woensdag, mei 26, 2021

Caux 1947    ‘Ons hele verdedigingsmechanisme viel in duigen’

‘In die tijd zou zelfs een hond geen stuk brood van een Duitser hebben aangenomen’, zegt Peter Petersen. Hij was een van de 150 Duitsers die toestemming van de geallieerden hadden gekregen om in 1946 naar Caux te reizen. Daarmee behoorden ze tot de eerste Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog hun land konden uitkomen.

Bij aankomst in Caux werden ze tot hun grote verbazing niet met afkeer begroet, maar door een Frans koor dat een lied in het Duits zong. ‘We waren er intussen heel goed in geworden onszelf te verdedigen, als we werden aangevallen. Maar hier gingen de deuren wijd open voor ons.’

Petersen had zijn hele leven een uniform gedragen. Eerst als lid van de Hitlerjugend, later als leerling op een speciale nazi school en daarna in het Duitse leger. Twee weken voor het einde van de oorlog was hij gewond geraakt en na de oorlog werd hij door de Engelsen gevangen genomen. Hij was nu 21, had geen burgerkleren en droeg een pak van zijn grootvader dat veel te kort en te wijd was.

‘Zoals zo veel Duitsers had ik me teruggetrokken in een houding die een mengeling was van zelfmedelijden en  bravoure,’ vertelde Petersen later. Toen hij en zijn vrienden ontdekten dat verzetsstrijdster en secretaris van de socialistische vrouwen van Frankrijk Irène Laure tijdens de conferentie het woord zou voeren, zetten ze zich schrap. : ‘We zeiden tegen elkaar dat, als zij zou beginnen over wat Frankrijk allemaal heeft geleden, wij  haar het een en ander over de Fransen zouden vertellen.’

Haar eerlijkheid en grootmoedigheid maakten dat we naar onszelf gingen kijken.  We schaamden ons voor onze blindheid. 

Tot hun verbazing bood Irène Laure publiekelijk haar excuses aan voor haar haat. ‘Het was zo totaal onverwacht.  Ons hele verdedigingsmechanisme viel in duigen. Haar eerlijkheid en grootmoedigheid maakten dat we naar onszelf gingen kijken. We schaamden ons voor onze blindheid.’

Er volgden lange discussies tussen de Duitsers onderling. En enkele slapeloze nachten. Daarna gingen Petersen en zijn vrienden naar Irène Laure. ‘We begonnen in te zien waar we het verkeerde pad waren ingeslagen en vertelden haar dat, omdat we beseften dat dit de enige manier is om  genezing te vinden .’

Tussen 1948 en 1951 kwamen nog eens vier duizend Duitsers naar Caux. Petersen nam deel aan een internationale groep van Morele Herbewapening (nu IofC) die gedurende vijf jaar dwars door Duitsland reisde. Het resultaat was dat er bruggen van  hart tot hart werden gebouwd, hetgeen mede heeft bijgedragen aan  verzoening en wederopbouw in het naoorlogse  Europa. 

Tentoonstelling in de ruïnes van een stad in Duitsland

In 1965 werd Peter Petersen gekozen tot lid van de Duitse bondsdag. Gedurende zijn lange politiek loopbaan maakte hij nooit een geheim van zijn verleden noch van de opofferingen die nodig waren om de relatie met de landen die onder de Duitsers hadden geleden weer goed te maken. Door die instelling verloor hij vijf jaar lang zijn parlementszetel.

‘Er zijn twee manieren om van het verleden verlost te worden,’ zei hij. ‘Je kunt het onder het tapijt vegen, maar dan loop je de kans dat het toch een keer ergens opduikt. Of je kunt de weg van de eerlijkheid kiezen. Dit laatste was het kenmerk  van Caux, waardoor wij  Duitsers in staat werden gesteld  andere mensen als gelijken te ontmoeten.’

door Mary Lean
vertaald door Johannes de Pous

Foto boven: Peter Petersen (midden) met Frank Buchman (rechts) en Gabriel Marcel (1957)