maandag, juli 13, 2015

Reizen om het verleden onder ogen te zien

Takamitsu MuraokaIn september vindt voor de 18e maal een dialoogconferentie plaats tussen Japanners, Indonesiërs en Nederlanders. Het voeren van een dialoog over het gezamenlijke verleden blijft onverminderd actueel, vindt een van de oprichters, de Japanse professor Takamitsu Muraoka. Met een wel heel persoonlijke invulling van de vraag ‘in hoeverre zijn wij verantwoordelijk voor het verleden van ons land?’ reist hij nog altijd rond door de landen die slachtoffer zijn geweest van Japanse gewelddadigheden. ‘We moeten vergeven, maar niet vergeten. Anders verandert er niets.’

Zo oud als de mens, zo oud is de vraag hoe ver zijn verantwoordelijkheid reikt. Voor de een luidt het antwoord: niet voorbij jezelf en je eigen gezin. Voor de ander: tot aan je dorpsgrenzen, landsgrenzen, of misschien wel de wereld van vandaag de dag. Volgens Takamitsu Muraoka reikt zijn verantwoordelijkheid nog verder: tot in het verleden, tot aan de daden begaan door zijn landgenoten nog voor hij was geboren.

Al twaalf jaar lang reist de emeritus professor Hebreeuws, sinds 1991 woonachtig in Nederland, door de landen in Zuidoost Azië die slachtoffer zijn geweest van Japanse overheersing. Minimaal vijf weken per jaar doceert hij er zonder vergoeding zijn vak. Altijd brengt hij de motivatie van zijn reis onder de aandacht: een bijdrage leveren aan het vereffenen van de Japanse schuld. Maar niet iedereen begrijpt waarom hij het doet, merkt hij. Zelfs de getroffen landen willen soms liever het verleden vergeten.*

Ogen geopend

Na het afronden van zijn opleiding in Tokio verliet Muraoka in 1964 Japan om Hebreeuws te studeren aan de universiteit in Jeruzalem. Dit was het begin van een leven buiten Japan – met eerst een doctoraat in Israël en vervolgens aanstellingen in het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nederland – en daarmee het begin van wat Muraoka noemt zijn ‘bittere hereducatie’ over de geschiedenis van Japan.

De jaarlijkse vertoning van The Bridge over the River Kwai door de BBC, de protesten bij het bezoek van de Japanse keizer aan Engeland, de onwil van Australië om een staatsafgezant naar de begrafenis van de Japanse keizer te sturen en de krans bij het Indische monument in Den Haag, gelegd door de premier van Japan, die in het water eindigt: het waren stuk voor stuk ervaringen die Muraoka leerden over de zwarte bladzijde van de Japanse geschiedenis die hij tot dan toe niet kende.

‘Op school leerden we wel over de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de vele burgerdoden die vielen bij bombardementen op Japanse steden, maar niets over de verschrikkingen die gepaard gingen met de aanleg van de Birma-spoorlijn,’ zegt Muraoka tijdens een lezing in Singapore. ‘In elk land waar mijn academische carrière me heen bracht ontdekte ik de bittere herinneringen van de burgers aan de Pacifische Oorlog.’

Zo bracht het voorval bij het Indische monument hem uiteindelijk in contact met Wim Lindeijer, wiens moeder overleden was in een Japans interneringskamp in Indonesië. Sinds de jaren negentig zet hij zich actief in voor verzoening tussen Nederlanders en Japanners. Zijn contact met Lindeijer en andere slachtoffers van de Japanse agressie opent Muraoka de ogen.

Schuldvraag

Vanaf dat moment gaan Muraoka en zijn vrouw zich in die geschiedenissen verdiepen. Ze kijken de films en documentaires over de aanleg van de ‘dodenspoorlijn’ in de jungle van Thailand en Birma, waarbij ruim 12 duizend geallieerde krijgsgevangen en naar schatting 75 duizend dwangarbeiders uit omliggende landen omkwamen. Nu nog liggen de resten van de Aziatische slachtoffers zonder tombe of monument langs de route, blijkt uit de documentaire.

Ze lezen verhalen over de ‘romusha’, de dwangarbeiders, over de seksslavinnen voor de Japanse militairen, de martelingen van Singaporese Chinezen, de oorlogsmisdaden in Maleisië. Ze verdiepen zich niet alleen in de wandaden begaan tijdens de Pacifische Oorlog (1941-1945), maar ook in de verhoudingen tussen Japan en haar Aziatische buurlanden van voor die tijd, de koloniale bezetting van onder andere Korea en Taiwan en de Sino-Japanse oorlog.

Bij dit alles stelt Muraoka zichzelf de vraag: wat betekent dit voor ons? Hij is er van overtuigd dat er naast collectieve trots ook collectieve schuld bestaat en vindt dat hij een morele plicht heeft een bijdrage te leveren aan het vereffenen ervan, zolang zijn vaderland nog niet echt is verzoend met de volkeren dat het heeft onderdrukt.

‘Als je ongerechtigheden begaan door je voorouders niet erkent of het verleden herschrijft of je zwijgt of niet reageert wanneer soortgelijke daden om je heen zich weer voordoen, dan maak je eigenlijk jezelf schuldig aan de ongerechtigheden van de voorouders,’ zei hij daar eerder over in een lezing in het centrum van IC in Den Haag.

Hebreeuwse lessen en troostmeisjes 

Bij zijn emeritaat in 2003 doet zich de gelegenheid voor om concreet invulling te geven aan zijn ideeën en besluit hij voortaan ieder jaar een tiende van zijn tijd ter beschikking te stellen voor onderwijs in landen die getroffen zijn door Japan. Hij doceert over de Septuagint –een oude Griekse vertaling van het Oude Testament - in Seoul, geeft een cursus Bijbels Aramees op Java en bestudeert Hebreeuws met studenten voor wie hij de zoon is van hun voormalige aartsvijand.

Hij combineert het les geven met het aansnijden van het verleden en de huidige verhoudingen. Terwijl hij met zijn studenten Samuel 2 hoofdstuk 11 tot 13 bestudeert vertelt hij kort over een nieuw uitgekomen boek over Nederlandse seksslavinnen, vaak eufemistisch als ‘troostmeisjes’ aangeduid. Naast zijn lessen geeft hij vaak publieke lezingen in kerken en op christelijke bijeenkomsten.

In een zo’n publieke lezing vertelt hij het ontroerende verhaal van een Indonesische dwangarbeider die na het werken aan de Birmaspoorlijn in Thailand is gebleven. Vijftig jaar later komt een Japanse soldaat naar zijn dorp. De soldaat werkte als tolk bij de dodenspoorlijn en bezoekt regelmatig Thailand uit schuldgevoel. De soldaat betaalt een ticket voor de Indonesiër om terug te gaan naar zijn geboortedorp. Daar ontmoet de man een oude vrouw die vraagt of hij haar niet meer herkent. Hij ontkent. ‘Ik was en ben nog steeds je verloofde,’ antwoordt ze. 

'Aan het eind van de oorlog waren er meer dan 2,5 miljoen romusha’s,’ zegt Muraoka. ‘Wat een verwoestend effect moet dat gehad hebben op de gemeenschappen waar ze uit weggehaald werden, zowel economisch, door het verlies van mankracht, als psychologisch.’

Superioriteit

Het verleden bespreekbaar maken en de verhalen doorgeven, ook van slachtoffers die hij zelf heeft ontmoet, dat is volgens Muraoka noodzakelijk voor een solide toekomst. Maar hij merkt dat niet iedereen het daarmee eens is. Zo reageerden sommige Indonesiërs op bovenstaand verhaal met de opmerking: ‘Onze levensfilosofie is om het verleden met rust te laten en aan een betere toekomst te werken.’ Ook in andere landen treft hij soms onverschilligheid aan tegenover de ongerechtigheden uit het verleden.

‘Maar we hebben het hier niet over een tsunami of een aardbeving waar Indonesië van tijd tot tijd slachtoffer van is. We hebben het over onvergeeflijke gewelddadigheden tegen landgenoten,’ zegt Muraoka daarover. Het is in het belang van veel mensen om het verleden te vergeten, ziet hij. ‘Sommigen van de prominente leiders in Indonesië hebben, vrijwillig of niet, met de Japanse bezetters samen gewerkt. En het bedrijfsleven ziet niet graag een publiek debat over de Japanse bezetting, uit angst voor wraak van de economische grootmacht in het noorden.’

Maar juist de huidige politieke verhoudingen zijn voor Muraoka een reden om het verleden nog niet los te laten. ‘Een van de belangrijkste oorzaken voor het Japanse imperialisme in de vorige eeuw is een gevoel van superioriteit tegenover de Aziatische buurlanden. Dit gevoel is vandaag de dag nog steeds sterk aanwezig. Het is op veel meer plekken mogelijk om Engels, Frans of Duits te studeren dan modern Koreaans of Chinees. Zelf heb ik ook pas over onze buurlanden geleerd, over hun geschiedenis en cultuur, na mijn emeritaat. Terwijl we zoveel aan deze landen te danken hebben. Het boeddhisme heeft ons via Korea bereikt, ons schrift komt van de Chinezen.’

Gelukkig krijgt hij ook veel positieve reacties, mensen die hem niet een ‘gekke oude professor vinden die zijn diensten wel heel goedkoop aanbiedt’, maar voor wie zijn aanwezigheid en woorden veel betekenen. Hij beseft dat zijn bijdrage maar klein is, vergeleken met het enorme probleem waar het imperialistische verleden van Japan de landen voor stelt. ‘Maar het Bijbelse verhaal van de vermenigvuldiging van vijf stukken brood en de twee vissen is een aanmoediging voor mij. Misschien dat God deze bescheiden bijdrage kan vermenigvuldigen.’

Irene de Pous

*Muraoka reisde achtereenvolgens naar Zuid-Korea (2003), Indonesië (2004), Singapore (2005), Hong Kong (2006), de Filippijnen (2007), China (2008), Taiwan (2009), Maleisië (Borneo) (2010), Myanmar (2011), Thailand (2012). Afgelopen jaar bezocht hij voor de tweede keer Zuid-Korea en Indonesië. In oktober/november bezoeken ze Taiwan en in 2016 Shanghai.

Lees voor meer informatie over de visie van Muraoka zijn lezing 'Facing the history of the nation: a Japanese Christian scholar's journey' die hij in 2005 in Singapore hield, en zijn verslag 'Back in South Korea and Indonesia' uit 2014. 

Dialoogbijeenkomst Nederland-Japan-Indonesië 5 september as

Indonesië neemt voor Muraoka een speciale rol in tussen de landen die slachtoffer zijn geweest van de Japanse overheersing. Indonesiërs hebben geleden onder de Japanners, maar ook onder de Nederlanders, tussen wie Muraoka nu woont, en die ook hebben geleden onder de Japanners. De dialooggroep Nederland-Japan-Indonesië organiseert sinds het jaar 2000 daarom conferenties om over dit gezamenlijk verleden te praten en zo de banden te verbeteren tussen deze landen. Zaterdag 5 september vindt de 18e conferentie plaats, dit keer met een uitgebreide Indische lunch vanwege het heugelijke jaar: 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Meer over de conferentie leest u in onze agenda.