donderdag, oktober 20, 2022

Linggarjati: brug naar de toekomst?

Click here for English.

Willem Jansen, programma coördinator bij Nederland, was van 6 augustus tot 2 september te gast bij IofC Indonesië (zie foto rechts). De dialoog voeren over het Nederlands-Indische koloniale verleden was één van de doelen van dit werkbezoek. Hoe speelt dat verleden door in de verhoudingen tussen Indonesië en Nederland nu? Wat zie je terug in het straatbeeld van het verleden? En: zitten de jongere Indonesiërs na 77 jaar wel te wachten op excuses vanuit ‘Belanda’? 

Onlangs maakte minister-president Mark Rutte opnieuw zijn excuses voor het excessieve geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog en het vergeten leed onder voormalige KNIL-militairen. Rond dezelfde tijd, ter gelegenheid van de Nationale Indië herdenking op 15 augustus, was de Indonesische ambassadeur voor het eerst uitgenodigd om een krans neer te leggen bij het Indië monument in Den Haag. Dat lag bij sommige groepen Indische-Nederlanders nogal gevoelig. Eerder had koning Willem-Alexander in Indonesië zelf, staande naast President Joko Widojo, excuses aangeboden voor koloniale misstanden. Deze hernieuwde aandacht voor het koloniale verleden maakt veel los in Nederland. Maar hoe gevoelig ligt die geschiedenis eigenlijk in Indonesië zelf? 

Fort Vredeburg, Fort Rotterdam, en watermanagement in een regenwoud 
In de steden die ik bezocht kun je niet heen om de tastbare herinneringen aan de koloniale tijd. De binnensteden van Yogyakarta, Bandung op Java en Makassar op Sulawesi zijn van koloniale gebouwen vergeven. Op deze plekken vind je typisch een VOC-handelsgebouw, een fort (benteng) en een koloniale kerk, met andere woorden, een cluster van de symbolen van economie, macht en religie. Op de muur van de kerk in Yogyakarta staan grote bijbel teksten gekalkt. Het meubilair is origineel koloniaal. Tegenover de kerk ligt ‘Fort Vredeburg’ met kanonnen met VOC-insignes die gericht staan op het paleis (kraton) van de sultan. 

Een gigantisch park aan de rand van Bandung laat zien hoe geweldig de natuur er hier ooit uitzag. Even dieper in dit stuk regenwoud, loop je dwars door een tunnel die de Nederlanders door vulkanisch gesteente hebben laten uithakken. Iets verderop lijkt de door Nederlanders aangelegde waterkrachtcentrale nog helemaal intact. De waterval dient als stroomvoorziening. In hartje Makassar op Sulawesi bezoeken we ‘Fort Rotterdam’. Peperdure specerijen als indigo, kaneel, en suiker werden hier naartoe gebracht om via de Straat van Makassar te worden verscheept naar dat andere Rotterdam aan de Noordzee.    

De heuvel op naar Linggarjati 
Vóór mijn bezoek aan de historische plaats Linggarjati (eerder gespeld als 'Linggadjati') kwam ik erachter dat de Nederlandse ambassadeur in Indonesië belangstelling heeft voor het Akkoord van Linggarjati, dat in 1946 werd gesloten tussen de Nederlandse koloniale overheid en de Republiek Indonesië.* De Indonesische overheid blijkt echter niet erg geïnteresseerd om dit hoofdstuk uit de jonge Indonesische geschiedenis luister bij te zetten. Ik vroeg me af of het de ambassadeur zou helpen als Indonesische jongeren hun interesse voor het akkoord zouden tonen. 

In het akkoord stond dat Indonesië onafhankelijk zou worden, zij het nog wel onder de Nederlandse ‘Kroon’. Het was een kort en bondig verdrag met een aantal artikelen waar de Indonesische en Nederlandse delegaties goed mee konden leven. Helaas werd het Akkoord door het Nederlandse parlement ‘aangekleed’ met zoveel mitsen en maren, dat de leiders van de Republiek ervan afzagen. De zogenaamde ‘politionele acties’ volgden. Als het Akkoord van Linggarjati beleid zou zijn geworden, zouden veel mensenrechtenschendingen zijn voorkomen. Maar wat koop je er dan nu nog voor, hoor ik vooral jongere mensen zich afvragen.  

De betekenis van deze geschiedenis wilde ik samen met het IofC team van Indonesië verder verkennen. Daarom trokken we op Onafhankelijkheidsdag de bergen in richting het dorp Linggarjati. Deze feestdag is belangrijk in Indonesië, zoals blijkt uit de rood-witte vlaggen en versierselen die de hele maand breed worden uitgehangen. Het geboortehuis van Joty ter Kulve-van Os, die in 2022 is overleden, is al lange tijd veranderd in een museum. Eens kijken of we daar ‘de spirit’ van Linggarjati op een goede manier onder woorden kunnen krijgen.

Het huis dat ik ken van een poster van Peter van Dongen in Kuifje-stijl, ziet er van buiten goed onderhouden uit (zie foto linksboven). Aan de binnenkant tref ik het oorspronkelijke interieur aan, die ik herken uit een documentaire met Joty in de hoofdrol: de onderhandelingstafel, de slaapkamers van de delegatieleden, de visvijver en de vele foto’s aan de wand. De meeste leden van het IofC team van Indonesië hadden nog nooit van deze plek gehoord.

Op zoek naar ‘de spirit’ van Linggarjati 
In de prachtige tuin achter het museum stonden we stil bij wat deze plek en haar geschiedenis betekent voor onszelf en voor IofC. De een vond het vreemd hier nu pas voor het eerst te zijn. Wat een impact moet de rust, ruimte en het groen op de onderhandelaars hebben gemaakt! Een ander vond het bijzonder dat de delegatieleden, toch gezworen vijanden, tijdens de onderhandelingen zo dicht bij elkaar zaten. Zelfs de slaapkamers werden gedeeld.

De dochter van een regionale leider had deze plaats voorgesteld als onderhandelingsplek, geografisch tussen het koloniale Jakarta (Batavia) en Yogyakarta in, waar de Republiek Indonesië al feitelijk de macht had. Toch waren de onderlinge verhoudingen tussen de verschillende delegatieleden niet vijandig maar vriendschappelijk. Met name de goede relatie tussen de oudere, overtuigd christen Willem Schermerhorn en de jongere moslim Soetan Sjahrir is bekend. Daarnaast wordt de verbindende rol van Lord Killearn geroemd (zie foto rechts; Wim Schermerhorn, Lord Killearn en Soetan Sjahrir schudden elkaar de hand).

We concludeerden dat de positieve omstandigheden waarin de onderhandelingen werden gevoerd, het akkoord tot een succes hadden kunnen maken. Een zorgvuldig uitgekozen plaats, goede voorbereidingen, het opbouwen van vriendschappelijke verhoudingen, gezamenlijk eten en drinken, en zelfs de slaapkamers delen: het is niet moeilijk hierin de benadering van IofC te lezen. Al met al was dit bezoek ook een mooi eerbetoon aan Joty ter Kulve-van Os. De dag na ons bezoek stond in de Volkskrant een mooi in memoriam over haar leven en haar geboortehuis in Linggarjati. 

Begin van het koloniale einde 

De laatste dag van mijn verblijf, bezocht ik het museum over de Azië-Afrika Conferentie in Bandung in 1955. Het gebouw in Art Deco-stijl, ontworpen door architect Schoemaker, werd door President Soekarno in 1955 van de Nederlandse ‘Sociëteit Concordia’ omgedoopt in Gedung Merdeka, museum van de vrijheid. Er waren foto’s te zien van een indrukwekkend optocht door Bandung van vele Aziatische en Afrikaanse wereldleiders zoals Muhammed Ali (Pakistan), Abdul Nasser (Egypte), en Nkruma (Ghana).  

De conferentie met delegaties uit 18 Aziatische en Afrikaanse landen moest tot een nieuwe wereldorde leiden, zonder kolonialisme. Tien jaar na haar onafhankelijkheid was Indonesië de eer toegevallen de conferentie te organiseren. In een NRC artikel uit 1955 staat over de conferentie dat Azië en Afrika het ‘inferioriteitscomplex’ van zich afschudden en hun rol bij de nieuwe wereldvrede opeisten met deze historische gebeurtenis. De conferentie werd afgesloten met de Datasila, de tien principes van Bandung. De eerste artikelen waren, (1) respect for fundamental human rights and for the purposes and principles of the Charter of the United Nations; en (2) respect for the sovereignty and territoral integrity of all nations. Een vooruitblik op het einde van het imperialisme.    

'Wij hebben de oorlog toch gewonnen?'

In hoeverre ‘leeft’ het koloniale verleden in Indonesië. Tijdens de verschillende trainingen die ik daar leidde, kwam ik erachter dat jongere Indonesiërs het VOC tijdperk toch als een ver verleden ervaren. Ook het Akkoord van Linggarjati was bij hen nauwelijks bekend en de Indonesische overheid lijkt niet van plan daar iets aan te veranderen.

Landen de vele excuses van de Nederlandse overheid in de afgelopen periode wel op Indonesische bodem? Is Nederland niet te veel met het verzwegen verleden bezig en wil de jonge staat Indonesië vooral opgaan in haar optimisme? De Nederlands-Indische schrijver Alfred Birney, bekend van zijn boek ‘De Tolk van Java’ (en Zomergasten), zei treffend: ‘Waarom al die excuses de laatste tijd van Nederland aan Indonesië? Wij hebben de oorlog toch gewonnen?’ Deze uitspraak toont Birney’s winnaarsmentaliteit ten opzichte van de koloniale oorlog, een begrijpelijke maar weinig verbindende houding. In Indonesië kozen wij, IofC Nederland en IofC Indonesië, ervoor om samen in de geest van Linggarjati een bruggetje te leggen naar verzoening, heling en de toekomst.     

Door Willem Jansen.
Bronnen: Wikipedia (foto Schermerhorn, Killearn, Sjahrir) en IofC. 

Lees hier Willem's eerdere verslag over vertrouwen bouwen in Indonesië.   

*Er zijn meerdere spellingen mogelijk, zoals Linggadjati, Linggajati en Linggarjati. In dit artikel hebben we gekozen voor de laatste variant, zoals de naam van het eerder genoemde museum.