zaterdag, februari 23, 2013

Op 20 februari j.l. was er op de Amaliastraat 10 een indrukwekkende bijeenkomst. De avond stond in het teken van het Nederlandse slavernijverleden. Op zich al een onderwerp dat regelmatig aandacht behoeft, maar dit jaar waarin het 150 jaar geleden is dat de slavernij formeel werd afgeschaft is het nog belangrijker. Dit onderwerp nodigt namelijk uit om te kijken naar ons eigen wereldbeeld en hoe dat wereldbeeld, waarschijnlijk, weinig veranderd is door de generaties heen. Deze pagina geeft een overzicht van de avond en alle daaraan gelieerde informatie.

Verslag van de avond

Herdenking van het slavernijverleden:

Erkenning brengt mensen in beweging

Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij in de toenmalige koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Het hele jaar is een herdenkingsjaar en wat Initiatives of Change betreft zou het ook een jaar van bezinning voor ons land kunnen en moeten zijn. Omdat dit nog niet een breed gedragen overtuiging lijkt te zijn organiseerde Initiatives of Change op 20 februari in haar ontmoetingscentrum in Den Haag een gespreksavond over het thema ‘Slavernij herdenken – hoe zo?

De belangstelling voor de avond was groot. Een multi-etnisch publiek dromde de Amaliastraat 10 binnen. Velen hadden zich ook opgegeven voor de Surinaamse maaltijd, die eraan vooraf ging. Mede daardoor zat de sfeer er al gauw goed in en mengde het publiek zich op een natuurlijke manier. De voorzitter van de avond was Lothy Bouwe-Day, in het dagelijks leven werkzaam op het MBO college Flevoland en als bestuurslid van het Zeister Zendings Genootschap zeer actief bezig met de voorbereidingen van de herdenking slavernijverleden binnen de Evangelische Broeder Gemeente Nederland (EBGN).

Om te beginnen vroeg zij alle 85 aanwezigen om op te staan. Ze stak een kaars aan ‘voor allen die ons zijn voorgegaan’ en in stilte luisterden we naar een lied, een sokopsalm,  voor de voorouders. Het lied werd gezongen in het Surinaams(Sranan-tongo) en zegt:  
'Hebben jullie het luiden van de bel en tromgeroffel niet gehoord?
Onze voorouders zijn afkomstig uit Afrika!
Geef ze alle eer want ze hebben zich gevestigd op nieuwe grond, in een nieuwe wereld. Ze hebben vreselijk geleden maar ze hebben het overleefd in die nieuwe wereld en we moeten ze hiervoor eren..'

Ook al werd de tekst niet door alle aanwezigen verstaan, de gewijde betekenis van het lied werd wel begrepen.

Avonden als deze, zei Lothy Bouwe, zijn belangrijk ‘omdat ze de kans geven aan witte en zwarte burgers van dit mooie en vrije land om met elkaar in gesprek te gaan’. Ze legde uit waarom ze sprak over ‘witte’ en niet ‘blanke’ burgers. ‘Dat is vanwege de symmetrie. Natuurlijk is niemand echt wit of zwart. Maar als we over zwarten praten dan ook over witten.’

Terminologie is veelzeggend, zo bleek. Het zal de lezer opvallen dat de twee spreeksters in hun lezingen spreken over slaafgemaakten en niet over slaven. De voorouders waren mensen, die door anderen tot slaaf gemaakt werden. Slaaf zijn was niet hun identiteit. Als je de term slaafgemaakte gebruikt, haal je de mens terug die vrij geboren was, zo is de uitleg.  

Misschien zal iemand tegenwerpen: ‘Ach, dat zijn maar woorden’. Maar deze avond maakte duidelijk dat het niet aangaat daar luchthartig over te doen. Woorden vertegenwoordigen denkbeelden en gezichtspunten. Het nodige gesprek tussen wit en zwart begint met openstaan voor het gezichtspunt van de ander.

 Valika Smeulders liet zien dat dit niet vanzelf spreekt. Haar lezing was gebaseerd op haar onderzoek naar de omgang met het slavernijverleden in Nederland (Op zoek naar de stilte), Suriname, Curaçao, Ghana en Zuid-Afrika*. De geschiedenis van het kolonialisme en de slavernij is geschreven door de machthebbers. De gebruikelijke woordkeus is van hen. Smeulders toonde aan dat je er ook anders tegen aan kunt kijken, namelijk vanuit het perspectief van de slaafgemaakten. Dat is niet eenvoudig omdat het erfgoed dat bewaard is gebleven dat van de slaveneigenaren en –handelaren is. Maar vanaf de jaren 60/70 van de vorige eeuw is daar wel een begin mee gemaakt. En sinds de jaren 90 pleit de Unesco wereldwijd voor meer zichtbaarheid van slaafgemaakten in de presentatie van de geschiedenis.

Iedereen die het onderwerp van het herdenken van het slavernijverleden in een gezelschap ter sprake brengt, zal ervaren dat dit veel emoties losmaakt. Waarom is dit zo’n gevoelig onderwerp? Volgens Smeulders is dit omdat die denkbeelden nog doorwerken. Omdat slavernij gekoppeld was aan huidskleur en huidskleur aan inferioriteit. Ons hele economische systeem, ons denken over identiteit is gebaseerd op het koloniale systeem. Nazaten van slaafgemaakten verkeren vaker in achterstandsposities dan nazaten van slavenhouders. Gezien vanuit economisch perspectief was de laatste groep winnaar en de eerste verliezer en dat is nog steeds zo. Maar vanuit het perspectief van de VN, dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid was, is de eerste groep slachtoffer en de laatste groep dader.

Mildred Uda-Lede bracht het herdenken van het slavernijverleden in verband met het gedachtegoed van Initiatives of Change. Ze noemde de universele waarden van eerlijkheid, zuiverheid, onzelfzuchtigheid en liefde. En de overtuiging dat erkenning van gemaakte fouten, herstel en vergeving, middelen zijn, die de menselijke geest bevrijden en wonden uit het verleden kunnen helen. Die erkenning is voor haar een sleutelbegrip. En aan erkenning van fouten uit het verleden moet de bereidheid om van dat verleden kennis te nemen voorafgaan. Daarom ziet ze het als haar taak witte Nederlanders ervan te doordringen wat het slavernijverleden heeft betekend en nog betekent voor de nazaten van de slaafgemaakten.

Sinds ze op verzoek van Evangelische Broedergemeente ‘Zoektocht in vrijheid’** schreef, waarin interviews met nazaten van slaafgemaakten en ook van contractarbeiders (die na de afschaffing van de slavernij op de plantages werden ingezet), is ze nog meer doordrongen van het feit dat het slavernijverleden geen gesloten boek is. ‘Dit verleden wordt nog lang niet door het Nederlandse volk van nu (zwart en wit) gedeeld. Hierdoor komt het ook’, zo vertelde ze, ‘dat negatieve ervaringen met witte mensen in het heden, door de nazaten altijd vergeleken worden met negatieve ervaringen uit het verleden.’

Ze vervolgt: ‘Uit reacties uit witte kringen ben ik geneigd aan te nemen dat dit voor hen die ervoor open staan, eigenlijk ook zo werkt. Gevoelens van verontwaardiging, ongemak, schaamte en schuld lijken van die kant het verwachtingspatroon te bepalen. Men weet niet goed hoe hier in de relatie met de gekleurde medemens mee om te gaan en dit maakt het onderlinge contact vluchtig en oppervlakkig.’

Uda dicht een belangrijke rol toe aan de kerken en met name de EBG bij het bespreekbaar maken van het slavernijverleden. Wat een van de aanwezigen ertoe bracht te vragen: ‘En waar was de kerk toen het plaatsvond?’ Uda:‘Inderdaad, ook de kerk is schuldig geweest, en ook de EBG. Daarom is het terecht dat de kerken het boetekleed aantrekken en hun verantwoordelijkheid nemen. De EBG wil met zichzelf in het reine komen.’

Er ontspon zich een discussie over de termen ‘erkenning’ en ‘identificatie’. Een witte deelnemer: ‘Ik zie in u niet een afstammeling van een slaafgemaakte. En ik voel me niet een afstammeling van een slavenhouder. Maar betekent erkenning van het verleden dan ook dat ik me ermee moet identificeren?’  Smeulders: ‘Je moet dit zien in de maatschappelijke context. Wij allen hebben het koloniale verleden tussen onze oren. En in die context is erkenning heel belangrijk. Nodig is een volmondige erkenning dat dit verleden fout was. Anders blijft de hiërarchie bestaan.’

Zowel Smeulders als Uda zien in het bespreekbaar maken van het slavernijverleden een belangrijke factor die witte en zwarte Nederlanders met elkaar kan verbinden. Smeulders: ‘Het is een persoonlijke keuze om in het hier en nu gelijkwaardigheid en diversiteit volmondig te erkennen. Het moreel verwerpen van de koloniale erfenis en het vieren van de overlevingskracht van de slaafgemaakten kan zo een bron van kracht en inspiratie zijn voor de hele Nederlandse samenleving.’ En Uda: ‘Het is na 150 jaar afschaffing van de Nederlandse slavernij nu de tijd om herstel te plegen. Wij moeten in dit land immers met elkaar leven? Wij moeten ons met elkaar zien te verzoenen. Maar verzoening is pas mogelijk wanneer er sprake is van erkenning. Bij erkenning ontstaat ruimte om elkaar daadwerkelijk te ontmoeten. Erkenning brengt mensen in beweging.’

Hennie de Pous-de Jonge

*Valika Smeulders (2007) Op zoek naar de stilte, www.brill.com. (2012) Slavernij in perspectief. Mondialisering en erfgoed in Suriname, Ghana, Zuid-Afrika en Curaçao. Proefschrift, gratis te downloaden via: http://repub.eur.nl/res/pub/37749/

**Mildred Uda-Lede (2012) Zoektocht in Vrijheid. Eigenlijk is het de vraag hoe we waarlijk vrije broeders en zusters zijn. Zie www.ketikoti.ebg.nl

Terug naar begin

Toespraak Valika Smeulders

Valika Smeulders promoveerde op 15 november 2012 aan de Erasmus universiteit op het proefschrift ‘Slavernij in perspectief’. Zij onderzocht de verschillende manieren waarop het slavernijverleden gepresenteerd wordt in landen waarmee Nederland in het koloniale verleden een band had, namelijk Suriname, Zuid-Afrika, Ghana en Curaçao.

Op de gespreksavond over het thema 'Slavernij herdenken - hoe zo?' zette ze deze vraag in een historisch perspectief. Je hebt de geschiedenis zoals die heeft plaatsgevonden en je hebt de geschiedenis zoals die wordt weergegeven in boeken, films en musea. Tot voor kort was dit laatste vooral een weergave vanuit het perspectief van de machthebbers uit de tijd van de slavernij. Dat is nu aan het veranderen.

Zie de bijlage voor haar volledige toespraak (presentatie en begeleidende tekst) waarin ze ingaat op de verschillende perspectieven en laat zien waarom het belangrijk is het perspectief van de slaafgemaakten zichtbaar te maken.

Bijlage                       Terug naar begin

Toespraak Mildred Uda-Lede

Mildred Uda-Lede interviewde in opdracht van de Evangelische Broeder Gemeente nazaten van slaafgemaakten en contractarbeiders. Deze interviews, gebundeld in ‘Zoektocht in vrijheid’, laten schrijnend eerlijk zien hoe voor velen het slavernijverleden geen voltooid verleden tijd is. Het werkt op allerlei manieren nog door in onze samenleving.

Op de gespreksavond over het thema 'Slavernij herdenken - hoe zo?'ging Mildred Uda-Lede nader in op de effecten van de slavernijgeschiedenis. Wat heeft het betekend en wat betekent het nu nog voor de burgers van dit land nazaat te zijn van slaafgemaakte voorouders.

Schrijfster vindt dat ‘witte’ Nederlanders over het slavernijverleden geïnformeerd moeten worden, zodat zij beseffen dat dit verleden onderdeel is van onze gezamenlijke geschiedenis. Zie voor haar volledige toespraak de bijlage.

Bijlage                       Terug naar begin

Informatie over andere activiteiten in dit herdenkingsjaar

Door het hele land wordt op verschillende manieren stilgestaan bij de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in Nederland.

In de bijlage 'Hand-out Slavernijherdenking', die werd uitgereikt op de gespreksavond 'Slavernij herdenken - hoe zo?', een greep uit activiteiten en informatiebronnen.

Terug naar begin