REIKEN NAAR EEN NIEUWE WERELD
HOOFDSTUK 12

Hoofdstuk 12

Reiken naar een nieuwe wereld

Dit boek heeft in grote lijnen de ontwikkeling van een beweging gevolgd. Het begon met vernieuwing. Veel mensen verwelkomden die vernieuwing als een frisse wind door een muf huis. Ze ervoeren hoe bevrijdend het kan zijn als je persoonlijke verandering in je leven toelaat. Het referentiekader was in de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw christelijk. De meeste mensen in de maatschappij geloofden in God. Op het persoonlijke vlak was het geweten in zekere zin meer ontwikkeld. Het doel van Oxfordgroep/MH was persoonlijke verandering en daardoor ook een verandering in de samenleving: een nieuwe wereld. Omdat het heel aanstekelijk kan zijn als mensen veranderen en daarover vertellen, verbreidde de beweging zich in het begin als een lopend vuurtje. Een uiting van ongekend enthousiasme, een sociale beweging, een historisch fenomeen, waren typeringen die Bert de Loor gebruikte in Nieuw Nederland loopt van stapel. Hij zag dat de beweging aansloot bij de behoefte die in de (protestantse) kerken leefde aan een actievere beleving van het christendom. De economische crisis en daarbij de oorlogsdreiging maakte die behoefte groter [1].

Twee ontwikkelingen

Er zijn twee ontwikkelingen waar iedere beweging na verloop van tijd mee te maken krijgt. Aan de ene kant de zeer menselijke behoefte om het fris ontdekte, het nieuwe vast te willen houden, te consolideren, bij wijze van spreken in dogma’s te willen verankeren. Aan de andere kant de noodzaak om de boodschap telkens weer te vertalen voor de nieuwe tijd. Beide gebeurde ook met Oxfordgroep/Morele Herbewapening. Wellicht zijn het ook wel twee stromingen en moeten ze elkaar in evenwicht houden: vasthouden en loswoelen, bewaren en vernieuwen. Peter Howard, de leider van MH in de jaren zestig, sprak over enclavers en freebooters, zeg maar verdedigers van het eigen territorium en vrijbuiters. Toch lijkt het of het laatste aan belang wint. Want als je de boodschap niet telkens weet uit te leggen, aan te passen, te interpreteren verlies je de aansluiting met de tijd waarin je leeft. Dat geldt voor iedere beweging, ieder geloof en iedere levensbeschouwing [2]. In feite is dat aldoor gebeurd met deze beweging. Weliswaar bleef de grondgedachte gelijk – een nieuwe wereld begint met nieuwe mensen – en het doel in essentie ‘bruggen bouwen’, de nadruk was telkens anders, afhankelijk van de tijd waarin men leefde. Na de Tweede Wereldoorlog was het de klassenstrijd en de koude oorlog die heel sterk het stempel op het werk drukten. Er was een enorm gevoel van urgentie om daar een antwoord op te geven. Men wilde een derde wereldoorlog voorkomen. Mensen gaven hun studie op, gaven banen eraan, stortten zich in dit werk zonder zicht op salaris, laat staan op pensioen. Er was een grote overtuiging en offerbereidheid, maar ook kreeg de beweging sektarische trekken. De urgentie van de taak maakte groepsdruk volgens sommigen aanvaardbaar.

Veelvormigheid

Met het einde van de koude oorlog en de val van de muur, of eigenlijk al eerder tijdens de detente, glasnost en perestrojka, veranderde er veel, ook in het werk van MH. Het werd veelvormiger. Vele initiatieven probeerden en proberen antwoord te geven op de nieuwe uitdagingen. De overzichtelijke tweedeling tussen de communistische en de vrije wereld heeft plaats gemaakt voor een wirwar van conflicten en belangen. Ik herinner me een conferentie in Caux in de winter van ‘89/’90 net na de val van de muur. De aanwezigheid van twee gezinnen uit Leipzig maakte de nieuwe situatie in Europa ook in Caux tastbare werkelijkheid. Zij maakten ons deelgenoot van de gebeurtenissen die geleid hadden tot de omwenteling en waaraan de bevolking van Leipzig een groot aandeel had gehad. In de opwinding die het einde van de tweedeling in Europa ook in Caux teweeg bracht sprak professor W. Stauffacher, hoogleraar Duitse literatuur uit Lausanne ontnuchterende woorden. ‘Die muur kwam ons eigenlijk wel heel goed uit. We konden een geriefelijk leven leiden en hoefden ons niets aan te trekken van de mensen daarachter. Maar nu is dat totaal veranderd. De mensen uit Oost-Europa doen een beroep op ons. Oude zekerheden bieden geen houvast meer. We moeten ons opnieuw oriënteren, samen met hen.’ De strijd van ideeën of zo men wil ideologieën, heeft plaats gemaakt voor een botsing tussen culturen. Onze wereld is in alle opzichten pluralistisch geworden. Er zijn vele referentiekaders. De christelijke godsdienst is in ons land een van meerdere geworden. Geen één religie kan aanspraak maken op de waarheid. Alle religies proberen met woorden en rituelen het transcendente te benaderen. Maar is het niet zo dat alle hiermee gepaard gaande uitspraken menselijke uitspraken zijn? Ze zijn dus voorlopig en kunnen altijd herzien worden [3]. Ook al zullen we dat met sommige uitspraken die een universele betekenis hebben, niet zo gauw doen. Een voorbeeld hiervan is de zogenaamde Gulden Regel, die in verschillende bewoordingen in iedere godsdienst en levensbeschouwing voorkomt: ‘Behandel anderen zoals je zou willen dat zij jou behandelen’ [4]. Ook het seculiere model blijkt niet altijd en voor iedereen zaligmakend. Tot voor kort dachten velen in Europa dat dit model het ideaal was voor de ontwikkeling van de hele wereld. Uit publicaties van de laatste tijd blijkt echter een groeiend inzicht dat dit idee niet van realiteitszin getuigt. Van dichtbij zien we dat godsdienst niet een uitstervende folklore is, maar een factor om rekening mee te houden. In de rest van de wereld zijn de religies altijd belangrijk gebleven. Het is tijd de zienswijze in andere delen van de wereld, zoals bijvoorbeeld in Afrika, serieus te nemen. En ook in ons eigen land kunnen we daar niet om heen [5]. Kortom, het is heel moeilijk geworden om een gezamenlijke noemer te vinden. Waar refereer je aan als je iemand ontmoet? Is er een universele God? Wat stelt ieder zich daarbij voor? Zijn er universele waarden? Zijn er Europese of zelfs Nederlandse waarden en wat zijn die dan? Een ding dat mensen gemeenschappelijk lijken te hebben is de afhankelijkheid van de macht van het geld en de markt. Dit is de realiteit, maar het zou jammer zijn als dat ons meer bindt dan culturele en morele waarden. In Europa hebben we te maken met referentiekaders van mensen die sinds 1945 in vrijheid geleefd hebben. Die geleerd hebben met de luxe van vrijheid en overvloed om te gaan - of juist niet. Daarnaast met mensen die sindsdien onder de communistische dictatuur geleefd hebben; daar nog maar pas van bevrijd zijn en plotseling met dezelfde vrijheid en hetzelfde commerciële aanbod geconfronteerd worden. Bovendien is er een groeiende groep mensen die vanuit andere culturen naar Europa gekomen is om hier tijdelijk te werken of hier hun thuis te maken.

Lessen uit het verleden

In deze pluralistische samenleving is het idee van bruggen bouwen meer dan ooit nodig. Het is goed te beseffen dat we niet het wiel hoeven uit te vinden en dat we niet vanaf nul beginnen. We kunnen leren van de ervaringen van mensen die ons voorgingen. Ze hebben ons iets te vertellen. Ze kregen ideeën met het oog op de samenleving, ze werden zelfstarters. Er was niet een instantie die mensen in beweging probeerde te krijgen, nee die beweging kwam van binnen uit. Ze hebben zich helemaal ingezet voor een nieuwe wereld. Het was niet iets wat ze erbij deden, in hun vrije tijd. Ze gaven zich geheel en al. Ze offerden geld en tijd. Ze waren toegewijd en trouw. Ze gingen en gaan niet met pensioen. De energie mag dan minder worden, de inventiviteit niet. Frits Philips lanceerde het idee van de Caux Round Table toen hij 80 was. Op 16 april 2005 werd met tal van festiviteiten in Eindhoven zijn 100ste verjaardag gevierd. Uit alle publiciteit rond zijn bijzondere verjaardag komt hij naar voren als een sociaal bewogen topindustrieel die niet uit was op zelfverrijking. Zijn waarde ontleent hij niet aan zijn vermogen, maar aan zijn menszijn [6]. Joty ter Kulve-van Os spant zich op haar 77ste in voor een museum in haar ouderlijk huis in Linggadjati, Indonesië, waar in 1946 de verbinding tussen Nederland en Indonesië verbroken werd. Ze hoopt dat dit museum nu kan helpen de relatie tussen beide landen te verbeteren [7]. Digna Hintzen blijft zorg dragen voor het team in Colombia en gaat er nog ieder jaar een maand of zo heen. Ze voelt zich ook mee verantwoordelijk voor de publicaties van IC in het Spaans. Tjits Hoekstra, zelf bejaard, bezoekt trouw andere bejaarden. Karel en Betty Gunning voelen zich, na hun jarenlange verblijf in Marokko nog verbonden met dat land en leggen daarom contacten met Marokkanen in Nederland. Aad Burger kreeg een onderscheiding voor zijn jarenlange inzet voor IC, maar de woorden die de burgemeester van Utrecht daarbij uitsprak zouden ook voor vele anderen kunnen gelden: ‘Kijken naar de wereld. Kijken naar jezelf, daar de conclusies uit trekken en daarnaar handelen.’ Natuurlijk was niet alles ideaal. De oudere generatie is de eerste om ook fouten toe te geven. Vanwege de gevoelde urgentie van de taak – ik schreef dat al - was er vooral voor de fulltimers weinig echt privé. Men voelde zich verantwoordelijk voor elkaar, maar die oprechte zorg kon ook makkelijk leiden tot betutteling. Men liet elkaar niet altijd genoeg ruimte. De angst om tegen de stroom in te gaan, heeft waarschijnlijk heel wat creativiteit de kop in gedrukt. En de jongeren moesten vooral altijd heel hard werken en werden niet echt betrokken bij het beleid. Daar is gelukkig verandering in gekomen.

Balans en nuance

We kunnen leren van het verleden. Daarom heeft dit boek hier en daar een kritische toon. Maar het is milde kritiek, omdat het wel heel makkelijk is om wijs te zijn achteraf. Ik wilde eerlijk schrijven, maar met respect voor de mensen die handelden naar beste weten en volgens de toenmalige inzichten. Iedereen is een kind van zijn tijd, wij ook. Later zal men ons beoordelen met de inzichten van die tijd. Maar die wijsheid, dat overzicht hebben we nu nog niet. Een ding dat we kunnen leren is het belang van de balans. In de inleiding schreef ik over de rol die morele maatstaven gespeeld hebben. Ze bewezen en bewijzen hun dienst als toetsstenen die het geweten prikkelen. Dat is waar. Veel mensen kregen dankzij die maatstaven inzicht in zichzelf, wat weer vaak een positief effect had op hun relaties, hun handel en wandel. Maar er was ook een andere kant. De nadruk die gelegd werd op morele maatstaven, vooral als het woord absoluut ervoor werd geplaatst, kon een negatief effect hebben. Mensen konden zich minder waard gaan voelen en lijden onder het gevoel altijd te moeten veranderen en nooit goed genoeg te zijn. Dieuwke Roodvoets-van der Veen heeft dat ervaren. Ze groeide op als het zesde kind in een gezin waarvan de ouders geraakt waren door de Oxfordgroep. Haar ouders Johan en Hillie van der Veen speelden vanaf 1935 een centrale rol in het Friese team. Dieuwke ging voor het eerst mee naar Caux in 1946 toen ze 12 jaar was. Ze herinnert zich de reis door Duitsland met zijn kapotte steden en bedelende kinderen. In Caux was ze onder de indruk van de internationale sfeer. Er werd haar niets opgedrongen. Vele bezoeken aan Caux volgden. Ze vond Caux heel boeiend. Vooral de musicals waren een trekpleister, want die had je toen nog niet in Nederland. Dieuwke wilde zich ook inzetten voor MH en meehelpen Europa weer op te bouwen. Daarom heeft ze na haar opleiding verpleegkunde enkele jaren fulltime gewerkt, onder andere in Duitsland en in Caux, waar ze zorgde voor de kinderen van de Duitse mijnwerkers die met het toneelstuk Hoffnung op reis waren [8]. Ze had het idee gekregen dat ze zich moest wegcijferen, moest dienen. De theorie was wel schitterend, maar in de praktijk voelde ze zich ongelukkig. Door de nadruk op de absolute morele maatstaven, bleef ze het idee hebben dat ze niet OK was. Op haar 29ste besloot ze Caux te verlaten om in Nederland een opleiding wijkverpleging te gaan doen. Haar besluit stond vast. Ze wilde op eigen benen staan. En langzamerhand kwam ze tot het inzicht dat ze mocht zijn wie ze was, groeide haar zelfvertrouwen en hervond ze haar identiteit. Voor haar ouders bleef ze groot respect en liefde voelen [9]. Deze maatstaven, eerlijkheid, zuiverheid, onzelfzuchtigheid, liefde, moeten dus evenwichtig bekeken worden. Het is jammer dat in de filosofie van MH deze vier de status van een dogma gekregen hebben. Op het idee dat het hele morele spectrum tot die vier terug te brengen zou zijn, valt wel wat af te dingen. Er is meer waarnaar we ons leven kunnen richten. Ik denk bijvoorbeeld aan matigheid, betrouwbaarheid, geduld, relativeringsvermogen, moed, generositeit, solidariteit, authenticiteit, vrijheid, onafhankelijkheid, rechtvaardigheid. Ook bij het woord absoluut kun je een vraagteken zetten. Moeten die maatstaven, normen, waarden niet altijd gezien worden in relatie tot de situatie waarin we verkeren, onze eigen persoonlijkheid, de tijd en de cultuur waarin we leven? Er is, met andere woorden, geen absolute waarheid, en als die er is, is er zeker niemand op aarde die hem kent. De uitdaging is voor een ieder om in een gegeven situatie de voor hem/haar juiste handelswijze te kiezen. En er zijn kernwaarden die ons daarbij kunnen helpen. Deze opstelling bevrijdt ons van het idee dat we voor anderen zouden moeten of kunnen weten wat juist is [10]. Een evenwicht dus. Zelfkritiek ja, maar ook zelfaanvaarding. Altruïsme ja, maar ook goede zorg voor onszelf. Dit betekent het afscheid van het zwart-wit denken, hoe aantrekkelijk dat ook kan zijn. Het biedt namelijk houvast. Het is veel moeilijker en onzekerder om te proberen de schakering te zoeken. Binnen Morele Herbewapening was het denken in zwart en wit heel sterk in de decennia na de oorlog. In 1973 nog werd het zwart-wit boekje uitgegeven. Maar Morele Herbewapening stond daarin niet alleen. Na de oorlog was daar een sterke behoefte aan. Bij het overlijden van de historicus Lou de Jong op 15 maart 2005 werd gememoreerd hoezeer zijn geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog in zwart-wit termen geschreven was en dat hij geen oog had voor grijstinten. En ook hoezeer deze benadering paste bij het algemeen heersende gevoel: mensen waren goed of fout geweest in de oorlog, ze deugden of ze deugden niet. Pas veel later was de tijd rijp voor een meer genuanceerde benadering van deze periode uit onze geschiedenis [11]. Mensen kunnen tegenwerpen dat als we het zwart-wit denken verlaten, we ons op een hellend vlak begeven en de makkelijkste weg kiezen. Maar het is juist de moeilijkste weg. Het is iedere keer weer een uitdaging om gewetensvol de juiste afweging te maken. Het evenwicht zoeken is ook belangrijk als we denken aan de urgentie van de taak en de snelheid waarmee we die ter hand moeten nemen. Eerder schreef ik al dat in bepaalde periodes de situatie zo urgent leek, bijvoorbeeld voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog of ten tijde van de koude oorlog, dat ieder uitstel onverantwoord werd gevonden. Met het idee dat vrede binnen handbereik was en de maatschappij maakbaar, leek het zinloos eerst de studie af te maken of een reguliere baan te nemen. Terugkijkend kun je dit relativeren. De wereld blijkt niet maakbaar. We worstelen nog steeds met dezelfde of nog ernstiger vraagstukken. De vraag is of ‘snel’ wel altijd werkt. Er is anno 2005 een nieuwe waardering voor ‘langzaam’. Iets dat langzaam groeit heeft meer kans om wortel te schieten. Voedsel dat langzaam is gegroeid en met zorg en rust is klaar gemaakt, smaakt lekkerder. Tijd winnen betekent niet altijd meer tijd hebben. Met andere woorden, als de maatschappij niet maakbaar is en als alles niet van ons afhangt, kunnen we meer ontspannen. Dat betekent niet achterover leunen en alles op zijn beloop laten. Ook hier is er een juist evenwicht. Voor alles is een tijd. Het kan een kwestie van geloof en vertrouwen zijn het juiste moment af te wachten. We kunnen de wereld niet wezenlijk veranderen, maar het gedrag van individuele mensen heeft wel degelijk invloed. De kunst is visionair te zijn en realistisch tegelijk, omdat we weten tot welke grootse daden en ook tot welke wandaden mensen in staat zijn.

Speciale benadering

Initiatives of Change moet ook nu weer haar boodschap ‘vertalen’ zodat die past bij de uitdaging van onze tijd. De ervaringen en lessen uit het verleden kunnen daarbij van dienst zijn. De speciale benadering van problemen blijkt nu nog te werken. Het boek Religion – the missing dimension of statecraft wijdt een hoofdstuk aan die speciale benadering. Het geeft als voorbeeld de verzoening tussen Frankrijk en Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en heeft als ondertitel: ‘de over het hoofd geziene rol van Morele Herbewapening’. De schrijver Edward Luttwak gaat hier in op de vraag hoe het mogelijk was dat een relatief onbetekenende organisatie met zeer bescheiden middelen een veelbetekende rol heeft kunnen spelen in de verzoening tussen twee aartsvijanden. De animositeit tussen deze twee landen was terug te voeren op drie oorlogen tussen 1870 en 1945. Luttwak noemt als grondbeginsel van MH de overtuiging dat om landen en de wereld te veranderen, het bewustzijn (de mentaliteit) van mensen moet veranderen. En dat in conflictsituaties de eerste stap is mensen zo ver te krijgen dat ze werkelijk naar elkaar willen luisteren. Daarvoor moeten geschikte omstandigheden en een goede omgeving gecreëerd worden. Die goede omgeving was voorhanden in het conferentiecentrum van MH in Caux dat als een sprookjespaleis in een adembenemend mooie omgeving ligt. Andere factoren die hielpen waren volgens Luttwak het feit dat de conferenties meerdere dagen tot enkele weken duurden, waardoor een intieme sfeer gecreëerd kon worden. De stijl was informeel. Omdat er geen bedienend personeel was, moesten arm en rijk, arbeiders en werkgevers, Fransen en Duitsers, samenwerken in de keuken en de bediening, wat een kameraadschappelijke band schiep. De sfeer was zodanig dat mensen bereid waren in het openbaar persoonlijke verklaringen af te leggen over persoonlijke inzichten [12]. Nog altijd speelt Caux een rol als plaats waar tegenstanders elkaar kunnen ontmoeten en in de ‘geest van Caux’ elkaar vaak nader komen. In recente jaren waren dat onder andere vertegenwoordigers van strijdende partijen uit Sierra Leone, het Afrikaanse Grote Merengebied, Soedan en het Midden-Oosten. Wat is die geest van Caux? Het bovengenoemde boek noemt een aantal factoren die aan die geest bijdragen. Je zou nog kunnen toevoegen: persoonlijke inzet en zorg, oog voor detail, een aanmoediging om de fout ook bij jezelf te zoeken en je daarvoor oprecht te verontschuldigen, een kwetsbare en bescheiden opstelling, je hart laten spreken, niet op je strepen staan. Door een dergelijke houding kan er iets van binnen veranderen, kan er iets van binnen genezen.

Er is moed nodig

De geest van Caux is gelukkig niet exclusief voor Caux en ook niet exclusief voor Initiatives of Change. Er zijn meer mensen dan je denkt die bruggen willen slaan, kloven willen verkleinen. Een manier om dat te doen is een partner te zoeken aan de andere kant [13]. Partners zijn gelijkwaardig. Het is niet dat de een de ander helpt, op sleeptouw neemt of erbij moet betrekken. Beiden zijn eigenaar van het proces voor verandering, beiden nemen verantwoordelijkheid. In onze pluralistische maatschappij is dit soort partnerschap nodig. En in Europa anno 2005 meer dan ooit. In 1946 werd in Caux door Frank Buchman de vraag gesteld: Hoe wil je Europa opbouwen zonder de Duitsers? Het was duidelijk, dat ging niet. Een pijnlijk proces van verzoening en toenadering was noodzakelijk. We moeten nooit vergeten dat het verre van vanzelfsprekend was dat zes jaar na de Tweede Wereldoorlog vroegere vijanden gingen samenwerken in de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal. Juist de industrieën die in een oorlog een grote rol spelen werden onder een gemeenschappelijke autoriteit gebracht. De Zwitsers-Amerikaanse onderzoekster Catherine Guisan ziet drie principes, waarop de Europese Unie gegrondvest is: verzoening, compromis en erkenning. Verzoening houdt ook in vergeving. Dat is de actie van een gekwetst mens om zich opnieuw in te laten met de overtreder in het besef dat het alternatief doodloopt. In dit boek zien we daar voorbeelden van. Catherine Guisan noemt als voorbeeld de Nederlander Max Kohnstamm, Europeaan van het eerste uur. Kohnstamm, die een Duits concentratiekamp heeft overleefd, overwon zijn haat omdat hij besefte dat Europa niet opgebouwd kon worden zonder Duitsland. Het antwoord op de vicieuze geweldsspiraal was niet alleen economisch, maar ook ethisch en moreel, vond hij. Hij was ervan overtuigd dat de overtreder betrokken moest worden bij de inrichting van de toekomst. Verzoening vindt plaats op twee niveaus. Het betekent dat op psychologisch vlak gebroken wordt met eeuwenoude vijandigheden. Op meer pragmatisch vlak zet men zich in voor economische en politieke samenwerking, waar iedereen gelijkelijk van profiteert. Verzoening is het begin. Om verder te gaan is het compromis nodig. Dit betekent de bereidheid en het vermogen telkens weer van mening te veranderen. Er vanuit gaande dat het probleem van de een ook het probleem van allen is, probeert men een overeenkomst te bereiken die alle partijen tevreden stelt. Het derde principe, erkenning, is het hart van de Europese samenwerking. De deelnemende landen verliezen hun identiteit niet, maar verdiepen die. Erkenning kost geld. De zwakkere regio’s krijgen steun van de rijkere. Erkenning van de veeltaligheid betekent dat er in het Europees Parlement veel meer vertalers dan leden zijn. Erkenning betekent dat Europeanen samenwerken zonder dat een land de baas speelt. Op dit moment staan we als Europa niet voor grotere problemen dan de grondleggers indertijd, vindt Guisan. Maar het is wel belangrijk dat we ons onze eigen oorlogen herinneren en hoe we de vrede gewonnen hebben. Dit zou in alle Europese landen op school geleerd moeten worden. Je kunt het Europese project, de Europese Unie, tot leven laten komen in de verhalen van mensen die zich daar met hart en ziel voor hebben ingezet. Europa moet met meer overtuiging en zelfvertrouwen zijn stem laten horen en zijn rol in de wereld spelen, aldus deze onderzoekster [14]. Als we lering willen trekken uit het verleden is het ook belangrijk te beseffen dat de beweging van verzoening en toenadering in Europa op twee niveaus plaats vond. Er waren visionaire leiders als Jean Monnet, Robert Schuman en Konrad Adenauer die deze weg gingen. Maar deze stappen aan de top gingen gepaard met initiatieven waar miljoenen gewone mensen bij betrokken waren. De rol van Caux hierin is al genoemd [15]. Ook heb ik al geschreven over de uitwisselingen buiten Caux, zoals de gezelschappen die met toneelstukken elkaars landen bezochten en het jarenlange werk van de vele vrijwilligers in het Roergebied. Daarnaast waren er honderden andere initiatieven. Jongerenuitwisselingsprogramma’s, internationale jongerenkampen, de stedenbanden waar duizenden steden bij betrokken zijn, pogingen om de geschiedenisboeken te harmoniseren, om er maar een paar te noemen [16]. Als we nu een Europa willen creëren met een hart en een ziel dan moet dat ook weer op twee niveaus gebeuren. We kunnen niet van de leiders visie verwachten als we als gewone burgers naar binnen gericht, bang en vooral op ons eigen belang uit zijn. Moed is nodig aan de top en aan de basis. En zoals Europeanen zich in 1946 moesten afvragen of ze Europa konden opbouwen zonder de Duitsers, kunnen we ons nu afvragen: is het mogelijk een Europa met een hart en een ziel te creëren zonder dat in partnerschap met de nieuwkomers te doen? En om dichter bij huis te blijven: kunnen we van ons land een coherente zorgzame samenleving maken zonder de nieuwe Nederlanders? Het is duidelijk: ook dat gaat niet. De nieuwe geloven, nieuwe culturen zijn een onderdeel geworden van onze samenleving. We komen elkaar tegen, we hebben met elkaar te maken. Je kunt wel proberen in verschillende werelden te blijven leven, maar uiteindelijk maakt onbekend onbemind en onbegrepen. De metafoor bruggen bouwen is interessant omdat daarin begrepen is dat we de verschillen niet hoeven weg te poetsen of te verdoezelen. De brug stelt ons in staat de ander te ontmoeten, kennis te nemen van een ander gezichtspunt. Maar we hoeven dat gezichtspunt niet het onze te maken. Wel kan de dialoog met de ander ons helpen de dingen genuanceerder te bekijken. Overigens moeten we niet denken dat bruggen bouwen alleen nodig is tussen botsende beschavingen. Kloven en conflicten kunnen zich voordoen in onze directe omgeving, in onze eigen families of op de werkplek. En hoe dichter bij, hoe pijnlijker ze vaak zijn. Des te moeilijker is het dan ook te aanvaarden dat mijn waarheid niet de enige manier is om tegen een situatie aan te kijken.

Een keuze

Het streven naar een nieuwe wereld loopt als een rode draad door dit boek. Het was en is de motivatie en inspiratie van de mensen over wie ik geschreven heb, maar gelukkig niet alleen van hen. Het perspectief op een andere, meer rechtvaardige wereld motiveert zeer velen. Mensen die met ongelooflijk veel trouw en toewijding daaraan werken. Maar heeft die inzet ook resultaat? Komt die nieuwe wereld er ooit? Daar kun je twee antwoorden op geven die alle twee waar zijn. Die nieuwe wereld is er nog steeds niet. Kijk maar, we reiken ernaar, maar bereiken hem niet. Het blijft een wenkend, maar ook wijkend perspectief. We zien hoe het zou kunnen zijn, een wereld waar niemand te veel of te weinig, maar iedereen genoeg heeft. Waar we rekening houden met elkaar, maar ook met de generaties die na ons komen. Waar we ons als rentmeesters en niet als eigenaars gedragen. Maar het blijft helaas een visioen, dat verbleekt bij de rauwe dagelijkse werkelijkheid. Het andere, even ware antwoord, is: Die nieuwe wereld is er wel. Kijk maar, op tal van plaatsen laten mensen het zien. Mensen die besloten hebben liever deel te zijn van de oplossing dan van het probleem. Mensen die niet willen meedoen aan de graaicultuur. Die verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving. Mensen die onverstoorbaar en zonder ophef doorgaan met werken, zorgen, liefhebben. Mensen die lawaai pareren met stilte, vervlakking met verdieping en in de waan van de dag ruimte maken voor reflectie. Dat is ook de werkelijkheid [17]. Een nieuwe wereld - het is een keuze.

Noten

[1] De Loor, Nieuw Nederland loopt van stapel, inleiding.

[2] Europa – Balans en Richting onder redactie van Jan van Burg, Pieter Anton van Gennip en Edy Korthals Altes. Uitgave Lannoo nv, Tiel, 2003. In het hoofdstuk ‘Levensbeschouwing is geen privé-zaak’ schrijft Henk Vroom, hoogleraar filosofie van de religie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam o.a.: ‘Elke levensbeschouwelijke traditie moet zich aan veranderende omstandigheden aanpassen…Ze zijn hermeneutisch: ze vertolken het traditium (overgeleverde) steeds opnieuw. In de loop der jaren vernieuwen tradities zichzelf; doen ze dat niet dan verstarren ze.’

[3] Ik citeer hier met instemming, maar in het besef dat dit (nog) niet algemeen aanvaard wordt, uit de lezing ‘Säkularieserung, Religiosität und interreligiöser Dialog’ van Reinhard Kirste die hij uitsprak tijdens de conferentie ‘The spiritual Factor in Secular Society’ in Caux, juli 2003. Daarin laat hij zien welke toekomstmuziek er zit in de weg van religieus pluralisme. Reinhard Kirste is verantwoordelijk voor het (inter)religieuze onderwijs in Dortmund en omgeving en hoofd van een interreligieuze Europese denktank

[4] Deze Gulden Regel is een voorbeeld van een menselijke uitspraak die uitstijgt boven tijd en cultuur. Professor Hans Küng heeft deze regel nader uitgewerkt en veel over de gemeenschappelijke ethiek geschreven, onder andere in ‘Global Responsibility - In search of a new World Ethic’ (1990). Hij is de oprichter van de Global Ethic Foundation Tübingen. Zijn stichting is verantwoordelijk voor een tentoonstelling over wereldethiek, getiteld World Religions/ Universal Peace/Global Ethic. Deze tentoonstelling was gedurende de maand juli in 2005 te zien in Caux, onder andere tijdens de conferentie ‘Een hart en een ziel voor Europa’. Hans Küng hield er een lezing over ‘Europa en het nieuwe paradigma internationale verhoudingen’. Hij gelooft dat er alleen vrede in de wereld kan zijn als er vrede is tussen de religies en dat onze aardbol alleen kan overleven als er een gemeenschappelijke ethiek is. Voor christenen hebben ook andere kernteksten uit de bijbel een universele betekenis, zoals bijvoorbeeld de Tien Woorden (Geboden) uit het Oude Testament en de Bergrede uit het Nieuwe Testament. Hetzelfde zal gelden voor aanhangers van andere godsdiensten.

[5] Zeer verhelderend op dit punt is Worlds of Power- Religious Thought and Political Practice in Africa door Stephen Ellis en Gerrie ter Haar. Uitgave Hurst & Company, London, 2004. Stephen Ellis is directeur van het Afrika-programma van de Internationale Crisis Groep (ICG). Gerrie ter Haar is hoogleraar Religie, Mensenrechten en Sociale verandering aan het Institute of Social Studies in Den Haag. Ze heeft zich gespecialiseerd op de religieuze tradities van Afrika.

[6] Een bijzondere verjaardag, artikel in Ander Nieuws, 2005 nummer 3. Het staat ook op www.iofc.nl Zie ook het jubileumboek ‘Frits Philips 100’, boordevol foto’s en samengesteld door Guus Bekooy.

[7] Dit verhaal staat in Ander Nieuws, 2004 nummer 6 en is ook te vinden op www.iofc.nl

[8] Zie hoofdstuk 5

[9] Interview met Dieuwke Roodvoets-van der Veen op 17 september 2004

[10] Interessant is in dit verband het boek Deugdelijk leven, een inleiding op de deugdethiek (uitgeverij SUN, Amsterdam, 2003), waarin ethicus professor Paul van Tongeren een lans breekt voor de oefening van deugden. Hij ziet de deugd als verbindend midden tussen normen en waarden. De deugd weet altijd het juiste midden te vinden.

[11] Trouw, in de Verdieping (16 maart 2005) ‘De man van goed en kwaad – Lou de Jong’ door Jan Kuijk; NRC – Handelsblad (16 maart 2005) ‘Geëngageerd verteller van de oorlog’ en ‘Zijn stem klonk vanaf 1940 – zonder grijstinten’ door Anna Visser.

[12] Religion: the missing dimension of statecraft, onder redactie van Douglas Johnston en Cynthia Sampson. Uitgegeven in 1994 bij Oxford University Press door het Centre for Strategic and International Studies. In hoofdstuk 4 laat Luttwak zien welke rol MH en Caux gespeeld hebben bij de totstandkoming van het plan Schuman (gepresenteerd op 9 mei 1950), hetwelk uiteindelijk geresulteerd heeft in de Europese Kolen- en Staalgemeenschap (EKGS), de voorloper van de EEG, de EG en nu de EU.

[13] In Caux tijdens de conferentie voor Peace Building Initiatives in augustus 2004 presenteerden de initiatiefnemers van de Geneefse akkoorden hun plannen voor een oplossing van het conflict in het Midden-Oosten. Avraham Burg, voormalig voorzitter van de Israëlische Knesset verklaarde toen dat Yasser Abed Rabbo, lid van het uitvoerend orgaan van de PLO, zijn partner aan de andere kant was en dat ze elkaar de kracht gaven om door te gaan (Ander Nieuws, 2004, nummer 5).

[14] Catherine Guisan is op dit onderwerp gepromoveerd aan de Universtiteit van Minnesota in Minneapolis (VS). Een populaire versie van haar proefschrift verscheen in 2003 bij Odile Jacob in Parijs en is getiteld Un sens à lEurope. Catherine Guisan is Zwitserse en gehuwd met de Amerikaan Steve Dickinson. Beiden reisden met de musical Anything to Declare. Catherine Guisan hield op 16 juli 2005 in Caux de openingstoespraak voor de conferentie A heart and a soul for Europe.

[15] In de jaren 1946 tot 1950 namen 1983 Fransen en 3113 Duitsers deel aan conferenties in Caux. Pierre Spoerri in The German-French reconciliation – a pattern for Europe?, een lezing voor het Caux Scolars Program in 1993.

[16] Idem. Pierre Spoerri noemt professor Alfred Grosser, hoogleraar aan de Sorbonne. Grosser was geboren in Duitsland, moest als jood vluchten naar Frankrijk en is nu een internationale autoriteit op het gebied van de Frans-Duitse verhouding. Grosser beschrijft in zijn boek Le Crime et la Mémoire (Flammarion, Paris 1989) de rol van hoogleraren geschiedenis in verschillende landen om de geschiedenis te harmoniseren.

[17] In de christelijke traditie is een nieuwe wereld - het Koninkrijk van God - ook beide: een toekomstperspectief en iets dat er nu en hier al is, als je er maar oog voor hebt. Het is iets dat door God gegeven wordt en iets waar we zelf de handen voor uit de mouwen moeten steken.