dinsdag, maart 26, 2013

“Zitten jullie goed en ontspannen? Heb je zorgen en verdriet? Voel je ademhaling, je lichaam en sta even stil bij wat het leven je brengt”. Zo bereidde Uyên Lu zichzelf en haar gehoor voor op het levensverhaal, dat ze op het punt stond te gaan vertellen. In de gastvrije huiskamer van Luc en Karina Alderliesten in Zeist hadden zo’n 25 vrienden, familie en belangstellenden zich om haar heen geschaard. “Dat ik zo kan beginnen is tekenend voor de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt, sinds ik in 1980 als bootvluchteling naar Nederland ben gekomen”.

Uyen is geboren op 11 februari 1964 in Hoi An, een kleine stad in het midden van Vietnam. Het was in de feestweek ter gelegenheid van het Vietnamees Nieuwjaar. Maar Uyên werd niet feestelijk ontvangen. Ze was het derde meisje op een rij en had eigenlijk een jongetje moeten zijn. Haar vader zat in het leger. Haar moeder woonde volgens goed Vietnamees gebruik met haar 2 oudere zusjes in bij haar veeleisende schoonfamilie. Voldoet schoondochter wel aan de vier deugden van een vrouw: ijverig, goed verzorgd, welbespraakt en een hoog moreel besef met als ultieme test: kun je zonen baren om de stam van de familie veilig te stellen?

Na de geboorte van Uyên ontstonden er spanningen. Dat leidde er toe, dat moeder na drie maanden met haar drie kleine meisjes terugkeerde naar haar eigen familie. Daar werd ze met open armen ontvangen.

Toen Uyên één jaar oud was verhuisde het gezin naar het zuiden, omdat haar vader werd overgeplaatst naar een legerplaats 10 km buiten de hoofdstad Saigon. Drie jaar later maakten ze daar het Tet offensief mee, een massale en totaal onverwachte aanval van de communistische Vietcong op het Zuid-Vietnamese- en Amerikaanse leger. Tet betekent Nieuwjaar en Uyên herinnert zich dat ze vuurwerk meenden te horen. Maar iedereen was doodsbang. Mensen vluchtten naar de schuilkelders, schreeuwden en huilden door elkaar. Uyên weet niet meer hoelang ze daar heeft gezeten, maar op een dag stond er een vrachtwagen voor waar ze snel in moesten klimmen. Geen tijd om speelgoed te pakken, maar zo gauw mogelijk naar een veiliger plaats in de grote stad Saigon. Uyên heeft daar een redelijk onbezorgde jeugd gehad. Wel waren er thuis veel spanningen. Ruzies tussen vader en inwonende oma, die geloofde dat de communisten geen kwaad in de zin hadden. Vader dacht daar anders over. “Moeder, wees niet zo naïef. U moet de communisten nooit vertrouwen!”

Op 30 april 1975 was de oorlog voor Zuid-Vietnam definitief verloren. Tanks reden de stad binnen. Buren bleken plotseling communisten te zijn en gingen zich vijandig gedragen. De communistische heilstaat werd ingevoerd. Alle kinderen moesten zich aansluiten bij de Pionierbeweging. Uyên weet nog van die eerste juni, internationale kinderdag, dat er speelgoed werd uitgedeeld, een geschenk van de communistische kameraden uit Noord-Vietnam. “We lieten het trots thuis zien. Maar toen bleek, dat het gewoon uit Saigon kwam. Ze hadden tegen ons gelogen”. Ook de radio bracht verwarring. De communistische zenders brachten heel ander nieuws dan “The voice of America” waar ze ook regelmatig naar luisterde. Zo ontdekte ze steeds meer leugens……

Als tiener deed Uyên op school mee aan een opstelwedstrijd. De opdracht was simpel: maak een keuze uit vijf helden en schrijf daar een opstel over. Maar ze besloot een eigen held te scheppen. Haar fantasie liet ze de vrije loop. Een maand later kreeg ze te horen, dat ze de derde prijs had gewonnen! Maar ze kreeg ook een waarschuwing: haar held miste nog ideologische diepgang. Ze kreeg het dringende advies om zich aan te sluiten bij de communistische Jongerenbeweging voor ideologische bijscholing.  

De grond werd heter onder haar voeten. Ze realiseerde zich steeds meer, dat ze in een verrot systeem leefde, dat was gebaseerd op de ene na de andere leugen. Daar kwam nog het gevaar bij, dat ze als kindsoldaat kon worden geronseld om als menselijk schild te dienen in de oorlog tegen China.  

Uyên en haar zuster spraken met haar ouders over vluchten. En zo gebeurde. Bij de derde poging lukte dat. Na vier nachten en drie dagen opgepropt in een kleine boot met meer dan 150 anderen, worden ze opgepikt door de Smit Lloyd 104 en in Singapore aan wal gezet.  

“In Singapore werden we goed opgevangen. Daar kwam ik er pas achter hoeveel geluk ik heb gehad. Ik zag mensen, die er bijliepen als zombies door de verschrikkingen, die ze hadden moeten doorstaan tijdens hun wekenlange tocht, vol ontberingen, honger, dorst en dood. Twee maanden later moesten we kiezen naar welk land we zouden gaan. Amerika, Australië, Canada of Nederland. Het werd Nederland, het land van de Smit Lloyd 104 met zijn bemanning, die mij het leven had gered. En daar begint een ander verhaal in een heel ander leven”.

In november 1980 komen Uyên en haar zuster aan in een opvangcentrum in Heerde. Het was koud voor de magere meisjes in tropenkleding. Voor het eerst zagen en voelden ze sneeuw. Een paar weken later maken ze kennis met hun gastgezin, de familie Eigeman. Uyên had een Nederlandse zin uit haar hoofd geleerd. “Ik ben blij u te ontmoeten”. Haar gastouders zeiden hetzelfde terug. En ze gaven een opvallend sterke handdruk. Uyên had het gevoel, dat haar vingers werden vermorzeld. De zusjes Lu blijven nog een half jaar in het opvangcentrum wonen. Daarvandaan gaan ze naar school, de Heertganck in Heerde. Eerst met de bus, later met de tweedehands fiets, die ze kunnen kopen dankzij een actie van de kerk. Lessen in het Nederlands, ze krijgen Nederlandse vriendinnen en Uyên leert er Thuan kennen, haar huidige man, ook een Vietnamese bootvluchteling.

Dan moet het opvangcentrum sluiten. En weer moeten ze kiezen, waar ze naar toe willen. Het wordt Tilburg. In afwachting van huisvesting kunnen ze terecht bij de familie Eigeman. In Tilburg breken een paar moeilijke jaren aan. 2 jonge meisjes, overdag op school, ’s avonds moederziel alleen op hun flatje in een vreemde stad.  Na twee jaar verhuist Uyên’s zuster naar Groningen. Uyên is welkom bij de familie Eigeman, waar ze vanuit Tilburg steeds contact mee hebben gehouden. Eindelijk thuis. In Heerde breekt een heerlijke tijd aan. Als verlate puber gedijt ze uitstekend in het warme gezin en de vastigheid, die haar geboden wordt met rust, reinheid en regelmaat. Ze gaat naar school in Heerde, waar ze in 1985 met glans slaagt voor haar eindexamen HAVO. Thuan woont inmiddels in Meppel.

Dan besluit Uyên een baan te zoeken. Haar vader zit in Vietnam in de gevangenis. Ze wil haar ouders ondersteunen. Haar studieschuld moet worden afgelost. Het wordt een kantoorbaan. ’s Avonds volgt ze een opleiding tot directiesecretaresse. Kantoor taal is wat anders dan omgangstaal. Ze had gelukkig een goede manager, die haar de kans gaf extra cursussen en trainingen te volgen.  Maar haar onzekerheid bleef. En daarbij kwamen de meer existentiële vragen: “Deed ik er goed aan om mijn land te ontvluchten? Wat is de zin van mijn nieuwe bestaan hier? Wat is überhaupt de zin van mijn leven?”. Ze begint aan een avondstudie pedagogiek in de hoop dat ze daardoor antwoorden zal vinden. Maar dat gebeurt niet. Wel krijgt ze de kans om mee te gaan op een studiereis naar Leningrad. Het was 1989, de nadagen van de koude oorlog. Het doel was om het communistische onderwijssysteem te bestuderen. Uyên had ook nog een persoonlijk doel. Ze wilde uitvinden of ze er destijds goed aan had gedaan om het communistische Vietnam te ontvluchten.

Overal staan de mensen buiten in de kou in de rij te wachten op brood, groente, vlees in armoedige winkeltjes, gerund door de staat. Hun blikken en houding verraden een treurig bestaan. De mensen op straat lopen snel en kijken vaak schichtig om zich heen. Er lopen op straat ook opvallend veel soldaten, politieagenten met indrukwekkend geweren. De Sovjet-Unie wordt in Vietnam gezien als het paradijs. Dat is de stip op de horizon waar het communistisch Vietnam over dertig jaar wil zijn. Ik word om de haverklap gevraagd of ik panty’s of pennen te ruil heb voor speldjes. De keuze om te vluchten is goed geweest, constateert ze na deze studiereis. Nu alleen nog ontdekken wat en hoe ik verder wil met mijn leven.

Uyên en Thuan trouwen in 1993 en krijgen twee kinderen. Hun leven is veeleisend. Overdag aan het werk, ’s avonds aan de studie. Bij verzekeraar Univé begint ze als groepsassistent. Daarna volgen andere functies met meer verantwoordelijkheid. Toch heeft ze steeds het gevoel, dat ze op een dag ontslagen zal worden omdat haar Nederlands niet genoeg is. Maar ze wordt niet ontslagen. Integendeel ze wordt gepromoveerd tot teamleider.

In die functie krijgt ze te maken met enkele ingrijpende gebeurtenissen. De man van een collega pleegt zelfmoord en de dochter van een andere collega wordt aangerand. Als leidinggevende wil ze er zijn voor deze collega’s. Ze troost hen, geeft hen de ruimte om het verlies te verwerken, adviseert waar ze kan. Volgens haar manager doet ze het goed maar ondertussen wordt ze verteerd door angst. Voor haar gevoel doet ze maar wat.  

Kinderen vragen en verdienen aandacht. Haar relatie staat onder druk omdat ze allebei fulltime werken, combinatie baan en kind is moordend, slopend. Van quality time is er geen sprake meer. Ze moet kiezen tussen gezin en carrière. Ze kiest voor het eerste.

Het bedrijf ondergaat een aantal ingrijpende fusies en reorganisaties. Ze krijg een andere functie aangeboden. Maar naarmate ze meer verantwoordelijkheid krijgt wordt ook haar faalangst steeds groter. Waar komt dat vandaan? Hoe kom ik ervan af?

Via een kennis komt ze in aanraking met de studie psychosociale therapie. Ze meldt zich aan. De studie brengt haar waar ze jarenlang naar op zoek was geweest. Drie jaar later, in november 2012, slaagt Uyên met een 9+.

Uyen komt tot een afronding: “De studie Psychosociale therapie heeft mij meer gebracht dan ik ooit voor mogelijk hield. Ik ben weer mens met heel mijn wezen. Dit is waar ik jarenlang naar op zoek was. Ik accepteer mijzelf met alles wat mij maakt tot wie ik ben.

Ik heb vertrouwen gekregen in mijzelf, in wat ik doe, zeg. Waar ik ook ben en bij welke gelegenheid het ook is, ik doe mij niet meer anders voor. Mijn enige meetlat voor wat ik doe is mijn gevoel van innerlijke tevredenheid. Dat zachte stemmetje in mijzelf, dat me zegt wat goed voor mij is.

Ik voel ook diep van binnen de liefde van mijn ouders voor mij en ik voor hen, nu de meeste onaffe zaken zijn afgemaakt. Er is ruimte gekomen tussen mij en mijn ouders. Mijn vader, nu woonachtig in Australië, heb ik deze vakantie weer gezien. Ik heb lange gesprekken met hem gevoerd over het verleden. Ik durfde hem te vertellen dat ik veel last had van het feit dat ik zo anders was in de familie en dat mijn natuur als geboren linkshandige miskend en onderdrukt werd, maar dat ik nu in staat ben zelf uit te maken wat goed voor mij is. Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden was dat mijn vader mij zijn excuses aanbood voor het feit dat hij mij veel gestraft heeft iedere keer dat ik links schreef. Zijn inzicht was beperkt. Later toen hij meer daarover las en wist dat daar niets verkeerds aan was, probeerde hij het goed te maken door mijn twee broers die ook linkshandig waren dat toe te laten. Maar dat had ik niet meer kunnen meemaken omdat ik toen al gevlucht was.

Kees Scheijgrond


In 1999 is Uyên Lu in contact gekomen met Initiatives of Change (IC). Daarna nam ze regelmatig deel aan diverse activiteiten van IC zoals het organiseren van gezinsdagen, o.a. in haar woonplaats Assen.

Van 2007 – 2012 was ze lid van de Raad van Toezicht van IC Nederland.