maandag, november 12, 2007

Inleiding Lothy Bouwe-Day op 10 november in Almere over ‘Enige kennis van ons slavernijverleden kan leiden tot veel meer begrip tussen allochtonen en autochtonen’

De onderstaande kenmerken van Initiatives of Change zullen als leidraad dienen in deze inleiding. Op basis van feiten wil ik de dialoog aangaan over ons, Nederlands, gedeeld slavernijverleden.
Initiatives of Change gelooft dat:
- alle mensen gelijkwaardig gezien moeten worden: ieder heeft een verhaal te vertellen en te vervullen
- eerlijke gesprekken en het accepteren van eigen verantwoordelijkheid mensen kunnen verenigen om samen te werken over oude breuklijnen heen
- de erkenning van gemaakte fouten, herstel en vergeving middelen zijn die de menselijke geest bevrijden en de wonden uit het verleden kunnen helen
- kernen van toegewijde mensen model kunnen staan voor een rechtvaardiger en menselijker samenleving

Slavernij is van alle tijden. Zowel in de klassieke oudheid als in de moderne tijd komen we slavernij tegen. Buitengewoon opvallend is dus de weerbarstigheid van dit instituut. Het is zowel een oud als een modern instituut - dat is de paradox van slavernij.

De Nederlandse betrokkenheid bij de slavenhandel

Op het totaal van ca. 10 miljoen mensen die in de periode ca. 1500 tot ca. 1850 door Europeanen uit Afrika naar de Amerika's werden gebracht bedraagt het Nederlandse aandeel ongeveer 5%. Na een aarzelend begin kan de Nederlandse georganiseerde slavenhandel in een tweetal perioden worden onderverdeeld. De eerste periode is die van het monopolie van de West Indische Compagnie. De compagnie gaf het monopolie door een gebrek aan baten in 1730 (deels) op. Op grond van berekeningen aan de hand van de bewaarde boekhouding, zijn in deze periode ongeveer 273.000 Afrikanen naar de Amerika's overbracht.
De tweede periode is die van het 'particuliere initiatief' dat mogelijk werd nadat het monopolie van de WIC was opgeheven. Die periode strekt zich uit van 1730 tot 1803. In deze periode gold de Middelburgse Commercie Compagnie als de grootste particuliere slavenhandelaar. Naar kan worden aangenomen zijn ongeveer 257.000 personen in deze periode overgebracht. Dat brengt het totaal aantal door Nederlandse schepen overgebrachte Afrikanen op ongeveer 550.000 personen.
Bij deze verdeling moeten twee opmerkingen worden geplaatst. Tijdens de periode van het WIC-monopolie waren er incidenteel 'smokkelaars' actief op de Afrikaanse kust. Deze zogenoemde 'lorredraaiers' brachten illegaal Afrikaanse slaven over naar Amerika. De aard van deze illegale handel maakt het onmogelijk om nauwkeurig het precieze aantal slaven dat werd vervoerd vast te stellen. Een tweede opmerking betreft het gegeven dat niet alle slaven behouden aankwamen. Ongeveer 460.000 bereikten uiteindelijk hun bestemming. Dat betekent dat 90.000 mensen onderweg, soms onder de meest erbarmelijke omstandigheden, stierven. Het gemiddelde 'verliespercentage' door sterfte bedraagt dan 16%.

Slavernij in Europa

Aan het eind van de middeleeuwen kwam slavernij voor in de Arabische wereld,in het Turkse Rijk en in grote delen van Azië en Afrika. In Europa hadden sommige rijke Spaanse en Portugese families Afrikaanse huisslaven,die ze op Italiaanse slavenmarkten van Arabische handelaren kochten. In Nederland kwam slavernij niet voor. Toen in 1596 in Middelburg een schip met honderd Afrikaanse slaven aankwam en de slaven op het centrale plein werden uitgestald,was de lokale bevolking zo verontwaardigd, dat de slaven onmiddellijk in vrijheid werden gesteld. Het was de eerste confrontatie met de slavenhandel. Ondanks deze eerste afwijzende reactie zouden in de 17e en 18e eeuw vanuit Middelburg vele slavenschepen vertrekken. Maar doordat deze schepen rechtstreeks van Afrika naar Amerika gingen kwamen de meeste mensen in Nederland hiermee niet in aanraking. Wat er van de in Middelburg vrijgelaten slaven is geworden,is niet bekend.

Moderne slavernij en Kindslavernij

In 2001 verklaarde de VN-conferentie tegen racisme die in Durban gehouden werd slavernij tot een van de misdaden tegen de menselijkheid. Er werd aan staten geen juridische verplichting opgelegd om compensatie te betalen. Desondanks blijft slavernij nog steeds de dagelijkse praktijk onder grote delen van de wereldbevolking:
Naar schatting tien miljoen kinderen werken als slaaf, hoewel ook wel schattingen van 100 miljoen worden gehoord. Kindsoldaten in Colombia en Afrika zijn voorbeelden van moderne slavernij. Verder werken kinderen als slaaf in steengroeven, in de tapijtindustrie in India, en op cacaoplantages in Ivoorkust. Op Haïti werken ten minste 400 duizend kinderen als slaaf; restaveks genoemd. Ook werken veel kinderen in ontwikkelingslanden onder dwang in de prostitutie, met name in Zuidoost-Azië.

Gevolgen van de slavernij in onze maatschappi

Ook nu nog zijn de gevolgen van de grootscheepse slavenhandel niet verdwenen. Nog steeds worden mensen met een bruine huidskleur niet altijd gelijkgesteld met mensen met een witte huidskleur. In onze geschiedenisboekjes wordt de rol van Nederland in de internationale slavenhandel te weinig belicht. Veel mensen weten daarom ook weinig van ons nationale verleden in dit opzicht.
Vanuit het perspectief van de nazaten van de slaven gezien komt het verzwijgen of minimaliseren van het Nederlandse slavernijverleden neer op ontkenning van onze logische aanwezigheid binnen de multi-etnisch geworden Nederlandse samenleving. De weglating van de geschiedenis van het Nederlandse aandeel aan de Atlantische slavenhandel en slavernij ontneemt nogal wat etnische groepen binnen de Nederlandse samenleving de mogelijkheid om gezamenlijk een gedeeld historisch verleden te exploreren en bespreekbaar te maken. Dit geldt voor zowel de nazaten van de vroegere slavenhalers en slavenbezitters als die van de vroegere slaven zelf. Echter, ook voor de nazaten van hen die er het eerst waren in de voormalige kolonie en die van hen die later op contract naar Suriname kwamen. Het Nederlandse slavernijverleden dient ondubbelzinnig erkend te worden, waarbij we ook moeten durven om in alle openheid dat verleden bespreekbaar te maken.
Kennis van het Nederlandse slavernijverleden als gemeengoed, als een gedeeld historisch erfgoed van allen die thans deel uitmaken van de Nederlandse natie, kan het heersende geschiedbeeld met zijn krachtige in- en uitsluitingsmechanismen deconstrueren en leiden tot reconstructie van het geschiedbeeld. Wellicht dat wij dan daadwerkelijk en effectief de valse concepties van etnisch vooroordeel, etnische stereotypering, discriminatie en racisme kunnen bestrijden.
Wellicht dat we ook zullen begrijpen waarom Uncle Tom's Cabin, het in 1852 verschenen, en wereldberoemd geworden boek van Harriet Elizabeth Beecher Stowe, de Nederlandse titel kreeg van ‘De negerhut van Oom Tom’ .... Wellicht dat we gaan begrijpen dat we probleemloos, niet bewust van ons eigen racisme, het woord 'neger' expliciet hebben toegevoegd aan de titel van Uncle Tom's Cabin. Dit, terwijl het woord ‘neger’ in de opvoedingsidealen die in de koloniale samenleving golden, een negatieve connotatie heeft. Wellicht dat we begrijpen waarom zwarte mensen ook nu dat woord afwijzen.
Wellicht dat we ook zullen begrijpen dat Nederlanders van Afro-Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Afrikaanse afkomst zeer direct en voortdurend geconfronteerd worden met een onverwerkt slavernijverleden en de erfenis van de slavernijgeschiedenis.

NiNsee - Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden

Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis houdt zich bezig met het Nederlandse slavernijverleden en zijn erfenis. Het NiNsee is een expertisecentrum. De missie van NiNsee is het zich ontwikkelen en positioneren als het nationale symbool van het gedeelde slavernijverleden en de gezamenlijke toekomst van alle Nederlanders, door structureel en vanuit verschillende invalshoeken het Nederlandse slavernijverleden en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse samenleving, nationaal en internationaal voor het voetlicht te brengen.
Het instituut heeft ten doel het streven naar de realisatie van een genuanceerd en realistisch beeld van het Nederlandse slavernijverleden en zijn erfenis, vanuit diverse invalshoeken, teneinde dat verleden en die erfenis onder ogen te zien, te gedenken, herdenken en verwerken, mede gericht op de toekomstige generaties.

Adres
NiNsee is gevestigd in het bijgebouw van de Muiderkerk te Amsterdam pal tegenover het Oosterpark.
Linnaeusstraat 35 F
1093 EE Amsterdam
Tel: 020 568 8 568
Fax: 020 568 8 567
e-mail: info@ninsee.nl

Slavernij Monumenten

Sinds juli 2005 staat het Zeeuws Slavernijmonument (kunstenaar: Hedi Bogaers ,1956-2006 Nederland) op de Balans in Middelburg. In 2002 is het Nationaal Slavernijmonument (kunstenaar Erwin de Vries ,1929 Suriname) in het Oosterpark Amsterdam onthuld. Deze monumenten zijn speciaal opgericht om de herinnering levend te houden. Het zijn nieuwe tastbare herinneringen aan de tijd dat mensen met geweld werden gedwongen tot slavenarbeid. Ook helpen deze plekken ons om te beseffen wat vrijheid betekent.

Conclusies

- De slavernijgeschiedenis moet een prominente plek krijgen in de vaderlandse geschiedenisboeken
- Kennis van het slavernijverleden leidt tot meer begrip voor elkaars achtergrond en daarmee tot respect voor elkaars cultuur
- Dialoog en debat zijn belangrijke instrumenten voor de bewustwording van het gemeenschappelijk slavernijverleden
- Het culturele kapitaal van voorbije generaties moeten worden overgedragen en dat betekent steeds opnieuw onder woorden brengen wat ons samenbindt en wat ons verdeelt
- Een nieuw historisch besef dient te worden ontwikkeld om de solidariteit tussen de nazaten van slaven en slavenhouders te versterken om gezamenlijk het slavernijverleden te verwerken en te overstijgen
Doorbreek de stilte en ga met respect voor elkaar de dialoog aan,over ons slavernijverleden!

Lothy Bouwe-Day
HR-Manager/adviseur-trainer Haje Restaurants