dinsdag, februari 2, 2010

In de serie Levensverhalen hier een korte samenvatting van die van Mirjam Ates.

Mirjam AtesMirjam AtesKennelijk heeft het zo moeten zijn… Als studente aan de Sociale Academie kreeg het katholieke meisje Mirjam Snijdewind een boekje over de middeleeuwse mystieke soefi dichters in handen: haar eerste kennismaking met de islam. Met haar artistieke en gevoelige natuur voelde zij zich hierdoor aangesproken. Zij had zich nooit kunnen neerleggen bij het feit dat alleen het christendom zaligmakend zou zijn: hoe moest het dan met al die mensen in andere delen van de wereld? Toen zij eenmaal maatschappelijk werk deed in Den Haag ontdekte zij ook de moderne Soefibeweging van Inayat Khan, waar zij regelmatig diensten bezocht. Ze voelde verwantschap met het uitgangspunt: ‘We komen allemaal van dezelfde oorsprong, en daar keren we ook weer naar terug’. Op een avond kwam zij onverwachts vroeg thuis bij haar kamer in een oud straatje in de Haagse binnenstad. Zij hoorde, boven, haar telefoon gaan en rende de trap op, maar de lijn bleek dood. Om er zeker van te zijn dat er niets mis was besloot zij even in het Turkse restaurant er tegenover te vragen of zij vandaar haar huis mocht bellen. Buiten trof zij een Turkse jongeman aan die alleen Engels sprak – hij deed een stage bij Arthur Anderson. Hij hielp haar bellen en zij bood hem een kop koffie aan. Hij heette Emin Ates, zijn vader was imam in Turkije. Hij vertelde later dat hij daar die avond buiten stond omdat een eerdere afspraak was misgelopen, dus toen was hij maar naar dat restaurant gegaan… Hoe het afliep met die telefoon hebben wij de avond, dat zij dit vertelde, niet meer gehoord, maar wel hoe het afliep met hen beiden: een jaar later, in 1976, zijn zij getrouwd! Zijn vader kwam over voor de bruiloft – hij accepteerde haar meteen. Met haar schoonmoeder heeft het langer geduurd: Emin was haar lievelingszoon en vanwege Mirjam vertrok die zoon naar Nederland! Hoe was dat voor haar als katholiek, het huwelijk met een moslim? Allereerst was zij zich gaan verdiepen in de islam, wat letterlijk ‘overgave aan God’ betekent. ‘Dat raakte me. De beste manier (als je iets niet kunt veranderen) is leren accepteren. Wat is er nou mooier dan in vrede kunnen aanvaarden wat tot je komt?’ Vanaf het begin deed zij mee met Ramadan, zij wilde weten hoe dat was. Er kwam geen varkensvlees in huis en van lieverlee steeds minder alcohol – ‘als er ’s avonds mensen kwamen zette ik liever thee.’ Ze spraken af eventuele kinderen islamitisch op te voeden. Langzaam maar zeker leefde ze meer en meer als moslim, hoe moest zij aan haar kinderen uitleggen dat zij het niet was? ‘Ik vind de mystiek heel mooi, citaten zoals: Hemel en aarde omvatten Mij niet, maar het hart van mijn dienaar omvat Mij. En: Allah is ondoorgrondelijk, maar dichterbij dan je slagader. Ik noem mezelf moslim met katholieke wortels. Mijn vader, met wie ik als jongste van vijf kinderen een sterke band had gekregen nadat mijn moeder was overleden toen ik twaalf was, zei: ‘Kind, als jij gelukkig bent, ben ik het ook. Maar vergeet je eigen geloof niet!’ De natuur betekent heel veel voor haar, wandelen in de Grote Polder bij Zoeterwoude waar zij woont, maar ook lopen langs het strand. Toen het schrikbeeld opdoemde van een 9 meter hoge dijk voor de HSL vlak langs het dorp in het Groene Hart van Holland is zij politiek actief geworden. Voornaamste reden: de kwaliteit van leven werd bedreigd. ‘Stel je voor: dan kunnen we de zon niet eens meer zien ondergaan!’ In ’95 kwam zij in de gemeenteraad voor het CDA en in 2002 werd zij wethouder, met naast vele andere taken Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting en het Groenehartbeleid in haar portefeuille. Op creatieve wijze voerde zij campagne voor behoud van het Groene Hart. Zij had altijd van schrijven, dichten en tekenen gehouden, dus ontwierp zij groene briefkaarten met een paar dichtregels en een tekeningetje van een kikker, een reiger of een bloem, die door iedereen aan de betrokken kamerleden konden worden verzonden. Dit zette volgens haar meer zoden aan de dijk dan hen met nog meer dossiers te belasten! Daarnaast dreigde een grote stadswijk in een van de polders te worden gebouwd. De HSL kwam niet op een dijk en in 2003 werd besloten dat vliegveld Valkenburg moest wijken voor een grote bouwlocatie en dat de Zoeterwoudse Grote Polder groen bleef. Na een jaar in Turkije keerden ze terug naar Nederland, waar Emin een leidende functie kreeg bij het Japanse bedrijf Ricoh. Daarnaast zette hij zich al sinds eind jaren ‘70 in voor de Turkse gemeenschap hier, wat veel tijd vergt. Ooit vroeg Mirjam een imam zelfs om advies, omdat haar kinderen opgroeiden zonder vader! ‘Die tijd heeft iets heel anders gebracht dan ik zocht: Emin kon ik niet veranderen, maar mezelf wel!’ Toen Emin op een avond weer om half twee thuiskwam, besloot zij hem hartelijk te verwelkomen in plaats van met verwijten. ‘Het besef dat ik kon kiezen om mijn gevoel in een andere richting te sturen, was een heel wezenlijke ervaring voor me en hielp me vaak, ook later in mijn politieke leven.’

Dit verslag verscheen in Ander Nieuws van januari / februari 2010.