donderdag, februari 18, 2021

IN GESPREK MET INGRID TIEKEN-BOON VAN OSTADE*

Spreek Nederlands! Met mij!

Ingrid Tieken-Boon van Ostade is emeritus hoogleraar socio-historische taalkunde van het Engels. In 2019 heeft Ingrid een boek getiteld ‘Haagse Talen’ uitgegeven. Hierin zijn 31 interviews over 31 verschillende talen die in Den Haag werden gesproken, opgenomen. Het is een verzameling van haar wekelijkse columns in de weekkrant Den Haag Centraal, die van 2016 tot eind 2018 zijn verschenen.

Ik ontmoet Ingrid Tieken-Boon van Ostade in het centrum van Initiatives of Change in Den Haag, tussen lockdown en versoepeling en binnen een veilige afstand van anderhalve meter. Onder het genot van een verlate oliebol praten we over haar boek ‘Haagse Talen’ én over haar project ‘Spreuken op de Stoep’ dat de krant haalde.

Dat ‘iedereen die in Nederland woont, Nederlands moet spreken’ staat voor jou buiten kijf. Dus wat bewoog jou om in 2018 te pleiten voor de Spreukenroute in 34 talen op de stoepranden van de Stationsbuurt in Den Haag?

Ingrid vertelt vol enthousiasme alsof het net gisteren gebeurde. ‘Voor de herinrichting van de Stationsbuurt had de gemeente de inwoners om suggesties gevraagd. Ik heb mijn voorstel ingestuurd om de stoepranden te voorzien van spreuken in allerlei talen om de meertaligheid van de stad zichtbaar te maken. Tot mijn verrassing stemde de gemeente Den Haag hiermee in. Samen met vier student-assistenten van de Leidse Universiteit hebben we de spreuken verzameld, en een jaar later lagen ze er. De Spreukenroute loopt van station Hollands Spoor naar het centrum van Den Haag. De rijkdom aan taaldiversiteit kunnen we op deze manier omarmen.’ (Op de foto hiernaast is Ingrid Tieken-Boon van Ostade te zien bij de spreuk in het IJslands op de Spreukenroute. Er staat: 'Vits er þörf þeim er víða ratar', wat 'Wie ver reist, heeft zijn verstand nodig' betekent. Photo door Herman Tieken)

Sommige van de 34 spreuken had ze al. Aan het eind van elk interview wilde ze altijd van haar gesprekspartner weten welke meest aansprekende spreuk hij of zij nog kende in de eigen taal. En op de website, https://haagsespreuken.nl/, kun je ze ook horen.

Het is voor mij een feest van herkenning om met Ingrid te praten. Als ervaringsdeskundige die veertig jaar geleden als Vietnamese bootvluchtelinge in Nederland is neergestreken, kan ik de Spreukenroute alleen maar toejuichen, ook al staat het Vietnamees er jammer genoeg niet tussen. Het voelt als een soort bevestiging dat je als nieuwe Nederlander geaccepteerd wordt en dat je als mens met elkaar verbonden bent ongeacht waar je vandaan komt. Je kunt hier gerust integreren zonder je eigen identiteit op te geven. Ook ik zocht in het begin naarstig naar iets dat mij met het nieuwe land verbindt. Hoe blij ik was toen ik ontdekte dat een Vietnamese spreuk ‘Sau cơn mưa, trời lại sáng’ een Nederlandse equivalent kent: ‘Na regen, komt zonneschijn’. En er is ook nog een Engelse variant ‘Every cloud has a silver lining’ en zelfs een Franse ‘Après la pluie, le beau temps’.

Ik ben benieuwd hoe Ingrid nu terugkijkt op de 31 interviews die ze drie jaar lang maandelijks heeft gehouden met anderstalige Hagenaars. Wat valt op en wat heeft ze ontdekt aan verschillen en overeenkomsten?

Terugkijkend naar die periode, geeft ze grif toe dat ze van de interviews veel heeft opgestoken. Zo weet ze nu dat er allerlei weekendscholen zijn waar kinderen over de taal en cultuur van hun ouders leren, zoals Hongaars, Georgisch, Armeens, Duits, Pools … Dat er naast de officiële Surinaamse taal ook het Sarnámi is, een jonge mengtaal die ontstaan is tussen 1873 en 1916 onder contractarbeiders uit India. In 1986 is deze taal, die in Nederland was gestandaardiseerd, door de  Surinaamse overheid  erkend. Dat de klemtoon in het Farsi, de Perzische taal van Iran die verrassend genoeg verwant is met het Nederlands, altijd op de laatste lettergreep ligt. In het Fins is het juist omgekeerd, de klemtoon ligt altijd op de eerste lettergreep. Dit klinkt mij als muziek in de oren. Hoe vaak heb ik in de beginjaren in Nederland de klémtoon niet verkeerd gelegd!

De bronafbeelding bekijkenSpreek Nederlands! Met mij!

Wat Ingrid opviel bij de reeks interviews was dat haar gesprekspartners veelal meertalig zijn. Ze spreken meestal aardig goed Nederlands, maar zouden graag nog veel meer Nederlands willen oefenen met de oorspronkelijke bewoners. In de praktijk krijgen ze daar niet altijd de kans voor. Zodra Nederlanders merken dat ze te maken hebben met mensen die hun roots elders hebben liggen, schakelen ze meestal direct over op het Engels. De kans om Nederlands goed te leren door te praten is er daardoor vaak niet bij. Tijdens het interview met de directeur van het taalinstituut Direct Dutch, werd ze geattendeerd op het bestaan van een button met daarop de tekst ‘Spreek Nederlands! Met mij!’. Ingrid vindt dit een heel mooi initiatief. Het dwingt Nederlanders op een ludieke manier zich hier bewust van te zijn.

‘Waar anderstaligen ook tegenaan lopen,’ vertelt Ingrid, ‘is wanneer ze middenin een gesprek de opmerking‘ ‘‘Wat spreek je goed Nederlands” te horen krijgen. Men kan het als compliment bedoelen, maar het komt vaak over als een beetje neerbuigend. Het leidt bovendien ontzettend af van de inhoud van het gesprek.’ Ingrid kan zelf als ervaringsdeskundige ook hierover meepraten. Als ze in Engeland Engels spreekt, krijgt ze soms een soortelijk ‘compliment’, en dat vindt ze dan niet echt leuk, want daar gaat het in het gesprek natuurlijk niet om.

Voortschrijdend inzicht

Jarenlang deed Ingrid haar uiterste best om als een native speaker feilloos Engels te spreken. Inmiddels accepteert ze dat ze dat nooit zal kunnen en dat het helemaal niet erg is. Dankzij dit inzicht voel ik mij ook opgelucht. Want ook ik streef er nog altijd naar om als native speaker Nederlands te spreken, wat niet altijd lukt en gepaard gaat met de nodige frustratie.

Het Haags

Wat mij zelf opvalt als we het tijdens het interview over het Haags hebben, ook één van de Haagse Talen, is dat ‘plat Haags vaak met asociale mensen geassocieerd wordt’. Dit vertelde de auteur van het boek ‘Kèh mè nâh’ aan Ingrid in het negende interview. Vreemd! Want ik kan me nog goed herinneren dat mijn pleegmoeder, afkomstig is uit een deftige familie in Bedum-Stedum in de provincie Groningen, altijd in keurig ABN met mij praatte. Maar zodra één van haar zussen aan de telefoon was, schakelde ze direct over naar het Gronings. Volgens dezelfde auteur ‘hebben Hagenaars een dubbele houding ten opzichte van het Haags: ze zijn er ontzettend trots op, maar tegelijkertijd willen ze niet dat hun kinderen zo spreken. Het is jammer dat plat Haags zo wordt gestigmatiseerd’. Ingrid vindt het ook bijzonder jammer dat er zo over plat Haags wordt gedacht. Zelf kan ze heel erg genieten van de verhalen rondom de plat Haags pratende stripfiguur Harry.

En hoe zit het met nieuwkomers die nog niet goed Nederlands kunnen?

Ik vertel haar het verhaal van een Syrisch artsenechtpaar dat ik goed ken. Ze wonen een aantal jaren in Nederland en doen erg hun best om Nederlands te leren, maar dat valt niet mee. Ze worden bijvoorbeeld heel nerveus en angstig als de telefoon gaat. De mensen aan de andere kant van de lijn worden altijd snel kwaad als ze merken dat ze niet snel en vlot in het Nederlands te woord worden gestaan. Er wordt gevloekt, gescholden en er worden racistische opmerkingen gemaakt. Zou dit discriminatie in de hand werken? Ingrid wordt zichtbaar boos als ze dit hoort. We zouden veel meer geduld moeten hebben, want een taal goed leren is ontzettend lastig. ‘Als het voor ons moeilijk is om Chinees of Turks te leren, is dat ook zo voor een Chinees of een Turk om onze taal te leren!,’ zei één van de mensen die Ingrid had geïnterviewd tegen haar.

Tot slot vraag ik haar welke tips ze kan geven aan de lezers van Ander Nieuws op het gebied van taalintegratie.

Ingrid: ‘Focus niet alleen op Nederlands leren, maar respecteer meertaligheid, want het bevordert de erkenning van de veelzijdigheid van mensen. Laat ouders thuis in hun eigen taal met hun kinderen spreken. Dat is goed voor de taalontwikkeling van het kind, voor de band tussen het kind en de ouders of grootouders en het bevestigt hun eigen identiteit. En heb geduld, blijf vooral Nederlands praten met anderstaligen, ook al dragen ze geen button ‘Spreek Nederlands! Met mij!’

Uyên Lu

Het boek ‘Haagse Talen’ en de Engelse vertaling ‘Languages of The Hague’ is (ook online) verkrijgbaar bij de boekhandel De Vries Van Stockum: https://www.devriesvanstockum.nl/
of direct bij de uitgeverij De Nieuwe Haagsche: https://www.denieuwehaagsche.nl/

De Haagseburgemeester overhandigt Ingrid Tieken de koninklijke onderscheiding* Koninklijke onderscheiding voor taalkundige Ingrid Tieken
'Op ocio-historisch taalkundige professor Ingrid Tieken-Boon van Ostade in haar woonplaats Den Haag benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Een koninklijke onderscheiding wordt op voordracht toegekend aan iemand met grote verdiensten, bij voorkeur voor de maatschappij. Tieken ging in de zomer van 2019 met pensioen maar blijft zich met passie en overtuiging inzetten voor een beter begrip van de betekenis van taal.'

Meer over de Ingrid Tieken en haar projecten:

Twitter, Facebook, Instagram
https://buurtstation.nl/spreukenroute-nu-ook-online-te-bewonderen/
https://www.platformstad.nl/locatie/spreukenroute-haagse-talen/
https://www.ad.nl/den-haag/negentig-verschillende-talen-in-den-haag-ingrid-tieken-66-deed-er-onderzoek-naar~afb0419d/
https://en.wikipedia.org/wiki/Ingrid_Tieken-Boon_van_Ostade
https://www.universiteitleiden.nl/en/staffmembers/ingrid-tieken-boon-van-ostade#tab-2