REIKEN NAAR EEN NIEUWE WERELD
HOOFDSTUK 9

Hoofdstuk 9

Een waaier aan initiatieven

In het bedrijfsleven

In 1985 verscheen er een artikel van Dick Wittenberg in NRC Handelsblad, onder de kop ‘De valse glimlach van Japan’, over het gevaar dat de Japanners de elektronische industrie van Europa te gronde zouden richten door producten ver onder de marktwaarde aan te bieden, zoals dat reeds in Amerika met de automobielindustrie was gebeurd. Frits Philips (voormalig president-directeur van Philips en toen 80 jaar oud) schreef hierover een brief aan een aantal Japanners die hij in Caux had ontmoet, mede ondertekend door Olivier Giscard d’Estaing, vice-voorzitter en oprichter van het managementinstituut Insead in Fontainebleau, Frankrijk. Hierin stelden zij hen voor informeel samen te komen met ondernemers uit de Verenigde Staten en Europa voor een open gesprek in het MH-conferentiecentrum te Caux. In Japan ging men hierop in en zo arriveerde er in 1986 een delegatie waaronder de president van Canon, Ryuzaburo Kaku, de voormalige president van Matshushita Electronics, Toshihiko Yamashita en de hoofdredacteur van de Japan Times, Toshiaki Ogasawara. Alles was met zorg voorbereid, maar het begin viel niet mee: terwijl de Japanners traditiegetrouw beleefd wachtten tot zij het woord kregen, namen de Amerikanen en Europeanen de eerste de beste gelegenheid te baat om hun grieven te luchten over het Japanse beleid. Hevige frustratie aan Japanse zijde was het resultaat. Haastig overleg tijdens de lunch leverde een aantal agendapunten op die in kleine kring behandeld zouden worden, waarbij telkens de Japanners het eerst aan het woord kwamen. Tijdens deze tussengeschoven bespreking werd de lucht voldoende geklaard om de rest van de tweedaagse conferentie vruchtbaar te maken. Men leerde elkaar wat beter kennen en begrijpen en zo ontstond de wil om samen verder te gaan onder de naam Caux Round Table (CRT). De coördinatie en het secretariaat werden vanaf het begin gedaan vanuit het kantoor van MH in Den Haag door Maarten de Pous in nauwe samenwerking met Japan en de Verenigde Staten. In het eerste communiqué stelde de CRT: ‘Naties moeten hun eigen huis op orde brengen en in staat zijn met elkaar te concurreren.’ En verder: ‘De ontwikkelde landen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de economische en sociale vooruitgang in de Derde Wereld te steunen.’ Dit laatste thema is in de loop der jaren het speerpunt van de CRT geworden. Als onmiddellijk gevolg van de bespreking in Zwitserland schreven de Japanse deelnemers een openhartige brief aan minister-president Nakasone met een aantal suggesties om de binnenlandse markt te vergroten, de staatsschuld te verminderen en de grenzen te openen voor buitenlandse producten. In 1990 publiceerden zij Voorstellen voor de vernieuwing van Japan waarin zij opriepen tot een verschuiving van prioriteiten: niet langer de inhaalslag met het Westen - die was trouwens intussen wel gemaakt - maar de deelname van Japan aan het bevorderen van welvaart voor allen. De Amerikaanse CRT-leden onderhielden zich na terugkeer in New York met economische beleidsmakers als David Rockefeller en Martin Feldstein. In Brussel bezocht een delegatie van Europese deelnemers de vice-voorzitter van de Europese Commissie Martin Bangemann. Tevens nam de Nederlandse staatssecretaris voor Economische Zaken (in het buitenland bekend als de minister voor Buitenlandse Handel), Yvonne van Rooy, de uitnodiging aan om op de jaarlijkse bijeenkomst van de CRT in Caux in1989 het debat te initiëren over de ‘Fort Europa’-mentaliteit. In volgende jaren spraken onder meer Ruud Lubbers (1997), oud-premier, Shell-topman Jeroen van der Veer (2001) en Herman Wijffels, voorzitter van de SER (2003) het gezelschap toe. Samen met Lo van Wachem, oud-rector magnificus van de TU in Delft en eerder president van Shell, zit Wijffels in de internationale adviesraad van de CRT. Zolang zijn leeftijd het toeliet was Frits Philips jaarlijks aanwezig, evenals Gerrit Wagner, voormalig hoofd van Shell. Het bijzondere van deze bijeenkomsten was en is de vriendschap en het vertrouwen die over de jaren gegroeid zijn. Het feit dat echtgenotes/n ook welkom zijn voor de informele gedeelten (en op verzoek ook als toehoorder) plus de uitstraling van de unieke samenleving die Caux nu eenmaal is, hebben deze jaarlijkse ‘Global Dialogue’ tot iets aparts gemaakt, anders dan andere internationale zakenconferenties. Om logistieke redenen vinden de huidige bijeenkomsten niet meer ieder jaar in Caux plaats, recentelijk in Singapore (2000), Londen (2001), Mexico (2002) en Tokio (2004) - wat natuurlijk ook zijn voordelen heeft voor lokale participatie. De bijeenkomst van de CRT in 2005 is gepland in Warschau.

Ethische code

Nog voor de geboorte van het Sociale Forum in Porto Alegre, tegenhanger van het topoverleg van industriëlen en beleidsmakers in Davos, was de CRT al bezig met het formuleren van een ethische code voor multinationals. Gebaseerd op het Japanse begrip kyosei (samenwerking ten behoeve van welzijn voor iedereen) en het concept van menselijke waardigheid, in de zin van de waarde van ieder individu, zijn deze Principles for Business inmiddels de meest wijdverbreide code wereldwijd. Een positief artikel in de Financial Times van vrijdag 22 juli 1994, heeft mede tot de verspreiding ervan bijgedragen [1]. In de inleiding van deze ethische code staat dat de internationale zakenwereld een belangrijke rol heeft te spelen bij het verbeteren van economische en sociale omstandigheden. Deze code wil een maatstaf aanbieden waaraan multinationals hun praktijk kunnen toetsen. Allereerst worden algemene principes genoemd en vervolgens richtlijnen voor de verantwoordelijkheid van bedrijven ten opzichte van degenen met wie zij te maken hebben - de ‘stakeholders’: klanten, werknemers, aandeelhouders, toeleveringsbedrijven, concurrenten en de landen of regio’s waar men werkzaam is. Een paar punten uit de Principles for business zijn: *Werken in een ander land moet gepaard gaan aan een bijdrage aan de sociale vooruitgang van dat land en aan de naleving van de mensenrechten. *Gedrag moet niet alleen aan de letter, maar ook aan de geest van de wet voldoen. *Eerlijkheid en het nakomen van beloften kweekt een geest van vertrouwen die ook het zakendoen ten goede komt. *Respect en steun voor internationale regels en verdragen. *Respect voor en bevordering van maatregelen om het milieu te beschermen. *Geen deelname aan ongeoorloofde praktijken, zoals omkoping, witwassen van geld en andere vormen van corruptie, of aan handel in wapens of drugs [2]. In Moral Capitalism (VS, 2004) gaat Stephen Young, sinds 2000 internationaal directeur van de CRT, nader in op de Principles [3]. Op de flaptekst wordt het boek omschreven als ‘Een gids voor het gebruik van de Caux Round Table Principles for Business’. Stephen Young gaat ervan uit dat iemands privé-leven en zijn werk met elkaar in overeenstemming moeten zijn. Het geloof en de morele waarden die mensen aanhangen moeten geïntegreerd zijn in hun werk, zodat zij als zakenman/vrouw én als mens integere beslissingen kunnen nemen. Op 26 mei 2004 werd het boek Moral Capitalism in Nederland gelanceerd op de Universiteit Nyenrode. Stephen Young presenteerde het boek aan ir. Karel Noordzij, voorzitter van de hoofddirectie van PGGM. Medegrondlegger van de CRT Olivier Giscard d’Estaing leidde de presentatie in.

Bonte verzameling

De Caux Round Table is een van de initiatieven waarop in 2001 de nieuwe naam Initiatives of Change (IC) zou doelen [4]. Het is niet het eerste initiatief. Omdat zowel de Oxfordgroep, als Morele Herbewapening en Initiatives of Change nooit een centraal bestuurd orgaan zijn geweest, maar altijd een bonte verzameling mensen die vanuit een innerlijke overtuiging mee wilden werken aan een betere wereld, was er altijd een even bonte verzameling van kleine of grotere initiatieven. De meest bekende uit de begintijd was de Anonieme Alcoholisten (AA), een organisatie die nu nog wereldwijd bekend is en die zelf ook veel ‘spin-offs’ heeft, die ieder weer een speciale verslaving behandelen. De AA ontleende zijn ideeën van zelfonderzoek, het erkennen en delen van de eigen zwakheden, dingen goed maken en samenwerken met anderen rechtstreeks aan de Oxfordgroep en Sam Shoemaker, een vroege actieve collega van Buchman. Deze ideeën zijn terug te vinden in de twaalf stappen die nog steeds door AA gebruikt worden. Mensen helpen elkaar van de alcohol af te blijven. Dat was al zo bij de oprichters. Bill Williams vertelde zijn verhaal aan Bob Smith, en hielp daardoor hem en zichzelf. Ze werden bekend als Bill W. en dr. Bob van de AA. De Brabantse socioloog P. van Haberden onderzocht vijf jaar lang de AA en bezocht AA-zelfhulpgroepen in Nederland en België. In zijn in 1986 gepubliceerde proefschrift ‘Zelfhulp bij anonieme alcoholisten’ schrijft hij onder meer: ‘De AA doet meer dan afkicken. De alcoholist moet zich een totaal ander waardenpatroon eigen maken. Ik noem dit een morele herbewapening. Nederigheid, persoonlijke verantwoordelijkheid en eerlijkheid zijn daarbij essentieel’ [5].

Maar de naam Initiatives of Change doelt vooral op de initiatieven die sinds het eind van de jaren tachtig en vooral in de jaren negentig van de vorige eeuw als paddestoelen opschoten. De meeste van die initiatieven bleven onder de paraplu van eerst Morele Herbewapening en vanaf 2001 Initiatives of Change. Dit was niet het geval met de actie Jubilee 2000, ontstaan in 1993 uit de ontmoeting in het Engelse conferentiecentrum van MH Tirley Garth tussen Martin Dent, professor aan de Keele University en Bill Peters, o.a. Brits ambassadeur in Uruguay, dat uitgroeide tot een zelfstandige, wereldwijde actie om de schulden van de armste landen kwijt te schelden [6].

Jonge ondernemers

Twee jonge Nederlanders, Jan Schouten en Martin Jansen, brachten in de zomer van 1993 een bezoek aan Caux en luisterden mee bij de Caux Round Table. Zij vonden dit zo inspirerend dat ze besloten iets dergelijks te starten voor jongeren die in het bedrijfsleven werken. De eerste bijeenkomst van de Junior Round Table (JRT) vond reeds het jaar daarop plaats in Caux met twaalf deelnemers uit zeven landen. De Junior Round Table is uitgegroeid tot een netwerk van meer dan honderd jonge mensen die werken in Europa en de Verenigde Staten, maar ook in de landen van de voormalige Sovjet-Unie, Mexico, India en Afrika die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus willen nemen. De Junior Round Table komt elke zomer bijeen in Caux en één keer per jaar ergens anders in de wereld, zoals in Nederland, de Verenigde Staten, Kroatië, India en Oekraïne. Het doel is elkaar te inspireren door het uitwisselen van ideeën, overtuigingen en ervaringen op het werk en daarbuiten. Nederlanders, onder andere Dorien Moret, Erik Pennings en Menso Fermin, hebben ook na de oprichting een sturende rol gespeeld in de Junior Round Table. Het is vooral het mondiale karakter dat deelname aan de JRT-bijeenkomsten zo interessant maakt [7]. Op 17 mei 2000 kwam een tiental jonge mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven, bij de overheid, het onderwijs, de media en de gezondheidszorg bij elkaar in het centrum van MH in Den Haag om na te denken over de samenleving en hun rol daarin. Zij besloten zichzelf ‘de denktank’ te noemen en regelmatig, om de maand, bij elkaar te komen. Deze groep groeide al gauw uit tot ruim twintig mensen. De bedoeling is niet om acties te ondernemen, maar om eenvoudig vanuit verschillende terreinen van het leven elkaar te confronteren met ideeën en te horen waar iedereen mee bezig is. Het is een soort gezamenlijke bezinning, om daarna weer met goede moed de dagelijkse praktijk van het leven aan te kunnen. Enkele denktankers zijn ook lid van de Junior Round Table, wat tot een vruchtbare wisselwerking leidt. In reactie op de terroristische aanslagen op het World Trade Centre in New York en het Pentagon in Washington op 11 september 2001, besloot de denktank contact te zoeken met leeftijdgenoten in de moslimgemeenschap. Dit is niet bij een eenmalig contact gebleven [8]. Voor Menso Fermin bleef zijn betrokkenheid niet beperkt tot de Junior Round Table en de denktank. Al jaren vonden conferenties voor het bedrijfsleven in Caux plaats onder de naam Caux Conferences for Business and Industry. In 2001 nam hij samen met een Amerikaan het initiatief deze conferenties uit te bouwen tot een wereldwijd programma: Caux Initiatives for Business. Het uitgangspunt is dat als mensen persoonlijk gemotiveerd zijn hun werk ethisch en sociaal verantwoordelijk te doen, dit bedrijven en ook de samenleving ten goede zal komen. Uiteindelijk is het doel dat de onbalans in de economie gecorrigeerd wordt. In de strijd tegen armoede is persoonlijke toewijding nodig. Caux Initiatives for Business werkt nauw samen met de industrieconferenties in Asia Plateau, het centrum van MH/IC in Panchgani, India. Het resultaat van twee gezamenlijk georganiseerde conferenties is dat in India een centrum voor ethisch leiderschap (CENTREL) en een kenniscentrum voor goed bestuur (Center for Governance) zijn opgezet. In zijn eigen werk als interim controller en adviseur bij een accountantsorganisatie heeft Fermin ervaren dat zijn persoonlijke ethische gedragscode hem voor uitglijers heeft behoed. Je kunt in zijn vak niet transparant en consequent genoeg zijn, weet hij [9].

Grondslagen voor democratie

De meeste programma’s ontstonden na 1990, dus na de val van de muur en het failliet van het communisme. Het cursusprogramma Foundations for Freedom (F4F) bijvoorbeeld hield daar rechtstreeks verband mee. Het begon in 1993 als een initiatief om de grondslagen voor vrijheid en democratie te versterken in de landen in Centraal- en Oost-Europa. F4F is van mening dat hiervoor visie, zingeving en morele en geestelijke waarden van belang zijn en gaat ervan uit dat er een verband is tussen verandering in individuen en vernieuwing in de maatschappij. Het programma bestaat uit cursussen, seminars, workshops en vervolgbijeenkomsten waarin mensen aangemoedigd worden hun invloed op het nationale leven aan te wenden om met name eerlijkheid en transparantie te bevorderen bij de overheid en in het zakenleven; de ontwikkeling van een eerlijke en onafhankelijke pers te steunen; onderwijs op gezonde morele en geestelijke waarden te baseren [10]. Kees en Marina Scheijgrond zijn nauw betrokken bij dit programma. Die betrokkenheid komt voort uit hun vriendschap met Erik en Sheila Andren, een echtpaar uit Engeland met wie ze eerder gezinsconferenties in Caux georganiseerd hadden. Erik Andren had de overtuiging iets te doen voor jongeren in Centraal- en Oost-Europa en initieerde Foundations for Freedom als een nauw met IC verbonden maar aparte stichting. Toen marineofficier Kees Scheijgrond in 1989 met functioneel leeftijdontslag ging was hij 52. Het was de tijd van glasnost en perestrojka. Reizen naar Oost-Europese landen werd makkelijker. Hij besloot Russisch te gaan leren omdat hij behoefte had contact te leggen met voormalige tegenstanders. In 1990 ging hij voor het eerst naar Oost-Europa, namelijk naar Polen. Vanaf 1993 zijn hij en zijn vrouw Marina, die intussen voorganger was geworden bij de Nederlandse Protestanten Bond, jaarlijks, en soms meerdere keren per jaar, naar Oost-Europa gegaan om in het kader van F4F cursussen te geven. Aanvankelijk heette deze cursus Visiting Course, later Changing Course. In een aantal van die landen zijn als gevolg van deze cursussen teams ontstaan van jonge mensen die zich inzetten voor een positieve verandering in de samenleving. Vanaf 2002 organiseren ze in Caux een conferentieweek over het thema Dienstbaarheid, Verantwoordelijkheid en Leiderschap. Inmiddels heeft Foundations for Freedom meer dan vijfendertig cursussen gegeven in diverse landen van de voormalige Sovjet-Unie. De Scheijgronds hadden de leiding over twaalf daarvan, met name in Siberië, Oekraïne en Roemenië. De circa tweehonderdvijftig cursisten waren voornamelijk werkende jongeren en studenten. Maar enkele cursussen hadden ook oudere deelnemers: leerkrachten die uit de cursus de visie en overtuiging hoopten te putten om stelling te nemen tegen corruptie en omkoping in het onderwijs. Zo was er in 2002 in het West-Oekraïnse dorp Slavsko een vierdaags F4F-seminar dat de praktijk dat diploma’s te koop waren wilde aanpakken. Ook in financieel opzicht ontvangt de stichting Foundations for Freedom steun uit Nederland: giften van particulieren, een jaarlijkse bijdrage van de Nederlandse Stichting Initiatives of Change en reeds driemaal een aanzienlijke gift van Nederlandse stichtingen die verder geen band hebben met IC. Deze schenkingen maakten een cursus in Novosibirsk (in Rusland) mogelijk en twee in Roemenië. Bovendien kon daardoor een aantal Roemeense jongeren als vervolg op hun cursus deelnemen aan een conferentieweek in Caux. Cursussen worden alleen gegeven op uitnodiging van plaatselijke initiatiefnemers. In Novosibirsk was dat de rector van de Siberische Universiteit voor Spoorweg Transport. In de West-Oekraïnse stad Lviv zijn het enkele jonge leraren en leraressen van middelbare scholen en van de regionale Sportacademie. In Baia Mare (Noordwest-Roemenië) komt het initiatief van twee Roemeens-orthodoxe priesters met volle instemming van hun bisschop en van de regionale onderwijsinspecteur. Zij hebben ook hun naam verbonden aan het anticorruptieseminar dat als uitvloeisel van twee eerdere F4F-cursussen in mei 2004 in Baia Mare is gehouden voor een veertigtal deelnemers uit onderwijs, politiek, overheid en rechterlijke macht. Soms komt uit een initiatief weer een ander initiatief voort. In Oekraïne maakten de Scheijgronds kennis met een groep gehandicapten en ouders van gehandicapten. Dit bracht ze op het idee om twintig tweedehands rolstoelen naar Oekraïne te brengen, waarvoor ze de hulp kregen van de Stiching Polen-Oekraïne. Als vervolg daarop ontstond in 1996 het idee voor een rolstoel reparatiewerkplaats voor en door gehandicapten. Dit kon de daarop volgende jaren gerealiseerd worden dankzij steun van verschillende instanties in Nederland. De firma Beenhakker uit Capelle a/d IJssel gaf technische hulp en training evenals een aantal machines [11].

Hoop voor grote steden

De genoemde initiatieven, ook wel programma’s genoemd, zijn allemaal ontstaan omdat een aantal mensen er diep van doordrongen was dat een bepaald probleem aangepakt moest worden. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld is Hope in the Cities in 1990 gelanceerd op initiatief van politici, zakenmensen en welzijnwerkers in Richmond, Virginia, met als doel het racisme aan te pakken. Hieruit voort kwam in 1993 een nationale conferentie getiteld: Het hart van Amerika genezen: een eerlijk gesprek over ras, verzoening en verantwoordelijkheid.. De conferentie trok duizend deelnemers uit vijftig Amerikaanse binnensteden en twintig andere landen. Sindsdien heeft Hope in the Cities in tal van steden in de Verenigde Staten mensen van verschillende rassen bij elkaar gebracht. Voor dit werk is een handboek uitgebracht, de Connecting Communities Handbook. In Caux vinden geregeld internationale conferenties van Hope in the Cities plaats. Op uitnodiging van Aad Burger hebben delegaties van Hope in the Cities werkbezoeken gebracht aan Utrecht. Bijvoorbeeld een bezoek in februari 1999 van een cultureel gemengde groep uit een aantal buurlanden aan het Expertisecentrum Politie & Allochtonen (EXPA) van de regiopolitie Utrecht te Houten. De toelichting van de toenmalige directeur van EXPA, commissaris Hans Papeveld, over het nog jonge expertisecentrum (opgericht in mei 1998) maakte indruk. Bij deze en andere bezoeken bleek weer hoezeer we in Europa voor dezelfde dilemma’s staan en we van elkaars successen en fouten kunnen leren. Er was belangstelling voor het concept van het ‘eerlijke gesprek’, waarmee Hope in the Cities inmiddels veel ervaring heeft opgedaan [12]. Bij een andere gelegenheid bezocht een delegatie van Hope in the Cities het Marokkaanse buurtcentrum R&M van Rachid Tighdouini. Het verhaal van deze bakker en ondernemer en zijn succesvolle buurthuis in de kleurrijke Goudse wijk Oosterwei, dat hij verteld heeft op een avond in het IC centrum in den Haag, staat op de website en trekt evenals het verhaal van Hans Papeveld veel bezoekers. De Utrechtse gespreksgroep van Aad Burger die al sinds 1985 iedere maand bij elkaar komt, staat vaak in het teken van een eerlijk gesprek tussen mensen uit verschillende culturen en bevolkingsgroepen [13].

Agenda voor verzoening

Tijdens de zomerconferentie in Caux in 1991 kwamen mensen bijeen die met elkaar gemeen hadden dat ze allen uit crisisgebieden afkomstig waren. Tijdens eerdere zomers was er al overleg geweest tussen mensen uit specifieke conflictgebieden. Regions in crisis, regions in recovery - learning from one another was het thema van deze conferentie. De deelnemers vonden het bemoedigend elkaar in de open sfeer van Caux te ontmoeten en de conferentie werd jaarlijks herhaald. In 1996 vond als vervolg hierop een internationaal symposium plaats in Caux onder de naam Agenda for Reconciliation (AfR) in samenwerking met twee instituten die zich bezig houden met conflictpreventie en- beheersing en verzoening, het National Institute for Research Advancement (NIRA) in Tokio en het Centre for Strategic and International Studies (CSIS) in Washington. Vertegenwoordigers uit twaalf landen besloten in maart 1998 in Straatsburg dat Agenda for Reconciliation niet alleen het thema van een conferentie in Caux zou zijn, maar ook een actieprogramma om het werk van verzoening te coördineren en als schakel met diplomaten, regeringen, de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Raad van Europa en andere organisaties. Enkele doeleinden van de AfR zijn: het creëren van een klimaat waar mensen bevrijding vinden van haat, hebzucht en onverschilligheid; ontmoetingen organiseren waar mensen elkaar kunnen steunen en van elkaar kunnen leren; bruggen bouwen op alle niveaus; samenwerken met anderen met soortgelijke doeleinden. Paul van Tongeren, directeur van het Europees Centrum voor Conflictpreventie in Utrecht, zit in de internationale adviesraad van de AfR en is sinds 2000 actief betrokken bij de AfR-conferenties in Caux, waar de AfR-sessies zijn uitgegroeid tot de drukst bezochte conferenties tijdens de zomer. Omdat de toestroom zo groot was, is in 2001 besloten de conferentie te splitsen in een die zich vooral richt op veiligheid en goed bestuur en een andere die zich bezighoudt met vredesinitiatieven. In 2003 nam op initiatief van Nederlanders een groep uit de Indonesische provincie West-Papoea deel aan de conferentie voor vredesinitiatieven [14].

Vrouwen voor vrede

Een groep Afrikaanse vrouwen onder leiding van Anna Abdallah Msekwa, minister in tal van kabinetten in Tanzania en een veteraan in vrouwenorganisaties, initieerde in 1989 het netwerk Creators of Peace - a women’s initiative. Naast de officiële door de VN georganiseerde conferenties voor vrouwen waar zij aan deelnam, voelde Anna Abdallah de behoefte aan een conferentie die vrede letterlijk dichter bij huis bracht. Daarom organiseerde zij in 1991 met andere Afrikaanse vrouwen en hulp van vrouwen uit de rest van de wereld in Caux een conferentie voor Creators of Peace (CoP). In haar toespraak voor de conferentie legde ze uit waar het deze vredestichters om gaat: 'vrede in de wereld te brengen op de plaats waar je bent, in je eigen hart, je huis, je werkplaats en je gemeenschap. We geloven allemaal dat iemand ergens het struikelblok is... Zou ik die iemand kunnen zijn? Het individu is een eerste vereiste voor en de bepalende factor van vrede.' CoP is inmiddels een wereldwijd netwerk van vrouwen die zich inzetten voor vrede op de plek waar ze zijn. Er zijn meerdere conferenties in Caux geweest en ook in India en Afrika. In 1995 was een delegatie van zeven vrouwen op het NGO Forum van de Verenigde Naties in Beijing, China. In 1999 deed Creators of Peace samen met 700 andere NGO’s en in totaal tienduizend vredesactivisten mee aan de manifestatie The Hague Appeal for Peace in het Nederlands Congrescentrum in Den Haag ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van de eerste vredesconferentie in Den Haag. Hester Mila-Groeneweg is in Nederland de coördinator van Creators of Peace. Hester Mila was meer dan dertig jaar lerares beeldende vakken en grafische vormgeving. In haar eigen werk probeert zij het spirituele element tot uitdrukking te brengen onder andere in het logo dat zij ontworpen heeft voor Creators of Peace en in de panelen die ze voor de diverse conferenties gemaakt heeft. Ze heeft een sterke vriendschapsband met Dorothy Tingu, ‘creator of peace’ in Oeganda. Dankzij de fondswerving van Hester Mila heeft Dorothy Tingu een huis in Kampala, dat zij ter beschikking stelt als centrum voor de activiteiten van Initiatives of Change en Creators of Peace.

Andere internationale programma’s

Behalve de genoemde zijn er nog een aantal andere interessante internationale programma’s. - Het Caux Scholars Program (CSP) is een academisch programma van een maand, dat zomers plaatsvindt in Caux voor studenten uit de hele wereld (twintig per cursus). Ze leren daar over de morele en geestelijke dimensie van vrede stichten en over de verhouding tussen individuele verandering en de verandering die nodig is in de wereld. - Het International Communications Forum (ICF), ontstaan in 1991, is een netwerk van mensen in de media die erkennen dat ze de samenleving zowel negatief als positief kunnen beïnvloeden. Zij hebben de overtuiging dat de media een positieve rol kunnen spelen in het opbouwen van een samenleving die minder corrupt en zelfzuchtig en die meer mededogen uitstraalt. Het Forum stelt vrijheid van meningsuiting als de noodzakelijke basis en is van mening dat deze gepaard moet gaan met een groot gevoel van verantwoordelijkheid van de journalisten jegens het publiek dat kennis neemt van hun producten. Ze organiseren jaarlijks grote evenementen. In 2000 was dat in Sarajevo en in 2003 in Johannesburg. Hans Verploeg, algemeen-secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) was een van de aanwezigen in Sarajevo. - Action for Life is een trainingsprogramma van negen maanden voor jonge mensen dat plaatsvindt in Azië. De inspiratie voor het programma komt van Mahatma Gandhi's visie: 'Leef de verandering die je in de wereld wilt zien'. Jonge mensen uit verschillende landen en van verschillende geloofsrichtingen nemen eraan deel. De eerste Action for Life vond plaats in 2001 – 2002, de tweede in 2003 - 2004, beide van november tot juli. Aan de tweede namen veertig mensen deel uit twintig landen. Er is een actief jongerennetwerk in Azië dat geregeld bij elkaar komt in de Asia Pacific Youth Conferences. De elfde vond plaats in juli 2004 in Cambodja en was georganiseerd door de Action for Life groep in samenwerking met de Khmer Jongeren Vereniging en Initiatives of Change in Cambodja [15]. -Clean Election Campaigns: Bij de verkiezingen in 1992 in Taiwan hebben zeshonderdzestigduizend mensen een petitie ondertekend waarin ze beloofden geen steekpenningen aan te nemen noch op kandidaten te stemmen die dat wel deden. Dit was onderdeel van een campagne voor schone verkiezingen. Sindsdien hebben de campagnes voor schone verkiezingen ook plaatsgevonden in Brazilië en Kenia. Die bij de verkiezingen in Kenia van 1997 en 2001 is uitgegroeid tot een campagne voor een schoon Kenia. Duizenden Kenianen hebben een petitie ondertekend waarin ze de belofte afleggen aan God en hun land om een sterk en verenigd Kenia te bouwen, en de strijd aan te binden tegen corruptie, armoede, stammenstrijd, het uiteenvallen van gezinnen, misdaad en slecht bestuur. Deze actie werd in 2003 verbreed tot een campagne voor een schoon Afrika. Dit houdt in dat in verschillende Afrikaanse landen cursussen worden gegeven aan toekomstige leiders gebaseerd op de principes en ervaringen van IC [16].

Zilver in beweging

Terug naar Nederland. De volgende twee initiatieven vallen niet onder de paraplu van Initiatives of Change, hoewel er wel een band is. Ze zijn alle twee een illustratie van wat er kan gebeuren als mensen gehoor geven aan een geïnspireerde gedachte. Een initiatief begint meestal met een idee. Je ziet een nood, je wilt er wat aan doen. Maar wat blijkt? Een deur wordt voor je neus dicht gegooid. Dit was de ervaring van de zilversmid Jan van Nouhuys [17]. In 1990 bestond zijn atelier vijftien jaar. Hij was al een poosje bezorgd over de neergaande spiraal waarin het vak zilversmeden terecht was gekomen. Hij gaf les aan de vakschool voor goud- en zilversmeden in Schoonhoven, maar zag dat er voor de leerlingen die zich gespecialiseerd hadden in het vervaardigen van groot zilverwerk zoals hijzelf, geen klimaat was waarin hun artistieke talent tot ontwikkeling kon komen. Als ik nu eens voorstel aan het museum van Schoonhoven om ter gelegenheid van mijn 15-jarig jubileum een expositie van mijn werk samen met dat van oud-leerlingen te doen, dacht Van Nouhuys. Dan zou dat wellicht helpen de zilverkunst wat meer voor het voetlicht te brengen. Maar dit voorstel werd door het museum verworpen, een dichte deur dus. Maar als er een weg is afgesloten, zoek je een andere. En uiteindelijk kreeg hij een veel beter idee om het zilver op een hoger niveau te brengen. Een idee dat Zilver in Beweging ging heten en dat meer in beweging heeft gebracht dan Jan van Nouhuys en zijn vrouw Anneke, die vanaf het begin haar schouders hieronder gezet heeft, hadden durven hopen. Het begon met het plan om te proberen mensen die het vak geleerd hadden bij elkaar te brengen. Waarom nodig je ook geen andere kunstenaars uit, stelde een collega van de vakschool voor. Een advertentie in landelijke bladen inspireerde ruim veertig kunstenaars, van wie de helft goud- of zilversmid was, om mee te doen met een serie van vijf lezingendagen. Na afloop maakten alle deelnemende kunstenaars een ontwerp voor een kunstwerk in zilver. Het geheel werd afgesloten met een expositie van alle ontwerpen. Dat was het dan, dachten Jan en Anneke. Maar zo makkelijk kwamen ze er niet van af. Het enthousiasme van de deelnemers was niet te stuiten. We moeten alle ontwerpen nu ook echt gaan uitvoeren, vonden ze. Het gevolg was dat er die zomer hard gewerkt werd. De vakschool voor goud- en zilversmeden opende zijn deuren en begeleidde zo nodig de mensen die hun ideeën onder hun handen werkelijkheid zagen worden. Deze explosie van creativiteit werd in 1991 tentoongesteld in het Schielandhuis in Rotterdam. Het jaar daarop ging Zilver in Beweging verder met een nieuwe serie lezingen. Bij de daaropvolgende tentoonstelling in het prestigieuze Design Museum in Gent was de collectie uitgebreid met zo’n honderd stukken. De discussie over de plaats van hedendaags zilver in de kunst was op gang gekomen. De tentoonstelling reisde verder naar onder andere het Singer Museum in Laren, de Kunsthal in Almelo en Kasteel Hoensbroek in Limburg. Na tien jaar, in 2000, werd de actie afgesloten. De missie van Zilver in Beweging kon als voltooid worden beschouwd. Hedendaags zilver had zich een plek weten te veroveren bij kunstliefhebbers en daardoor was er ruimte gekomen voor het werk van een groeiend aantal zilversmeden [18]. De mooie gerestaureerde watertoren in Schoonhoven is door Zilver in Beweging ingericht tot expositieruimte met drie ateliers van zilversmeden. Niet alleen anderen, maar ook Van Nouhuys zelf heeft door Zilver in Beweging een enorme impuls gekregen. Er ontstond een klimaat waar de zilveren kunstvoorwerpen die hij maakt gewaardeerd en ook beter verkocht worden, zoals op de PAN, de jaarlijkse kunstbeurs in Amsterdam. Maar een kunstenaar kan nooit achterover leunen. Na grote successen volgt weer de vraag hoe nu verder, vooral als het economisch tij tegenzit. In voor- en tegenspoed blijft de overtuiging van het begin hem bij. Als jonge zelfstandige ondernemer had hij in de moeilijke beginperiode er bijna de brui aangegeven, na een onevenredig hoge belastingaanslag en het advies van zijn accountant er maar mee te stoppen. ‘In het diepst van de crisis’, herinnert Jan zich, ‘was er een zachte, warme, vaderlijke stem in mijn hart, die zei: Ga door, ga door, ga door…’ En tot nu toe hebben de Van Nouhuysen nog geen reden gehad, aan die stem te twijfelen. Eind november 2004 is Jan van Nouhuys benoemd tot ereburger van de Zilverstad (Schoonhoven). Als symbool daarvan ontving hij de zilveren eresleutel van de stad uit handen van burgemeester Wassenberg-Welp. Van Nouhuys kreeg deze onderscheiding omdat hij zich met tomeloze energie en betrokkenheid ingezet heeft voor het moderne zilver [19].

Een Ark-ervaring

Het tweede voorbeeld begint met Maarten de Pous die tijdens een van zijn bezoeken aan de VS de boeken van Henri Nouwen ontdekte. Hij was zo getroffen door de teksten van deze Nederlandse priester/schrijver, die toen in de VS werkte en daar ook meer bekendheid genoot dan in zijn eigen land, dat hij hem wilde ontmoeten. Dat lukte toen Henri Nouwen op familiebezoek was in Nederland. Vervolgens nodigde Maarten de Pous Nouwen uit een lezing te houden. Dat gebeurde in samenwerking met Karel en Betty Gunning die daarvoor hun huis aan de Groene Wetering in Rotterdam beschikbaar stelden. Voor het vervolg van het verhaal gaat de camera naar Sia Windig [20], die in 1987 in het laatste jaar was van haar studie HBO/Jeugdwelzijnswerk. Sia woonde de lezing van Henri Nouwen in Rotterdam bij. De priester/schrijver sprak over Jean Vanier, de oprichter van de Ark-leefgemeenschappen (l’Arche). Bij de Ark leven mensen met en zonder een verstandelijke handicap samen, geïnspireerd door de bijbel. Sia Windig behandelde in haar eindscriptie de vraag of geloof een rol mag spelen in de hulpverlening. In de Ark zag ze hoe dat kon. Na haar studie ging ze een jaar werken in een Ark-gemeenschap in Parijs. Daar leerde ze wat het is om niet als hulpverlener, maar als mens naast de mens met een handicap te leven. Door deze vorm van samen leven ontstaat er een bewustzijn van de speciale gaven van het hart die mensen met een verstandelijke handicap aan anderen te bieden hebben en een plaats waar dat geopenbaard kan worden aan de samenleving. Ze merkte dat je dan meer oog en oor krijgt voor de echte hulpvraag, waar je in gewone instellingen door de enorme werkdruk vaak niet aan toekomt. Ze raakte ervan overtuigd dat er ook in Nederland een plek moest zijn voor de aanpak van de Ark. Sia besloot hierover een brief te schrijven aan Jean Vanier. Tot haar grote verbazing vertrouwde Vanier haar de verwezenlijking van het idee toe. Ze kreeg de namen van Nederlanders met een ‘Ark-ervaring’. Een werkgroep werd opgericht en eind 1994 kon het eerste Ark-huis betrokken worden in Gouda. Wat hier in het kort beschreven wordt, nam in werkelijkheid zes jaar en heel veel vergaderingen (o.a. in the centrum van MH in Den Haag), bezoeken aan politici en ambtenaren, gesprekken met instanties en telefoontjes in beslag. Ik was daar de eerste jaren nauw bij betrokken. Het kostte moeite om aan de instanties uit te leggen wat een Ark-huis is. Daarom zijn we in het najaar van 1990 met een aantal leden van de werkgroep samen met de betreffende gedeputeerde en een ambtenaar van de provincie Zuid-Holland op bezoek gegaan bij het Ark-huis Madonna in Antwerpen [21]. De zorgvuldige en realistische manier waarop de internationale Ark-gemeenschap deze werkgroep begeleidde heeft grote indruk op me gemaakt. Het was duidelijk dat men niet uit was op snel succes, maar dat het erom ging dat de nieuwe Ark-gemeenschap stevige wortels zou hebben in de Nederlandse samenleving en zich de Ark-beginselen voldoende eigen zou maken. Inmiddels is de gemeenschap uitgebreid met een atelier en een tweede huis. Het is een voorbeeld van een idee dat werkelijkheid wordt [22].

Noten

[1] Tim Dickson schrijft onder de kop The search for universal ethics: ‘It is thought to be the first time that a document of this kind has attracted influential supporters from Europe, Japan and the US.’ Op 25 augustus 1994 wijdde dezelfde krant een artikel aan de bijeenkomst van de CRT in Caux.

[2] Uit de Caux Round Table Principles for Business, zie ook www.cauxroundtable.org.

[3] Stephen Young, Moral Capitalism – reconciling private interest with the public good, Berrett-Koehler Publishers, Inc. San Francisco, 2004.

[4] De namen Initiatives of Change en Morele Herbewapening worden vanaf hier door elkaar gebruikt en ook de afkortingen IC en MH. Op deze naamsverandering kom ik terug in hoofdstuk 11.

[5] Garth Lean, Frank Buchman - a life, Constable London, 1985, p.151-153 en de website van de Anonieme Alcoholisten: www.alcoholics-anonymous.org. En: ‘Over de AA – Waar verandering al niet toe kan leiden’ artikel van mij (NWN, 1986, nummer 17) over de vijftigjarige AA naar aanleiding van het proefschrift van de socioloog P. van Haberden (Katholieke Universiteit Brabant) Zelfhulp bij Anonieme Alcoholisten (Trouw 8-10-1986).

[6] Zie voor verdere informatie de website van For a Change: www.forachange.com en Jubilee Nederland: www.jubilee.nl.

[7] Zie ook NWN, 1995, nummer 9 en www.juniorroundtable.org/about.

[8] De moslims met wie contact gelegd werd waren allen lid van Islam en Dialoog, een organisatie van met name jonge Turken die actief de dialoog zoeken.

[9] Interview met Menso Fermin op 29 juni 2004.

[10] www.f-4-f.org/whoweare.

[11] De acties rond de gehandicapten omvatten ook een revalidatiecentrum, sport voor gehandicapten, hulp aan ziekenhuizen en klinieken. Behalve door de firma Beenhakker werden deze projecten mede mogelijk gemaakt door MATRA, het hulpprogramma voor Oost-Europa van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, PUM (Project Uitzending Managers), Rotary Club Reeuwijk, Stichting Polen-Oekraïne, Stichting RESPO uit Heerenveen en de Henri Nouwenstichting. Interview met Kees Scheigrond, Ander Nieuws, 1999, nummer 6. Het verslag van de cursus voor eerlijk onderwijs in Slavsko staat in Ander Nieuws, 2002, nummer 4. Kees en Marina Scheijgrond berichten in deze nieuwsbrief regelmatig over de cursussen van F4F, die zij geven.

[12] De toespraak die commissaris J.Th. L. Papeveld hield in het centrum van MH in Den Haag op 30 september 1999 getiteld ‘Politie in de multiculturele samenleving’ staat integraal op www.iofc.nl. Het is al sinds jaar en dag een van de drukst bezochte pagina’s.

[13] Zie hoofdstuk 8, Sociaal Democraat.

[14] Zie hoofdstuk 10.

[15] Verslag van deze conferentie staat in Ander Nieuws, 2004, nummer 5. Een grote groep jongeren uit Indonesië nam deel. De Indonesische jongeren hebben aangeboden in hun land de volgende Asia Pacific Youth Conference te organiseren.

[16] Meer informatie over al deze programma’s is te vinden op de respectievelijke websites. Ze kunnen bezocht worden via www.iof.org. of via www.iofc.nl

[17] Zie ook hoofdstuk 6.

[18] Het project werd officieel beëindigd verklaard in de uitgave Zilver in beeld, 2000, een uitgave van de Stichting Zilver in Beweging. ‘Zilver in beweging, missie volbracht’, was de kop.

[19] Interview met Jan van Nouhuys op 25 juni 2004 Twee plaatselijke kranten, De Lekstreek en Postiljon, berichtten op 1 december 2004 over benoeming van Jan van Nouhuys tot ereburger van Schoonhoven. Behalve wat hierboven al beschreven is, wordt daarin ook genoemd dat Van Nouhuys in de jaren tachtig een van de motoren achter de nieuw omlijnde opleiding tot zilversmid was. Als voorzitter bracht hij de Schoonhovense Zilverdag naar een hoger niveau, het is nu de nationale Zilverdag.

[20] Dochter van Jaap en Rinske Windig-de Boer.

[21] Dat waren de CDA-gedeputeerde voor gezondheidszorg drs. W.H.M Aalbers en het plaatsvervangend hoofd van het bureau Maatschappelijke Zorg R.J.H. van Nistelrooy.

[22] In mijn scriptie De plaats in de samenleving van de mens met een verstandelijke handicap voor de CDA-kaderschoolleergang, 1990-1991, zet ik uiteen, hoe de huizen van de Ark een belangrijke aanvulling kunnen zijn in de gehandicaptenzorg in Nederland. In een Ark-gemeenschap woont men samen in een gezinsmodel. De huishouding wordt samen gedaan en samen koken is heel belangrijk. Sleutelwoorden zijn: maatschappelijke integratie en acceptatie, ontplooiing, kleinschaligheid (men woont met vier tot zes gehandicapte bewoners en vier tot zes assistenten) en democratische opzet (alle bewoners praten en beslissen mee). Gehandicapte bewoners en assistenten staan in een persoonlijke relatie. Spiritualiteit is een kernbegrip. Het wonen en werken in een Ark-gemeenschap vraagt grote toewijding van de assistenten, maar zij vinden het leven met gehandicapten ook een verrijking. Interview met Sia Windig in NWN, 1988, nummer 20. Interview met Sia en haar vriendin Henny Leenman, die het hele Ark-project met Sia meegewerkt heeft en daarin nog steeds actief is, in NWN, 1989, nummer 12. Verslag van het bezoek van Jean Vanier aan Nederland met het oog op de oprichting van de Ark-huizen, NWN, 1990, nummer 2. Meer informatie over de Ark-gemeenschap is te vinden in: Henri Nouwen, Keerpunt, op weg naar de Ark. Dagboeknotities, Uitgeverij Lannoo en Jean Vanier, De spiritualiteit van de Ark, Altiora, Averbode, 1999. Er is een Ark-nieuwsbrief onder redactie van Sia Windig. Men kan ook kijken op www.larchegouda.nl of e-mailen naar: Ark.Gouda@planet.nl