MENSEN EN THEMA'S
ROL VAN RELIGIES

Mijn grootvader Gandhi zei, twintig jaar voor hij werd omgebracht, dat hij de spreuk ‘Waarheid is God’ prefereerde boven ‘God is Waarheid’. Want velen zijn vermoord in de naam van God maar niemand is ooit vermoord in de naam van de waarheid.

In het vorige nummer van Ander Nieuws schreven we over het project voor Europese moslims ‘Learning to be a peacemaker’, dat deze zomer in Caux van start zou gaan.

De populaire film over de imam en de dominee uit Nigeria is nu ook in het Arabisch. Eind maart vond in Libanon de officiële presentatie van de Arabische versie plaats onder beschermheerschap van de President van Libanon die werd vertegenwoordigd door Ibrahim Shamseldeen, minister van ontwikkeling. De presentatie, in een overvolle zaal van de Universiteit van Sint Jozef, was onderdeel van het programma voor verzoening van Adyan, de Libanese Stichting voor interreligieus onderzoek en geestelijke solidariteit.

In onze kleine wereld worden conflicten makkelijk geëxporteerd zoals we zien met het conflict in het Midden-Oosten. Dat een model van vrede en verzoening ook geëxporteerd kan worden zien we minder, maar dat is het afgelopen jaar wel gebeurd met het vredesmodel dat een imam en een dominee uit Nigeria aan de wereld hebben laten zien.

In de serie Levensverhalen

Op een doordeweekse avond kwam een aantal mensen bij elkaar om te luisteren naar het levensvershaal van pater Johan Miltenburg. Het is het eerste levensverhaal in een serie van vier, die op verschillende locaties plaatsvinden. 

Tekst lezing van Ari van Buuren tijdens de Caux conferentie Developing Cultural Dialogue: Learning to Live Together with Difference, over het ontwikkelen van de culturele dialoog: leren samenleven in diversiteit, op 13 augustus 2008.

'WAAR DE ZEEËN ZICH VERENIGEN…….'

In de conferentie ‘Het ontwikkelen van een culturele dialoog’  tijdens de zomerconferentie in Caux hadden Nederlanders een groot aandeel. Twee van de hoofdsprekers waren uit Nederland en drie van de vijf conferentie assistenten. Vier van de zes gespreksgroepen werden mede geleid door Nederlanders. Bovendien was de coördinatie grotendeels in Nederlandse handen.