donderdag, juni 8, 2017

Dit stuk gaat niet over een diamanten bruiloft, zoals de titel wellicht doet vermoeden. Het gaat over vier vrouwen die in de jaren ’50 en ’60 samenwerkten in Latijns-Amerika bij de opbouw van Morele Herbewapening (MH), de voorloper van wat nu Initiatives of Change (IofC) heet. Toen waren we nog ongetrouwd, nu zijn we allemaal over de tachtig en weduwe.

Afgelopen maart  waren we nog eenmaal bij elkaar in Uruguay voor een bijzonder weerzien. Gedurende de kostbare dagen die we samen in de hoofdstad Montevideo doorbrachten, hebben we op een avond in een pizzarestaurant de afgelopen zes decennia de revue laten passeren. In dit verhaal neem ik je graag mee in de geschiedenis van IofC in Latijns-Amerika aan de hand van de verhalen van deze vier vrouwen, die je boven op de foto ziet.  

 

Het begin van IofC in Uruguay en Brazilië

Jeanette Ibargoyen (86, op de foto hierboven rechts) kwam als dochter van een Amerikaanse moeder en Spaanse vader als weerbarstige tiener in Amerika in aanraking met Morele Herbewapening.  Hierdoor veranderde niet alleen de slechte verhouding met haar moeder, maar vond zij ook een levensopdracht. Toen haar ouders in 1954 voor zaken in Uruguay gingen wonen, verhuisde Jeanette mee. Zij stelden hun huis open voor medewerkers van MH die zich al in Brazilië bevonden. Jeanette sloot zich daar bij aan en werd zo deel van het team dat werkzaam was voor MH door heel Latijns-Amerika.

In Uruguay leerde zij haar echtgenoot Omar Ibargoyen kennen. Samen  zetten zij in 1967 het trainingsprogramma voor jonge mensen Gente Que Avanza op.  Dit programma, voortgesproten uit het gedachtegoed van MH, heeft in de loop der jaren meer dan duizend jongeren jonge mensen onder zijn hoede gehad. Het betrekt nog altijd jaarlijks nieuwe jongeren uit heel Latijns-Amerika. Jeanette zit als enige van de beginjaren nog op haar post in Montevideo. Ze is nog altijd het kloppend hart van het programma, dat sinds het overlijden van haar man wordt voortgezet door een nieuwe generatie.

Groepsfoto uit Rio de Janeiro 1955
Rio de Janeiro 1955 met Jeanette Ibargoyen (tweede van links), Edelgard Hupfeld (derde van links) en Elsa Paris (zeven van links). 


Links op de foto bovenaan de pagina staat de 91-jarige Française Elsa Paris. Zij was in 1953 één van de vier eerste ‘werkers’ van MH die naar Brazilië kwamen. Zij kwamen op uitnodiging van een industrieel uit Sao Paulo en zijn vrouw. Het echtpaar had Frank Buchman in het Zwitserse centrum van MH in Caux ontmoet en hem om hulp gevraagd om de ideeën van MH naar hun land te brengen. Het resultaat was dit jonge team van drie mannen en Elsa. Als enige vrouw reisde Elsa tweede klas, door hekwerk gescheiden van de jonge mannen in de derde klas. Dagelijks spraken zij elkaar door het hek en een van die mannen, de Engelse ingenieur Laurie Vogel, werd haar latere echtgenoot. 

 

Aan de slag met havenarbeiders in Brazilië

Het team begon hun werk in Brazilië heel eenvoudig met het aandachtig luisteren naar de problemen van de mensen die op hun weg kwamen. Dit bleken havenarbeiders te zijn en juist deze groep bleek hun hulp goed te kunnen gebruiken. Illegale vakbonden, geïnfiltreerd door de maffia, riepen zoveel wilde stakingen uit dat verzekeringen niet langer de lading van vrachtschepen naar Brazilië wilden verzekeren. Corruptie vierde hoogtij in de havens en discussies werden met messen en pistolen beslecht. 

Er was wel een officiële bond van witte-boorden werkers, maar die had weinig in te brengen. Toch kwam het team met de leider van die bond, Nelson Carvalho, in contact. Hij luisterde naar hun verhalen over mensen die konden veranderen en over de wijsheid die in stilte tot ons kon komen.

Het resultaat was dat Nelson bij de eerstvolgende confrontatie besloot anders te reageren dan voorheen. Toen de leiders van de illegale vakbond hem benaderden en dreigend met pistolen eisten dat hij meedeed aan hun staking, keek hij hen rustig in de ogen. Hij verraste hen door te zeggen dat het er eigenlijk niet toe deed of hij meedeed aan de staking of niet. Hij zei dat het ging om wat voor vakbond zij met zijn allen wilden. Hij wilde een vakbond die recht deed aan de waardigheid van arbeiders. Waar vertrouwen heerste en er brood op de plank kwam. En dat gebeurde niet door elkaar maar steeds te bestrijden. Na zijn reactie droop de andere partij af…

 

De impact van het werk in Brazilië

Film 'Men of Brazil'Twee jaar later vonden de eerste vrije verkiezingen plaats in de haven van Rio de Janeiro. Tijdens deze verkiezingen hielden vakbondsleider Nelson en zijn team van ruige kerels moedig stand tegen nog ruigere lieden. De partij die voor principes van eerlijkheid en samenwerking stond behaalde de overwinning.  Dit verhaal, met alle menselijke hoogte- en dieptepunten, werd in in 1959 verfilmd door Disney-cineast Richard Eichhorn.  Onder de titel ‘Mannen van Brazilië’ ging de film langs vele grote havensteden in de wereld.

Het succes van dit verhaal van ‘Mannen van Brazilië’ is mede te danken aan de toewijding van mensen als Elsa en Laurie (getrouwd in 1957). Met vriendschap en geduld stonden zij naast de gezinnen van deze havenarbeiders in het dagelijks leven. Via hun nieuwe manier van  samenleven brachten de dokwerkers deze ‘vonk’ ook  over aan de leiders van de favelas – sloppenwijken in Brazilië – en aan een coöperatie van taxichauffeurs. Die besloten op basis van eerlijkheid te werken en niet langer een omweg te nemen om passagiers meer te laten betalen. Zij werden zo gewild dat andere bedrijven hen moesten volgen!

Film 'Men of Brazil'Elsa en Laurie hebben op deze wijze minstens dertig jaar van hun leven aan Brazilië en andere landen van Latijns-Amerika gewijd. Eén van de velen die zij leerden kennen was Edelgard Hupfeld (tweede van links op de foto bovenaan de pagina). Zij was de dochter van Duitse immigranten in Sao Paulo en heeft jaren met IofC meegewerkt. Later heeft zij zich ontwikkeld tot één van de meest gewilde tolken van Brazilië. Wanneer  er hoog bezoek zoals de Paus kwam, werd zij ingeschakeld. Nu zij 80 is, houdt zij ermee op! Toen zij hoorde dat Elsa en ik naar Uruguay kwamen, zorgde ze dat ze erbij was.

 

IofC in Argentinië en Colombia

Dan blijft ikzelf (86) nog over (tweede van rechts op de foto bovenaan de pagina). Van 1958 tot en met 1961 heb ik voornamelijk  in Argentinië doorgebracht om daar het werk van IofC te helpen opzetten.

Gedurende het dictatoriale bewind van Generaal Perón waren veel Argentijnen uitgeweken naar Uruguay. Perón was in de jaren dertig via twee staatsgrepen van het leger aan de macht gekomen, met aanvankelijk succes in zijn streven het leven van de armste bevolking te verbeteren. Maar toen zijn nationalisering  en andere maatregelen de economie in het slop brachten en hij de vrije pers knevelde, werd hij in 1955 eveneens door een deel van het leger afgezet.

Een van de uitgeweken Argentijnen, dr. Raíl Migone, kwam in huis terecht bij de ouders van Jeanette in Montevideo. Daar woonde ook een Schots echtpaar, getrainde IofC mensen, die net als Migone hoopten op een entree in Argentinië na de op handen zijnde val van Perón. Wonderlijk genoeg werd Migone door de nieuwe president, Generaal Aramburu, als Minister van Arbeid gevraagd. Aan hem de taak om met de rebellerende  Peronistische vakbonden een zekere samenwerking op te bouwen.

Het lukte hem hun vertrouwen te winnen en daarbij vroeg hij om ondersteuning van IofC. Een ervaren jonge vakbondsleider uit Guatemala reageerde op de oproep net als anderen, waaronder ikzelf. Onder leiding van het Schotse echtpaar groeide zo het werk van MH in Argentinië. Wij werkten niet alleen met de gezinnen van die vakbondsleiders, maar ook met de jonge officieren die Aramburu aan de macht hadden geholpen. We waren met een aantal jonge vrouwen en hadden wekelijks afspraken met de vrouwen van die officieren. Zo heb ik in korte tijd Spaans geleerd. Tijdens dit laatste bezoek heb ik nog  één van hen, nu 89, opgezocht bij haar dochter thuis! 

Drie boeiende jaren heb ik in Argentinië doorgebracht. Later, samen met mijn man Peter, ben ik er nog geregeld teruggeweest. Ook de laatste twintig jaar zonder hem. En samen hebben we de vonk van IofC mogen overbrengen naar Colombia, wat ons leven enorm verrijkt heeft. Maar dat is een ander verhaal!

 

Een bijzonder samenzijn

Tijdens ons recente samenzijn in Montevideo was het bijzonder hoe we meteen weer op elkaar ingespeeld waren, alsof de tijd had stil gestaan. We haalden herinneringen op en spraken over onze trouw aan IofC gedurende al die jaren. Maar we waren het erover eens dat het belangrijkste in onze levens toch was ons geloof in God, dat we verdiept of zelfs gevonden hadden door ons werk met IofC. En hoe daardoor onze levens nog steeds zinvol en zelfs avontuurlijk waren.

Foto van een bijzonder samenzijn v.l.n.r: Française Elsa Paris, Edelgard Hupfeld, Digna Hintzen en Jeanette Ibargoyen.

 

Door Digna Hintzen