donderdag, februari 3, 2011

Drie vrouwen, Ruth Rozeboom, joodse, Francien van Overbeeke-Rippen, christen, en Karen Ghonem, moslima, schreven samen Woord zoekt Woord, waarin ze teksten, rituelen en opvattingen van joden, christenen en moslims met elkaar vergelijken.

Op 26 januari vertelden twee van hen, Ruth en Francien, hoe ze het samen werken aan dit boek ervaren hadden. De derde, Karen, was helaas wegens ziekte verhinderd.

Ruth Rozeboom, docente bij de B. Folkertsma stichting voor Talmoedica: ‘Soms was er sprake van enorme herkenning, soms van besef dat het daar anders ligt. Bij ons ligt de nadruk op doen: Sjemot/Exodus 24:7 “Wij zullen doen, wij zullen horen.”

Francien van Overbeeke-Rippen (l) en Ruth Rozeboom (r)Francien van Overbeeke-Rippen (l) en Ruth Rozeboom (r)Niet de vraag hoe geloof ik als jood, maar hoe handel ik als jood. Niet de geloofsinhoud op de voorgrond, maar het doen. In het Christendom zie ik vaak meer geloofsvragen aan de orde komen. Daarbij voel ik me als jood dichter bij de islam. Bij Torah en Koran moeten we bruggen slaan naar de praktijk. Hoe betrek je de voorschriften bij een wereld die aldoor verandert.

Rabbinale uitspraken wijzen daarbij de weg, maar zij kunnen veel van elkaar verschillen. Het gaat bij de voorschriften soms om heel kleine zaken net als bij de islam. Het jodendom staat midden in het leven: niet de wereld ontstijgen, maar voorschriften die bijvoorbeeld het eten, kleding, wassen en de seksuele omgang aan duidelijke regels binden en het religieuze in het dagelijks leven verankeren. Dat geldt ook voor de verplichte gebeden die jodendom en islam kennen.’

Zij noemde ook het beeld van de Jacobsladder, met twee benen op de aarde, het hoofd in de hemel. ‘Tenslotte gaat het erom de hemel naar de aarde te trekken, een wereld te creëren waar God kan wonen en zich thuis voelen. De wereld daarvoor klaar maken is niet alleen de taak van de joden, maar van de hele mensheid.’

Francien, van de stichting Trialoog, vertelde dat zij en haar man vijf jaar in Pakistan hebben gewoond en gewerkt. ‘Wij werden daar vorstelijk ontvangen. Heel anders dan de gastarbeiders bij ons. Ik vergelijk altijd de goede christenen, joden en moslims en de slechte christenen, joden en moslims met elkaar. Vijf maal per dag bidden en daartussen werken. Geen alcohol drinken want zo kan ik God bij het volgende gebed niet benaderen. We hebben iets gemeenschappelijks, het Oude Testament en de Torah, maar we leven er niet zo uit. Als christenen zingen we in de psalmen nog wel erover maar we doen het niet meer. Christenen zijn steeds meer de nadruk gaan leggen op het woord, joden en moslims op het handelen. Nu is er wel sprake van een kentering.’

Hennie de Pous-de Jonge, die de avond leidde, vroeg voordat men opmerkingen kon maken om een minuut stilte. ‘Wat een prachtige verhalen hebben we gehoord. Stof tot nadenken. Laat het bezinken.’ De eerste opmerking ging over kerk en geloof.

Geen ruimte voor een afwijkende opvatting, je werd snel verketterd. Dan begon men maar een eigen kerk. Bij het jodendom konden verschillende meningen bestaan. Een ander vroeg of er ruimte is voor persoonlijk contact met God en met je geweten.

Ruth: ‘Ja, de regels scherpen het geweten aan. Denk ook aan de Grote Verzoendag.’ Een jonge moslima: ‘20% van het leven betreft regels, 80% is onverwacht, dat moet je zelf invullen.’ Een ander vroeg of het christendom hier niet te bekaaid vanaf komt. ‘Wij moeten veel zelf invullen, er wordt veel van je verwacht. Is dat ook niet belangrijk?’ Iemand vulde aan: ‘Heeft het christendom naast fouten ook niet heel veel voor beschaving en maatschappij betekend? Denk aan de gezondheidszorg, aan de zorg voor armen en zwakken door de eeuwen heen.’ Ruth zei dat ze ook punten van herkenning met het Christendom had. Het Oude Testament is heel verbindend tussen joden en christenen. Ook het kloosterleven met de rol van de gezamenlijke vaste gebeden spreekt joden en moslims aan. ‘Ja, het heiligen van de tijden en de heilige plekken,’ vulde een Kleine Zuster aan. ‘Het gaat om luisteren en doen.’

Op de uitnodiging stond: ‘Kennis doet wantrouwen verdwijnen als sneeuw voor de zon.’ Iemand vroeg of dat wel helemaal klopte. Sneeuw in de stad, speciaal als het op een hoop wordt geveegd, smelt niet zo snel. Is dat ook niet het geval met wantrouwen? Kennis kan je ook gebruiken om de ander die je wantrouwt een kopje kleiner te maken. Ruth:’Inderdaad, kennis is niet voldoende. Het gaat om ontmoeting.’ En om begrip, vulde een ander aan.

Om 22.00 uur sloot Hennie de Pous het gesprek af. Zij bedankte de spreeksters, ‘Jullie hebben je hart gegeven.’ Ze zei dat het boek Woord zoekt Woord een prachtig boek was dat heel goed dienst kan doen als inspiratiebron voor de dagelijkse stille tijd.

Aad Burger

Dit artikel verscheen in Ander Nieuws januari / februari 2011