vrijdag, september 18, 2020

Reikwijdte van de Oxfordgroep

Op zoek naar iets anders stuitte ik op internet op een proefschrift van de psychiater Hans Meissner. Hij studeerde af in de geneeskunde in Leiden en in filosofie in Amsterdam (VU) en specialiseerde zich tot psychiater. Zijn proefschrift heeft als titel: Van hulp en heil. De pastorale psychiatrie van Alphonse Maeder. Daarin onderzoekt hij de wijze waarop de pastorale psychiatrie van Maeder (1882-1971) licht werpt op de betekenis van de helende functie van het christelijk pastoraat voor professionals in de psychiatrische praktijk.

Het is een fascinerend verslag van hoe een voor de meeste Nederlanders waarschijnlijk onbekende psychiater uit Zwitserland tot zijn ideeën is gekomen. Dit artikel is geen recensie van het proefschrift maar laat vooral licht schijnen op de rol die de Oxfordgroep (de naam van de beweging die in 1938 bekend werd onder de naam Morele Herbewapening en nu Initiatives of Change heet) heeft gespeeld in de ontwikkeling van de ideeën van deze Zwitserse psychiater. En via hem ook op anderen.
Om zijn eigen leven te beschrijven hanteerde Maeder zelf drie fasen. Een positivistische, een idealistische en een religieuze. 

In de eerste fase gaat het Maeder uitsluitend om de positieve resultaten van de natuurwetenschappen. In de tweede fase breekt naar aanleiding van enkele relevante ervaringen het besef door dat hij het van die resultaten alleen niet moet hebben. De derde fase komt voort uit zijn persoonlijke contact met Emil Brunner en hun gezamenlijke kennismaking met de Oxfordgoep, door Meissner meestal aangeduid als Oxford-groepbeweging.
 
Emil Brunner (1889-1966) is een bekende Zwitserse theoloog in Zürich. Hij is een tijdgenoot van Karl Barth met wie hij aanvankelijk meegaat in diens dialectische theologie maar waarvan hij later afstand neemt.
Brunner komt in aanraking met de Oxfordgroep hetgeen van grote invloed op zijn leven en denken is. In zijn theologisch werk concentreert Brunner zich op de vraag hoe de bijbel begrijpelijk gemaakt kan worden voor de geseculariseerde mens. 
Emil Brunner introduceert Alphonse Maeder bij de Oxfordgroep en ook hij raakt enthousiast. 

De gewoonte om samen met zijn vrouw de bijbel te lezen en te bidden - een gewoonte die Maeder zijn hele leven heeft volgehouden - werd voor hem en zijn vrouw een bron van helderheid en innerlijke kracht. Zijn intellectualistische instelling verandert in een streven naar een leven dat door naastenliefde wordt getekend. Dit beïnvloedt zijn beroepsmatige activiteiten en brengt een beslissende wending in de ontwikkeling van zijn psychotherapie als een verbinding van dieptepsychologie en zielszorg.

In zijn proefschrift gaat Meissner ook in op de relatie tussen Maeder en Paul Tournier (1898-1986) een ook in Nederland bekende Zwitserse arts. Tourniers waarschijnlijk bekendste boek is Médicine de la Personne, in het Nederlands uitgegeven als Radicale therapie. Dat boek draagt Tournier op aan Frank Buchman, de grondlegger van de Oxfordgroep. Volgens Meissner is er een rechtstreeks verband tussen Médicine de la Personne en het werk van Maeder. Meissner noemt Alphonse Maeder de geestelijk vader van Tournier en zijn werk. 

Tournier werkt als huisarts in Genève. Een van zijn patiënten is een vrouw met psychologische problemen. Toen zij van een egocentrische en agressieve vrouw veranderde in een vriendelijk persoon met aandacht voor anderen, was zijn nieuwsgierigheid gewekt. Wat bleek? Ze was op een bijeenkomst geweest georganiseerd door de Oxfordgroep. Of zij hem kon introduceren. Aldus geschiedde en Tournier ontmoet daar Emil Brunner, Theophil Spoerri, hoogleraar letterkunde in Zürich en de Nederlander Jan van Walré de Bordes, werkzaam bij de Volkenbond in Genève.

Tournier had verwacht, schrijft Meissner, te horen over de principes van de beweging, over hun succes. In plaats daarvan werd voorgesteld om samen stil te zijn, en hun gedachten met elkaar te delen. Tournier was teleurgesteld maar ook diep geraakt. Een vervolg gesprek met de Bordes had een enorme impact op Tournier: ‘Voor het eerst, en in tranen, vertelde ik over mijn innerlijk lijden als wees. Voor het eerst in 34 jaar huilde ik om mijn moeder, over mijn vader.’ Tournier vindt inspiratie in de Oxfordgroep en zijn contact met die beweging heeft een groot effect op zijn manier van omgaan met mensen. 

Zijn werkwijze wordt bekend onder de naam pastorale geneeskunde. Gedurende de Tweede Wereldoorlog neemt hij afstand van de beweging. Op latere leeftijd vindt er een toenadering plaats tussen hem en wat dan Morele Herbewapening heet. In 1982 geeft hij in Caux een lezing. Enkele jaren later verschijnt Vivre à l’ écoute *) met daarin o.a. de tekst van die lezing in Caux waarin de naam van Maeder herhaaldelijk voorkomt. In het proefschrift besteedt Meissner uitgebreid aandacht aan de Oxfordgroep, omdat die zo belangrijk is geweest voor Maeder.

Johannes de Pous

*) Vivre a l’écoute, Uitgever Editions de Caux, 1984

Bronnen: 
• Van hulp en heil, de pastorale psychiatrie van Alphonse Maeder (1882-1971). 2002, uitgeverij Kok Kampen
• Medicine of the Person - Faith, Science and Values in Health Care Provision, samengesteld door John Cox, Alastair V. Campbell en Bill (K.W.M.) Fulford, 2006, Jessica Kingsley Publishers.