woensdag, mei 28, 2008

Bij het hele debat over integratie, vertrouwen, vooroordelen en wat dies meer zij, moet ik vaak denken aan alles wat ik leer tijdens de wandelingen met de hond.

’s Avonds of ‘s winters in het donker als vrouw alleen wandelen kan best griezelig zijn. Wat doe je als je dronken mensen tegenkomt? Wat doe je als mensen lelijk zijn tegen jou of tegen je hond? Een hond is meestal goudeerlijk. Hij voelt aan of diegene die je ontmoet kwaad in de zin heeft of niet. Of iemand autochtoon of allochtoon, groot of klein, schoon of vies is, het doet er allemaal niet toe. Hij gaat af op wie hem open tegemoet treedt. En zo kwam het tot een gesprek met een dronkaard: ‘mevrouw is dat nu een brak?’ En tijdens het gesprek kwam het op de discipline van het wandelen met de hond, iedere dag opnieuw, discipline in je leven. Een dronkaard? De hond en ik zaten in de tram en twee meiden kwamen even later achter ons zitten en begonnen meteen de hond te treiteren. Deze keer werd ik niet boos maar draaide me om: ‘Houden jullie even op of ga even ergens anders zitten, er is plaats genoeg.’ ‘Ga zelf ergens anders zitten...’ Ik draaide me weer om: ‘Zo brutaal? Ik geloof dat het nu wel even genoeg is.’ Doodse stilte. Toen ze even later weggingen, klonk het heel aardig: ‘Dag mevrouw met je hondje.’ Er was alleen nodig dat iemand even hielp de grenzen te herkennen... zonder boos te worden. Er zijn vele soorten mensen waar ik van nature misschien niet zo makkelijk op af ga of mee om durf te gaan. Door de hond leer ik dat te doorbreken. Ik leer dat mensen die er soms niet uitzien harten van goud kunnen hebben. Je weet niet waarom ze in zo’n situatie terecht zijn gekomen. Wie ben ik om te oordelen.? Ben ik dan van nature toch een beetje arrogant en past wat meer nederigheid? En Frodo helpt me bij deze eindeloze ontdekkingstocht. Lotty Wolvekamp