woensdag, januari 13, 2010

In de huiskamer van Onno en Annet Brautigam in Amsterdam werden ook de klapstoeltjes bijgezet voor alle toehoorders van het levensverhaal van Christina Wambrauw. Zij groeide op in Friesland, spreekt vloeiend Japans, en zet zich in voor de belangen van de Papoea’s in Nederland en Nieuw-Guinea.

 

Christina Wambrauw
Christina Wambrauw

Het verhaal begint in West-Papoea, het westelijk deel van Nieuw-Guinea dat sinds 1962 bij Indonesië hoort. De destijds door Nederland beloofde zelfstandigheid bleef uit, en nog steeds vecht men met zeer beperkte middelen voor onafhankelijkheid. De Indonesische regering slaat ieder verzet echter hardhandig neer, waarbij mensenrechten vaak geschonden worden.

Christina’s vader en moeder komen allebei uit West-Papoea, waar ze elkaar tijdens hun schooltijd leerden kennen. Na een moeilijke jeugd als weeskind kreeg haar vader in 1957 de kans om naar Nederland te komen. Er kwamen toen veel jonge Papoea’s in Nederland studeren met het idee dat, wanneer Papoea zelfstandig zou worden, ze terug zouden keren om het land op te bouwen. Christina’s vader kwam samen met zijn pleegbroer terecht op een boerderij in het Friese Weststellingwerf, waar ze als Hollandse boerenjongens opgroeiden. Maar, vertelt Christina, al gauw werden hun toekomstplannen omgegooid:

“Toen de politieke situatie in Papoea veranderde, beseften ze dat ze niet meer terug naar Papoea konden en dat ze in Nederland zouden blijven. Toen kwam de politieke beweging in Nederland op gang. Die bestond uit twee groepen: één die streefde naar volledige zelfstandigheid van Papoea, daar was mijn vader het kopstuk van, en een groep die wel bereid was om een dialoog met Indonesië aan te gaan. Mijn vader en zijn collega’s waren volledig toegewijd. Veel van hen maakten ook hun school niet af; ze gingen volledig mee in die droom.”

Christina’s vader en moeder waren al die jaren met elkaar blijven schrijven en in 1975 besloot haar moeder naar Nederland te komen om met haar vader te trouwen. In 1976 werd Christina geboren. Tijdens haar eerste levensjaren was haar vader door zijn politieke activiteiten niet veel thuis en lag de zorg voor Christina en haar jongere zusje vooral bij haar moeder. Maar de jaren tachtig brachten nieuwe ontwikkelingen:

“In 1983 heeft mijn vader een laatste verzoeningspoging gedaan tussen de twee Papoea kampen die zo ver uit elkaar lagen. Soms waren hele families verdeeld over die kampen en praatte men ook niet meer met elkaar. Dat kon zo niet verder, vond mijn vader. Maar ondanks zijn goede hoop mislukte dat helemaal. Hij is dat nooit te boven gekomen. Hij stopte ermee en wilde ook niet dat ik en mijn zusje nog zouden proberen iets op politiek vlak te ondernemen.”

Christina’s vader richtte zich vervolgens op de kerk en werd daar erg actief in. Als kind ging ze wel eens met hem mee; ze is dus echt in het verenigingsleven opgegroeid. Christina was als kleuter al erg leergierig en leerde thuis met behulp van uitgeknipte krantenletters alvast lezen. Na zes jaar christelijke basisschool besloot Christina zelf om naar een openbare scholengemeenschap te gaan. Een van de belangrijkste redenen daarvoor was de rivaliteit tussen het gereformeerde en het hervormde kamp op die school. Haar christelijk geloof bleef echter belangrijk voor haar, ook al moest haar nieuwe omgeving daar even aan wennen:

“Toen de godsdienstleraar me vroeg om te vertellen over mijn kerk was men heel verbaasd dat ik gelovig was. Ik kan me nog herinneren, dat iedereen heel hard begon te lachen toen ik op stond om naar voren te lopen om mijn verhaal te doen. Kortom ik ben op school nooit op mijn kleurtje aangesproken, maar wel op het feit dat ik Nederlands hervormd was! Mensen hebben toch een stereotiep beeld van kerkgangers; ze zeiden, ‘Jij bent veel te hip voor de kerk!’ Ik was heel blij dat ik toch op die school mijn verhaal kon doen.”

Na de MAVO en HAVO vond Christina het tijd om weg te gaan uit het noorden. Ze koos voor de Facullteit voor Oriëntaalse Talen en Communicatie (onderdeel van de prestigieuze tolk-vertalers-opleiding) in Maastricht, met als talencombinatie Japans-Engels. Na haar afstudeerfase aan de “University of Foreign Languages” van Kyoto kwam ze terug in Nederland en werd regelmatig gevraagd om te vertalen voor de Papoea-gemeenschap. Zo kwam ze opnieuw in aanraking met de ideeën die haar vader eerder zo bewogen hadden.

Bij haar vader werd in die periode prostaatkanker geconstateerd. Zijn toestand verslechterde snel en het gezin maakte een zware tijd door, die Christina en haar vader ook weer dichter tot elkaar bracht:

“Ik was de enige met wie hij zijn ziekte openlijk kon bespreken. Dat deed ik altijd door middel van humor, omdat dat voor mij de enige manier was om mijn vader’s ziekte een plekje te kunnen geven.Mijn moeder en zusje konden het toch moeilijker accepteren. Gelukkig heb ik heel goed met hem kunnen praten. Ook over het verleden, over dat onze relatie niet altijd heel denderend was. Dat hebben we heel mooi kunnen afsluiten.”

De twee Papoea-groepen die haar vader tijdens zijn leven niet met elkaar had kunnen verzoenen, waren op de begrafenis allebei aanwezig. Het besef dat haar vader aan weerszijden toch heel geliefd was, maakte het afscheid voor Christina erg bijzonder.

Kort na het overlijden van haar vader maakte Christina kennis met Initiatives of Change. In 2002 werd ze uitgenodigd om in het conferentiecentrum van Initiatives of Change in Caux te komen vertalen bij een conferentie over conflicten en verzoening waar ook een delegatie uit West-Papoea zou komen. Dat was het begin van een vruchtbare samenwerking,die Christina ook tot een belangrijk persoonlijk keerpunt bracht:

“Afgelopen september was ik op een conferentie in Sydney waar ook drie Indonesische vrouwen waren. Zij boden hun excuses aan voor de rol van Indonesië in Oost-Timor, maar over Papoea werd niet gesproken. Toen ben ik toch op dat podium gaan staan en heb ik gezegd dat ik uit Papoea kwam, en dat mijn mensen daar nog steeds doodgaan. Ik was heel emotioneel geworden en begon te huilen. Toen ik weer ging zitten kwam één van de drie Indonesische vrouwen naar me toe. Ze omhelsde me en zei dat ze dat niet had geweten en dat het haar speet wat er ook bij ons is gedaan. Als eerste stap naar een persoonlijke verzoening kocht ik een opschrijfboekje van hen, een stille-tijd-boekje, waarin ze alle drie hun persoonlijke wens voor me opschreven.”

Momenteel werkt Christina bij een Japans bedrijf in Hilversum en schrijft en vertaalt ze voor de West-Papoea Koerier. Ook probeert ze zich binnen Initiatives of Change in te zetten voor Papoea.

Opgeschreven door Tessa Calkhoven n.a.v. de serie 'Levensverhalen'.