vrijdag, juni 14, 2019

Onderstaande is een beknopte weergave van een lezing door Joost Röselaers, bestuurslid van de Nederlandse stichting Initiatives of Change, in een besloten bijeenkomst in het centrum van IofC in Den Haag. Röselaers (op de foto rechtsonder) is Remonstrants predikant in Amsterdam en was voorheen werkzaam als predikant in Londen.

De herijking van waarden in een nieuwe tijd is misschien wel het dilemma van dit moment. Hoe geven we vorm en inhoud aan het gesprek daarover?

Ik wil mijn verhaal baseren op mijn ervaringen in Londen (zie onderstaande foto): in de overtuiging, dat het ons in Nederland ook kan helpen om onze waarden te herijken. Engeland voelt zich nog steeds verbonden aan het Christendom. De verbondenheid met de Christelijke traditie kleurt de wijze, waarop de vraag naar gedeelde waarden daar wordt beantwoord.

London bridge | fotograaf: Daniel Chapman
 

Ik was tot 2017 predikant van de Nederlandse Kerk in Londen, gelegen in het hart van de City. Mijn publiek bestond voornamelijk uit mensen uit de financiële sector. Voor hen organiseerde ik activiteiten als ‘de Nederlandse city lunches’. Ik was ook nauw betrokken bij de City of London zelf. Als dominee speel je daarin een unieke en zeer gewaardeerde rol, anders dan in Nederland, waar je als dominee eerder een rol in de marge speelt. De kerk is in Engeland is als het ware nationaal erfgoed, en als dominee ben je een publiek figuur. In Nederland zit het geloof achter van de voordeur van de kerk, en van ons huis. In het maatschappelijke debat heeft het geloof geen stem. In Engeland dus wel. Zo werd ik regelmatig uitgenodigd om lezingen en gesprekken bij te wonen over financiële zaken en dilemma’s. Mijn mening werd daar op prijs gesteld- met name over morele vragen.

Ik herinner mij een seminar op de vijfde verdieping van een kantoor in het hart van de City. Ik kwam een collega tegen, die al decennia meeliep in de City. Hij vertelde hoe het beleid van Thatcher alles had veranderd. Tot die tijd zaten werknemers jaren bij dezelfde bank of firma. Je deelde in de goede en slechte tijden. Je salaris was gebudgetteerd op die slechte tijden. In goede tijden kwam daar een bonus bovenop. Je had feestjes van mensen die hun vijftien- of twintigjarig bestaan bij de bank vierden. Dat is allemaal veranderd. Het Amerikaanse denken nam alles over. Nu kun je er zomaar na een slecht jaar uitvliegen. Tja, als jouw bank geen loyaliteit toont aan jou, wat doe jij dan?

Bankiers springen in de City ook over van de ene zakenbank naar de andere. Je blijft nooit ergens langer dan een jaar. En alleen zo maak je nog carrière. ‘Loyaliteit is kortom ingeruild voor liquiditeit’, vertelde deze collega-predikant. ‘Werknemers zijn letterlijk human resources: je kunt ze net als andere hulpmiddelen op ieder moment verkopen of liquideren. Het resultaat is zero-trust en zero-loyalty. Voeg hierbij intrinsiek ondoorzichtige financiële instrumenten, gigantische potentiële winsten, en 'too big to fail'-banken: en je hebt het recept voor de volgende crisis.’

Tijdens het seminar met veel technische details die mijn pet te boven gingen, dwaalden mijn ogen naar buiten, waar een kerktoren rechtsonder in mijn blikveld omhoog stak. Je hebt in de City vijftig kerken, alle nog steeds in gebruik. Ooit waren kerken de hoogste gebouwen van de City. Nu zijn de kerken dwergen, te midden van bankkolossen van glimmend glas.

Joost RöselaersIn de pauze sprak ik verder met mijn collega. Hij noemde mij de zeven christelijke deugden (eigenlijk de zeven waarden): ‘Voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, standvastigheid, geloof, hoop en naastenliefde. Ga maar na, zei hij: de monsterbonussen, de mijn bank is groter dan jouw bank-wedstrijd, de na mij de zondvloed-houding, de trouweloosheid in arbeidsrelaties, de hyperrisico's, de flessen champagne van duizend pond en de stripclubs? Hou dat voor ogen. En loop dan nu de zeven hoofzonden langs, die precies tegenover de zeven deugden staan: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, nijd, onmatigheid en woede. De enige zonde die je werkverslaafde zakenbankiers onmogelijk kunt aanwrijven is luiheid.’

We hebben kortom met een moreel probleem te maken. Ik ben wat voorzichtig met het gebruik van het woord ‘moraal’, omdat het in verband met de kerk verkeerde associaties oproept: een nadruk op regels; een ‘beter weten’ en een sterke mate van veroordeling. Daar zou ik juist afscheid van willen nemen. Het werpt barrières op. Maar mijn collega had een punt: we hebben hier te maken met een moreel vraagstuk.

Meer regels helpen hier niet tegen, maar wat dan wel? Ik wil zelf niet terug naar een tijd waar religieuze figuren voorschrijven wat wel mag, en wat niet mag. Die tijd hebben we gehad. Kerken hebben ook misbruik gemaakt van hun macht en positie. Maar de leegte moet worden opgevuld, voordat boze geesten er beslag van nemen en we een verkeerde kant op gaan. Het is de hoogste tijd, om stil te staan bij morele vragen, om samen te bepalen uit welke waarden wij willen leven en werken, en hoe zich dat vertaalt in bepaalde concrete situaties. Meer ethiek, meer gesprek over waarden.

Het komt erop aan, en daartoe wil ik ons uitdagen, een taal te vinden die onze waarden en ons verlangen uitdrukt, en die tegelijk verband houdt met professionaliteit. Ik wil er voor pleiten een deel van de christelijke traditie (waar wij uit voortkomen) mee te nemen bij het herdefiniëren van waar we voor staan, en waar wij naartoe willen. Het zou werkelijk zonde zijn, om wat dat betreft de baby met het badwater weg te spoelen. Bijvoorbeeld, de zeven deugden, waar mijn collega in Londen mee kwam. Ik noem ze nog een keer: Voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, standvastigheid, geloof, hoop en naastenliefde. Zo gek klinkt dat nog niet. Er spreken genoeg waarden en idealen uit. Ik hoop dat wij het aandurven om door te denken over waarden. Het is broodnodig dat dat gesprek weer gevoerd wordt in onze samenleving.

 

Joost Röselaers