dinsdag, februari 3, 2009

In de serie levensverhalen was op 10 december de beurt aan dr. Adem Kumçu, programma manager diversiteit en integratie bij de gemeente Utrecht. In de gastvrije huiskamer van Luc en Karina Alderliesten in Zeist vertelde hij over zijn leven.

Dat begon 44 jaar geleden ergens op het  platteland van Turkije. Vader, moeder en 7 kinderen leefden  van een kleine akker en van de schapen, die zijn vader hoedde.  Op school werd Adem gevraagd om hoofd van de kleine schoolbibliotheek te worden. Daar kon hij zich uitleven te midden van de boeken, die hij achter elkaar verslond. Vaak gingen ze over arme, zielige mensen. In zijn jeugdherinneringen mengen die verhalen zich met de droevige liedjes, die zijn moeder stilletjes zong als ze tussen de olijfbomen aan het werk was.

Op zijn tiende kwam hij voor het eerst buiten het dorp. Voor het eerst in een bus, op weg naar Frankrijk, met het gezin achter vader aan, die daar eerder naartoe was gegaan om te werken in de kunststof industrie. Adem had al gauw de lokale bibliotheek gevonden en ging door met lezen. Nu in het Frans. Na een jaar sprak hij dat vloeiend. Hij ging tolken voor anderen  en werd bekend bij de Turkse gemeenschap in de hele stad. Allemaal gastarbeiders waren het, nauwelijks ondernemers. Zijn vader had hoge verwach-tingen van zijn één na jongste zoon en onderwierp hem aan een streng regime met weinig ruimte voor zichzelf. Adem las verder … ‘das Kapital’ en andere socialistische lectuur. De beknelling van thuis werd hem te veel. De linkse puber kwam in conflict met zijn gelovige vader en vocht zich vrij. Op zijn 16e vond hij steun bij een leraar Engels van zijn school. Drie jaar woonde hij  gedeeltelijk in het Franse katholieke gezin en gedeeltelijk bij zijn eigen gezin. Er werd veel gepraat, over politiek, over religie, over filosofie. Adem leerde kritisch naar zichzelf te kijken.

Door een economische recessie in Frankrijk werden zijn vader, moeder, broers en zussen werkeloos. Zoals vele andere  Turken. Om zijn ouders te helpen besloot Adem, toen 19 jaar oud, een eigen bedrijf op te zetten. Dat werd een succes. Hij kon snel werk en inkomen verschaffen aan alle leden van zijn familie. Met zijn vader kwam het weer goed.

Toen  kwam het jaar 1987. Vakantie in Turkije, een Turks/Nederlands meisje, studente maatschappelijk werk uit Utrecht, ook op vakantie in Turkije. Stralend vertelt Adem wat er toen gebeurde. ‘In één week verliefd, verloofd en getrouwd.’  Hij draagt zijn bedrijf over aan zijn oudere broer en volgt zijn vrouw naar Utrecht. Weer een nieuw land, een nieuwe taal een nieuwe omgeving. In 1989 gaat hij in Utrecht sociologie studeren.

Als zijn vrouw in verwachting is, krijgen Adem en zijn vrouw bij een medische controle   te horen dat hun kindje zeer waarschijnlijk ter wereld zal komen met een handicap. Het is een pijnlijke ervaring, vertelt Adem. Je leven gaat op zijn kop. Je voelt je heel erg zwak.  Allerlei vragen komen op, prioriteiten veranderen op slag. Zij zoeken en vinden morele steun in hun geloof; gaan zich vooral verdiepen in het soefisme, de gnostiek;  ervaren de universele liefde van de Schepper. ‘Ik hou van de Schepper, dus ook van alles wat hij geschapen heeft. Waar geen liefde is, is niets. Mohammed, Mozes, Jezus … alle profeten getuigen van deze liefde. Ik stel me voor dat ze met elkaar aan tafel zitten. Want ze houden allemaal van God en dus van elkaar en van alles wat God gecreëerd heeft.’ Dat besef onderbouwt tot op de dag van vandaag het gezin Kumçu, vader, moeder en drie kinderen.

In zijn huidige functie bij de gemeente Utrecht werkt Adem met zijn collega’s en het college van B & W  aan een integrale verbetering en structurele inbedding van diversiteit en integratiebeleid. Daarbij richt hij zich op o.a. de emancipatie van nieuwe Nederlanders. Niet doodknuffelen, maar activeren. Wij moeten geloven in onszelf, op eigen benen gaan staan en aan de slag in ons nieuwe land. Nederland is ons land. We gaan niet meer terug naar Turkije. We moeten vooral investeren in het land van aankomst. En autochtone Nederlanders moeten beseffen, dat migrant niet gelijk staat aan probleem, maar ook aan oplossing.

‘Vind een weg, maak een weg of ga uit de weg!’ Onder dat motto is Adem ook actief in zijn vrije tijd. Waar mogelijk zet hij zich in voor het emancipatievraagstuk. Hij is o.a. betrokken geweest bij de oprichting  van een Turkse ondernemersvereniging met een groeiend aantal leden, nu al 600.

Adem is een boeiend en overtuigend spreker. Als je hem ontmoet en naar hem luistert krijgt het leven kleur!

Kees Scheijgrond