REIKEN NAAR EEN NIEUWE WERELD
HOOFDSTUK 11

Hoofdstuk 11

Een nieuwe wind

In 1938 werd de naam Oxfordgroep relatief eenvoudig ingewisseld voor Morele Herbewapening. Frank Buchman lanceerde de nieuwe naam als een actieprogramma voor de geestelijke en morele herbewapening en veel mensen volgden hem daarin. Toen in het laatste decennium van de 20ste eeuw de tijd rijp was voor weer een naamsverandering, ging dat niet zo eenvoudig in zijn werk. De onvrede over de naam Morele Herbewapening leefde al een poosje. Het Engelse Moral Re-Armament klonk in andere talen meer moralistisch en minder welluidend. Er moest veel uitgelegd worden: dat het woord moreel niet moraliserend bedoeld was en dat herbewapening juist niets met wapens te maken had. Wellicht dacht een enkeling bij het horen van de naam aan de geestelijke wapenrusting waar de apostel Paulus in de brief aan de Efeziërs op doelt, en soms zeiden mensen ook ‘Wat een goede naam, dit is precies wat we nodig hebben’, maar voor de meeste mensen was het een mond vol vreemde klanken [1]

Misschien was het wel zo dat de naam Morele Herbewapening meer paste bij de tijd van de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende koude oorlog en niet meer zo bij de tijd na de val van de muur. Gelijktijdig deden zich andere ontwikkelingen voor. Er was niet alleen onvrede met de naam, maar ook met het feit dat er weinig internationale samenhang was. Wel werkte men samen, bijvoorbeeld in wisselende coalities voor specifieke acties of om de conferenties in Caux voor te bereiden. Nieuwkomers in Caux waren vaak verrast hoe er, zonder dat iemand de baas was, toch veel op goede wijze georganiseerd kon worden. Men was trots op de term die iemand daar een keer voor bedacht: geïnspireerde anarchie. Als je een idee had, zocht je geestverwanten en zette je iets op touw. Het werkte! Het was een hele prestatie dat sinds de dood van Peter Howard in 1965 het werk doorging zonder een centraal gezag. Toch werd de behoefte gevoeld die samenwerking meer te structureren. Er was ook een ander aspect dat aan vernieuwing toe was, en dat was de groepscultuur zoals die in de jaren vijftig, zestig en zeventig gegroeid was. Er waren dan wel geen geschreven regels, er was wel een sterke ongeschreven gedragscode. Groepsdruk kon mensen ervan weerhouden hun eigen overtuiging ernstig te nemen. Dit had een zekere uniformiteit tot gevolg. Belangrijke persoonlijke beslissingen werden in de groep besproken of/en aan een gezaghebbend leider voorgelegd. Voor wie het niet met de gangbare groepscultuur eens was, was het moeilijk uit de pas te lopen. Door het gebruik om de gedachten uit de stille tijd met elkaar te delen, wist men veel van elkaar. Dit betekende aan de ene kant dat men zich gedragen wist door de groep, aan de andere kant kon het ook verkeerde afhankelijkheid tot gevolg hebben. De leiders van het moment kregen teveel invloed. Je moest een sterke geest hebben, om een onafhankelijke koers te varen Het ideaal was dat God ieder mens kan gebruiken en dat ieder mens een geïnspireerd idee kan krijgen. Maar in de praktijk werd niet iedereen even serieus genomen. Leiderschap gaat naar diegenen die geestelijk fit zijn, was het adagium. Maar wie bepaalt wie geestelijk fit is? Het was niet duidelijk hoe besluiten genomen werden en door wie. De beweging dreigde een bolwerk te worden met een gedragscode waar je het mee eens moest zijn. Het was de tijd dat Morele Herbewapening het gevaar liep te worden, wat ze niet wilde zijn, namelijk een sekte. Wie kritiek had, moest zelf veranderen, want met de beweging kon niets mis zijn.

Internationaal coördinatie

Eind jaren tachtig ging een nieuwe wind waaien. De behoefte groeide aan een meer transparante en democratische structuur. In 1989 vond een eerste internationaal overleg plaats in het kader van wat het ‘consultation process’ zou gaan heten. Hierin deden zowel mensen mee die fulltime met MH werkten als ook diegenen die een andere, betaalde, baan hadden, maar zich wel honderd procent bij MH betrokken voelden. Aanvankelijk kwam men ieder half jaar enkele dagen bijeen, vanaf 1993 jaarlijks. De beraadslagingen vonden telkens in een ander deel van de wereld plaats, en ook gedeeltelijk met andere mensen, die hun land of streek vertegenwoordigden of deskundig waren op een bepaald gebied. De deelnemers werden geacht vooraf en na afloop met het landelijke of regionale team te overleggen. Zo werden er meer mensen betrokken bij het reilen en zeilen van MH. In de eerste beraadslaging in april 1989 in Chantilly, Frankrijk, was een van de onderwerpen hoe actief in te gaan op de vele openingen die er toen al waren in de nog communistische wereld. Er waren al jaren contacten, maar het bleek dat er ineens veel meer mogelijk was. Datzelfde jaar werd er in oktober in Tokio over nagedacht hoe het niet-christelijke en niet-westerse karakter van MH te versterken. Na het overleg in Japan begonnen we in Nederland met een serie avonden over onderwerpen die daar en in de volgende consultaties aan de orde kwamen. Die avonden leidden tot een openhartige gedachtewisseling in het team hier. Bijvoorbeeld over groepscultuur, besluitvorming en of er ook de vrijheid was dingen op een andere manier te doen en de boodschap op een meer eigentijdse wijze te vertolken. Via telkens weer andere Nederlanders die aan deze consultaties meededen, kon het team hier meedenken over de verschillende thema’s. Sociale betrokkenheid was het aandachtspunt in Sao Paulo, Brazilië in april 1990. Ook de interne besluitvorming werd hier onder de loep genomen. Om die te versterken besloot men internationale coördinatiegroepen in te stellen rond specifieke onderwerpen. Het conferentiecentrum Mountain House in Caux speelt een centrale rol in het werk van Morele Herbewapening, maar het onderhoud en de exploitatie van het uit begin 1900 daterende gebouw gingen steeds zwaarder wegen. In september 1990 (in het Franse dorp Dingy en Vauche, vlakbij Genève) werd besloten dat dit centrum dat internationaal zo’n grote rol speelde, ook internationaal gedragen diende te worden. De Zwitsers gaven vanaf toen meer ruimte aan anderen om verantwoordelijkheid te nemen. Een paar jaar later, onder andere op voorstel van Nederland, werd het besluit genomen dat er een passende huurder gevonden moest worden voor de negen à tien maanden dat er geen conferenties waren en het conferentiecentrum dus leeg stond. Een dag na dit besluit stond er een advertentie in de krant van de Swiss Hotel Management School, die een nieuwe ruimte zocht. Het bleek dat Mountain House precies de plek was die ze zochten. Vanaf 1995 gebruikt deze internationale hotelschool het conferentiecentrum in Caux van september tot en met juni. De samenwerking verloopt prima en de inkomsten uit deze verhuur helpen om het gebouw als conferentiecentrum voor IC in stand te houden. Het bleek dat de internationale beraadslagingen in feite grote invloed hadden. In ieder geval werden aan de besluiten consequenties verbonden, die gevolgen hadden voor het wereldwerk. De thema’s hingen vaak samen met het land waar de beraadslagingen plaats vonden en met het tijdstip, waarop deze plaatsvonden. Die in februari 1991 in India viel samen met de eerste golfoorlog en was gericht op het interreligieuze karakter van MH en een beter begrip van de islam. In Berlijn datzelfde jaar was de aandacht gericht op de nieuwe werkelijkheid van Europa zonder ijzeren gordijn en muur. Daar werd het besluit genomen één internationale coördinatiegroep aan te stellen.

Transparante financiën

Een aspect van het werk van Morele Herbewapening dat nodig transparanter moest worden, waren de financiën. Het grondbeginsel was altijd geweest dat waar God leidt er vanzelf ook de nodige financiën beschikbaar zouden komen. Genoeg bidden en vertrouwen en het geld voor de acties zou binnen stromen. Dit werkte ook vaak, onder andere dankzij enkele welgestelde mensen die de overtuiging hadden dit werk te steunen. Overigens kwamen de giften lang niet altijd uit overvloed. Het werk werd vooral financieel gedragen door veel gewone mensen die heel eenvoudig leefden om zoveel mogelijk te kunnen bijdragen. Op dezelfde manier als grote en kleine acties gefinancierd werden, moesten ook de individuele mensen die zich geroepen voelden zich op fulltime basis in te zetten voor het werk van MH, zien rond te komen. ‘Leven op geloof en gebed’ was de term hiervoor. Er kwam een grote dosis vertrouwen bij kijken, omdat mensen vaak niet wisten of ze over een week genoeg geld hadden. Als het iedere keer weer bleek goed te komen, versterkte dit het vertrouwen. Voor jonge ongetrouwde mensen met weinig financiële verplichtingen was dit makkelijker dan voor gezinnen met kinderen. Maar ook dan werkte hetzelfde principe. Er is een verhaal van een echtpaar dat hun eerste kind liet dopen. In de kerk zat een vrouw die tijdens de dienst de gedachte kreeg jaarlijks een som geld voor de dopeling ter beschikking te stellen. Toen ze dat na de kerkdienst aan de jonge ouders vertelde, bleek dit een antwoord op gebed. Hoe mooi dit principe ook was, er was een keerzijde. Mensen die fulltime met MH werkten, konden zich afhankelijk voelen van hun ‘geldschieters’. Het kon ook de verhouding vertroebelen en een verkeerd gevoel van onvrijheid creëren. Fulltimers hadden soms het gevoel in een glazen huis te wonen en werden ook wel op hun bestedingsgedrag aangesproken. En betekende het feit dat het geld soms of vaak niet binnenkwam, dat de persoon in kwestie te weinig geloof had of dat er niet genoeg gebeden was? Geldzorgen hebben voor heel wat slapeloze nachten gezorgd. In veel landen, ook in Nederland, waren er fulltimers die uit geldgebrek moesten besluiten een betaalde baan te zoeken. Tijdens het overleg in Ottawa in 1992 werden de financiën onder de loep genomen. Omdat ieder land financieel en ook anderszins onafhankelijk is, bleek dat er grote verschillen waren. Er waren landen die goed voor hun fulltimers zorgden en er waren landen, ook rijke landen, waar fulltimers zo weinig gewaardeerd werden dat ze gedwongen werden betaald werk te zoeken, wat als gevolg had dat het werk daar inzakte. De werkelijke kosten van de activiteiten van MH waren niet helder, omdat het werk vooral dreef op vrijwillige en onbetaalde krachten. Er werd geconcludeerd dat de term ‘geloof en gebed’ met het oog op de financiële voorziening, wellicht had geleid tot een te passieve houding, terwijl een actieve, fantasierijke houding nodig was. In sommige landen bleek het feit dat mensen die fulltime met MH werkten geen salaris kregen, maar afhankelijk waren van giften, heel slecht te vallen. In Japan bijvoorbeeld werd dit gezien als een verkeerde vorm van afhankelijkheid, het kon zelfs als nepotisme getypeerd worden. Daar kregen de fulltimers dus een salaris. In Ottawa werd besloten om nieuwe manieren te zoeken om voor de fulltimers te zorgen, te meer daar de meesten van hen ook geen pensioenregeling hadden. Verder werden er plannen ontwikkeld om niet alleen afhankelijk te zijn van individuele giften, maar om, vooral voor speciale projecten, fondsen te werven bij instellingen, bedrijfsleven en overheden. India is een mooi voorbeeld van hoe dit kan. Al vanaf begin 1970 is mede door toedoen van de regelmatige industrieconferenties in Asia Plateau, Panchgani, het industriële klimaat in Jamshedpur en andere industriegebieden van India aanzienlijk verbeterd. Sinds 1977 houden mensen in Jamshedpur die werken in de industrie en betrokken zijn bij Morele Herbewapening/Initiatives of Change wekelijks een ‘teammeeting’. De industrieconferenties in Panchgani voorzien in een behoefte, omdat elk bedrijf in India verplicht is aan kadervorming te werken. Zodoende nemen hele delegaties van ondernemingen deel aan de conferenties. Mede hierdoor zijn ze zo succesvol. De industrieconferenties in Panchgani zijn een belangrijke bron van inkomsten voor het conferentiecentrum en voor het hele werk van MH in India. Sinds het overleg in Ottawa is er internationaal meer oog voor mensen die fulltime met MH/IC werken. In Nederland is in 1995 besloten mensen die fulltime werken voor zover nodig een financiële vergoeding te geven.

Nieuwe naam

We begonnen dit hoofdstuk met de onvrede over de naam. Tijdens de internationale beraadslaging op Cyprus in 1993 werd een consensus gevonden, een algemene bereidheid de naam te veranderen. Maar verder dan die bereidheid kwam het de jaren daarna niet. In 1998 in Jamaica stond de naam ook weer op de agenda. Er werd een werkgroep ingesteld die hierover een internationale (e-mail)discussie begon. Daarna werd de kwestie van de naam opgepakt door de Internationale Raad (International Council) die in 1999 in Zuid-Afrika werd opgericht als opvolger van de internationale coördinatiegroep. Tot oktober 2004 was de Nederlandse Lotty Wolvekamp secretaris van deze raad en ze deed het werk daarvoor in het kantoor van MH in Den Haag [2]. Zij heeft het hele overleg over de naam begeleid. Tijdens het overleg in Richmond (Verenigde Staten, maart 2001) bleek dat er uit de vele voorstellen twee namen overbleven: Change International en Initiatives of Change. De stemming hierover staakte. Tijdens een extra beraadslaging in Caux die zomer viel het besluit met algemene stemmen om als nieuwe naam te kiezen Initiatives of Change. Dit besluit werd tijdens een persconferentie op 14 augustus 2001 in Caux wereldkundig gemaakt door de voorzitter van de Zwitserse Stichting van MH Cornelio Sommaruga en door Rajmohan Gandhi uit India, lid van de International Council. Sommaruga zei: ‘De oude naam was een product van zijn tijd. De nieuwe naam geeft beter weer dat onze initiatieven sociale rechtvaardigheid nastreven, waardoor de kloof tussen arm en rijk in de wereld niet wijder, maar kleiner wordt.’ Gandhi zei onder andere: ‘Ethische waarden blijven de kern van onze bezinning en van onze actie. Maar deze nieuwe naam zegt beter wat we zijn – een internationaal netwerk van mensen van verschillende generaties, culturen, religies en levensbeschouwingen, allen betrokken bij wereldwijde en persoonlijke initiatieven.’ Zo was er dus na jaren van overleg een nieuwe internationale naam. Nu was de vraag hoe dit werk zou gaan heten in de niet-Engelse taalgebieden. In sommige landen besloot men de naam te vertalen, Initiatives et Changement in het Frans, Initiativen der Veränderung in Duits sprekend Zwitserland, Iniciativas de Cambio in het Spaans. In sommige landen werd de afkorting MRA (voor Moral Re-Armament) gehouden en gevoegd voor de nieuwe naam: MRA/IC. In Nederland is na twee overlegrondes eind november 2001 besloten de Engelse naam te gebruiken met een Nederlands onderschrift ‘Verandering: persoonlijk, wereldwijd’. De nieuwe naam betekende niet dat Morele Herbewapening afstapte van haar overtuiging dat een verandering in de wereld moet stoelen op verandering van mensen. En dat een vreedzame, rechtvaardiger wereld er alleen komt als individuele mensen bereid zijn daar de prijs voor te betalen in hun eigen leven. Maar wel ging de nieuwe naam gepaard met een nieuwe geest en een nieuwe stijl die welbeschouwd al langer heerste. Men dacht niet meer de waarheid in pacht te hebben. Er werd meer samengewerkt met andere organisaties. Ondanks de intensievere internationale overlegstructuur, was er meer vrijheid van handelen. Er kwam meer transparantie, meer ruimte voor verschillende opvattingen en meer openheid voor kritiek. In de samenwerking met anderen kwam de specificiteit van Initiatives of Change naar voren, namelijk het verband dat benadrukt wordt tussen persoonlijke verandering en verandering in de wereld. ‘From the personal to the global’ is het Engelse onderschrift bij de internationale naam.

Doelstellingen

Behalve voor de naamsverandering zijn de internationale beraadslagingen gebruikt om de inhoud van de boodschap af te stemmen en na te denken over de doelstellingen. Die hoefden niet bedacht te worden. Men keek gewoon waar het team van MH in de wereld mee bezig was en probeerde dat onder een aantal noemers te brengen. Zo werd in 1993 in Cyprus een vijftal doeleinden geformuleerd: * Het helen van wonden uit het verleden. De botsing van beschavingen en culturen heeft deels te maken met de open wonden uit het verleden. * Het versterken van de morele en geestelijke grondslagen van de democratie. Zelfverrijking en corruptie kunnen de democratie ondergraven. * Gezinnen stimuleren een klimaat van zorg en persoonlijke verantwoordelijkheid te scheppen. * Gemeenschapszin creëren in de grote steden, en zo mede de oorzaken van discriminatie aanpakken. * Het bevorderen van dialoog tussen mensen van verschillende culturen en geloven, gebaseerd op een gemeenschappelijke inzet voor verzoening, rechtvaardigheid en vrede. In 2000 werd hier in India nog een zesde doel aan toegevoegd dat verband hield met de armoede: * Om banen te scheppen, de grondoorzaken van armoede aan te pakken en milieuproblemen het hoofd te bieden, is het nodig dat in het economische leven en denken morele factoren een rol gaan spelen en de corruptie wordt aangepakt. Eerder schreef ik dat het milieu nooit een speerpunt was geweest. Maar in deze doelstelling wordt dus wel het milieu speciaal genoemd. Deze doelstellingen klinken erg ambitieus. Minstens zo ambitieus als het bouwen van een nieuwe wereld, zoals het doel verwoord werd in de beginjaren. Maar dat werd noch toen, noch nu, als een reden gezien er niet aan te werken.

Wat ieder bindt

IC is geen godsdienst of levensbeschouwing. Er is binnen deze ‘wereldfamilie’ een grote verscheidenheid aan opvattingen, maar er is iets dat iedereen bindt - de grondslag van IC. Er was behoefte na te denken wat dat was en dat onder woorden te brengen. In 2001 werd tijdens een beraadslaging in Richmond (VS) een verklaring in negen punten opgesteld waar de internationale gemeenschap van IC, die openstaat voor mensen van alle culturen, nationaliteiten, godsdiensten en levensovertuigingen, het over eens kon zijn [3]. Een van de negen punten ging over de vier morele maatstaven die vanaf de vroege jaren een pijler van het werk zijn geweest. ‘Wij geloven dat in een sfeer van moreel relativisme onveranderlijke waarden van eerlijkheid, zuiverheid, onzelfzuchtigheid en liefde een normatief kader bieden waarbinnen we ons eigen en ons gezamenlijk gedrag kunnen toetsen.’ Dit punt wordt als volgt uitgewerkt. Eerlijkheid betekent een toewijding aan waarachtigheid. Om de woorden te laten sporen met de daden, om niet bewust een misleidende of valse indruk te geven, om een cultuur van transparantie en eerlijkheid te bevorderen, zowel in het privé-leven als in het openbaar. Zuiverheid – reinheid - heeft te maken met zuivere motieven en bedoelingen, onverdeelde hartelijkheid, elkaar niet uitbuiten of manipuleren, bevrijding vinden van verslavingen, wellust en gulzigheid. Onzelfzuchtigheid: er wordt van ons verwacht dat we onze bronnen en talenten gebruiken om de noden van anderen te lenigen, en zo anderen te respecteren en te dienen als we zelf ook gerespecteerd en gediend willen worden. De liefde complementeert het geheel. Uiteindelijk hebben mensen het in het diepst van hun ziel nodig om gewaardeerd, gerespecteerd, ja bemind te worden. Deze maatstaven, die een dienende functie kunnen hebben bij het zoeken naar richting in ons leven, zijn soms misbruikt om anderen de les te lezen, met de ‘waarheid’ om de oren te slaan. Elkaar de waarheid vertellen onder het mom van eerlijkheid kan heel liefdeloos en onbarmhartig zijn. Mensen zijn er ook onder gebukt gegaan als deze maatstaven te rigide werden toegepast en als doel en niet als middel werden gezien. Daarom is het belangrijk eerlijkheid, zuiverheid en onzelfzuchtigheid te zien in het licht van de liefde, die de ander, en jezelf, geen kwaad doet. En te beseffen dat maatstaven, principes, slechts wegwijzers zijn en geen doeleinden op zich. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn dat Morele Herbewapening/Initiatives of Change altijd een minimum aan structuur heeft gehad. De structuur die er was, was bijvoorbeeld nodig om de financiën te beheren. Daarvoor is in de meeste landen MH/IC georganiseerd in een stichting of een vereniging. In Nederland is de Nederlandse Stichting Initiatives of Change (Morele Herbewapening) verantwoordelijk voor het financiële beheer. De Stichting is opgericht op 16 maart 1948 en heette toen Nederlandse Stichting voor Morele Herbewapening (Oxfordgroep) [4]. Ieder land is onafhankelijk, maar het paste in de ontwikkelingen om het werk wereldwijd meer te structureren. In 2002 hebben al deze stichtingen en verenigingen zich gebundeld in een internationale vereniging, de International Association. Terwijl de eerder genoemde International Council een informele raad is die zich met interne zaken en beleid bezighoudt, is de International Association een rechtspersoon, die een stem naar buiten toe kan zijn, onder andere naar internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. Zij waarborgt het gebruik van de naam en wil bovendien de samenwerking bevorderen tussen de nationale lichamen in ongeveer veertig landen. Een keer per jaar wordt een Algemene Vergadering van de International Association gehouden. De eerste voorzitter is Cornelio Sommaruga, die tot 2004 ook voorzitter was van de Zwitserse Stichting van IC. Sommaruga, voormalig voorzitter van het Internationale Comité van het Rode Kruis, heeft veel gedaan om het internationale conferentiecentrum in Caux en het werk van IC in het algemeen in internationale kringen meer bekendheid te geven. Mede dankzij hem heeft de International Association of Initiatives of Change in 2005 de speciale raadgevende status gekregen bij ECOSOC, de economische en sociale raad van de Verenigde Naties en de deelnemende status bij de Raad van Europa.

Communicatierevolutie

De veranderingen binnen Morele Herbewapening, dat nu dus Initiatives of Change heet, sinds de jaren tachtig vielen samen met grote veranderingen in de wereld: de snelle groei van de globalisering, het einde van de koude oorlog, de communicatierevolutie van fax naar e-mail en een beweging naar meer transparantie en democratie. De internationale beraadslagingen hebben gezorgd voor meer transparantie, voor een duidelijker en democratischer internationaal leiderschap in de vorm van een Internationale Raad, voor gezamenlijke uitgangspunten en voor een nieuwe naam. Vooral de communicatierevolutie heeft de internationale samenwerking bevorderd. Door e-mailgroepen worden acties en conferenties voorbereid. Internet heeft het werk een grotere bekendheid gegeven. In augustus 1998 was Nederland van alle landen waar MH/IC actief is, een van de eersten met een website voor Morele Herbewapening. De goedbezochte website, www.iofc.nl, vormt een aanvulling op de publicatie Ander Nieuws, opvolger van Nieuw Wereld Nieuws, die 6 keer per jaar verschijnt. Het gebruik van de website betekende een andere werkwijze. Ander Nieuws kan volstaan met korte berichten en artikelen. Geïnteresseerden kunnen langere verslagen en integrale teksten van lezingen op de website vinden. De redactie bestaat uit enkele IC-fulltimers en jonge mensen die naast hun baan meedenken en schrijven voor Ander Nieuws. De website wordt geregeld bijgewerkt en men kan zich abonneren op een gratis e-mailnieuwsbrief, om op de hoogte gehouden te worden van wat er nieuw is op de site. Ook zijn er links naar sites van andere landen en van de diverse programma’s van IC. Sinds 2003 is er een geheel vernieuwde internationale site, www.iofc.org, om te beginnen in een zevental talen, waarop elke week een commentaar over de wereldsituatie verschijnt, geschreven door en onder redactie van een wereldwijd team van scribenten. De commentaren geven een goed beeld van het denken binnen Initiatives of Change wereldwijd. Voor diegenen die zich actief met IC bezighouden is er een interne website.

Dienend leiderschap

In Jamaica werd in april 1998 tien jaar ‘consultation process’ geëvalueerd. De vorderingen werden genoemd die ook al in dit hoofdstuk naar voren komen, maar er werden ook zwakheden gesignaleerd die nog steeds niet aangepakt waren, zoals een zwak collectief leiderschap en een gebrek aan een wereldwijde visie. Maar een sterk leiderschap kan evenzeer nadelen hebben - bijvoorbeeld een te grote machtsuitoefening door sterke persoonlijkheden - en daar was en is men ook beducht voor. Het werk van Initiatives of Change was van oudsher sterk in de Verenigde Staten, in Engeland en in het noorden en westen van Europa. Nog steeds ligt het zwaartepunt in de Angelsaksische wereld. Ook in 2004 was dit nog zo, zoals bleek uit een enquête over dit proces, waarvan bijna de helft van de inzenders uit Groot-Brittannië kwam en als je de Verenigde Staten, Canada en Australië er bij op telt kom je op meer dan de helft. Toch is er een levendig werk in Afrika, Azië en Zuid-Amerika, zoals bijvoorbeeld blijkt uit deelname uit die werelddelen aan de programma’s en conferenties van Agenda for Reconciliation. En het conferentiecentrum Asia Plateau in India wordt het hele jaar door gebruikt voor conferenties en cursussen. De toename aan activiteiten in het midden en oosten van Europa is ook al aan de orde geweest. Alleen is het zo dat in de internationale gremia deze werelddelen nog onvoldoende meedoen. Taal speelt daarbij ook een rol. Veel gebeurt in het Engels en dat is voor mensen uit bijvoorbeeld Zuid-Amerika een grote hinderpaal. Tegelijkertijd is er tegenwoordig meer begrip voor andere talen dan Engels en een wens om andere culturen meer zichtbaar te maken, onder andere via de internationale website van IC [5]. De digitale kloof, die er nog is, wordt snel kleiner. Het is zelfs zo dat dankzij de digitale revolutie nu een snellere communicatie mogelijk is met die plekken in de wereld die per post moeilijker te bereiken zijn. IC is een ‘bottom-up’ organisatie en die moet je niet willen veranderen in een organisatie die ‘top-down’ georganiseerd is. De kracht ligt in de overtuiging en de initiatieven van mensen aan de basis. De kunst is om hen te stimuleren zonder ze te willen beheersen. Het leiderschap waarnaar gestreefd wordt, is dan ook dienend leiderschap. En de kunst is dat, wat er plaatselijk gebeurt, internationaal zichtbaar te maken en mee te laten tellen. Initiatives of Change is niet alleen een organisatie, het is ook een wereldfamilie. Door de internationale beraadslagingen en dito samenwerking bij het werk voor de speciale programma’s en conferenties leren mensen uit allerlei landen elkaar kennen. Door samen enige dagen op te trekken, door in kleine groepen dagelijkse momenten van bezinning en uitwisseling te hebben, ontstaan er banden van vertrouwen en vriendschap. En uiteindelijk is dat toch de bloedsomloop van dit wereldwijde netwerk.

Noten

[1] Efeze 6, vers 13-17: ‘Neemt daarom de wapenrusting Gods … de lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard der Geestes…’

[2] Lotty Wolvekamp was van 1980 tot 2003 ook verantwoordelijk voor het secretariaat en de administratie van de conferenties in Caux. Ze heeft de hele operatie daar geautomatiseerd en tientallen mensen uit de hele wereld opgeleid.

[3] IC in negen kernpunten: Als een internationale gemeenschap die open staat voor mensen van alle culturen, nationaliteiten, godsdiensten en levensovertuigingen, geloven wij dat... * in dit tijdperk van globalisering het individu een positieve verandering in de maatschappij teweeg kan brengen. * in dit tijdperk van overvloedige informatie naast onstellende menselijke nood het luisteren in stilte naar God, naar de innerlijke stem, of naar het geweten - een onmisbare bron is van wijsheid en inzicht, die vrij maakt en richting geeft. * in dit tijdperk van stress en oppervlakkig leven persoonlijke en wereldwijde verandering begint met het verdiepen van inzicht in onszelf. * in een sfeer van moreel relativisme onveranderlijke waarden als eerlijkheid, zuiverheid, onzelfzuchtigheid en liefde een normatief kader bieden waarbinnen we ons eigen en ons gezamenlijke gedrag kunnen toetsen. * in deze tijd waarin winst en succes het belangrijkste doel lijken te zijn oprechte zorg voor elkaar de basis is van elke poging een blijvende verandering in de maatschappij teweeg te brengen. * in deze tijd van spanningen tussen bevolkingsgroepen alle mensen als gelijkwaardig gezien moeten worden: ieder heeft een verhaal te vertellen en een rol te vervullen. * in deze tijd waarin haat en wrok een vicieuze cirkel vormen de erkenning van gemaakte fouten, herstel en vergeving middelen zijn die de menselijke geest bevrijden en de wonden uit het verleden kunnen helen. * in een samenleving waar mensen geneigd zijn elkaar de schuld geven eerlijke gesprekken en het accepteren van de eigen verantwoordelijkheid mensen kunnen verenigen om samen te werken over oude breuklijnen heen. * in een wereld die gekenmerkt wordt door verdeeldheid en eigenbelang, kernen van toegewijde mensen model kunnen staan voor een rechtvaardiger en mensvriendelijker samenleving. Verklaring opgesteld tijdens een wereldwijd overleg van Initiatives of Change in maart 2001 in Richmond (VS) en in augustus 2001 in Caux (Zwitserland).

[4] Het bestuur van de Stichting komt twee keer per jaar bijeen. Voorzitter is Kees Scheijgrond en secretaris Rob Overdijkink.Er is ook een Raad van Toezicht en een Financiële Commissie, die fungeert als een dagelijks bestuur. Het Stichtingsbestuur houdt zich vooral bezig met de financiën en algemeen beleid en minder met het organiseren van activiteiten.

[5] www.iofc.org