vrijdag, april 6, 2012

Alper Alasag werd geboren in Oldenzaal als zoon van één van de eerste Turkse gastarbeiders en verbleef vanaf zijn zesde tot zijn twintigste jaar bij zijn grootouders in Turkije om vervolgens terug te keren naar Nederland. Sinds 2000 werkt hij bij de Stichting Islam & Dialoog, de laatste zes jaar als directeur. Op 14 februari vertelde Alper in het centrum van IC in Den Haag over zijn leven. Alper Alasag (Foto: W. Lambert)Alper Alasag (Foto: W. Lambert)Hij begint zijn verhaal met de geschiedenis van zijn grootouders, wier leven zwaar getekend werd door de bevrijdingsoorlogen die Kemal Ataturk voerde voordat hij in 1922 de eerste president werd van de nieuwe seculiere republiek Turkije. Met harde hand voerde hij verregaande politieke en sociale hervormingen door. Hij was een uitgesproken nationalist, wat leidde tot onderdrukking van niet-Turkse minderheden zoals Koerden, Grieken en Armeniërs. Er kwam een strikte scheiding tussen godsdienst en staat. Koran-onderwijs in openbare ruimtes werd verboden. Het was een onderdrukkend systeem, waarin veel bekende mensen in de gevangenis werden gezet of ter dood werden gebracht. In dat klimaat wendde opa zich tot het communisme en werd fel anti-islam. Alper’s vader besloot zijn heil elders te zoeken en kwam terecht in Nederland. Alper: ‘Ik groeide op in het gemoedelijke Oldenzaal waar ik me helemaal thuis voelde. Ik was altijd bij de buren, kreeg de Nederlandse gewoontes en gebruiken zo met de paplepel ingegoten en leerde veel beter Nederlands spreken dan mijn ouders. Maar ik kon geen Turks praten met mijn vader. In 1975, op zesjarige leeftijd, stuurden mijn ouders me naar opa en oma in Turkije. Om de Turkse taal goed onder de knie te krijgen en de Turkse gewoontes te leren.’ Het zouden veertien beslissende jaren worden. De jonge Alper kwam terecht in een sfeer van felle politieke en anti-religieuze discussies waar hij een hekel aan kreeg. Hij begon zich af te vragen of er niets anders was dan alleen maar ruzie en geweld. Op zijn manier begon hij te bidden. Dat viel bij opa niet in goede aarde. Maar Alper ging zijn eigen weg. Hij bezocht moskeeën, sprak met imams. Op de middelbare school sloot hij zich aan bij een vriendenclub. Ze lazen in het geheim religieuze boeken. Dat was toen een riskante activiteit. De generaals hadden een verbod op religieuze propaganda uitgevaardigd. Er was een politie-inval. Ze werden ook door soldaten opgepakt en mishandeld. Alper zat vier dagen in de cel, vijftien jaar oud. En hij werd steeds fanatieker. Alper: ‘Als ik op die weg was doorgegaan zou ik geëindigd zijn als een radicale fundamentalist, vol haat en overtuigd van eigen gelijk.’ Zijn leven kreeg uiteindelijk richting en perspectief door zijn kennismaking met het gedachtegoed van de Turks-islamitische prediker Gülen. Hij leerde over de vredesboodschap van de islam, over het belang van dialoog in plaats van confrontatie, over de noodzaak van goede opleidingen. Hij ging werken met jongeren en begon zelf les te geven. Maar na weer een maand in de cel besloot hij terug te gaan naar Nederland. De hernieuwde kennismaking met zijn geboorteland viel niet mee. Rotterdam, waar hij ging studeren, leek in niets op het gemoedelijke Oldenzaal. Het leek wel of de spanningen uit Turkije naar Nederland waren overgewaaid. Maar het gedachtegoed van Gülen bleef hem en een aantal van zijn Turkse medestudenten inspireren. In 1998 richtten zij de stichting “Islam & Dialoog” op om de dialoog te bevorderen tussen verschillende culturen, religies en nationaliteiten in Nederland. Hij begon aan een studie godsdienstwetenschappen. Nu is Alper als directeur van de stichting Islam & Dialoog betrokken bij dialoog initiatieven in het hele land. Ook tussen diverse islamitische groeperingen in Nederland. Tijdens de discussie werd duidelijk dat Alper zich zorgen maakt over extreme politieke ideeen. Oprechte dialoog is de weg naar begrip en tolerantie.

Kees Scheijgrond

Dit artikel verscheen ook in Ander Nieuws maart / april 2012