maandag, maart 28, 2011
Author: 

Terug van het zoveelste bezoek aan Colombia in ruim veertig jaar… Maar deze keer was wel heel bijzonder, voor een groot deel omdat onze beide zoons te kennen hadden gegeven dat ze me graag wilden vergezellen: ‘Mam, we weten niet hoe lang je dit nog volhoudt, maar we willen je nog graag een keer in actie zien!’ (Hoe lang ik het volhoud weet ik zelf ook niet, nu ik tachtig ben en -letterlijk- met smart wacht op een nieuwe heup!) Ik had het nooit durven vragen want ze hebben allebei drukke banen en jonge gezinnen, dus ik was verrast en geroerd door dit voorstel. Ook bleek dat ze er behoefte aan voelden het land beter te leren kennen sinds ze als het ware met Colombia waren opgegroeid. Door onze jaarlijkse afwezigheid van enige weken hadden ze er ook de nodige offers voor gebracht, hoe liefderijk ze ook waren opgevangen door vrienden of familie.

V.l.n.r. Rein, Herman en Digna Hintzen op de kleuterschool van Diana Patricia, een project dat vanuit IC Nederland financieel gesteund werd.V.l.n.r. Rein, Herman en Digna Hintzen op de kleuterschool van Diana Patricia, een project dat vanuit IC Nederland financieel gesteund werd.Eén keer eerder waren ze mee geweest, ter ere van onze zilveren bruiloft; toen waren ze beiden student, en toen was mijn man erbij. En dat was iets wat hen tijdens dit bezoek diep heeft getroffen, hoe iedereen die ze ontmoetten sprak over hun vader, hoeveel werk hij daar verzet had en hoeveel hij voor zijn vrienden maar ook voor het land heeft betekend. En dat vijftien jaar na zijn plotselinge overlijden…

Zo vertrokken we dus met ons drieën, wat op zichzelf al een vreugde was, want gewoonlijk reis ik alleen. Bovendien had ik voor het eerst ‘assistentie’ gevraagd op de vliegvelden, vanwege mijn heup, dus de jongens konden me met mijn rolstoel vergezellen.

Colombia is een familieland. Vandaar dat de ontvangst bij drie generaties van de families Lugard Calle (waar ik altijd logeer) en Rueda Sáiz (die vroeger voor Peter en mij ‘ons thuis in Bogotá’ waren) niet hartelijker had kunnen zijn. Ja, meer dan dat: het was alsof onze zoons al jaren bij hen over de vloer kwamen. En een glaasje agua ardiente hielp daar ook nog bij! Bij beide families brachten we respectievelijk de eerste zaterdag en zondag door: naar een huis buiten de stad, een uur rijden door dat prachtige groene glooiende landschap ten noorden van Bogotá.

Na het weekend het andere uiterste, een uur rijden naar het zuiden, nog steeds de stad niet uit, maar wel tussen de berghellingen, waar de laatste decennia honderdduizenden vluchtelingen zijn neergestreken, veelal kleine boeren, verdreven uit het binnenland door de strijd tussen het leger, de guerrilla en de paramilitairen. Ze hebben daar hun eigen huisjes gebouwd en er is water, licht en riolering aangelegd. Maar een groot aantal van hen zitten er illegaal, omdat het geen veilige bouwgrond werd geacht door de overheid. Maar waar moesten ze anders heen…

Dat komt hun nu duur te staan, want door de aanhoudende regenval is de ondergrond zo doordrenkt geraakt dat er al de nodige aardverschuivingen zijn geweest, waarbij tientallen huizen en stukken asfalt naar beneden zijn geroetsjt. Geen slachtoffers, want ze waren bijtijds gewaarschuwd, maar nu worden ze opgevangen in scholen of zo, met beloftes dat er nieuwe huizen gebouwd zullen worden, maar dat kan twee jaar duren. Dit lot zal ook onze vrienden Diana Patricia Pabón, haar zoontje en haar broer treffen, want het hele gebied moet ontruimd, evenals de school die ze met hulp van de Canadese ambassade hebben kunnen bouwen. Er zijn nu nog maar zestig van de honderd en tien leerlingen. De rest is hun huis kwijtgeraakt en heeft elders onderkomen moeten zoeken. Maar de kinderen die er waren hebben ons enthousiast met liedjes verwelkomd.

Al met al was het bezoek aan die wijk een deprimerende ervaring, die gelukkig enigszins werd goedgemaakt door een bezoek aan een andere arme wijk, Ciudad Bolivar, waar de paters van Don Bosco een goed functionerende vakschool hebben opgezet, met hulp vanuit allerlei landen, waar jongeren worden opgeleid in een sfeer van orde en het streven naar perfectie, en waar ze ook waarden als eerlijkheid en betrouwbaarheid meekrijgen. Een indrukwekkende oase van rust te midden van armoede, lawaai en overvolle straatjes.

De rest van de dagen werd besteed aan bezoek aan het oude koloniale centrum van Bogotá (gesticht in 1538), aan het Nationale Museum, banjeren door de stad overdag en ’s avonds en een uitje naar een subtropische gedeelte (afdaling van een uur vanaf de hoogvlakte waar de hoofdstad ligt) waar men een soort Tarzan-route door de jungle kon maken. Vanzelfsprekend hebben gastvrouw Helena von Arnim en ik daar niet aan meegedaan!

Tot slot had ik mijn vele vrienden die we niet allemaal konden bezoeken, uitgenodigd voor een thee in een bekende club, op introductie van een goede vriendin. Zo’n vijfendertig mensen, jong en oud, van alle rangen en standen, gaven er gehoor aan, leeftijd tussen de vijftien en de zevenentachtig! Beide heren hadden zich in pak gestoken en zagen er zeer presentabel uit. Maar vooral de hartelijke manier waarop ze op de gasten afgingen, met hun vloeiende Spaans, won aller harten. Naast mij hebben zij ook nog even het woord gevoerd, waarbij we de microfoon mochten gebruiken van het strijkje, dat allerlei Colombiaanse deuntjes speelde – wat wel enige concurrentie bood aan de onderlinge conversatie! Eén vriendin, een advocate, had ons tevoren welkom geheten met bloemrijke taal, waarbij zij aanstipte wat onze trouw aan Colombia door de jaren heen betekend had.

Ook werd mij een map aangeboden met gekleurde briefjes waarop bijna alle aanwezigen hadden geschreven wat zij anders mondeling hadden willen zeggen - wat de tijd betreft was dat maar goed ook, want toespraken houden kunnen ze daar! Maar de inhoud die ik pas later las, was hartverwarmend: zo velen noemden de verandering die ons werk en de cursus van Creators of Peace in hun leven teweeg hadden gebracht. Je wordt er stil van…

Dus was het voor mij ook een jaar van oogsten. Met grote dankbaarheid voor wat er sinds ons eerste schoorvoetende bezoek in 1965 op onze weg is gekomen. En dat gevoel van dankbaarheid werd nog versterkt door deze bijzondere week met onze zoons. Toen zij dus vertrokken (vast besloten dat dit niet de laatste keer was geweest) kon ik hen zeer voldaan uitzwaaien, om het de twee weken daarna wat kalmer aan te doen, want het was voor mij wel een uitputtingsslag geweest!