woensdag, april 1, 2020

Genezing in het hart van mensen

Op woensdag 11 maart 2020 bezocht ik mijn oom en tante in Rijswijk om te spreken over de pastorale begeleiding van mensen uit de Indonesisch-Nederlandse kerkgemeenschap. Mijn oom had last van een kuchje. Mijn tante lag op bed, ze had moeite op te staan wat mijn oom weet aan vermoeidheid van het vele koken voor een bijeenkomst van onze kerkgemeenschap de avond daarvoor. Omdat er toentertijd al veel mensen met het coronavirus waren besmet, waren we voorzichtig: ik waste mijn handen voor en na het bezoek, maar we hielden geen anderhalve meter afstand. Samen met een vriend was ik een paar uur in hun huis. Stilletjes bad ik om Gods bescherming voor ons allen.

Een paar dagen later, op 15 maart 2020, kreeg ik het nieuws dat oom en tante positief waren getest en dat mijn tante was opgenomen op de IC. Ik ben zelf meteen twee weken in quarantaine gegaan. Vanaf dat moment veranderde alles; ik moest iedereen laten weten dat ik in quarantaine zat, veel zaken afzeggen en alle afspraken online organiseren. Ik kon ik geen boodschappen doen. Vrienden deden dat voor me. Ik voelde hun liefde als een geschenk.

Op 20 maart had ik tijdens mijn ochtendgebed het idee dat God me zei het rustig aan te doen en mijn tijd te besteden aan het uitdragen van Zijn liefde en genezing te brengen in de harten van mensen. Op 24 maart hoorde ik het nieuws dat de vriend, die ook bij mijn oom en tante was geweest, was overleden aan het coronavirus. Ik was geschokt. Hij was helemaal gezond toen ik hem een week eerder liet weten dat mijn oom en tante besmet waren. Hij was op dat moment in Nederland voor een kort bezoek en vloog de dag erna terug naar Indonesië. Daar was hij in isolatie gegaan en benauwd geworden, maar medische hulp kwam te laat. Ik was er kapot van.

Tegelijkertijd was ik bezorgd voor de kerkgemeenschap van mijn oom en tante. Zij liepen het virus waarschijnlijk op via een andere vriend van mij in een van hun bijeenkomsten. Deze vriend had op zijn beurt weer zijn moeder aanstoken met het virus. Ondertussen was ook mijn oom in het ziekenhuis opgenomen, maar niet op de IC.

Nu, terugkijkend op deze ontwikkelingen, begrijp ik de betekenis van de boodschap die ik ontving, om het rustig aan te doen, mensen lief te hebben en hen te helpen God in hun hart te vinden. Ik zie hoe mensen vrede en blijdschap nodig hebben, en ook vergeving. Niet alleen ziekte kan besmettelijk zijn, maar vergeving kan ook aanstekelijk zijn. En dat is hard nodig als een vriend overlijdt aan een virus dat door jouw toedoen op hem is overgebracht.

Op de dag dat ik dit schrijf, 1 april, gaat het steeds beter met mijn oom. Mijn tante ligt nog steeds in coma aan de beademing.

Het belangrijkste van alles is: acceptatie van elkaar en het genezen van harten. Ik zie hoe liefde overal aanwezig is!

Betty Sari