maandag, oktober 28, 2019

De ecologische crisis is ook een levensbeschouwelijke crisis

De mens als heerser over de natuur, dat beeld is in de moderne christelijke theologie vaak naar voren gekomen. Het idee dat de mens de aarde beheert in opdracht van God heeft grote gevolgen gehad, zegt theoloog en journalist Trees van Montfoort. Ze vindt het tijd voor een nieuwe ‘groene theologie’.  

Hoe zijn geloof en natuur voor u persoonlijk met elkaar verbonden? Het is een wezenlijke vraag die Trees van Montfoort tijdens haar lezing aan een groep gelovigen voorlegt. In de Bosbeskapel in Den Haag zijn op dinsdag 8 oktober christenen en enkele boeddhisten en moslims samen gekomen in het kader van het project Geloven in Groen. Van Montfoort deelt een persoonlijke ervaring. Ze raakte in 1972 onder de indruk van het rapport van de Club van Rome: ‘Grenzen aan de Groei’, waarin wetenschappers hun zorgen uitten over de toekomst van de wereld. Vanaf dat moment probeerde ze milieubewuster te gaan leven. Een paar jaar later ging ze theologie studeren. Achteraf beseft ze: “het milieu had voor mij niets met mijn geloof te maken. Het stond los van elkaar: ik studeerde theologie, en daarnaast probeerde ik duurzaam te leven.”

Juist díe gedachte zette haar aan het denken over verhouding tussen geloven en duurzaamheid. De moderne theologie heeft geen antwoord op de ecologische crisis, realiseerde ze zich toen. Sterker nog, er is in het christendom een soort beeld ontstaan dat de mens centraal staat in de schepping en heerser is over de natuur. Natuurlijk kwam het begrip duurzaamheid in de Bijbel nog niet voor, zegt Van Montfoort. Zij verdiepte zich de afgelopen vijf jaar in dit thema en schreef er een boek over.

‘Groene Theologie’ is inmiddels genomineerd voor de prijs voor het beste theologische boek van 2019. Maar dat het concept duurzaamheid niet Bijbels is, betekent niet dat het boek gelovigen niets te vertellen heeft over de relatie tussen mensen, God en natuur. De ecologische crisis vraagt om een nieuwe kijk op die verhouding, aldus Van Montfoort. “Deze crisis is ook een levensbeschouwelijke crisis. Wat is nu écht belangrijk, waar geloven we in?”
 

Natuur als gebruiksartikel

Van Montfoort is behoorlijk kritisch op de rol die het westerse christendom heeft gespeeld in het ontstaan van de ecologische crisis. Ze is het eens met de Amerikaanse historicus Lynn White junior, die in 1967 al zei dat “de christelijke kerken door hun mensgerichtheid het mogelijk gemaakt hadden om de natuur te degraderen tot een gebruiksartikel”. In de natuurgodsdiensten werden de mens en de natuur nog als één goddelijk geheel gezien, zei hij. De hele natuur was bezield, de mens was niet het middelpunt.

Van Montfoort omschrijft hoe het westerse christendom en de westerse cultuur sinds de Verlichting en natuurwetenschappelijke revolutie in de achttiende eeuw steeds meer op het individu gericht raakten. Filosofen als Descartes en Kant speelden in het denken over het “ik” een belangrijke rol. Er kwam een scheiding tussen de natuurwetenschappen en de geesteswetenschappen, vertelt Van Montfoort. “We zijn de bestudering van de wereld over gaan laten aan de natuurwetenschappen. En de theologie is versmald tot de verhouding tussen God en mensen.” Zoals Lynn White het zegt: “Met name in zijn westerse vorm is het christendom de meest antropocentrische religie die de wereld gekend heeft.”

Het Christendom heeft natuurlijk niet alleen maar schuld, zegt Van Montfoort. Er zijn ook veel christelijke bronnen die juist inspiratie bieden. Ze vertelt bijvoorbeeld over de teksten van de twaalfdeeeuwse heilige Franciscus van Assisi, die ‘alle schepselen’ als zijn ‘broeders en zusters’ zag. Ook noemt Van Montfoort een moderne inspiratiebron: het pauselijk document uit 2015: Laudato Si’. Daarin roept de paus op tot een ecologische bekering, vertelt ze. “Hij legt een verband tussen de schreeuw van de armen en de schreeuw van de aarde.” De ecologische crisis en verarming hebben veel met elkaar te maken, zegt ook Van Montfoort. “Uitbuiting van mensen en uitbuiting van de aarde komt voort uit hetzelfde mechanisme. De economie is de norm van alles, en is altijd maar gericht op groei. Dat is het denken van beheersing: de wereld is maakbaar, we hebben overal technische oplossingen voor. Maar zo kan het niet meer. In dit denken zijn we vastgelopen.”
 

De rentmeester
 

Eigenlijk hebben we de Bijbel tot nu toe niet goed gelezen, zegt Van Montfoort.  “Want als je goed kijkt, dan gaat het niet alleen over God en mensen, maar over de gehele wereld.” Mensen en de natuur horen bij elkaar, zo staat het ook in de Bijbel, benadrukt Van Montfoort. Zo vindt ze het vreemd dat het begrip ‘rentmeesterschap’ centraal is komen te staan in het Christendom, als het over de zorg voor de wereld gaat. “De rentmeester heeft in de Bijbel een economische functie, iemand die het geld beheert. Dat begrip schept afstand. Rentmeesterschap impliceert dat wij de aarde beheren in opdracht van God. Dus dat zet ons aan de kant van God, tegenover de aarde, in plaats van dat we erbij horen. En dan zie je algauw de aarde als een bezit wat beheerd moet worden.”

Met haar boek probeert Van Montfoort onder meer te bereiken dat er in geloofsgemeenschappen meer nagedacht wordt over de plek van mensen in het grotere geheel. Dus niet alleen over God en mensen, maar ook over de relatie tussen God en de hele wereld. Daarvoor is het bijvoorbeeld belangrijk om naar de zogeheten ‘scheppingsteksten’ te kijken. “Want dat zijn teksten waarin het gaat over de verhouding van God tot de wereld.” Het is een misverstand dat er in de Bijbel maar één scheppingsverhaal staat, zegt ze, er zijn juist meerdere scheppingsverhalen te vinden, zoals in Genesis 1 en Genesis 2, maar ook in verschillende psalmen in de Bijbel, zoals psalm 104. “Daarin wordt beschreven hoe God zorgt dat de bomen water hebben, dat de vogels erin kunnen nestelen. Het is een soort beschrijving van ecosystemen.”
 

Jubelende bergen

In al die scheppingsverhalen in het opvallend om te lezen hoezeer mensen, dieren en natuur bij elkaar horen, vertelt Van Montfoort. Bovendien zijn de mensen niet de enige actieve schepselen, maar zijn er bijvoorbeeld ook – zoals in psalm 98 – ‘rivieren die in de handen klappen’ en ‘jubelende bergen’. “Dieren, mensen en de hele natuur zijn elkaars medeschepselen.” En dat idee roept op tot bescheidenheid, zegt Van Montfoort. “In de christelijke traditie is dit ook wel ascese genoemd: vasten, niet meer nemen dan je nodig hebt, bewust afzien van consumeren. En daarnaast kun je ook vieren dat je samen schepping bent. Het tilt je op als mens, het besef dat je deel bent van een groter geheel.”

Veel gebedshuizen en gelovigen zijn al bezig met verduurzaming, merkt Van Montfoort op. Het project Geloven in Groen is daar een voorbeeld van. Zonnepanelen, fair-trade koffie, waterbesparende maatregelen, groene daken, gebedshuizen in Den Haag denken er volop over na en nemen ook maatregelen. Praktisch bezig zijn is goed, maar ze roept gelovigen ook op om terug naar de bronnen van hun religie te gaan en te leren over ‘groene’ theologie, over de verhouding tussen mens en natuur. “We kunnen iets tegenover dat moderne wereldbeeld van economische groei zetten.”

Auteur: Elleke Bal in opdracht van Initiatives of Change
Foto: Uyên Lu

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de lezing van Trees van Montfoort op 8 oktober 2019 in de Bosbeskapel te Den Haag. De lezing is georganiseerd door Initiatives of Change in het kader van het project 'Geloven in Groen'.
In dit project worden de gebedshuizen in Den Haag uitgedaagd en ondersteund om na te denken over hoe ze in hun eigen gebedshuis zuiniger met energie om kunnen gaan.