maandag, maart 1, 1999

Geen dag gaat voorbij zonder dat we via de media kennis kunnen nemen van botsingen tussen verschillende bevolkingsgroepen. Vaak gaat het om berichten uit andere landen, maar soms is het erg dicht bij huis zoals bij de bezetting van de Griekse ambassadeurswoning door Koerdische demonstranten en vechtpartijen tussen Marokkaanse jongeren en de politie in een Amsterdamse wijk.

Achter dergelijke incidenten gaan vaak talloze problemen schuil. We moeten ons daarin verdiepen. Naast inzicht in de problemen van een multiculturele samenleving, kunnen we dan ook oog krijgen voor de positieve bijdrage van de verschillende bevolkingsgroepen en de verrijking die daaruit voortvloeit. In het weekend van 26-28 februari kwamen mensen uit Engeland, Frankrijk, Duitsland, Noorwegen en Denemarken naar Nederland om kennis te nemen van het werk van de Nederlandse politie op dit terrein, kennis te maken met enkele islamitische instellingen en om een internationale conferentie over de problematiek van de steden deze zomer in Caux voor te bereiden. De bezoekers waren een illustratie van de veelzijdige samenstelling van de huidige bevolking in die landen. Uit Engeland bijvoorbeeld een Pakistaanse Imam en een Egyptische vrouwelijke kinderarts. Uit Frankrijk een in Marokko geboren Fransman en een Tunesiër die in Frankrijk hoofdredacteur is van het blad 'Al Insan' (de Mens). Uit Denemarken was er de voorzitter van een Islamitisch Cultureel Centrum en een vereniging tegen rassendiscriminatie. Deze man, van Jordaanse nationaliteit, had zes politiemensen uit Kopenhagen meegenomen.
 

Boeiend programma

Het Expertisecentrum Politie & Allochtonen (EXPA) van de regiopolitie Utrecht te Houten had voor de delegatie een boeiend programma opgesteld. Zij werden ontvangen door de directeur van het centrum, commissaris J.Th.L. Papeveld die een beeld schetste van de historie en actuele stand van zaken van het EXPA.

Leidraad bij het werk van de politie, ook ten aanzien van de islamitische minderheidsgroepen, is 'Kennen en gekend worden'. Nog belangrijker is vervolgens vertrouwd te worden. Het algemene vreemdelingenbeleid werd toegelicht door het hoofd van het Regionale Bureau Vreemdelingenzaken, L. Visser. De integrale samenwerking tussen islamitische gemeenschappen en de politie werd uiteengezet door het hoofd van het Bureau Islamitische Gemeenschappen, W. Timmer. Tenslotte sprak senior beleidsmedewerker A. Marouan over het opzetten van Marokkaanse kadernetwerken en personeelsbeleid inzake allochtone politieambtenaren.

Het middagprogramma begon in de Utrechtse wijk Overvecht met een bezoek aan Beatitas, een schoolinternaat voor Turkse jongeren van 12 t/m 16 jaar die zijn vastgelopen of dreigen vast te lopen in opvoeding of onderwijs. Het internaat wordt geheel gedragen door vrijwilligers, vaak Turkse studenten die met succes het Nederlandse onderwijs doorlopen. Het benodigde geld wordt bijeengebracht door bijdragen van de ouders, giften van anderen en een subsidie van de gemeente Utrecht. Op het ogenblik wonen er 45 jongens. Van de 50 aanmeldingen kunnen dit jaar 7 á 8 leerlingen worden aangenomen.

Om te beginnen is er een strikt programma van 's morgens half zeven tot 's avonds half tien om structuur te geven aan het leven. Later wordt het programma versoepeld. Doel is dat de jongens zelfstandig worden en terug kunnen gaan naar hun ouderlijk huis. Tijdens het verblijf op het internaat is er regelmatig contact met de ouders. Verder worden op Beatitas ook bijlessen en huiswerkbegeleiding gegeven aan jongens en meisjes die niet intern zijn.

In Soest werd een bezoek gebracht aan de Stichting Islamitisch Centrum Nederland (SICN) die daar een opleiding voor meisjes verzorgt. Het werk kent vier steunpilaren: Islam, Educatie, Integratie, Pedagogiek. Het werk wordt gedaan door deskundige vrijwilligers. Zowel de theologie van de islam als maatschappelijke vorming komen aan de orde. Mensen worden voorbereid voor een leven 'in de multiculturele samenleving en later in het hiernamaals'.

's Avonds kreeg de delegatie een diner aangeboden in het hoofdkantoor van de SICN in Utrecht dat door vrijwilligers was klaargemaakt en dat van een bijzonder goede kwaliteit was. Hier was ook de gelegenheid verder met elkaar kennis te maken. De bezoekers spraken hun waardering uit dat de politie hen kennis had laten maken zowel met het eigen werk als met enkele Turkse en islamitische instellingen waarmee contacten worden onderhouden en die een positieve bijdrage leveren aan de betrokkenheid van allochtonen met de Nederlandse samenleving.


Aad Burger