zaterdag, april 11, 2020

narcissenDe kroon op je zelf

De afgelopen jaren zijn moeilijke jaren geweest voor mij persoonlijk. En nu, in Coronatijd merk ik dat ik veel meeneem van wat ik daarin ondervonden heb.

Als ik overspoeld word door angst of fysiek beperkt word, houdt eenvoud me overeind. Simpelweg omdat er geen ruimte is voor iets anders. Ik heb geleerd alert te zijn op wat dingen mij in wezen zeggen. Daarin vind ik hoop en troost.

Wat me trof sinds de uitbraak van het virus in Nederland is de timing en de naam: in de vastentijd op weg naar Pasen breekt in het carnaval vierende Brabant een virus uit met de naam Corona, wat letterlijk ‘kroon’ betekent. Een betekenisvol toeval, vond ik dat. Een virus is levenloos en heeft een levend organisme nodig om voort te bestaan.

We waren al langer in crisis omdat de wereld die we gecreëerd hebben zijn houdbaarheid heeft bereikt. We streden tegen het leven, de balans sloeg door naar eenzijdigheid en we waanden ons collectief onoverwinnelijk in de westerse wereld. Maar het leven laat zich niet bestrijden en volgt haar eigen natuur.

Sinds ik kanker kreeg ben ik niet bang meer voor de dood en ben ik ziekte gaan ervaren als een middel om een verstoorde balans te herstellen. Hoe kunnen we het herstelproces ondersteunen? Steeds kom ik dan weer terug bij het symbool van de kroon. Wie of wat kronen we eigenlijk precies? En wat is dat eigenlijk: kronen.

Mijn nichtje werd 5 met Palmpasen en droeg die dag zoals veel kleuters een mooi versierde papieren kroon. Een teken waarmee we haar zeggen: jij bent vandaag het lichtpunt, we vieren en eren nu jouw geboorte.

Er is genoeg aandacht voor het kronen van het materiële, de voorspoed, de uitbanning van het virus en andere dreigingen van buitenaf. Daarin zijn we de afgelopen decennia zeer bekwaam geworden als maatschappij. Maar hebben we oog voor het kronen van het levende, waarachtige zelf?

Dat vraagt een heel andere kwaliteit die we ernstig hebben laten verzwakken. Mijn manier om daarin te oefenen is lopen. Altijd weer een voet voor de andere, met elke stap geef ik mijn lijf het signaal: je gaat vooruit. Ook en juist in tegenspoed. Bij onrust gejaagd en snel. Toen ik kanker had soms tergend langzaam van uitputting. Als ik bang ben soms alleen binnenshuis naar de wc omdat de wereld me verlamt en ik niet meer naar buiten wil. Nu in tijden van social distancing: vol verlangen naar de aanraking, de nabijheid, het contact met alles waarop de lente ons voorbereidt.

Eefje Cobussen.