maandag, januari 3, 2011

Digna Hintzen							Voor het derde jaar organiseert Initiatives of Change de ‘Serie Levensverhalen’, waarin de rode lijn van iemands levensloop, met alle keer- en breekpunten die daarbij horen, centraal staat. Op 13 december beet Digna Hintzen-Philips in haar gezellige huiskamer het spits af met een boeiend relaas over haar veelbewogen eerste tachtig jaar.

Digna vertelt dat ze een zondagskind is en ontzettend geboft heeft met haar heerlijke jeugd in de bossen bij Eindhoven. Van bomen klimmen en hutten bouwen hield ze het meest, maar ook was er van jongs af aan ruimte voor stilte en geloof. De band met God, het zoeken naar God, vormt dan ook de rode draad in haar leven.
 

Oorlogstijd

Haar ouders maakten al vroeg deel uit van de Oxfordgroep, de voorloper van Initiatives of Change. Het gezin had de gewoonte om na het bijbellezen stille tijd te houden en de daaruit volgende gedachten met elkaar te delen, om zodoende zelf tot oplossingen in moeilijke situaties te komen.

En moeilijke situaties waren er genoeg: Digna’s ouderlijk huis werd in de oorlogstijd gevorderd door de Duitse luchtmacht, en het gezin moest intrekken in het huis van haar grootouders, die naar Amerika vertrokken waren. Haar vader, werkzaam bij Philips, werd vijf maanden gegijzeld, waarna haar moeder voor korte tijd naar kamp Vught werd gebracht.
 

Gespaard voor 'iets'

Toen bij de bevrijding de laatste Duitse bombardementen net hun huis misten, en de familie korte tijd later weer herenigd was, wist Digna: ‘God heeft ons gespaard voor iets.’ Wat dat ‘iets’ dan was, werd voor Digna een poosje later meer duidelijk.

Toen ze in 1947 in de vijfde klas van het gymnasium zat, ging ze voor het eerst naar het pas geopende conferentiecentrum in Caux, Zwitserland. In Caux zag ze dat de Oxfordgroep, inmiddels Morele Herbewapening, niet alleen voor de generatie van haar ouders was, maar dat er ook veel jonge mensen met heel veel plezier in meewerkten. Daar hoorde ze het motto: ‘God heeft een plan voor de wereld, en voor ieder mens.’ Op dat moment nam ze een besluit om God te volgen in haar leven. Dat besluit voerde haar vervolgens de hele wereld over.
 

Leren dienen

Na haar eindexamen vertrok ze naar Londen, waar ze in het centrum van Morele Herbewapening meehielp in de bediening, heel belangrijk voor iemand als zij, van een geprivilegieerde achtergrond, te leren dienen. Hierover zegt ze: ‘Ik besefte dat het heel belangrijk is om te leren dienen, mensen en God, en daar een tevreden hart bij te hebben. Ik leerde dat God je hart zo kan vervullen dat de rest alleen maar toespijs is.’

Vervolgens reisde ze naar Afrika om mee te werken aan de toneelstukken die destijds voor de organisatie dé manier waren om een boodschap over te brengen en om mensen in conflictgebieden met elkaar in gesprek te brengen. Na Afrika volgde Zuid-Amerika: in Argentinië zette ze zich in voor de democratisering van het land.

Centraal in al die initiatieven om bruggen te bouwen, vertelt ze, stond het delen van je eigen ervaring van hoe je je leven op orde hebt gebracht. ‘Het startpunt is om je leven te vergelijken met de vier maatstaven van absolute eerlijkheid, zuiverheid, liefde en onzelfzuchtigheid. Dan zie je altijd wel iets waarmee je zelf kan beginnen.’ Door die ervaringen vervolgens te delen met anderen raken zij geïnspireerd, en kunnen grootse dingen gebeuren.
 

Relatie met Colombia

Op haar 31ste kwam Digna terug naar Nederland, en wilde nu toch eens in eigen land iets gaan doen. Ze trouwde met collega Peter Hintzen, maar net toen de twee aan een gezin wilden beginnen, kwam de mogelijkheid om enige tijd in Colombia mee te werken aan de verzoening van vakbonden en werkgevers. Dat was het begin van een relatie met Colombia die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Ook toen hun twee kinderen er waren, ging het gezin Hintzen-Philips bijna elk jaar wel naar Colombia. Haar man Peter, inmiddels overleden, werd daar betiteld als ‘apostel van de twintigste eeuw’ wegens hun diepgaande inzet om bruggen te bouwen tussen de verschillende klassen, de voornaamste bron van spanningen in Colombia.
 

Trouw aan mensen

Over al deze omzwervingen zegt Digna: ‘De wereld willen veranderen betekent vaak dat je maar heel gewone dingen aan het doen bent –dat je trouw bent aan de mensen die op je weg komen, van welk land ook en dat er dan toch iets ontstaat.’

En nog steeds is ze druk met die taak: hoewel ze het liefst in de tuin werkt tussen de vogels, en houdt van dichten en mediteren, blijft daar maar weinig tijd voor over. ‘Een goddelijke zweep jaagt mij uit mijn comfortabele bestaan’, grapt ze. Maar ze is dankbaar dat ze kan overdragen en delen wat ze heeft ontvangen, en dat ze nog steeds nauw bij het werk van Initiatives of Change betrokken is.
 

Overgave en dienstbaarheid

Op de vraag van een moslim-toehoorder uit het publiek met welke boodschap of welk advies we naar huis zouden moeten gaan, reageert Digna: ‘Islam betekent overgave. Dus mijn boodschap is: richt je tot de Heer en vraag, ‘Help me, laat me zien wat ik moet doen.’’

En Digna’s verhaal laat bij uitstek zien dat deze houding van overgave en dienstbaarheid ons tot onvermoede plaatsen kan voeren.
 

Tessa Calkhoven