donderdag, mei 27, 2021

Caux 1948 Paul Misraki: muziek voor een nieuw Duitsland

Duitsland lag in puin. Europa lag in puin. Miljoenen mensen waren gedood. En vele miljoenen waren gewond geraakt en van huis en haard verdreven. Ook de geest van mensen lag in puin. Er was sprake van diepe, collectieve trauma’s die genezen moesten worden. In 1948 werd in Caux een Duitse muzikale revue geproduceerd tegelijk met een reizende fototentoonstelling en een boekje met de titel: Es muss alles anders werden. Een Zweedse papierfabrikant die in Caux was, gaf het papier om anderhalf miljoen exemplaren van het boekje te drukken.

In oktober 1948 vertrok Frank Buchman  met de revue en een team van 280 mensen per bus naar Duitsland. Een van hen was  Irène Laure, die die in het Franse verzet tegen de nazi bezetting had gevochten. Zij zei: ‘Zoals je een stuk land omploegt, zo ploegden wij ons een weg dwars door Duitsland.’ Het werd omschreven als de grootste niet-militaire operatie sinds de oorlog.

Een van de deelnemers aan dit vernieuwende en uitdagende project , was Paul Misraki, een bekende en getalenteerde Franse componist van populaire  muziek en filmmuziek. In een periode van ruim zestig jaar schreef hij de muziek voor honderddertig films,  voor regisseurs als Jean Renoir, Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Orson Welles. 

Misraki werd in Constantinopel geboren, in een Franse joodse familie van Italiaanse afkomst. In 1930 was hij een gevestigd jazz pianist en schrijver van populaire liedjes. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij uit Frankrijk en vestigde zich in Hollywood. In Caux schreef hij de muziek voor een aantal liedjes, waaronder het themalied van de revue, op de woorden van Alan Thornhill, een Engelse dominee die toneelschrijver was geworden. 

De foto laat Paul Misraki zien als dirigent van het Orchestre de la Suiss Romande in de Victoria Hal in Genève, tijdens de muziekopname van de show. Dat was nodig omdat ze niet een compleet symfonie orkest mee op reis konden nemen in Duitsland.

De Duitse Peter Petersen (zie 1947) werkte mee op het toneel. In het koor zat de 19-jarige Jacqueline Koechlin. Zij had samen met haar familie in 1940 Elzas moeten ontvluchten. In een verzameling brieven die ze aan haar ouders stuurde, beschrijft ze in levendige details hoe de bussen zich een weg baanden door de ruïnes van de ene na de andere stad in Duitsland.

Ze schreef: ‘Dit is precies wat ik gewild had. Terwijl wij bezet waren, wilde ik dat de Duitsers ook hun deel van het lijden zouden krijgen. Toen ik mee ging doen aan deze show en ik mijn universitaire opleiding met een jaar uitstelde, was ik er trots op dat ik me bekommerde om de verslagen vijand.  Maar ik wist niet, en kon het me ook niet voorstellen, hoe groot het lijden was. Ik huilde.’

In elf weken tijd hield het team twee honderd openbare bijeenkomsten en voorstellingen in tien van de elf deelstaten. In het gezelschap bevonden zich twee Franse joden van wie er een vijftien en de ander tweeëntwintig familieleden hadden verloren in nazi concentratiekampen.

De London News Chronicle haalde een lid van de militaire regering (van de Britse bezettingszone in Duitsland, JdP) aan: ‘U, Morele Herbewapening, heeft in twee dagen meer gedaan om duidelijk te maken wat democratie is dan wij in drie jaar hebben kunnen doen.’

door Andrew Stallybrass
vertaald door Johannes de Pous

Foto: Paul Misraki repeteert met musici voor de show

Initiatives of Change