dinsdag, november 18, 2014

Afghaanse tolk schudt Nederland wakker. Maar voor hoe lang?

(Foto: Scott A Buchholz op Wikimedia Commons)

De vraag wat er gebeurt met buitenlanders die in landen als Afghanistan Nederlandse militairen op vredesmissies hebben bijgestaan en daarom ernstig gevaar lopen, heeft Nederland wakker geschud. Maar voor hoe lang? Slapen we weer in of komt er een betere en duidelijke regeling?

In september trok de asielaanvraag van de Afghaanse tolk Ahmadzai sterk de aandacht. Hij dreigde ons land te worden uitgewezen. Omdat hij na een overhaaste vlucht uit Afghanistan via Noorwegen naar Nederland was gekomen, weigerde de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn aanvraag in behandeling te nemen. Volgens de zogenaamde Dublin-regel moet dat namelijk gebeuren in het eerste land van aankomst.

Staatssecretaris Teeven weigerde voor hem een uitzondering te maken (dat mag volgens dezelfde Dublin-regel) hoewel hij voor de Nederlandse militaire missie had gewerkt. Zijn broer was per vergissing door de Taliban vermoord omdat die dachten dat hij het was. D66 en de SP probeerden in de Tweede Kamer deze kwestie in een spoeddebat aan de orde stellen, maar de regeringspartijen VVD en PvdA wilden daar eerst niet aan meewerken omdat de Kamer niet over individuele asielaanvragen beslist. Dat is een taak van de IND en staatssecretaris Teeven en hun besluiten worden getoetst door de rechter.

Het probleem lag echter even wat anders. Het ging niet om de inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag, maar om het besluit het dossier helemaal niet in behandeling te nemen en geen uitzondering te maken wegens zijn specifieke werk ten bate van Nederlandse militairen. Als hij gewerkt had voor Noorse militairen had Noorwegen hem waarschijnlijk asiel verleend. Nederland zegt dergelijke mensen wel ondersteuning toe, maar heeft daar tot nu toe geen duidelijke algemeen bekende regeling voor.

Gelukkig ontstond hierover zo’n tumult dat staatssecretaris Teeven na een gesprek met de betreffende Noorse minister besloot de asielaanvraag toch in behandeling te nemen. De tolk kon de uitslag in Nederland afwachten en eventueel inhoudelijk in beroep gaan bij de Nederlandse rechter. (De uitslag is op dit moment nog niet bekend).

Vervolgens kwam er in de Tweede Kamer wat later toch een debat met de minister van defensie mevrouw Hennis – Plasschaert waarbij ook staatssecretaris Teeven aanwezig was. Daar is toegezegd dat mevrouw Hennis aan het werk gaat om tot een duidelijke regeling te komen die ook bij alle betrokkenen en verschillende instanties bekend is.

In landen zoals de VS, Engeland en Duitsland bestaan regelingen voor tolken en anderen die gevaar lopen omdat zij gewerkt hebben voor militairen van die landen. Ook dan moet overigens getoetst worden of iemand onder die regeling valt. In Nederland lag de nadruk op individuele behandeling en in de praktijk bleek er geen heldere afstemming te zijn tussen de verschillende departementen en diensten.

Gelukkig werd in het geval van de Afghaanse tolk het beleid aangepast, maar het maakte een rommelige en onrechtvaardige indruk. Het is in het belang van het defensiepersoneel dat ze in andere landen kunnen beschikken over prima tolken en andere ondersteuners. Als andere landen een betere regeling hebben voor noodgevallen dan wij is dat voor ons land een gevaarlijke ontwikkeling. De minister benadrukte in de Tweede Kamer dat altijd sprake zal zijn van een individuele behandeling. Gelukkig lopen niet alle mensen die in verschillende beroepen voor de Nederlandse missies hebben gewerkt, gevaar. Zij werkt aan een duidelijke en rechtvaardige regeling en zal de Tweede Kamer daar zo spoedig mogelijk van op de hoogte stellen. Als het daarbij komt tot een asielaanvraag valt die niet onder het ministerie van defensie, maar onder justitie.

Het is opvallend dat de media waaronder NRC Handelsblad en de Volkskrant die uitvoerig aandacht hebben besteed aan de Afghaanse tolk die zou worden uitgewezen, vervolgens weinig publiciteit gaven aan het debat in de Tweede Kamer. Het is te hopen dat de betreffende journalisten de zaak op de voet blijven volgen, zullen nagaan wanneer de nieuwe regeling bekend wordt gemaakt en hoe die in de praktijk uitwerkt. Ook andere betrokkenen kunnen een rol spelen om te voorkomen dat deze kwestie tussen de verschillende bewindslieden en departementen blijft hangen en Nederland op dit punt in slaap sukkelt.

Persoonlijk heb ik bij verschillende gelegenheden aan de bel kunnen trekken: ondermeer op twee verschillende bijeenkomsten van de politieke partij waarmee ik betrokken ben (PvdA). Misschien kunt u ook iets doen.

Aad Burger