donderdag, maart 24, 2011

Afgezien van de bekende problematiek rond minderheden en integratie, beginnen gelukkig steeds meer mensen te beseffen wat de positieve bijdrage is van de Turkse en andere migrantengemeenschappen aan de Nederlandse samenleving. Een goed voorbeeld van deze positieve bijdrage zien we in het leven van Ahmet Taskan (44), de derde en laatste spreker in de Serie Levensverhalen dit seizoen. Ahmet begon zijn loopbaan in Nederland als schoonmaker en groeide uit tot onder meer gemeen-teraadslid voor het CDA in Utrecht en directeur van de Turkse ondernemersvereniging HOGIAF. Ahmet vertelt dat hij zelfs in zijn jeugd in Turkije al een soort allochtoon was: hij groeide op in een Turkssprekende familie in een gebied waar veel Georgiërs woonden en waar de voertaal dus Georgisch was. Taal en integratie zijn dus vanaf het begin belangrijke thema’s in Ahmets leven geweest. Zijn vader was voor Ahmets geboorte al als gastarbeider naar Nederland gekomen, waar hij in de mijnen en de bouw werkte. De communicatie met het gezin in Turkije verliep grotendeels via cassettebandjes die over en weer gestuurd werden. Via dat medium spoorde zijn vader Ahmet en zijn broers en zus aan om vooral goed hun best te doen op school. Toen Ahmet zijn middelbare school in Turkije had afgerond, wist hij zijn vader over te halen om hem naar Nederland te laten komen. Hij begon daar aan de vooropleiding voor de politieschool, en verdiende de kost met schoonmaken. Maar prettig voelde hij zich bij dat werk niet, en hij was dus zeer ge-motiveerd om meer te bereiken. De politieopleiding rondde hij succesvol af en hij werd één van de eerste allochtonen in het korps. Dat was in die tijd niet makkelijk: bij elke allochtoon die iets verkeerd had gedaan, vroegen zijn collega’s aan Ahmet om dat eens uit te leggen. Bijkomende complicatie was dat hij voor de politieschool genaturaliseerd moest worden, wat sterk afgekeurd werd door de Turkse gemeenschap in Nederland destijds. Een uitzondering hierop vond Ahmet bij de Gülenbeweging, een maatschappelijk-islamitische stroming waar hij zich in Turkije al betrokken bij voelde. De Gülenbeweging was ruimdenkend, en de Turkse jongeren die daar in Nederland bij betrokken waren, inspireerden Ahmet om naast zijn baan bij de politie een studie Maatschappelijk Werk te beginnen. Maar zijn hoop om na voltooiing van die opleiding naar een meer interessante baan bij de politie te kunnen verschuiven, werd afgeketst want ‘voor dat soort banen hebben we geen allochtonen nodig’, zo werd hem in 1995 nog verteld. Kort daarna, en inmiddels getrouwd met een Turkse, verliet hij de politie en begon aan een wervelend traject van verschillende pro-jecten, functies en activiteiten. Zo zette hij een huiswerkinstituut en internaat op voor Turkse kinderen, om zodoende hun ouders aan te sporen hun kinderen niet naar Turkije te sturen voor de middelbare schoolperiode, maar ze in Nederland te houden en daarmee dus ook de integratie te bevorderen. Deze instelling, Beatitas, werd overigens de eerste allochtone organisatie die toestemming kreeg om inburgeringcursussen te geven. Verder was hij sociaal-maatschappelijk werker in het gevangeniswezen, tien jaar CDA-gemeenteraadslid in Utrecht, ontwikkelde hij samen met anderen projecten voor wereldburgerschap op scholen bij Stichting Cosmi-cus, en ga zo maar door. Ook richtte hij de Turkse ondernemersvereniging HOGIAF op en was daar geruime tijd secretaris en direc-teur van. Momenteel ondersteunt hij met zijn eigen bedrijf Taskan Consulting Nederlandse bedrijven in Turkije en bedrijven vanuit Turkije in Nederland, en is hij bezig om een duurzaamheids- en innovatiefonds op te zetten voor een reisbureau. Tenslotte is hij alge-meen secretaris van Sanitas, een organisatie waar met name Turks-Nederlandse artsen bij betrokken zijn. Daarnaast heeft hij inmid-dels drie kinderen, oftewel: Ahmet is een drukbezet man! Vanwaar deze motivatie om zich zo in te zetten voor de Nederlandse samenleving, en voor de positie van de Turkse gemeenschap daarin? Ahmet legt uit: ‘Nu moeten we nog echt ons best doen om onderdeel te zijn van de samenleving, als onderdeel van wie we zijn, van wie ik ben. Wie ik ben is ook onderdeel van deze samenleving. Allochtonen moeten dat extra hard beseffen, dat we allemaal op hetzelfde schip zitten, en als dat zinkt dan treft dat ons allen.’ Op de vraag hoe het komt dat de Turkse gemeenschap zoveel initiatieven neemt op het gebied van integratie en ontwikkeling, bena-drukt Ahmet dat dit een samenspel is: ‘Misschien is het waar dat we initiatieven nemen, maar we krijgen ook de ruimte, en erkenning. En dat helpt om de achterban te integreren, en te doen voelen dat we een onderdeel zijn van de samenleving.’ Over de verhouding tussen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap zegt hij: ‘We moeten allemaal wereldburgers zijn, en dat betekent dat je moet leren accepteren wie de ander is. Dat geeft rust: je hoeft een ander niet te veranderen, je kunt gewoon accepteren dat die verscheidenheid er is.’ En dat is een houding die de autochtone gemeenschap in deze tijden van politieke en maatschappelijke onrust zeker ook in het vizier zou moeten blijven houden.

Tessa Calkhoven

Dit artikel verscheen ook in Ander Nieuws maart/april 2011