maandag, april 6, 2020

Gevangen

BremHet is kwart over 7 in de ochtend. Samen met een twintigtal andere 70-plussers schuifel ik door de supermarkt. Het lijkt een film, al die schuifelende elkaar ontwijkende schimmen tijdens het ouderenuurtje. Als we elkaar in het smalle gangpad tegenkomen, moet er eentje teruglopen naar het bredere pad. Of eentje gaat tegen het schap aan staan met gezicht daarnaartoe, de ander loopt zo dicht mogelijk langs het andere schap voorbij. Er worden geen praatjes, maar wel veel vriendelijke blikken uitgewisseld. Een gevoel van saamhorigheid, allemaal in dezelfde malle situatie.

Ook in ons nabijgelegen bos gaat dat zo. Het is zo uitgestrekt dat het nooit druk is. Maar je komt wel eens een tegenligger tegen. Al meters van te voren maken we dan ieder een grote bocht en passeren elkaar met een groet en begripvolle blik.

We zijn op weg naar Pasen, het voorjaar gaat ongestoord en uitbundig door, maar wij mensen zitten gevangen. Mijn gemoedstoestand gaat van verdrietig, onrustig, bezorgd naar berustend. Er is veel tijd om te denken. De wereld zal zeker veranderen. Er zal een voor- en na-coronavirus zijn, net zoals dat was na de val van de Berlijnse muur en na 11 september 2001. Maar zal dat een verandering ten goede zijn?

Een half jaar geleden hebben we een abonnement op de Groene Amsterdammer genomen. Daar ben ik blij mee. Het weekblad gaat de diepte in, analyseert, onderzoekt, beschouwt.

Het omslagartikel van 2 april gaat over autoritaire leiders die de crisis gebruiken om hun macht te versterken. Eigenlijk, aldus het commentaar in De Groene, zijn zij door de mand gevallen. De hele wereld heeft kunnen zien hoe dom ze hebben gehandeld door eerst de pandemie te ontkennen, en dan door te schieten naar autoritaire maatregelen. In tijden van crisis heb je niets aan mannen met een grote mond, die het met de waarheid niet zo nauw nemen en toch zogenaamd alles beter weten. En waarvan er in Nederland ook een paar rondlopen. 

Je hebt dan wel wat aan een democratie, waarin aldus dit commentaar ‘de wetenschap, de onafhankelijke pers, de rechterlijke macht en het parlement dankzij hun objectiverende kracht en kritische zin onontbeerlijke toetsstenen zijn voor het crisisbeleid’ en waar de regering die kritische toets ook waardeert en accepteert.

Ik ben blij in zo’n democratie te leven, waar men, toen eenmaal de urgentie was ingezien, moedig en voortvarend te werk ging, daarbij appellerend aan ieders gevoel van solidariteit en verantwoordelijkheid. Een test voor onze democratie, die we tot nu toe goed doorstaan. De crisis is ook een test voor onze Europese samenwerking en hier tonen onze leiders niet de solidariteit die ze van ons als burgers vragen. Ze hebben zich niet alleen onmogelijk gemaakt binnen de EU, maar zijn ook teruggefloten door 60 Nederlandse economen. De behoefte aan solidariteit in Europa geldt ook andere terreinen, zoals de vluchtelingencrisis.

Mijn hoop is dat onze democratie en onze Europese samenwerking niet alleen ongeschonden, maar gelouterd en versterkt uit deze crisis komen. Allebei zijn te waardevol om mee te marchanderen.

Hennie de Pous-de Jonge