maandag, juni 14, 2021

´Onze mensenrechten zijn verankerd in ons geloof´ – in gesprek met professor Azza Karam, algemeen secretaris van Religies voor Vrede

'Four Freedom Award Religions of Peace CeremonieMensenrechten komen voort uit onze gemeenschappelijke religieuze waarden. Religie is de basis voor mensenrechten’, verklaarde professor Azza Karam tijdens de uitreiking van de Four Freedoms Awards (FFA) in 2020. Karam, hoogleraar Religion and Sustainable Development aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is algemeen secretaris van Religies voor Vrede (Religions for Peace, RfP). Deze internationale beweging zet zich in voor vrede door vertegenwoordigers van de wereldreligies samen te brengen. In 2020 erkende de Roosevelt Foundation het waardevolle werk van RfP door hen de Freedom of Worship Award toe te kennen, die Karam namens RfP in ontvangst nam. Op 28 april 2021 organiseerde Initiatives of Change (IofC) via Zoom een ​​dialoog met Karam in het kader van het IofC project ‘Geloven in Mensenrechten’ (GiM). Willem Jansen, IofC programmacoördinator, sprak met Karam over de vruchtbare verbinding tussen geloof en mensenrechten.

Volgens het CBS neemt de religieuze betrokkenheid in Nederland elk jaar af. Tegelijkertijd blijkt de discussie over religie en mensenrechten bijzonder levendig. De kritiek op geïnstitutionaliseerde godsdienst is onderdeel van deze discussie. Zo beweren islamcritici dat de islamitische wet haaks staat op de westerse opvatting van rechtvaardigheid en gelijkheid. De islam zou daarom onverenigbaar zijn met het begrip mensenrechten. In tijden van toenemende secularisering lijkt het verband tussen het geloof en mensenrechten wellicht vergezocht. Wat hebben geloof en mensenrechten nu met elkaar gemeen?

Alles, maar we mogen het geloof niet generaliseren, zo luidt het antwoord van Karam. We moeten ons niet focussen op de doctrine, maar op de manier waarop we ons geloof beoefenen. Religie is tenslotte geen vast gegeven, maar een vorm van gedrag. ‘Hoe we leven definieert ons geloof’, zegt Karam. Wanneer we ons immoreel gedragen, dan bezoedelen we het geloof. Daarom moeten we geloof niet generaliseren. In plaats daarvan moeten we onszelf afvragen: wat zijn onze gemeenschappelijke waarden? En: hoe zijn deze waarden verankerd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)? De UVRM kan niet bestaan zonder deze gemeenschappelijke waarden.’

Volgens Karam zijn deze gemeenschappelijke waarden universeel en tijdloos. ‘Kerken en instellingen komen en gaan, maar deze waarden blijven bestaan’, zegt ze. ‘Ze blijven bestaan omdat ze voortkomen uit het geloof, ze zijn er niet ondanks het geloof. Het is onzin om te beweren dat deze waarden onverenigbaar zijn met het geloof. Als ik moslim ben, dan móét ik wel in mensenrechten geloven. Mijn geloof zegt immers dat ik niet zonder mensenrechten kan leven.’

Op de vraag of religie de strijd voor gendergelijkheid belemmert, antwoordt Karam wederom dat we moeten kijken naar ons gedrag. ‘We hebben rechten, maar ook verantwoordelijkheden’, zegt ze, in navolging van de vorige GiM spreker Matthew Neuhaus. ‘Sommige kwesties, zoals gendergelijkheid, moeten besproken worden in zowel interreligieuze als intra-religieuze discussies. Verschillende groepen moeten elkaar dus verantwoordelijk houden, maar ook onderling over deze kwesties praten. Oplossingen moeten van zowel binnenuit als van buitenaf komen.’ Ze voegt eraan toe: ‘Helaas kunnen we niet al onze interne conflicten oplossen, maar er is nog steeds reden voor optimisme. We zijn allemaal anders geschapen en ik geloof dat de pluriforme schepping een doel heeft. Het is de bedoeling dat we leren van deze diversiteit en meningsverschillen.’

Het geloof en mensenrechten zijn dus absoluut verenigbaar, volgens Karam. Onrechtvaardigheid, benadrukt ze keer op keer, komt niet voort uit het geloof zelf, maar uit de manier waarop we ons geloof beoefenen. Toch vereist de bestrijding van gepolitiseerde en georganiseerde mensenrechtenschendingen, zoals de verspreiding van kernwapens, een bredere aanpak. ‘Deze mensenrechtenschendingen bedreigen niet alleen onze zwaarbevochten vrijheden, maar ook ons bestaan zelf’, zegt oud-diplomaat Edy Korthals Altes. ‘Het recht op leven is het belangrijkste recht. Dit recht is in gevaar. We moeten daarom toewerken naar een nieuw begrip van vrede. Religie moet bijdragen aan dit nieuwe begrip.’

Karam is het eens met deze stelling. Volgens haar moet interreligieuze samenwerking onderdeel zijn van dit begrip. Zij verwijst hierbij naar de Covid-19 pandemie. ‘De pandemie laat een grimmige realiteit zien’, zegt ze. ‘Aan de ene kant zien we veel goeds. Er is sprake van innovatie, creativiteit en hulpvaardigheid. We zien echter ook dat instellingen en regeringen voorrang geven aan hun eigen belangen, vooral als het gaat om hulpverlening. Ze staan dan wel aan de frontlinie om levens te redden, maar ze slagen er niet in om zich te verenigen en elkaar te steunen. Dit is ook een epidemie, namelijk een van een gebrek aan empathie.’ Als Korthals Altes de mogelijkheid van een nucleaire Holocaust ter sprake brengt, voegt Karam eraan toe: ‘Woede, haat, discriminatie en gebrek aan solidariteit zijn onze grootste bedreiging. Een nucleaire Holocaust zou slechts het resultaat hiervan zijn.’

Een mogelijke nucleaire oorlog is niet de enige existentiële dreiging waarmee we worden geconfronteerd. Ook klimaatverandering vormt een bedreiging voor het bestaan ​​van de mensheid. Religie, stelt Karam, biedt inzichten die het recht op een gezond en veilig klimaat voor huidige en toekomstige generaties kunnen waarborgen. ‘De aarde werd als heilig beschouwd in inheemse religies’, legt Karam uit. ‘Dit idee bestaat in elke religie. De natuur is mijn verantwoordelijkheid omdat het een geschenk is van God. Ook toekomstige generaties hebben deze verantwoordelijkheid.’

Een deelnemer noemt de kwestie van politiek en religie en vraagt ​​Karam hoe we moeten omgaan met religieuze partijen die hun autoriteit misbruiken voor politiek gewin. Karam, die jarenlang voor de VN werkte, vertelt dat ze de VN verruilde voor RfP zodat ze deze vraag kon bestuderen. ‘Na de val van de Berlijnse muur realiseerde ik me dat religie de nieuwe basis was geworden voor politieke opvattingen, de nieuwe ideologie om politieke acties te legitimeren. Dit gebeurt constant’, zegt Karam. ‘Religie wordt ingezet als politiek instrument en het geloof wordt misbruikt en gebruikt voor persoonlijk en politiek gewin. Dit heeft niets met religie te maken, maar alles met politiek.’

Kortom, volgens Karam vormt niet de politiek maar het geloof de basis voor mensenrechten. Geloof gaat ook over  de verantwoordelijkheden die mensenrechten met zich meebrengen. ‘Rechten komen met plichten’, zegt Karam. ‘Deze rechten en plichten zijn verankerd in het geloof.’ Maar hoe moeten we dan omgaan met partijen die geen verantwoordelijkheidsgevoel hebben, of nog erger, actief bijdragen aan mensenrechtenschendingen?  Karam benadrukt  nog eens de waarde en kracht van diversiteit, maar voegt eraan toe dat we moeten streven naar eenheid binnen deze diversiteit. ‘De armoedige wereld van de politiek lijdt aan een gebrek aan ideeën’, ​​zegt Karam. ‘Maar de wereld van het geloof is rijk genoeg om alles en iedereen te omvatten. Dat is de wereld waar RfP naar streeft. Stel je voor dat alle gelovige mensen zouden samenwerken om iedereen te dienen, zonder uitzondering. Stel je voor dat wij, als eenheid, onze macht zouden uitoefenen door de politiek verantwoordelijk te houden. Geen enkele instelling, partij of regering zou die macht kunnen overwinnen. Dat is onze goddelijke kracht’, concludeert Karam. ‘Het goddelijke is gerechtigheid en het goddelijke is barmhartigheid.’

Shereen Siwpersad

Voor meer informatie over het IofC-project Geloven in Mensenrechen, klik hier.