok open. Ze vonden elkaar na vijf jaar weer terug. Paul: ‘Ik vond een nieuwe openheid tegenover Els. Door deze verandering gebeurden er wonderbaarlijke dingen in mijn werk, bijvoorbeeld wat betreft de huisvesting en regeling van de leerstoel voor conflictpreventie in Utrecht. Ik heb een wonderenschrift aangelegd.’ Els: ‘Doordat we nu een goede communicatie hebben, is er een nieuw geluk gekomen in onze relatie. Het boeiende van zo’n relatie is dat je naar buiten haalt wat onbewust is in de ander. We hebben allemaal duistere kanten, waar we geen rekening mee houden. In een relatie kun je die kanten bespreekbaar maken’[26].
Noten
[1] Nederlanders en hun gezagsdragers 1950-1990, Uitgeverij Nijgh Versluys, Baarn, 2002, p.27. ‘Bij een sit-in ging men in een bepaald lokaal, bijvoorbeeld een aula of een collegezaal, massaal op de grond zitten. Een sit-in kon gemakkelijk veranderen in een teach-in, dan werd er niet alleen gezeten maar ook gediscussieerd over te voeren acties en actuele onderwerpen.
[2] Innocent men door Peter Howard, eerste en tweede druk in 1941.
[3] Uitgaven van Ideeën hebben benen verschenen behalve in Nederland in Engeland, V.S., Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, Griekenland, Zwitserland, Canada, Australië, India en Zuid-Afrika. Enkele van zijn toneelstukken en musicals waren: The vanishing island, Space is so startling, Mr. Brown comes down the hill en Happy Deathday. De laatste twee zijn verfilmd.
[4] Interview met Maarten de Pous op 16 juni 2004.
[5] Meer hierover in hoofdstuk 9.
[6] Ander Nieuws 1999, nummer 5 ‘Een wonderlijk verhaal’ door Digna Hintzen.
[7] Meer over hen in hoofdstuk 8.
[8] Zie ook hoofdstuk 8.
[9] Zie hoofdstuk 3, Friesland.
[10] Verteld aan Digna Hintzen door Jan van Nouhuys in 2001.
[11] Nieuw Wereld Nieuws (NWN) doet tussen 1967 en 1971 met regelmaat verslag van deze tournee. In Nederland had de show de titel ‘Je mag naar buiten leunen’, een woordspeling op wat er toen onder de ramen van de treinen stond: Niet naar buiten leunen!
[12] Verslagen over de optredens en reizen van Song of Asia staan in NWN, 1971, nummer 5 en 6; NWN, 1975, nummer 7; NWN, 1975, nummer 5; 10. NWN, 1976, nummer 2 en 3.
[13] Naast de auteur Garth Lean uit Oxford voerden Maarten de Pous, een van de Nederlandse initiatiefnemers; B. Bot S.J., adviseur voor onderwijszaken van de provinciaal der Jezuïeten in Nederland; prof. dr. J.W. van Hulst, hoogleraar in de pedagogiek aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de Eerste Kamer, het woord.
[14] Het Zwart-wit boekje (oorspronkelijke titel The Black and White Book) door Sydney Cook en Garth Lean, 1973; NWN, 1973, nummer 22.
[15] Zie hoofdstuk 8.
[16] De uitnodiging in vier talen stelde: Gevraagd – jongeren voor boeiende verantwoordelijke betrekking, permanent werk gegarandeerd. Vereiste eigenschappen – ondernemingsgeest, moed en toewijding. Diploma’s – niet nodig. Taakomschrijving – Werken aan een nieuwe samenleving waar er voor iedereen een belangrijke en geheel eigen taak is etc. Van de tweehonderd deelnemers kwamen er vijfenvijftig uit Duitsland en vijfendertig uit Engeland. Veel indruk maakte de hoofdspreker Ludek Pachman, Tsjechisch schaakgrootmeester en vrijheidsstrijder uit de tijd van de Sovjetinval in 1968 (als reactie op de ‘Praagse lente’). Hij was niet alleen kritisch ten opzichte van het communisme, maar wees ook het overdreven winstmotief in het Westen af. Conclusie van een van de jongeren: ‘Niet het communisme is onze vijand, maar de corruptie en verdorvenheid van mensen.’ In deze conferenties traden jonge Europeanen op die vrij waren van het verleden. De sfeer van neerbuigendheid enerzijds en zelfbeschuldiging anderzijds hadden ze achter zich gelaten. Europese eenheid op grond van openheid en eerlijkheid. Aldus het verslag in NWN, 1976, nummer 8. De NOS zond een programma van zeven minuten uit over de Nijmeegse conferentie met een interview met twee Nederlandse deelnemers.
[17] Interview met Anneco Vrieling-Adriaanse op 26 april 2005.
[18] ‘Weg met het gezin - of: met het gezin op weg?’ van Howard Grace is in acht talen vertaald, waaronder Indonesisch.
[19] De kinderen van de Duitse mijnwerkers waren daar bijvoorbeeld ondergebracht, terwijl hun ouders rondreisden met het toneelstuk Hoffnung (zie hoofdstuk 5). Dieuwke Roodvoets- van der Veen, de dochter van Johan en Hillie van der Veen, vertelde dat zij voor deze kinderen in 1958 en 1959 in Caux zorgde (zie ook hoofdstuk 12). Interview met haar op 17 september 2004. Voor Johanna zorgde Fien Driessen, dochter van Kees en Wea Driessen.
[20] Interview met Johanna Jaulmes-de Boer op 16 juni 2005.
[21] Elisabeth Davey en Maarten de Pous kenden elkaar van hun jaren met Anything to Declare. Zij trouwden in 1973.
[22] Er waren veel meer Nederlandse gezinnen die zich inspanden voor de gezinsconferenties in Nederland en in Caux, zoals de families Gunning, Overdijkink, Burger, Van der Zee, Van Nieukerken, Van Nouhuys, Geertsema, Roodvoets. Jan van Nouhuys was een fantastische clown en Ineke Overdijkink-de Pous (dochter van Cor en Sijtje de Pous) bedacht de origineelste poppenkasten die ze met haar kinderen opvoerde.
[23] Ook een zoon van Cor en Sijtje de Pous. De Nederlanders hadden een onevenredig groot aandeel in deze conferenties. Er was één winter dat er 70 Nederlanders (van kleine kinderen tot opa’s en oma’s en alles wat daartussen zit) waren onder de 200 conferentiedeelnemers.
[24] Die weekenden vonden vaak plaats in de Doopsgezinde Broederschapshuizen Fredeshiem in Steenwijk en Mennorode in Elspeet, beide gelegen in het bos.
[25] NWN, 1990, nummer 4. Jack Windig is de zoon van Jaap en Rinske Windig-de Boer. Jack, wetenschappelijk onderzoeker en liefhebber van planten en dieren, en Marjolijn, bibliothecaresse, hadden toen nog geen kinderen. Nu hebben ze twee tienerdochters en een zoon van negen.
[26] Uit het verslag van die dag in Ander Nieuws 2002, nummer 4









