REIKEN NAAR EEN NIEUWE WERELD
HOOFDSTUK 7

Hoofdstuk 7

De gestadige groei van een nieuwe wereld

In januari 1968 opende het eerste nummer van de veertiendaagse publicatie Nieuw Wereld Nieuws (NWN) met de volgende woorden: ‘Hier presenteren we ons dan in een nieuwe gedaante. Onze bedoeling is nieuws te brengen over de gestadige groei van een nieuwe wereld’ [1]. De nummers van NWN in die jaren ademen een vooruitgangsgeloof. Langzaam maar zeker bouwen we aan die nieuwe wereld. Het is alleen een kwestie van tijd en inzet. Er sprak een enorm idealisme uit en een geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Deze houding trof je niet alleen aan in de kringen van MH, de hele maatschappij was ervan doordrongen. Het was ‘in’ om je solidair te voelen met de arme volken [2]. Maar idealisme is niet genoeg. Idealisme, zo was de gedachte bij MH, zou doodbloeden als het niet gebaseerd was op het idee dat verandering bij jezelf (en dus ook bij onszelf in het westen) moet beginnen. Vooral jongeren – het is al gezegd – vonden veel creatieve manieren om deze boodschap aan de man te brengen. Het idee dat je een aandeel kon hebben in de creatie van een nieuwe wereld sprak zo aan, dat menige jongere er zijn of haar studie en carrière voor opgaf om zonder financiële zekerheden fulltime met Morele Herbewapening te gaan werken. Er was een gevoel van urgentie: de wereld moet vernieuwd worden en het moet nu gebeuren, er is geen tijd te verliezen, ook niet om bijvoorbeeld je opleiding af te maken. Later, toen er wat realistischer tegen de maakbaarheid van de samenleving werd aangekeken, hadden sommigen er spijt van hun opleiding niet voltooid te hebben. Om duidelijk te maken dat wat er nodig was niet alleen een idee was voor het weekend of de vrije tijd, maar iets wat het hele leven zou beïnvloeden, werd het woord ‘ideologie’ gebruikt. Tegenover de uitdaging van de communistische ideologie die uit was op wereldoverheersing, stond het westen met een toegeeflijke pragmatische samenleving, zonder doel, zonder idee. Wij in het westen waren geen partij, tenzij we ook een ideologie zouden hebben; een ideologie gebaseerd op de waarden die West-Europa groot gemaakt hebben. En tenzij we ook werkelijk naar die waarden zouden leven. Vanuit dat gevoel van enorme urgentie werden ook fouten gemaakt. In hoofdstuk 4 schreef ik al dat MH dit idee in 1959 onder andere aan de man probeerde te brengen door de wijde verspreiding van het boekje Ideologie en Coëxistentie. Deze enorme actie had niet het gewenste effect. Integendeel, zij heeft veel irritatie gewekt. Nog meer beroering en ook vaak ergernis wekten de paginagrote advertenties uit begin jaren zestig. Ze trokken veel aandacht omdat MH toen een van de eersten was die dit medium gebruikte om een dergelijke boodschap uit te dragen. Het probleem was dat op één na al deze advertenties letterlijk uit het Engels vertaald waren. Het werd voetstoots aangenomen dat deze in ons land nodig en nuttig waren. Het beleid van MH in die tijd werd in Engeland bepaald en zonder meer nagevolgd in andere landen, zo ook in Nederland. Na de oorlog werkten hier veel Engelse fulltimers en zij hadden grote invloed op het werk hier. We zaten toen midden in de koude oorlog, wat een centraal thema in de advertenties was. In Engeland waren er schandalen geweest, waarbij communistische spionnen infiltreerden via homoseksuele en buitenechtelijke contacten. In enkele uit Engeland overgenomen advertenties werden onder andere homoseksualiteit en homoseksuele relaties, die in Engeland toen strafbaar waren, veroordeeld. In die tijd was in Nederland homoseksualiteit in de politiek en de kerken ook nog in de taboesfeer, maar er was geen enkele aanleiding dit onderwerp in ons land op deze manier via advertenties aan de orde te stellen

Een kleine zendgemachtigde

Deze publicitaire acties hadden tot gevolg dat MH een weer zekere landelijke bekendheid kreeg, net zoals voor de Tweede Wereldoorlog. En dit maakte het mogelijk, dankzij een nieuwe Omroepwet, zendtijd aan te vragen. Tot veler verrassing werd die door Marga Klompé, KVP-minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM), toegewezen. Tussen 1967 en 1972 was MH een van de zeven ‘kleine zendgemachtigden’ met onder andere de Bond zonder Naam, HIRO, Humanistisch Verbond en de NVSH. (In de pers werd wel gesproken over ‘Sneeuwwitje en de zeven dwergen’.) Dit betekende dat ze per jaar twaalf radio-uitzendingen en drie tv-uitzendingen van tien minuten kon verzorgen. In het eerste nummer van Nieuw Wereld Nieuws vertelde redactielid Aad Burger wat men in deze programma’s tot uitdrukking wilde brengen: ‘Wij zijn geïnteresseerd in een nieuwe rechtvaardige wereld, waarin mensen leven die door een nieuwe geest zijn bezield… Daarom zijn we voor morele normen in het persoonlijke en nationale leven en voor de naleving ervan, waarbij iedereen bij zichzelf kan beginnen’ [3]. Na de uitzendingen werden de telefoons in het centrum van MH in Den Haag extra bemand. Luisteraars en kijkers wilden op- of aanmerkingen maken, hun steun betuigen of informatie inwinnen. Door de uitzendingen steeg het aantal abonnees van NWN van achthonderdvijfenvijftig in 1968 met ruim 25% tot ongeveer elfhonderd in 1973 [4]. De uitzendingen gingen over onderwerpen als: ‘Een revolutie, effectiever dan geweld’ en ‘Is Nederland vol?’ waarin de vraag werd gesteld of mensen een verliespost of een winstpunt zijn. Ook kwamen de conferenties in Caux aan bod. In 1968 maakten Nederlandse jongeren daar in een studio een programma voor de Nederlandse radio. Een programma dat veel reacties opriep was de tv-uitzending ‘De slag om de toekomst wordt in het gezin uitgestreden’, waarin vijf moeders een pleidooi hielden voor het gezin. Tot kort voor middernacht bleven de telefoontjes binnen komen en ook per post kwamen veel reacties. De televisie-uitzending over Anything to Declare? trok in het laatste kwartaal van 1968 van alle kleine zendgemachtigden de meeste kijkers [5]. Door het in 1969 volledig in werking treden van de nieuwe Omroepwet, werd het twijfelachtig of de zendtijd voor alle kleine zendgemachtigden gecontinueerd zou worden. In de wet was de beperking opgenomen dat deze alleen recht op zendtijd zouden hebben als programma’s van andere instellingen niet in voldoende mate in de betreffende behoefte voorzagen. Hiervan gebruik makend deden de grote zendgemachtigden er alles aan de ‘kleine’ onder het motto van versnippering als overbodig te bestempelen en hoewel minister Klompé inmiddels demissionair was, trok zij in 1971 de zendtijd van een aantal kleine zendgemachtigden in. MH ging in beroep bij de Raad van State, verkreeg schorsing van de intrekking, maar moest zich tenslotte bij de opheffing neerleggen. Omdat in de praktijk het specifieke geluid van MH bij de grote zendgemachtigden slechts zelden een kans kreeg, werd in 1974 opnieuw zendtijd aangevraagd. Het verzoek werd door de toenmalige PPR-minister van CRM, mr. H.W. van Doorn, met beroep op de Omroepwet toch afgewezen [6].

‘De alles-mag-maatschappij’

Bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij werden in kringen van Morele Herbewapening met zorg bekeken, zo blijkt uit de publicaties van die tijd. ‘Is de alles-mag-maatschappij ideaal?’ was het thema van een tv-uitzending op zondagavond 15 maart 1970 [7]. ‘Is het een wonder dat jongeren rebelleren tegen ouders die geen groter doel hebben dan succes, zekerheid en gemak?’ zo stelde in deze uitzending de journalist Fred Ladenius, die veel van de tv programma’s voor MH mee hielp maken. Een paar maanden later werd Charlotte van Beuningen ter gelegenheid van haar 90ste verjaardag geïnterviewd door het dagblad de Rotterdammer: ‘De alles-mag-maatschappij moet wel uitlopen op chaos en vernietiging’, vertelde ze haar interviewer [8]. Tegenover de ‘permissive society’, de toegeeflijke maatschappij, stelde MH dat mensen een idee nodig hadden, een doel om voor te leven. Het ontbreken van een bevredigend doel kon bijvoorbeeld een reden zijn voor jongeren hun toevlucht te zoeken in drugs. Met name de Rotterdamse, nauw bij MH betrokken, arts Karel Gunning bestreed de opvatting dat het gebruik van soft drugs ongevaarlijk was. Hij gebruikte daarbij ervaringen die hij had opgedaan in de Verenigde Staten, waar hij twee jaar en in Marokko, waar hij zeven jaar als arts gewerkt had. Voor zijn opvatting kreeg hij veel tegenwerking maar ook enkele medestanders. Later richtte hij het Nederlands Artsenverbond op dat zijn overtuiging steunde over drugsgebruik en bescherming van het ongeboren leven [9]. Het heeft lang geduurd voordat ook in Nederland betrokken instituten en de media meldden dat er aan het gebruik van soft drugs wel degelijk gevaren verbonden zijn. Voorstanders van legalisering hebben dit jarenlang ontkend. Bezorgdheid was er ook om de voortschrijdende emancipatie van de vrouw. Zou het gezin daar niet de dupe van kunnen worden? Op 9 oktober 1971 begint op de achterpagina van Nieuw Wereld Nieuws een nieuwe rubriek ‘Door vrouwen bezien’, onder redactie van Digna Hintzen. Het werd een veelgelezen rubriek vol ‘human interest’ [10]. Twee thema’s komen daar keer op keer naar voren. De vrouw heeft een belangrijk aandeel in het werken aan een nieuwe wereld èn haar rol in het gezin als huisvrouw en moeder is cruciaal. De vrouw moet haar bevrediging niet zoeken in een eigen carrière, maar in de zorg en verantwoordelijkheid voor haar gezin. Tegenover het ‘eisen’ van de Dolle Mina’s werd het dienen gezet waartoe het christendom allen, maar zo leek het, vooral vrouwen roept. Intussen waren veel vrouwen die zich in het kader van MH inzetten, beslist geen mensen die zich alleen met hun eigen gezin bezighielden. Zij voelden zich mee verantwoordelijk voor wat er in het land en daarbuiten gebeurde en maakten veel tijd vrij om aan allerlei activiteiten mee te doen. Ouders in de kring van MH lieten schijnbaar met het grootste gemak hun kinderen voor langere tijd bij een oppas(gezin) achter als het werk voor ‘een nieuwe wereld’ hen naar verre landen riep [11]. En dan had je nog ‘de pil’. De uitvinding die volgens velen de ultieme bevrijding van de vrouw inhield, maar haar volgens anderen degradeerde tot seksobject. Ook in kringen van MH werd over deze zaken verschillend gedacht, maar men was één in de overtuiging dat alle nieuwe mogelijkheden de mens voor een morele keuze stelden: wat te doen en wat na te laten. Die keuze moest niet in de eerste plaats gemaakt worden op basis van regels en voorschriften, maar vooral met het oog op de nieuwe wereld die werd nagestreefd en waar men alles voor wilde inzetten [12].

Thuisvoorstellingen

Een van de manieren waarop het team de nieuwe wereld dichterbij probeerde te brengen was door filmvoorstellingen te organiseren. Enkele toneelstukken en musicals van Peter Howard werden verfilmd. Er kwamen in de jaren zestig en zeventig ook telkens nieuwe films en documentaires in omloop, die vanwege de maatschappelijke thema’s die ze aansneden, de moeite waard waren om vertoond te worden. Meestal werden die filmvoorstellingen bij iemand thuis gegeven, in de tijd voor de video een hele onderneming. De gastheer en/of gastvrouw nodigden vrienden en belangstellenden uit. Uit Den Haag kwam iemand met de zestien millimeter film, een zware projector en een scherm. De film werd ingeleid en er was een nagesprek. Soms werden de voorstellingen ook in een zaaltje gegeven. En een enkele film draaide in een paar bioscopen. Er was een groot en actief landelijk team dat ervoor zorgde dat de films een zekere verspreiding kregen. Twee veel vertoonde films waren Mr. Brown comes down the hill (Meneer De Bruin komt de berg af, 1964) en Happy Deathday (Gelukkige sterfdag, 1967 ). De eerste gaat over de zoektocht naar God. Degene die God uiteindelijk vindt, ontdekt dat God net als hijzelf een zwarte man is. Hij noemt hem meneer De Bruin en nodigt hem uit met hem mee de berg af te komen om te zien hoe het er in de wereld voorstaat. Dit gebeurt, met dramatische gevolgen. In de tweede film is een meisje ongewenst zwanger, een feit dat de hypocrisie van de oudere generatie blootlegt. Een andere film was de gedeeltelijk in Kenia opgenomen Voice of the Hurricane (Stem van de orkaan, 1960). Tegen de achtergrond van de schitterende en bij tijden ook beangstigende Afrikaanse natuur wordt de arrogantie van de koloniale houding aan de kaak gesteld. Degene die er uiteindelijk het slachtoffer van wordt, is juist hij die deze houding wilde doorbreken. De eerder genoemde film Freedom (Vrijheid, 1957) speelt ook in Afrika. De Afrikanen die de film maakten, zeggen hierin dat ze niet alleen vrij willen zijn van de koloniale overheersers, maar ook vrij van verdeeldheid en corruptie. De film The Crowning Experience (De Bekroning, 1957) is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal dat speelt in de Verenigde Staten en gaat over de rassenkwestie, die in de jaren vijftig daar zeer actueel was. De hoofdpersoon is Mary McLeod Bethune, dochter van slaven die een bekende zwarte onderwijskundige, strijdster voor gelijke rechten en speciaal adviseur voor president Roosevelt werd. Zij wilde dat ook zwarte kinderen onderwijs op hoog niveau konden krijgen en richtte de eerste zwarte hogeschool op. Op een conferentie van MH in 1954 in Washington sprak zij de woorden: ‘Deel uit te maken van deze verenigende kracht is de bekroning van mijn leven’. De hoofdrol werd prachtig gespeeld en gezongen door Muriel Smith, zwarte operazangeres en musicalster [13]. Deze film werd in Nederland in enkele bioscopen vertoond. Ook de speelfilm Mannen van Brazilië (1960) is gebaseerd op ware gebeurtenissen die plaats vonden in de haven van Rio de Janeiro. Havenarbeiders en vakbeweging bonden samen succesvol de strijd aan tegen het gangsterdom dat de haven in een wurggreep hield. De diavoorstelling ‘Bouwen op vast grond’ (1974) gaat over de acties van de ‘favelados’, de krotbewonders rond Rio, die aangemoedigd door de havenarbeiders zelf hun problemen aanpakten. De eerder genoemde Nederlandse diavoorstelling ‘Met het gezin op weg’ (1977), met daarin ware verhalen, was heel geschikt om in de huiskamer te vertonen. Er zijn verschillende documentaires waarin Caux een centrale rol speelt. In een ervan wordt de ervaring verteld van de Nederlandse, in Rome gevestigde, journalist Fred Ladenius. In het voorjaar van 1967 moest hij voor de Osservatore Romane een reportage maken over het groeiende conflict tussen de Duitssprekende minderheid en de Italiaanse meerderheid in Zuid-Tirool (deel van Italië). In plaats van het conflict alleen te verslaan, kreeg hij het idee dat hij wellicht ook iets kon doen om het te helpen oplossen. Hij haalde politici van beide groepen over om naar Caux te gaan. In de daarop volgende achttien maanden volgden nog zes van dergelijke groepen. Mede als gevolg daarvan kon, voordat er nog een jaar voorbij was, er een overeenkomst getekend worden [14]. Een aantal films en documentaires is ook of alleen maar op video verschenen. Over Irène Laure en de verzoening met Duitsland [15] is een video, Pour l’amour de demain (Uit liefde voor morgen, 1985), gemaakt. Er waren ook documentaires over India en Zuid-Afrika, die de betrokkenheid van het Nederlandse team bij die delen van de wereld vergrootte [16].

Acties voor India

Het enthousiasme om iets voor India te doen was groot. Bovendien is de ‘gestadige groei van een nieuwe wereld’ soms makkelijker te zien in een ver land als de problemen letterlijk op straat liggen. In die tijd was India nog een arm ontwikkelingsland, waar in Nederland acties voor gevoerd werden. De belangstelling van het Nederlandse team voor India werd gewekt door de tot de verbeelding sprekende Mars op Wielen van Rajmohan Gandhi in 1963. Zijn grootvader Mahatma Gandhi had in 1930 met tweeënzeventig medestanders van het geweldloze verzet tegen de Britse overheersing driehonderd kilometer van Ahmedabad naar de zee gelopen met het doel zout te maken. Het zout was, zoals Gandhi zei, een gave van God, maar er werd door de Britten belasting op geheven. De zoutmars was een geweldloos protest hiertegen en het bleek het keerpunt te zijn in de strijd voor onafhankelijkheid. Dit bracht Rajmohan Gandhi en een viertal collega’s in 1963 op het idee van een Mars op Wielen. Dit keer niet voor de onafhankelijkheid, maar voor een ‘sterk, eensgezind en corruptievrij India’. Zij begonnen met zeventig mensen in het meest zuidelijke puntje van India aan een tocht van ruim zesduizend kilometer naar de hoofdstad Delhi. De belangstelling onderweg, vooral van jongeren, was overweldigend. Ton Philips, die meetrok, vertelt dat Peter Howard, die er ook bij was, hierdoor geïnspireerd raakte om in de VS de jeugd meer bij de acties te betrekken, wat resulteerde in grote jongerenconferenties en de Sing-Outs. In India werd de Mars op Wielen gevolgd door een tiental jeugdkampen in alle delen van India, waar meer dan vierduizend jongeren aan meededen. Het jeugdkamp in Panchgani, in de staat Maharashstra, in 1964 had verstrekkende gevolgen. Na afloop van dat kamp werd Gandhi benaderd door elf ingezetenen van de gemeente Panchgani. Ze zeiden: ‘U kunt nu niet zomaar weer weggaan.’ Gandhi antwoordde:’Als u ons land geeft, geven wij u een centrum.’ Vier jaar later stond op de hoogvlakte boven het dorp het conferentie- en scholingscentrum Asia Plateau [17]. De Mars op Wielen en de scholingskampen hadden ook nog een ander gevolg. Jongeren die de actie wilden voortzetten schreven in 1966 op basis van hun eigen ervaringen de muzikale show India Arise. In een halfjaar tijd voerden ze die in vierenveertig steden en dorpen in heel India op en daarna trokken ze ermee naar Europa. Dit bracht zoveel enthousiasme onder jongeren in Europa teweeg, dat het ontstaan van Anything to Declare daar een direct gevolg van was. Er was dus veel contact over en weer tussen Europa – en Nederland speelde daar een grote rol in – en India. Het was dan ook niet verwonderlijk dat het plan om in Panchgani een scholingscentrum van MH te openen, mensen in Nederland inspireerde en tot grote offerbereidheid bracht. Er werden creatieve manieren bedacht om geld in te zamelen. Nella de Kiefte bijvoorbeeld organiseerde in een druk winkelcentrum in Den Haag een bazaar voor het conferentiecentrum in India en haalde daarmee negenduizend gulden op [18]. Jarenlang werden overal in het land bijeenkomsten georganiseerd om de verbondenheid met India te benadrukken en geld bijeen te brengen. Die werden veelal door het plaatselijke team geïnitieerd. In de nieuwsbrieven en de radio- en tv-uitzendingen werd hier veel aandacht aan besteed. Het centrum Asia Plateau werd op 20 januari 1968 geopend. Uit alle delen van India waren mensen gekomen voor de opening, maar er waren ook veel buitenlanders aanwezig onder wie uiteraard Nederlandse gasten. Nog steeds wordt het centrum te Panchgani intensief gebruikt. Als je een willekeurige Disha, de kwartaal uitgave van MH/IC in India, openslaat, sta je versteld van de hoeveelheid en verscheidenheid aan activiteiten. In een jaar tijd telde ik vierenzeventig cursussen of conferenties, sommige van een dag, maar de meeste meerdere dagen. Er vinden om maar iets te noemen cursussen plaats voor jongeren onder de titel ‘Preparing youth for the 21st century’, scholing voor geestelijke verzorgers in het Indiase leger en een programma voor mensen uit de industrie: ‘The Creative Leadership Programme’ [19].

De band met Zuid-Afrika

Een ander deel van de wereld waar Nederlanders intensief bij betrokken waren en waar ook uitgebreid over bericht werd in Nieuw Wereld Nieuws was Zuid-Afrika. In 1952 wilde men met een internationaal team het werk van MH in Rhodesië (het latere Zimbabwe) en Zuid-Afrika gaan ondersteunen. Om dit team te vervoeren werd een KLM vliegtuig gecharterd, waarvoor met name in Nederland via acties fondsen bijeen werden gebracht. De piloot bood aan zonder salaris het toestel te vliegen. Charlotte van Beuningen, Agathe van Walré de Bordes, Aad Burger en Dick van Tetterode maakten deel uit van dit internationale team. Het vertrok in december 1952 uit Amsterdam. In Rhodesië en Zuid-Afrika werd deelgenomen aan conferenties en bijeenkomsten die voor alle rassen toegankelijk waren, een unicum in die tijd. Men maakte daarbij gebruik van mazen in de wet. Een belangrijke rol hierbij speelde de arts William Nkomo, met Nelson Mandela een van de oprichters en de eerste voorzitter van de Jeugdbond van het Afrikaanse Nationale Congres (ANC). De politie die aanwezig was, kon onder de toen geldende wetten niet optreden. Later werden de apartheidswetten verscherpt. In de jaren zeventig waren tijdens de zomerconferenties in Caux regelmatig uit blanken en zwarten bestaande Zuid-Afrikaanse delegaties aanwezig. In 1973 bezocht een delegatie van hoofdzakelijk zwarte Zuid-Afrikanen Nederland na een verblijf in Caux [20]. Zij ontmoette onder andere politici en vooraanstaande personen uit de Nederlands Hervormde Kerk en pleitte voor steun aan de economische ontwikkeling van de acht thuislanden. Deze steun zou volgens de Zuid-Afrikaanse politici geen steun zijn voor de status-quo, maar juist een effectieve manier om van binnen uit iets te doen aan ongelijkheid en onrecht. In Nederland was dat in die tijd een omstreden standpunt. Een Nederlandse delegatie nam in 1974 deel aan een conferentie van Morele Herbewapening in de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria. Dirk de Loor, Jaap Windig, Aad Burger, Bert Wolvekamp e.a. maakten er deel van uit. De conferentie werd voorgezeten door ds. George Daneel, predikant van de Nederduits Gereformeerde Kerk en de onderwijskundige Cornelius Marivate, die later namens het ANC deel zou uitmaken van het eerste vrije parlement van Zuid-Afrika. Windig vertelde daar dat hij in de synode van de Nederlands Hervormde Kerk, waarvan hij lid was, had gepleit voor het gebruik van investeringen om betere voorzieningen voor de Afrikaanse bevolking tot stand te brengen. Ook had hij aangedrongen op overleg met de bevolking en de leiders van de thuislanden. Hij was hier mede toe gekomen door een ontmoeting met een delegatie uit het thuisland Bophuthatswana in Caux. De motie werd met de grootst mogelijke meerderheid door de synode aanvaard [21]. Ds. George Daneel, een van de Zuid-Afrikanen die in 1973 Nederland bezocht, sprak aan het slot van de conferentie in Pretoria: ‘Verandering begint niet wanneer wij wijzen op de fouten van anderen, maar wanneer wij onze eigen fouten onder ogen zien. Wij als blanken dragen een enorme verantwoordelijkheid' [22]. Eerder had Daneel tijdens de algemene synode van de Nederduits Gereformeerde kerk in Zuid-Afrika gezegd dat discriminatie van zwarten een zonde tegenover God was. Hij geloofde dat morele en geestelijke verandering uiteindelijk ook de nodige politieke verandering zou brengen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom hij nooit gebroken heeft met zijn kerk en het Afrikanerdom, zoals zijn meer militante tijdgenoot Beyers Naudé. Wel had hij in 1978 aan president Vorster geschreven dat hij vond dat het Afrikanerdom eerlijk schuld moest erkennen en zijn houding veranderen. In een gesprek dat zij daarna hadden, verdedigde Vorster zijn politiek. Maar vlak voor zijn dood, schijnt Vorster verzucht te hebben: ‘Daneel had toch gelijk’ [23]. De boodschap van MH was dus dat net als overal alle betrokkenen konden en moesten veranderen. Niemand hoefde op de ander te wachten. Dit was een uitgangspunt dat velen in Zuid-Afrika aansprak, zowel de zwarte als de blanke bevolking, al kostte het natuurlijk veel moeite het in praktijk te brengen. Vooral omdat de basis voor verandering gelijkheid moet zijn en onrecht aan de kaak gesteld moet worden. Het team van MH in Zuid-Afrika wees de apartheid af, maar wilde dingen veranderen zonder de autoriteiten te veel voor het hoofd te stoten. Dat dit toch gebeurde had te maken met de werkwijze van verschillende MH fulltimers uit Europa. Een van hen was Anneco Adriaanse. Zij had Zuid-Afrika leren kennen toen zij daar rondreisde met de jongerengroep Time to Choose. Zij is daarna terug gegaan en heeft er samen gewerkt met Howard en Maria Grace-Driessen [24]. Zij hadden goede contacten met zwarten in Soweto en Atteridgeville, en Anneco vooral ook met jongeren. Er was in de townships veel belangstelling voor de weg van verandering die MH voorstond. Hun activiteiten bleven niet onopgemerkt bij de veiligheidsdienst. Op een zeker moment, het was 1979, werden de Zuid-Afrikaanse leiders van MH door de veiligheidspolitie gewaarschuwd dat als ze de buitenlanders niet wegstuurden, ze in grote moeilijkheden zouden komen. Dit was niet de manier waarop het team van MH in Zuid-Afrika wilde werken en dus werd Anneco en het gezin Grace verzocht met onmiddellijke ingang het land te verlaten. Voor Howard was de terugreis extra pijnlijk. Hij had net een zwarte vriend uit Soweto opgezocht in de gevangenis en daar een lang gesprek met hem gehad. Dit gesprek was ongetwijfeld door de bewaker doorgeseind naar de autoriteiten. Vlak voor hun gedwongen vertrek kreeg Howard het verzoek of hij als ‘karakter getuige’ wilde optreden voor deze vriend. Het stak hem tot in het diepst van zijn ziel dat hij aan dat verzoek geen gehoor kon geven. Voor alledrie was dit een traumatische ervaring. Terug in Nederland ontdekte Anneco dat ze niet een twee drie over dit trauma heen kon stappen. Het duurde drie jaar voor ze weer kon functioneren in een baan. Het echtpaar Grace ging naar Engeland, waar Howard, die natuurkunde gestudeerd had, op zijn veertigste een didactische aantekening haalde. Dat jaar hielp Howard te herstellen van het innerlijke trauma die deze ervaring veroorzaakt had. Maria werd in beslag genomen door de zorg voor hun kleine kinderen [25]. Gevraagd naar een reactie schrijft Pieter Horn uit Zuid-Afrika dat die periode ook voor hen als Zuid-Afrikaans team heel moeilijk was. Ze werden voortdurend in de gaten gehouden door de Veiligheidspolitie. Een aantal van hen is verschillende keren opgepakt en verhoord. Ze moesten thuis voorzorgsmaatregelen treffen, omdat ze niet wisten of ze weer vrijgelaten zouden worden. ‘Ons perspectief’, schrijft Horn, ‘was om confrontaties met het apartheidssysteem uit te weg te gaan, terwijl we ons er ook niet in wilden voegen. In plaats daarvan was ons idee een alternatief voor apartheid te laten zien in onze centra, activiteiten, openbare bijeenkomsten en uitspraken. Het kwam verschillende keren voor dat zowel groepen van de bevrijdingsbeweging als van het regeringsapparaat ons voor hun karretje wilden spannen en het was vaak moeilijk te weten wie we konden vertrouwen. Het is altijd zo dat buitenlanders terecht of ten onrechte meer worden gecontroleerd dan de eigen burgers. Maar ik vind dat wij als team meer tijd hadden moeten uittrekken met de Graces en Anneco om hen volledig te betrekken bij wat er gaande was in het land en hen meer kameraadschap hadden moeten geven.’ Sindsdien hebben Pieter Horn en zijn vrouw Meryl deze dingen kunnen uitpraten met Howard en Maria. Ook heeft hij met Howard in bepaalde projecten weer samengewerkt. ‘Maar ik denk dat je moet accepteren, dat je het nooit helemaal eens zult worden over wat er precies gebeurde in die tijd’ [26].

Initiatieven in het bedrijfsleven

Ook ondernemers, aangestoken door het revolutionaire elan van die tijd, wilden een bijdrage leveren aan een nieuwe wereld. De directeur van een familiebedrijf in het zuiden van Duitsland, Friedrich Schock, schreef aan bevriende connecties in de industrie die hij in Caux had leren kennen: ‘Waarom zouden wij in de verdediging gaan wanneer er actie gevoerd wordt voor een rechtvaardiger samenleving? Wij moeten daar zelf het initiatief toe nemen!’ Zijn oproep vond weerklank in een aantal West-Europese landen, waaronder Nederland. Dit leidde tot het ontstaan in 1973 van jaarlijkse conferenties in Caux voor mensen uit het bedrijfsleven, die tot op heden voortgang vinden onder de naam Caux Conferences for Business and Industry (CCBI). Het doel van deze conferenties is onder andere het scheppen van vertrouwen door eerlijke gesprekken [27]. Van het begin af aan was Frits Philips hierbij betrokken. Met zijn schoonzoon Peter Hintzen, die het secretariaat voerde, werkte hij actief mee bij de voorbereiding van deze conferenties. Zijn activiteiten voor MH door de jaren heen deed hij altijd op persoonlijke titel en nooit als directielid van de NV Philips. Tegelijkertijd vonden in ons land conferentiedagen en themalunches plaats over ‘Doelstellingen voor mens en industrie’ (onder andere in Rotterdam Zuid, maart en april 1970). Initiatiefnemers waren mensen uit de scheepsbouw en havenbedrijven die reeds in de voorgaande decennia met het werk van MH in aanraking waren gekomen en de uitwerking daarvan in hun gezins- en beroepsleven hadden ondervonden. Een van de motoren was Piet Dinkelaar, leraar aan de Bedrijfsschool van de Rotterdamse Droogdokmaatschappij en voorzitter van de personeelsvereniging. De onderwerpen van deze conferentiedagen geven een interessant beeld van waar men zich toen mee bezighield: Wat kan de industrie van Nederland doen voor Europa en de wereld?; Medezeggenschap - in onderneming en gezin; Misschien zijn fusies onvermijdelijk, ruzies niet; Overleg beter dan overrompeling. Tien jaar later blijkt uit de thema’s dat het minder goed ging met onze economie: ‘In deze crisistijd raken vermenselijking en solidariteit in de knel, terwijl zij juist een veel grotere rol zouden moeten spelen...’[28]. ‘Vruchtbaar overleg in industrie en politiek’ was het thema van een forum tijdens een weekendconferentie in het conferentiecentrum Woudschoten in Zeist eind mei 1981 [29]. Dit forum bestond uit S.Th. Van Bijsterveld, algemeen-secretaris Industriebond FNV, mr. G.J. Doeksen, lid Raad van Bestuur Internatio-Müller, en Nobelprijswinnaar economie prof. dr. J. Tinbergen. Allen namen deel op persoonlijke titel. Het forum leidde een interessante discussie in over een dilemma dat nog steeds actueel is. Wat goed is voor Nederland is niet altijd ook goed voor de Derde Wereld en omgekeerd. Vruchtbaar overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers kan hier de industrialisering bevorderen en tegelijkertijd de werkgelegenheid in de Derde Wereld belemmeren. Het scheppen van werkgelegenheid in de Derde Wereld kan hier banen kosten. Hoe kun je een beroep doen op wereldwijde solidariteit? Hoe kun je de Nederlandse samenleving aanmoedigen kritisch te kijken naar de eigen motieven en leefwijzen? We staan nog steeds voor de uitdaging hier een evenwichtig antwoord op te geven.

Een nieuwe levensstijl

Voor een nieuwe wereld is het nodig dat mensen hun levensstijl veranderen. Vanaf omstreeks 1974 kwam de term ‘nieuwe levensstijl’ in zwang. De grondstoffencrisis (aangekaart door de Club van Rome), de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, discriminatie op velerlei gebied, vervuiling en recessie – dit alles prikkelde het geweten van de bewust levende mens. De kerken riepen mensen op een goede beheerder te zijn van wat hen is toevertrouwd. Een werkgroep Nieuwe Levensstijl van de Raad van Kerken verspreidde in 1975, tijdens het door de kerk uitgeroepen ‘Jaar van de nieuwe levensstijl’, een krant Nieuw is anders waarin werd uitgelegd wat de bedoeling was: ‘Het zoeken naar een nieuwe levensstijl is gericht op veranderingen in de samenleving, gedragen door veranderingen bij onszelf.’ Er tekende zich een scheidslijn af tussen mensen. Meer links van het politieke spectrum waren mensen die doorgaans uit waren op verandering van structuren, en het werd als rechts beschouwd om persoonlijke verandering na te streven. De actie voor de ‘nieuwe levensstijl’ legde een verband tussen deze twee visies. Het vragen om structuurverandering kon een uitvlucht zijn om niet aan eigen mentaliteitsverandering te doen [30]. In Nieuw Wereld Nieuws werd de hoop uitgesproken dat de actie voor een nieuwe soberder levensstijl mensen van links èn rechts zou uitdagen: ‘omdat de bereidheid te veranderen niet het monopolie is van één politieke richting, maar voortkomt uit het besef van eigen onvolmaaktheid en uit een behoefte aan vernieuwing, persoonlijk en wereldwijd’ [31]. MH ging er vanuit dat als mensen ten goede veranderden, de rest vanzelf volgde. De vraag is of dat wel een automatisme is. Structuren kunnen heel hardnekkig zijn. Aan de andere kant, structuren veranderen alleen als mensen zich daarvoor inzetten en er draagvlak voor is. Zo kom je toch weer uit bij de noodzaak van een persoonlijke verandering, zowel van mentaliteit als van gedrag. Voor één aspect van de ‘nieuwe levensstijl’ was in de kringen van MH niet zoveel belangstelling en dat was het milieu. Arjen Schots, plantenwetenschapper uit Wageningen, probeerde daar aandacht voor te vragen. Mede op zijn initiatief organiseerde MH in 1989 in Wageningen een nationale conferentie over natuur en milieu. Verder was Schots in Caux betrokken bij symposia over duurzame ontwikkeling die een aantal jaren plaatsvonden. Het onderwerp sloeg echter niet echt aan. Individuele mensen die betrokken zijn bij MH proberen, als kritische consumenten, persoonlijk een bijdrage te leveren aan een beter milieu [32]. Ook zijn er in verschillende landen losstaande acties geweest. Maar voor de organisatie als geheel is het milieu nooit een apart speerpunt geworden [33].

Noten

[1] Nieuw Wereld Nieuws (NWN), 1968, nummer 1. Vanaf 1952 tot 1968 was er al iedere veertien dagen een nieuwsbrief geweest onder de naam MRA Nieuwsdienst Morele Herbewapening. Daarnaast kwam vier keer per jaar een groot tijdschrift in kleur uit getiteld Nieuw Wereld Nieuws.

[2] Peter Hintzen noemde de trend van solidariteit met de Derde Wereld ‘Derde Wereldmystiek’. Over partnerschap van Europa en Azië in de bouw van een nieuwe wereld: NWN, 1971, nummer 7.

[3] NWN, 1968, nummer 1.

[4] Uit het verslag van het bestuur van de Nederlandse Stichting voor Morele Herbewapening over het jaar 1968 en de notulen van de bestuursvergadering op 18 januari 1973.

[5] NWN, 1968, nummers 1 en 12. NWN, 1969, nummer 9.

[6] Zie voor het nieuwe verzoek om zendtijd: NWN, 1974, nummer 19 en 1975, nummer 9.

[7] NWN, 1970, nummer 7: direct na de uitzending werd er twintig maal gebeld uit Nederland en België en kwamen ruim zeventig schriftelijke bestellingen van boeken en verzoeken om proefnummers van NWN en inlichtingen binnen.

[8] NWN, 1970, nummer 16. Over Charlotte van Beuningen: zie o.a. hoofdstuk 3, Voedselhulp voor kamp Vught.

[9] Het Artsenverbond heeft uit eigen waarneming de schadelijke gevolgen van het gebruik van ‘soft drugs’ kunnen vaststellen, zo schrijven ze in een verklaring. De verklaring staat in NWN, 1970, nummer 22. Interview met Karel en Betty Gunning-Hintzen op 5 juli 2004.

[10] De beste stukjes die Digna Hintzen voor deze rubriek schreef zijn gebundeld samen met een aantal gedichten in Een begaanbare weg, Digna Hintzen-Philips, uitgave Nieuwsdienst Morele Herbewapening, 1991.

[11] In NWN, 1971, nummer 22 laat mevrouw Driessen-Jonker als reactie op de Dolle Mina’s zien hoe ze aan de ene kant besloten had zich helemaal in te zetten voor haar gezin en aan de andere kant ook rustig wegging als het werk van MH dat vroeg. In NWN, 1971, nummer 24 reageert mevrouw Stoop-van Riemsdijk hierop in een brief. Zij pleit ervoor dat ook vrouwen al hun talenten ten volle moeten gebruiken, dat man en vrouw partners zijn en beiden gelijkelijk verantwoordelijk voor hun gezin en voor de maatschappij.

[12] Peter Hintzen in zijn column in NWN ‘Humanae Vitae’ (naar aanleiding van de encycliek) o.a.: ‘Iedere aardbewoner moet voor zichzelf, voor zijn geweten, voor God uitmaken, wat hij van de veelheid der technische mogelijkheden gebruikt en wat hij nalaat. Wij staan allemaal voor een morele keuze.’ (NWN, 1968, nummer 17).

[13] Frank Buchman – a life, p. 499 e.v. De auteur Garth Lean vertelt hier ook dat Muriel Smith en Ann Buckles, haar blanke tegenspeelster uit het conservatieve zuiden van de VS, om te beginnen moeilijk met elkaar overweg konden. Door volkomen eerlijk met elkaar te zijn vonden ze elkaar.

[14] In het Zwart-wit boekje wordt dit verhaal ook verteld. Daarin wordt de bisschop van dit gebied aangehaald, dr. Joseph Gargitter die in juli 1969 zei: ‘Na terugkomst van deze Duits en Italiaans sprekende politici merkte ik dat er een verandering in hen had plaatsgevonden. Plotseling zeiden ze dingen die ik nog nooit eerder van hen gehoord had.’ De Milaanse krant Il Giorno schreef op 8 mei 1971 in een pagina gewijd aan Zuid-Tirool: ‘Uit deze bijeenkomsten in Caux kwam de nieuwe geest voort die een werkelijke oplossing van de problemen van Alto Adige (Zuid-Tirool) heeft mogelijk gemaakt.’

[15] Zie hoofdstuk 4.

[16] Bijvoorbeeld ‘Galloping Horse’ en ‘Asian experiment’ over India en Azië. De Zuid-Afrikaanse zwarte arts William Nkomo was de hoofdrolspeler in ‘A man for all people’.

[17] Gegevens uit From India with hope door Michael Henderson, Grosvenor Books Londen, 1972. Henderson verhaalt over de lange relatie van Buchman met India. In 1915 ontmoette hij in Madras Mahatma Gandhi, een zielsverwant. Het was het begin van een levenslange vriendschap. Vele bezoeken aan India volgden. Buchman hield ook contact met Mahatma’s zoon Devadas Gandhi, redacteur van de Hindustan Times. Deze vroeg Buchman om een adres van een gastgezin, waar zijn zoon Rajmohan kon wonen tijdens zijn studie in Edinburgh, Schotland. Het verblijf bij dit gastgezin, dat nauw betrokken was bij MH, heeft Rajmohan geïnspireerd tot deze acties in India.

[18] NWN, 1970, nummer 5.

[19] Disha telt twintig pagina’s en is in het Engels geschreven. Veel van de programma’s krijgen het etiket EEL mee, Effective Living and Leadership. Zie ook de website van MH/IC India: www.mraindia.org.

[20] Chief Pilane, oppositieleider in parlement van thuisland Bophuthatswana, S. Lesolang, zowel penningmeester van de oppositiepartij als van de Kamer van Koophandel van Afrikanen in Zuid-Afrika, C. Rabotho, directeur van dezelfde Kamer van Koophandel, A. Moatshe, directeur van een busmaatschappij en G. Daneel, Nederduits Gereformeerd predikant.

[21] NWN, 1974, nummer 9. Jaap Windig werd in 1976 Nederlands Hervormd predikant te Den Helder. Hij werkte in Kenia voor de Keniase Raad van Kerken en in Zuid-Afrika met Morele Herbewapening. In 1979 schreef hij Heeft de kerk nog een eigen geluid? (uitgave Boekencentrum, Den Haag) Het boek is een antwoord op de verdeeldheid binnen de NH kerk tussen de maatschappelijk geëngageerde stroming en die van de persoonlijk Jezus-vroomheid. Windig schrijft dat de eigenlijke stroombedding van de kerk die is waar persoonlijke overgave aan Christus en wereldwijde maatschappelijke verantwoordelijkheid ineenvloeien. Andere publicaties van hem zijn: De weg naar vrede, Uitgeverij Boekencentrum, Den Haag, 1984; Geïnspireerd liefhebben, Uitgeverij J.J. Groen en Zoon, Heerenveen, 1997.

[22] NWN, 1974, nummer 22.

[23] In memoriam Dominee George Daneel – Springbok and anti-apartheid campaigner door Mary Lean in de Britse krant The Independent, 27 oktober 2004. Daneel overleed op 19 oktober 2004 op 100-jarige leeftijd.

[24] De makers van de diaproductie ‘Weg met het gezin of met het gezin op weg naar een veranderde samenleving’ zie hoofdstuk 6.

[25] Interview met Anneco Vrieling-Adriaanse op 26 april 2005. Gesprek met Maria Grace-Driessen op 26 april 2005. Howard Grace initieerde in 1989 in Engeland het scholenprogramma (onder auspiciën van Initiatives of Change), waarin hij met een vaak internationaal team lessen levensbeschouwing en zingeving aanbiedt aan de hoogste klassen van middelbare scholen. Om te beginnen deed hij dit naast zijn werk als leraar en na een vervroegde pensionering in 1995 op fulltime basis. Sinds die tijd heeft hij 700 lessen verzorgd. Maria pakte na enige jaren haar beroep van verpleegster weer op. In totaal zijn Howard en Maria in twee bezoeken drieëneenhalf jaar in Zuid-Afrika geweest. En ofschoon ze veel van zeezwemmen houden, hebben ze dat daar nooit gedaan, omdat ze besloten hadden voor hun ontspanning nergens heen te gaan waar het bordje ‘Alleen voor blanken’ hing. (Interview met Howard en Maria Grace in NWN, 1976, nummer 4)

[26] Fax van Pieter Horn op 4 juli 2005

[27] CCBI - www.cauxinitiativesforbusiness.org: Als overkoepelende naam voor de activiteiten in de industrie, zowel in Caux als elders, is de naam ‘Caux Initiatives for Business’ gekozen. Op de website wordt de werkwijze uitgelegd. De eerlijke gesprekken die gebaseerd zijn op vertrouwen, hebben de volgende karakteristieken: luisteren, bezinning, discussie en verplichting. 

[28] Uit de uitnodiging voor een bijeenkomst in april 1980, te Heusden, waar het welkomstwoord werd gesproken door de heer W.J. van Mourik, directeur Verolme Scheepswerf Heusden BV. Sprekers op deze en andere gelegenheden waren o.a. J. van der Windt, districtscoördinator Industriebond CNV, S.Weidenaar, hoofdbestuurder eveneens van de Industriebond CNV en drs. P.J. Dronkers, voormalig directielid Personeelszaken, NV Philips. Op een lunchbespreking in het centrum van MH in Den Haag sprak professor dr. H.M. de Lange, pionier van een nieuwe visie op de wereldeconomie, over ‘De economie van het genoeg’.

[29] Verslag in NWN, 1981, nummer 11

[30] Rex Brico over de actie van de kerken in Elseviers Magazine, 22 februari 1975.

[31] NWN, 1975, nummer 7 en nummer 20.

[32] Tijdens deze conferentie werden veertig natuurkleurenfoto’s tentoongesteld die gemaakt waren door de fotograaf Wim. K. Steffen. Deze foto’s die hij had gemaakt ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Natuurjmonumenten, illustreerden voortreffelijk het thema van de conferentie. Vooral in de jaren vijftig maakte Steffen veel foto’s voor Morele Herbewapening. NWN, 1989, nummer 3.

[33] dr. ir. Arjen Schots is universitair hoofddocent aan Universiteit Wageningen, dept. Plantenwetenschappen.