maandag, mei 1, 2000

Op 17 april jl. was CDA-Tweede Kamerlid Jan Peter Balkenende de spreker op een themalunch in het centrum voor Morele Herbewapening in Den Haag. Hij sprak over de voors en tegens, verleden en toekomst van het poldermodel, de inmiddels ook in het buitenland befaamde Nederlandse overlegcultuur.

De bejubeling van het poldermodel is volgens Balkenende opmerkelijk: 'In de jaren '80 was er nog sprake van de zogenaamde "dutch disease": Nederland bleef economisch achter. Aan het begin van de jaren '90 was er ook binnenlands veel kritiek.' Zo'n vijf jaar geleden kwam de omslag. Er onstond 'poldermodeltoerisme'. Buitenlandse regeringsleiders kwamen kijken waarom het in Nederland toch zo goed ging. Het ging goed, aldus Balkenende, 'vanwege de arbeidsrust, het overleg tussen werkgevers en werknemers en de vroege start en het lange volhouden van de loonmatiging.'
Het zogeheten 'Akkoord vanWassenaar', in 1982 gesloten tussen regering en werkgevers, wordt vaak gezien als het begin van het poldermodel, maar de Nederlandse overlegcultuur is al veel ouder, aldus de CDA-er: 'Tijdens de oorlog was er informeel overleg tussen werknemers en werkgevers. En veel langer geleden waren er al de waterschappen. Abraham Kuyper sprak in oktober 1880 van "polder-kringen", die hadden de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Het poldermodel zit dus veel dieper, het heeft morele wortels.' Balkenende verwees naar een boek van Michel Albert, 'kapitalisme contra kapitalisme' waarin hij beschrijft hoe na de val van de muur een broederstrijd onstaat tussen het angelsaksische kapitalisme, waarin alles aan de markt wordt overgelaten, en het Rijnlandse kapitalisme, waarin ook voor de overheid een taak is weggelegd. 'Het angelsaksische kapitalisme wint omdat de morele basis van het eurokapitalisme naar de achtergrond verdwijnt,' aldus Balkenende.

Er is nog een verklaring voor de buitenlandse belangstelling. In Nederland ligt de macht niet meer alleen bij het parlement, we hebben een zogeheten 'civil society', een samenleving waarin de burgers mee (willen) denken. Het gemeenschapsdenken wint terrein en er is meer aandacht voor zelfregulering. Na het Keynesiaanse denken van de jaren '70 en het neo-kapitalisme van de jaren '80 en '90 ziet Balkenende nu een institutionele economie, waarin ook morele waarden meetellen. 'De wetenschap, ook de economische, herkent tegenwoordig het belang van morele waarden. Nederland was wat dat betreft een soort proeftuin met het poldermodel.'

Het poldermodel kent een aantal voordelen. Het maken van centrale afspraken is effectiever dan wanneer zaken afzonderlijk moeten worden geregeld. Een vecht-economie kost meer in termen van 'economisch wisselgeld', met andere woorden: elkaar bevechten richt aan beide zijden meer schade aan dan overleggen. Verder is er ruimte voor het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en lange termijndenken en zijn de beperkingen van het marktdenken makkelijker te zien. Er zijn ook nadelen. Het poldermodel kan worden ervaren als stroperig en niet creatief genoeg. 'Maar als je het overboord zet blijven alleen de absolute markt of de staat over,' zo waarschuwt het Kamerlid.

Gouden kansen

Er is een aantal zaken dat aangepakt moet worden, zo vindt Balkenende: Het WAO-probleem, de vergrijzing, de dreiging van stijgende inflatie en de achterstand van Nederland in de Informatie- & Communicatie Technologie (ICT). Maar daarbij moeten de morele wortels van het poldermodel niet veronachtzaamd worden. En ook de ecologie moet erbij betrokken worden: een groen poldermodel dus. Terugvallen in de scheiding staat-markt is niet goed, maar wel moet de tijdgeest worden onderkend: 'De 21ste eeuw zal een tijd zijn waarin mensen en bedrijven op zichzelf teruggeworpen gaan worden als het gaat om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. De morele aspecten in opvoeding, onderwijs, werk en gezin moeten op een hoger plan worden gebracht. Morele Herbewaping heeft wat dat betreft gouden kansen. Nogmaals, voorlopig zijn het vooral de wetenschappers die dit zien, de beleidsmakers zijn zover nog niet. Maar ze gaan wel langzaam van het marktdenken af, dat zie je aan de aarzeling bij de privatisering van NS.'

Het poldermodel is terug van, even, weg geweest. Volgens Balkenende kunnen we ook in de toekomst niet zonder. Het zit nou eenmaal in onze volksaard. Mede daarom is het maar zeer ten dele exportabel. En dat is sneu voor al die buitenlandse belangstellenden.

Geert-Willem Overdijkink

Uit: Ander Nieuws, mei/juni 2000.