vrijdag, juli 10, 2015

Read here the report in English 'Thaw needed in Russia and in the West' on the Russia-lecture by Swiss-American political scientist Catherine Guisan. 
 

Dooi nodig in Rusland en het Westen

‘Persoonlijke en politieke "opstanding" in Rusland’ luidde de gedurfde titel van de lezing van de Zwitsers-Amerikaanse politicologe Catherine Guisan op 2 juni in het centrum van Initiatives of Change in Den Haag. Ruim veertig mensen van verschillende nationaliteiten waren aanwezig om te luisteren en hun ervaringen met Rusland te delen.

Opstanding als middel om het heden te begrijpen

Het is gedurfd om het woord opstanding te gebruiken in de studie over een land. Dat geldt voor ieder land, maar al helemaal voor Rusland, met zijn geschiedenis van autocratie en totalitarisme, beseft Catherine Guisan, visiting assistant professor politicologie aan de Universiteit van Minnesota. ‘Maar vanavond,’ zegt ze, ‘wil ik u vragen om naar Rusland en haar bewoners te kijken vanuit een lange termijn perspectief. Er wordt weinig van waarde bereikt, zowel in het persoonlijk als het politieke leven, zonder een gevoel voor geschiedenis. Daarom wil ik u uitnodigen voor de komende veertig minuten de huidige crisis in Oekraïne en op de Krim en het lot van de mensen daar te parkeren en met mij naar de lange termijn te kijken.’

In 2013 gaf Guisan les aan de Europese Universiteit in Sint Petersburg met een Fulbright fellowship. Onlangs keerde zij op uitnodiging terug naar Rusland om colleges te geven aan de universiteiten van Sint Petersburg en Moskou. Een korte presentatie van foto’s van dat bezoek, vergezeld met muziek van Russische componisten, hielp het publiek om zich in te leven in de geschiedenis en cultuur van deze grootmacht.

De inzichten die Guisan heeft opgedaan tijdens haar periode aan de Russische universiteiten wil ze delen, in de hoop zo de weg vrij te maken voor een gesprek. Haar lezing richtte zich op de veertig jaar lange pogingen van Sovjetburgers om het Stalinistische totalitaire regime onder ogen te zien en hiervan te herstellen. Daarnaast besteedde ze aandacht aan Russen die zich vandaag de dag inzetten voor mensenrechten en actief burgerschap in hun land, tegen de achtergrond van een groeiend autoritarisme van de Russische staat.

Allereerst legt Guisan uit hoe ze op het idee is gekomen om het concept van opstanding in haar presentatie te gebruiken. Vorig jaar maart woonde ze een conferentie bij van Europa-onderzoekers in Washington DC met de titel ‘opstanding’. ‘Toen ik een van de organisatoren vroeg waarom ze voor deze gedurfde term hadden gekozen, antwoordde ze dat ze genoeg hadden van de deprimerende toon die zo vaak op conferenties heerst. Ze wilden ruimte creëren voor vernieuwing en opleving.’

'Deze wetenschappers bestudeerden de Eurozone. Ze scheven: "In het kielzog van de crisis in Europa worden stukjes en beetjes van het verleden nieuw leven ingeblazen om daarmee het heden te begrijpen en een toekomst vorm te geven…" Ik denk dat dit ook van toepassing is op Rusland. Mijn vraag is daarom of er een bruikbaar verleden is, of meerdere verledens in dat machtige land waar een betere samenleving op gebouwd kan worden?’

Daarbij verwijst Guisan naar de filosoof Hannah Arendt en haar beroemde metafoor van de ‘verloren schatten’ van politieke ervaringen. Arendt herinnert haar internationale publiek aan de verloren schatten van hun eigen politieke traditie. Guisan: ‘Ik hoop vanavond een aantal van de verloren schatten van de Russische politieke traditie onder de aandacht te brengen.’

Verloren schatten uit tijden van politieke dooi

In de recente Russische geschiedenis ontwaart Guisan drie periodes van ‘politieke dooi’, die ze omschrijft als opstandingsbewegingen. Dit zijn tijdsperiodes van openheid en vernieuwing, doordat men zich afkeert van fouten uit het verleden en zich op het nieuwe richt met concrete initiatieven in de publieke sfeer.

De eerste periode van dooi (1956-1964) was onder Nikita Chroesjtsjov. Hij bracht de misdaden van Stalin aan het licht en veroordeelde deze en hij ontmantelde het Goelag systeem. Ook maakte hij een eind aan het gedwongen gemeenschappelijk wonen door eensgezinsappartementen te bouwen en stond plattelanders toe om uit hun dorp te verhuizen. Maar toen deze hervormingen Hongarije aanmoedigden om zich terug te trekken uit het Warschau Pact, bleek de ‘dooi’ niet sterk genoeg om de Sovjetheerschappij over de buurlanden te beëindigen, met als resultaat de invasie van Hongarije in 1956.

De tweede dooi was onder Gorbatsjov van 1987 tot 1990 en markeerde het einde van de Koude Oorlog. Dit was een periode van politieke openheid en enige economische liberalisatie, glasnost en perestroika, en veel debat onder de Russen. Maar, net als de eerste dooi, was deze tweede ook een proces dat van bovenaf werd opgelegd, zoals dat past bij autoritaire regimes.

Sinds 2010, ziet Guisan, zijn er tekenen van een derde periode van dooi in Rusland. Maar dit keer is het een beweging van onderop. Sommige intellectuelen spreken over de derde de-Stalinisatie. In 2011 en 2012 vonden massademonstraties plaats tegen de gemanipuleerde Doema- en presidentsverkiezingen. En in Moskou is een museum geopend over ‘totalitaire terreur’.

Russische presidenten en premiers hebben toegegeven dat de Sovjetunie zich schuldig heeft gemaakt aan moorden, zoals het doden van 21.000 Poolse gevangen in 1940 in Katyn. Ook is een deel van de archieven open gesteld, maar Russische rechtbanken moeten deze misdaad nog erkennen. De organisatie Memorial legt vast wat er in de Goelag is gebeurd onder Stalin en nadien, documenteert mensenrechtenschendingen en is nu bezig met de kwestie van niet erkende doden van Russische dienstplichtigen in Oost-Oekraïne. Ook de organisatie van de Soldatenmoeders is daar mee bezig.

Een ander hoopvol teken voor Guisan was het seminar Res Publica in het politicologiedepartement van de Europese Universiteit in Sint Petersburg. Sommigen van de afgestudeerden die bij de organisatie hielpen waren geïnspireerd door het besef dat republikanisme ook deel is van de Russische politieke traditie, ondanks dat de Republikeinse ontwikkelingen onderbroken zijn. Novgorod was bijvoorbeeld een onafhankelijke stad van de 11e tot de 15e eeuw en kende zelfbestuur, zoals de Italiaanse republieken in de Renaissance. Een ander voorbeeld is Pskov, niet ver van Novgorod.

 

Westerse arrogantie

Ondanks het groeiende autoritarisme kent het Russische publieke leven veel tegenstellingen en laat het zelfs vandaag de dag potentie zien voor verdere hervormingen. Zo is de veel geroemde en zeer kritische film Leviathan van Andrey Zvyagintsev (2014) deels gefinancierd door het Russische ministerie van Cultuur.

Guisan is niet blind voor de tekenen die wijzen op politieke stagnatie of regressie. Maar, zegt ze, je weet het nooit. ‘Westerse waarnemers voorzagen destijds niet de ontmanteling van het dictatoriale Sovjetregime. Ze voorspelden evenmin de geweldloze afscheiding van de satellietstaten, en zelfs van de republieken die zeventig jaar deel zijn geweest van de Sovjetunie. Een ongelooflijke verworvenheid.’ ‘Het is onmogelijk om te weten of er nu, net als onder Brezjnev en zijn opvolgers in de jaren ’70 en begin jaren ’80, ambtenaren zijn die in stilte werken aan hervormingen voor de binnenlandse en buitenlandse politiek. Maar we moeten ons niet afsluiten voor die mogelijkheid. Ook moeten we niet de impact vergeten van al die Russen die naar het buitenland reizen. Alleen al in 2013 waren het er 23,7 miljoen.’

Over de annexatie van de Krim kwam Guisan veel verschillende meningen tegen. Ook waren veel mensen bereid zich er over uit te spreken, in ieder geval onder vrienden, hoewel het onderwerp vaak voor verdeeldheid zorgt binnen families en soms de oudere van de jonge generatie scheidt.

Rusland heeft een nieuwe politieke dooi nodig. Maar de Westerse opinie heeft ook een dooi nodig, stelt Guisan. De beperkte Westerse kennis van de complexe Russische geschiedenis, het gebrek aan empathie en begrip voor de mensen die sinds de jaren negentig te maken hebben gehad met chaotische processen van economische liberalisering en het ontbreken van een langetermijnbeleid van de EU richting Rusland roepen allemaal om verandering.

Bruggen van vertrouwen bouwen door kennis en begrip te vergroten is een belangrijke peiler in het werk van Initiatives of Change. Na de lezing was er dan ook de mogelijkheid om verschillende perspectieven en ervaringen te delen. Veel gasten deelden persoonlijke verhalen en stelden vragen. Iemand suggereerde dat Jeltsin, als ‘de enige echte democraat in de Russische geschiedenis’ aan het rijtje zou kunnen worden toegevoegd. Een ander merkte op dat contact met het Westen niet altijd een positief effect heeft. Mensen die in het Westen hebben gestudeerd kunnen erg anti-Westers worden.

Het probleem van corruptie werd aangesneden. Guisan beaamde dat er geen liberalisering mogelijk was met corruptie. Maar ze merkte op dat ze zelf nooit steekpenningen heeft hoeven betalen of bedrogen is. Iemand vroeg haar: ‘De ervaringen tijdens enkele jaren in Rusland en onder Russische vrienden hebben me heel sceptisch gemaakt over de mogelijkheid van dooi. Wat denkt u? Moet ik mijn twijfel laten varen?’ Een deelnemer uit Oekraïne bedankte voor de interessante presentatie en merkte op: ‘Als we een democratiseringsbeweging in Oekraïne hebben, waarom zou het dan niet in Rusland mogelijk zijn?’

Weer iemand anders: ‘Zelfreflectie is belangrijk. We veroordelen Rusland, maar we kijken niet genoeg naar onze eigen handelingen en arrogantie.’ Daar was Guisan het mee eens. In elke samenleving vergt het moed om in opstand te komen tegen de machthebbers. Er zijn helden voor nodig om iets te veranderen. En die helden hebben steun nodig. Tot slot reflecteerde iemand uit het publiek op Rusland in de afgelopen decennia. Het land heeft vele crises gekend en is, net als Europa na de Franse revolutie, op zoek naar een stabiel politiek, sociaal en economisch systeem. Zoals we allemaal weten vraagt verandering inzet, tijd, en begrip. De afsluitende woorden van Guisan vatten de avond mooi samen: ‘Het is een verhaal in ontwikkeling.’

Laura Reijnders & Hennie de Pous-de Jonge

Catherine Guisan is de auteur van twee boeken over Europese integratie: A political theory of identity: memory and policies (London and New York: Routledge 2011) en Un sens à l'Europe: gagner la paix 1950-2003 (Paris: Odile Jacob 2003).