maandag, november 1, 1999

Soms brengt een persoonlijke ontmoeting een oorlogstafereel tot leven. Veraf wordt dichtbij. Nathalie Chavanne uit Frankrijk ontmoette Didacienne uit Rwanda afgelopen zomer in Caux.

‘Ik ben zesde kind uit een groot gezin. Mijn grootvader was dominee. Zelf ben ik verpleegster geworden. Daardoor kwam ik in een fabriek te werken waar de arbeiders uitgebuit werden. Ze moesten teveel overuren maken, waardoor ze uitgeput raakten. Toen ik het voor hen opnam (ik had wel een goed salaris) werd ik ontslagen. Ondertussen was ik getrouwd en had ik kinderen gekregen. Door mijn actie had ik de naam van vakbondsactiviste gekregen, dus werd ik maar vakbondslid. Later heb ik in de VS een cursus over democratie en goed leiderschap en in Canada een cursus conflict oplossing kunnen volgen.

‘De oorlog en genocide van 1994 hebben bittere wonden achtergelaten in de Rwandezen: aan de ene kant bij degenen die de hunnen hebben verloren, aan de andere kant bij de families van hen die aan de genocide hebben deelgenomen. Beide kanten lijden aan de ‘haat’ ziekte en beide kanten hebben het medicijn ‘vergeving en verzoening’ nodig. Ik was ook vol haat, getraumatiseerd. Hoe moest ik het verdriet over vermoorde familieleden te boven komen. Hoe kon ik met de ‘andere’ kant verder leven?

‘Vorig jaar is iemand in mijn familie overleden en besefte ik dat de dood een natuurlijke stap in het leven is, dat het erger is de veroorzaker van die dood te zijn dan het slachtoffer. Toen heb ik me verplaatst in het leven van de vrouwen en kinderen van de moordenaars en besefte ik dat ik veel medelijden met hen moest hebben en hen moest vergeven, om ze zo te helpen ook vergeving te vragen. Met een aantal vrouwen zijn we zieke gevangenen gaan opzoeken om ze moreel en materieel te helpen. We kookten voor hen en brachten het eten naar het ziekenhuis. In het begin konden ze niet geloven dat de weduwen, Tutsi vrouwen, hen te eten kwamen geven. Ze verwachtten vergiftigd te worden. Maar gelijdelijk aan voelden ze het mededogen achter onze actie. Een aantal huilde, een aantal vroeg om vergeving. Het is vreselijk eens krachtige mensen gebroken te zien, kapotgemaakt door hun fouten. Dat heeft mij de kracht gegeven de zonde maar niet de zondaar te haten.

‘Ik wil ook u in Caux verzameld, als vrienden van de vrede, om vergeving vragen. Vergeving voor de gevoelens van haat, die we tegenover de hele wereld gevoeld hebben omdat we die schuldig aan verraad achtten omdat die ons niet geholpen had tijdens de slachting van onze echtgenoten, van onze kinderen.’

Natalie Chavanne