donderdag, september 18, 2008

In de conferentie ‘Het ontwikkelen van een culturele dialoog’  tijdens de zomerconferentie in Caux hadden Nederlanders een groot aandeel. Twee van de hoofdsprekers waren uit Nederland en drie van de vijf conferentie assistenten. Vier van de zes gespreksgroepen werden mede geleid door Nederlanders. Bovendien was de coördinatie grotendeels in Nederlandse handen.

Op de eerste plenaire ochtendmeeting zette de toespraak van Ari van Buuren de toon. Hoe kunnen we leren samen te leven met verschillen? was zijn thema. Hij illustreerde zijn betoog met voorbeelden uit zijn eigen praktijk als hoofd van de Dienst voor Levensoriëntatie & Geestelijke Verzorging (DLGV) van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht.

Voor een zeer geïnteresseerd publiek schilderde van Buuren de baanbrekende interculturele ontwikkeling van de geestelijke verzorging in het ziekenhuis: het is niet meer alleen een zaak van de kerken. Alle levensbeschouwingen zijn erbij betrokken: katholiek, protestant, humanist, moslim en hindoe. ‘We leven immers in een samenleving, die seculier èn multireligieus is.’ Er was veel belangstelling voor het feit dat in Nederland de geestelijke verzorging een geaccepteerd en door de overheid betaald onderdeel van de gezondheidszorg is.

Van Buuren vertelde hoe waardevol deze inclusieve benadering is, waarbij hij de verschillen als verrijkend ervaart. Als christen laat hij zich verrassen door de bijzondere gaven van de verschillende levensbeschouwingen. Toen het UMC in 1989 verhuisde naar de Uithof, besloot de DLGV afscheid te nemen van de mono-culturele christelijke kapel en te kiezen voor een multi-cultureel en multi-religieus Stiltecentrum. Van Buuren legde uit wat zijns inziens het doel van de geestelijke verzorging is, namelijk het mobiliseren van de geestelijke krachten die in ieder mens schuilen. Hij laat zich daarbij leiden door compassie met zijn medemensen, wat dieper gaat dan medelijden.

Tot slot ging hij in op de Gouden Regel, die centraal staat in dertien religieuze of spirituele stromingen en die alle neerkomen op: ‘Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Zijn toespraak was aanleiding tot een boeiende discussie met het publiek, een discussie die in zijn middag workshop werd voortgezet.

Nieuw historisch besef nodig

De andere Nederlandse spreker was Lothy Bouwe-Day, docente Engels en mentor-coach op het ROC Flevoland in Almere-Buiten. Zij was de hoofdspreekster over het thema hoe de wonden uit het verleden te genezen. Zij ging met name in op de vraag hoe Nederland omgaat met zijn slavernijverleden. Zijn de nazaten slachtoffer of overwinnaar? Welnu, zij voelt zich als nazaat absoluut geen slachtoffer. Het slavernijverleden is deel van haar identiteit, waar ze trots op is. Zij voelt zich geen slachtoffer, en de blanke Nederlanders hoeven zich van haar niet schuldig te voelen. Maar wel is het belangrijk het verleden te kennen en fouten onder ogen te zien. Ze haalde een van de principes van Initiatives of Change aan: In deze tijd waarin haat en wrok een vicieuze cirkel vormen, kan de erkenning van gemaakte fouten de menselijke geest bevrijden en wonden uit het verleden helen. Ze pleitte voor een nieuw historisch besef dat de solidariteit tussen de nazaten van slaven en van slavenhouders kan versterken om gezamenlijk het slavernijverleden te verwerken en te overstijgen.

Met behulp van een heldere PowerPoint legde ze de driehoekshandel uit tussen Europa, Afrika en Amerika. Dit sloot mooi aan bij ervaringen van de Engelsman van Caribische oorsprong Denzil Nurse die betrokken is bij de ‘Verzoeningsdriehoek’ van Liverpool, Benin en Richmond (VS), waar respectievelijk de schepen vandaan vertrokken, de slaven in Afrika werden opgehaald en waar ze werden afgeleverd. In alle drie de plaatsen herinnert eenzelfde standbeeld aan dit verleden. De Afro-Engelsen waren overigens zeer onder de indruk van de heel eigen cultuur die de Surinaamse nazaten van slaven ontwikkeld en mee naar Nederland genomen hadden en die onder andere bleek uit de kleurrijke klederdracht, die Lothy Bouwe en haar vriendin Elisabeth Bottse voor de gelegenheid aangetrokken hadden.

De Nederlandse van Turkse afkomst Zeynep Killi voelt zich ook geen slachtoffer. Integendeel, juist vanuit haar ervaringen als Koerdistaanse, zet ze zich in haar nieuwe vaderland in om andere migranten vrouwen te helpen op eigen benen te staan. Ze vertelde in haar workshop in Caux over het IBCE (Intercultureel Bevorderingscentrum & Educatie) dat zij daartoe heeft opgericht en dat ook contacten tussen migranten en oorspronkelijke bevolking wil bevorderen. Zij sprak samen met Lis de Pous-Davey, Nederlandse van Engelse afkomst, die samen met andere vrijwilligsters een van de cursussen van het IBCE organiseert. Door de belangstelling die Zeynep ontmoette in Caux voelde ze zich gesterkt in de overtuiging voor haar werk.

Het kenmerk van deze conferentie was dat bijeenkomsten niet overladen waren. De plenaire bijeenkomsten hadden slechts een hoofdspreker en genoeg tijd voor een discussie met het publiek. Er was ruim de tijd voor de workshops waar dieper op de onderwerpen kon worden ingegaan, voor persoonlijke uitwisselingen in de gespreksgroepen en aan de maaltijden, voor wandelingen in de bergen, voor muziek en reflectie. Een hoogtepunt was de ‘Viering van de verscheidenheid’ op de slotavond. Onder leiding van dominee Ari van Buuren en imam Hamzeh Zeid Kailani uit Utrecht deelden conferentiedeelnemers uit de rijkdom van hun spirituele en culturele tradities. Het eindigde met een bloemenritueel, wat aanschouwelijk maakte hoe verrijkend en mooi juist het samengaan van verschillen is. Iedere aanwezige kreeg een bloem uitgereikt en stopte die vervolgens in een vaas. De honderden handen maakten zo een schitterend boeket.

Het organiseren van deze conferentie in Caux vergeleek ik met het bereiden van een ingewikkelde maaltijd met vele gangen en ingrediënten. Alleen is het niet een maaltijd die we kant en klaar hadden toen de gasten aankwamen. De conferentiedeelnemers voegden hun eigen ingrediënten toe en daar was ook alle ruimte voor. Gelukkig zeiden velen na afloop dat het resultaat naar meer smaakte.

Hennie de Pous-de Jonge