vrijdag, december 2, 2016

Diep schaam ik mij om de behandeling die iemand als Sylvana Simons via de sociale media ten deel valt. Waar komt dat onbeschaamde racisme vandaan? Waar die kennelijke drang om iemand zo diep door het slijk te halen? Waar die enorme woede?


In haar begin dit jaar uitgekomen boek ‘White Innocence’ (Witte onschuld, 226 pagina’s) beargumenteert academica Gloria Wekker (hieronder op de foto) dat het steeds feller opkomende racisme in Nederland voortkomt uit het feit dat ons land zijn koloniale verleden niet verwerkt heeft. Het is bijzonder, vindt ze, dat een klein land als Nederland vierhonderd jaar zo’n grote koloniale macht is geweest. En het is opmerkelijk dat er zo weinig aandacht aan besteed is. Hoe verhoudt zich het zelfbeeld van een aardig, beschaafd, tolerant en niet-racistisch land met een verleden waarin ditzelfde land vreemde volken koloniseerde en zich verrijkte door trans-Atlantische slavenhandel? Ze noemt dat een paradox. Eigenlijk kampt Nederland nog met een onverwerkt trauma.
 


 

Wekker, die thuis is in zowel de Nederlandse als de Surinaamse cultuur, houdt de lezer in ‘Witte onschuld’ een spiegel voor. Erin te kijken is confronterend, bij tijden pijnlijk, maar vooral leerzaam. Waarin kan een klein land groot zijn? Niet alleen als koloniale macht, maar toch ook door eerlijk naar zichzelf te kijken en introspectie toe te laten?
In dit gedegen en goed gedocumenteerde boek – er zijn 22 bladzijden met referenties – ontleedt de schrijfster de Nederlandse cultuur, de vanzelfsprekendheid van witte dominantie, het bagatelliseren van het koloniale verleden, het alledaagse racisme, allemaal tegen de achtergrond van een geflatteerd zelfbeeld. In dat zelf-beeld is Nederland niet een racistisch land, nooit geweest ook.


Professor Wekker ziet dat anders. Na haar promotieonderzoek in Los Angeles keerde ze terug naar Nederland en begon in 1993 te werken in de faculteit gender studies aan de Universiteit Utrecht, waar ze in 2001 tot hoogleraar gender en etniciteit benoemd werd. Het viel haar op dat je op drie plaatsen vrouwenstudies had, verdeeld naar ras. Feminisme is in Nederland wit. Voor de emancipatie van zwarte of migranten vrouwen moet je zijn bij etniciteit, migratie of ontwikkelingsstudies.
Dit soort onderscheid ervoer Wekker ook bij de overheid, waar ze in 1981 als pas afgestudeerd antropoloog begon te werken bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC), zoals dat toen heette. Haar terrein was het etnische minderheden beleid. Het viel haar op dat het directoraat Emancipatie weliswaar in theorie alle vrouwen gold, maar dat het in de praktijk witte vrouwen waren die daar de scepter zwaaiden. Zwarte vrouwen hoorden thuis bij het directoraat minderheden. Hun etniciteit was dus hier belangrijker dan hun geslacht.


Dit zijn voorbeelden van racisme op institutioneel terrein. Wekker ontmoette ook persoonlijk veel racisme. Ze geeft in dit boek enkele voorbeelden. In 1982 bezocht ze als ambtenaar van WVC een vergadering ergens in Zuid-Holland. Toen ze aankwam stonden er groepjes mensen te praten, voornamelijk wit, voornamelijk man. Wekker komt aan, hangt haar jas op en gaat bij een van de groepjes staan. Ze steekt haar hand uit om zich voor te stellen aan een van de groep. De man buigt zich voorover naar de stoel waar hij zo juist zijn colbert heeft neergelegd, pakt het op en reikt het haar aan. Even is het stil. Dan zegt Wekker: ‘Ik ben niet de garderobejuffrouw. Ik kom hier als vertegenwoordiger van het ministerie van WVC, mijn naam is Gloria Wekker.’ De man is niet langer wit, schrijft Wekker, maar nu zo rood als een kreeft.


Ook in de academische wereld, waar ze zich als zwarte docent vaak alleen en niet op haar plaats voelde, waren de pijnlijke racistische incidenten talrijk. Allemaal voorbeelden van witte dominantie, van diepgewortelde vooroordelen (Een zwarte vrouw kan toch niet zo ontwikkeld zijn? Bent u niet een excuustruus?). Ze beschrijft die ervaringen ook om anderen in soortgelijke situaties te steunen, zoals zij zelf steun heeft gevonden in de wetenschappelijke boeken van lotgenoten in andere landen.


Interessant is haar beschrijving van hoe de Nederlandse politiek met betrekking tot de minderheden in de laatste 30 jaar verrechts is. Tegelijkertijd zijn zwarte Nederlanders mondiger geworden. Neem de zwarte piet discussie. Wat al langer gevoeld werd, wordt nu eindelijk uitgesproken. Namelijk hoe pijnlijk en vernederend deze karikatuur van de zwarte mens altijd voor hen geweest is. En ja, deze opvatting ontmoet woede en onbegrip. Het is een hele ommezwaai voor Nederlanders, die zijn opgegroeid met het sinterklaasfeest, om afscheid te nemen van zwarte piet.


Maar het is een klein offer als je tot je laat doordringen waarom deze figuur zo’n steen des aanstoots is voor vele landgenoten. Wekker gaat hier in 26 bladzijden uitgebreid op in. Ze laat zien dat het over meer gaat dan een over een geliefd kinderfeest. Het gaat over het verlies van een koloniaal rijk. Ze gebruikt de term ‘postkoloniaal melancholie syndroom’. Nederland heeft geprobeerd na dit verlies snel de bladzij om te slaan in plaats van het in het gezicht te zien. En zolang dat niet eerlijk en open gebeurt, zonder in de verdedigingsmodus te schieten, zullen spoken uit het verleden ons land blijven achtervolgen.


Witte Onschuld is een rijk boek. Wekker gaat diep op alles in, geeft veel achtergrond informatie en illustreert haar theorieën met praktische voorbeelden. Ze is heel fel en gaat heel ver. Af en toe denk ik, is dat niet wat te vergezocht? Maar aan de andere kant begrijp ik ook dat ze fel is en ver gaat om gehoord te worden.
Aan het eind schrijft ze over het belang van verhalen vanuit het perspectief van de slaafgemaakte en gekoloniseerde mens. ‘Witte onschuld’ zit vol met zulke verhalen. Allemaal verhalen die een illustratie zijn van witte onschuld. Het is jammer dat het in het Engels is. Het lijkt me hoog tijd dat er een populaire Nederlandse versie komt.


‘White Innocence – paradoxes of colonialism and race’, Gloria Wekker, Duke University Press, Durham and London, 2016.
 

Door Hennie de Pous - de Jonge | Kleurenfoto Gloria Wekker van Martijn Gijsbertsen.