vrijdag, juni 10, 2011

De volgende tekst is een beschouwing van Claude Bourdin, lid van het managementteam van de 'Boeren Dialoog'van IC, nadat hij in maart een bezoek aan Rwanda bracht. Als Rwanda zichzelf en haar buren duurzaam van voedsel wil voorzien dan zal het land de onderlinge verdeeldheid, geworteld in het recente verleden, moeten aanpakken. Conflicten kunnen snel weer oplaaien en dan is al het goede werk voor niets geweest.

Rwanda, land van duizend heuvels (Foto: Claude Bourdin)

Dankzij twee recente reizen naar Rwanda, bekend als 'Het land met de duizend heuvels', heb ik veel geleerd van deze warme en gastvrije mensen over hun land en hun worstelingen met hun problemen. Kigali, de hoofdstad, weerspiegelt de dynamische economische activiteit van dit kleine land met een hoge bevolkingsdichtheid; het land dat de uitdaging is aangegaan om infrastructuur te ontwikkelen en om op het gebied van voedsel zelfvoorzienend te zijn.
Landbouw was de reden voor mijn bezoek. Ik hielp met het organiseren van een bijeenkomst van 35 boeren en anderen actief in de agrarische sector, uit 15 landen. Allen zijn actieve leden van de 'Boeren Dialoog', een programma van Initiatives of Change dat geleid wordt door mensen die betrokken zijn bij de landbouw. Het doel was om samen na te denken over ons werk en een leiderschapstraining te volgen. We streven ernaar eendrachtig onze roeping trouw te zijn : ‘Een hongerige wereld te voeden’. Dit trok de aandacht van de Rwandese autoriteiten die begrepen dat naast technische, organisatorische en management training, ontwikkeling ook afhangt van de motivatie en de toewijding van de betrokken mensen.

(Foto: Claude Bourdin)

Rwanda is een prachtig land, met een enorm landbouw potentieel. De persoonlijke ontmoetingen en gedeelde ervaringen tijdens de training hielpen het land te begrijpen. Door de vertrouwelijke gesprekken kregen we een ander beeld dan wanneer men Rwanda vanuit Europa bekijkt. We zagen van binnenuit hoe ingewikkeld de werkelijkheid is en hoe moeilijk deze te verdragen is.

’Is er nog hoop voor onze kinderen na alles wat we hebben meegemaakt?’ Deze vraag werd me wanhopig gesteld door een vriend die net had verteld over de geschiedenis van zijn familie, teruggaand naar de volkerenmoord van 1994, die littekens heeft achtergelaten bij alle Rwandezen. Ze praten er niet echt over en soms is het moeilijk om het volledig te begrijpen, gezien de complexiteit van dit deel van hun geschiedenis. Is dit verleden te zwaar om te verdragen? Zijn er nog steeds intense en diep verborgen angsten? Is het verzoeningsproces echt afgerond? ‘Het is politiek correct om verzoening te zien als een reeds bestaande realiteit!’ aldus een jonge Rwandees. Maar is dat wel zo? Heeft het verzoeningsproces dat geleid werd door de overheid werkelijk alle wonden geheeld? Heeft het alle wortels van angst, haat, wraak en verdenking volledig verwijderd? Is het mogelijk voor Rwandezen om een toekomst op te bouwen en 'een deksel op dat deel van het verleden te plaatsen?' Er zijn zoveel vragen die beantwoord moeten worden.

Ik heb mannen en vrouwen ontmoet die zich bewust zijn van de problemen die opgelost moeten worden en die overtuigd zijn van de noodzaak om, in een vertrouwelijke sfeer, te luisteren naar elkaars lijden en dit met elkaar te delen. Ik heb ook ontdekt dat het lijden een overheersende rol speelt voor Rwandezen, of er nu wel of niet over wordt gesproken, het is het lot van hen allen, ongeacht hun afkomst, hun levensloop of hun geschiedenis. Desalniettemin hebben sommige vrienden mij verteld: ‘We kunnen je niet vertellen over ons lijden’. In het begin dacht ik dat ik wel begrepen had dat de verhoudingen tussen mensen niet altijd makkelijk waren en dat dit vooral afhing van de achtergrond van de desbetreffende personen. ‘We spreken alleen thuis of met de familie over deze meest persoonlijke en verborgen dingen. Zelfs met onze vrienden kijken we uit met wat we zeggen, want we weten nooit hoe het tegen ons gebruikt zou kunnen worden!’ ‘En kan dat dan bijvoorbeeld bij de jeugdgroepen in de kerk besproken worden?’, durfde ik te vragen aan een vrouwelijke ingenieur. Haar overduidelijke antwoord beeldde ze uit door haar vinger naar haar lippen te brengen: Stil! Ik hoorde ook een moeder die zich zorgen maakte over de huwelijken van haar kinderen. Achterdocht en wantrouwen hebben alle relaties dusdanig besmet, dat lange termijn relaties gebouwd op vertrouwen onmogelijk zijn.

 Officiële opening van de trainingssessie die in maart 2011 gehouden werd in Kigali, Rwanda (Foto: Claude Bourdin)

Tijdens de trainingsweek op de top van een heuvel in Kigali was er een dag met het thema 'Verzoening, Dynamiek uit Vergeving'. Dit gaf de Rwandese deelnemers de gelegenheid om hun persoonlijke ervaringen te delen. Een van hen, ik zal hem Jean-Paul noemen, zo heet mijn broer ook - hij heeft ook dezelfde leeftijd en hij is ook als een broer voor mij geworden - bracht op een persoonlijke en intieme manier de geschiedenis van Rwanda en de geschiedenis van zijn familie met elkaar in verband. Zijn grootouders, zijn ouders, zijn eigen broers en zussen, allen zijn op gewelddadige wijze om het leven gekomen, soms pal voor de ogen van hun familie. Hij vertelde over slachtpartijen, moorden, zelfmoord uit pure wanhoop, uithuiszettingen, het verlies van huis en grond, emigratie, studies in het buitenland, terugkeer naar het land om daar nog amper een enkel overgebleven familielid of nog nauwelijks een enkel lichaam terug te vinden. Een lang verhaal over onder andere de koloniale bezetters, de etnische en sociale groepen, de daders van genocide en degenen die ertegen vochten; duizenden banden tussen leden van families en tussen buren vernietigd door de verschrikkingen van het wijdverspreide zinloze geweld.

Een lange stilte volgde nadat Jean-Paul had gesproken: overdenking, bezinning, maar met welke woorden kun je solidariteit uiten? Jean-Paul ging terug naar zijn plek in de kring. Plotseling, in die diepe stilte, stond een Engelse deelnemer op (een blanke man) en knielde neer voor Jean-Paul. Een jonge Duitser vergezelde de Engelsman en knielde ook voor Jean-Paul neer. Ik sloot mijn ogen, nat van tranen, en vergezelde het gebaar van mijn twee vrienden in gedachten. Die gingen in verschillende richtingen:

• In dit gebaar konden we natuurlijk de solidariteit zien met Jean-Paul en door hem met zoveel anderen. Er was echter ook, zo dacht ik, een gevoel van de herkenning van de verantwoordelijkheid die we, die ik had in dit ongelofelijk ingewikkelde verhaal. Herkenning, verontschuldigingen, nederigheid en verlangens om het lijden en de uitdagingen samen met Jean-Paul en de Rwandezen te dragen.

• Ik weet dat Frankrijk niet de koloniale macht was in Rwanda, maar zij was dat elders wel! Ik heb ook tijdens privé gesprekken uit de beleefde en diplomatieke woorden van mijn vrienden begrepen dat de Fransen zonder twijfel gedeeltelijk verantwoordelijk waren en dat de Rwandezen misschien nog enkele onvervulde verwachtingen van ons hadden. Bovendien heeft een Engelse vriend in een volgende bijeenkomst specifiek vergeving gevraagd aan onze Afrikaanse vrienden 'voor de ontzettend grote schade die mijn land de Afrikanen heeft aangericht, voor het leed dat nog steeds gevoeld wordt...' Ik denk dat wij hier als Fransen van kunnen leren. Ik besef ook dat kolonialisme nu andere vormen heeft aangenomen, maar dat het nog steeds dezelfde soort slachtoffers eist.

• Toen ik mijn twee vrienden zag neerknielen voor Jean-Paul, moest ik wel nadenken over mijn christelijke geloof. Het enorme 'monument van lijden' dat Jean-Paul met zoveel andere ontzettend angstige Rwandezen vertegenwoordigde bracht dit nederige gebaar teweeg. Was dit niet een beetje zoals de Lijdende Dienaar die onrecht en wonden moest doorstaan, maar die ons ook inspireerde tot nederigheid, vergeving en verzoening en die meer dan wie ook een weg heeft gebaand richting de toekomst, naar hoop en naar vernieuwing van ons allen?

 Ingang van de Genocide Gedenkplaats (Foto: Claude Bourdin)

Een bezoek aan de Genocide Gedenkplaats met onze Rwandese vrienden aan het einde van onze trainingsbijeenkomst liet ons de apocalyptische schaal zien van deze ingewikkelde gebeurtenis. Echter, het luisteren naar de persoonlijke ervaringen van Jean-Paul en van andere Rwandezen was van onschatbaar belang, omdat het lijden niet een massa fenomeen is, maar hoe gruwelijk het ook moge zijn, het is een individuele ervaring die uniek voor ieder persoon is, maar dan duizenden keren herhaald.
De toekomst van Rwanda ligt in economische ontwikkeling en in de enorme uitdaging van voedsel- en landbouw-productie. Het is al in ontwikkeling, maar het lijden, het verleden en de menselijke verhoudingen kunnen niet genegeerd worden als we de basis willen versterken van een toekomst die gebouwd moet worden op vertrouwen, hoop en vredige, vruchtbare relaties tussen mensen.

Het Initiatives of Change team in Rwanda heeft deze uitdaging, waarin de Rwandezen de hoofdrol spelen in hun eigen toekomt, begrepen. Een jonge onderwijzer besluit om, na geconfronteerd te zijn geweest met leerlingen waarvan sommigen de kinderen zijn van degenen die zijn familie hebben vermoord, te werken aan een vertrouwensband met hen om niet in de val van wraak of onwetendheid te lopen.

 Het Rwandese volk, de toekomst (Foto: Claude Bourdin)

Wij kunnen echter ook een rol spelen in het bouwen van deze toekomst, op het niveau van gedeelde verantwoordelijkheid voor al het leed dat dit land heeft versplinterd. Rwanda heeft een toekomst en haar kinderen ook! Ik wil graag dat mijn broeder Jean-Paul en al zijn landgenoten weten dat wij niet onverschillig zijn voor hun verleden, hun lijden en hun hoop; dat we hen juist nederig willen vergezellen en als ze dat willen, samen met hen ons wijden aan het dienen van hun land en de toekomst van hun kinderen. Mijn toewijding aan de boeren is hier een deel van.

Bedankt, Jean-Paul!

Claude Bourdin, coördinator van de Boeren Dialoog

Dit stuk is uit het Engels vertaald door Berend Watchus