woensdag, juli 1, 2020

klaprozenLandschapsvreugde

Op zoek naar perspectief lees ik het boekje ‘Nu het nog kan’ uitgegeven door Extinction Rebellion Nederland. Het kwam net voor de virusuitbraak uit en komt als geroepen.

Het echte probleem is niet het virus, maar de opwarming van de aarde. In zijn voorwoord schrijft Jan Terlouw: ‘We moeten zorgen dat tot de mensen doordringt hoe urgent de ecologische en klimaatcrisis is, en dat zij opgelost kan worden.’

Dit boekje doet dit met bijdragen van 32 activisten, wetenschappers, bezorgde ouderen, klimaatjongeren. We zijn één mensheid op één planeet, schrijft Vandana Shiva. Onze belangrijkste plicht als bewoners van de aarde is om al ons creatieve vermogen te gebruiken om uitsterving te stoppen.

Generaal Tom Middendorp ontdekte in zijn loopbaan hoe de klimaatverandering conflicten veroorzaakte. Bovendien zullen door gebrek aan zoet water en enorme hitte en droogte grote delen van de wereld onbewoonbaar worden. Dat zal leiden tot migratiestromen van honderden miljoenen mensen.

Hoe alles in elkaar grijpt lees ik in de bijdrage van Mitchell Esajas, die beschrijft wat een desastreus effect het koloniale bewind in Suriname gehad heeft op het milieu. ‘De logica waarbinnen winst belangrijker is dan het welzijn van mens en natuur, heeft een lange geschiedenis, die geworteld is in het koloniale denken.’ We kunnen van de inheemse volkeren leren in harmonie met de natuur te leven, vindt hij.

Klimaatkramp

Het boekje zit vol goede ideeën en overtuigend bewijs van urgentie. Waarom, zo vraag ik me af, gaat de overheid niet net zo voortvarend te werk als bij de recente virusuitbraak? David van Reybroek legt uit: ‘In de meeste westerse democratieën lijdt de politiek aan klimaatkramp, een vorm van bestuurlijke verlamming die optreedt wanneer de schrik voor de reactie van de burger groter is dan het besef van urgentie.’ Zijn advies aan de politiek: betrek burgers bij het beleid, bijvoorbeeld via panels.

Onze leiders moeten dan wel heel bang zijn want Nederland bungelt helemaal onderaan op de Europese ranglijst van duurzame energie. In haar bijdrage legt Marjan Minnesma nog eens uit waarom ze met Urgenda de Nederlandse staat voor de rechter heeft gedaagd om hem te dwingen zich aan zijn doelstellingen te houden ter bescherming van de bevolking. Tot aan de Hoge Raad werd Urgenda in het gelijk gesteld. Ook zij heeft haar hoop gevestigd op nieuwe vormen van burgerparticipatie.

Bioboer in opleiding Jelle de Graaf schrijft over het levensbelang van een gezonde bodem en noemt in dit verband het begrip landschapspijn. Jantien de Boer schreef er een boek over. Ik kwam die term ook tegen in de dagelijkse columns in de Volkskrant van Caspar Janssen die vanaf 2017 anderhalf jaar door Nederland wandelde. Die columns openden mijn ogen. Weilanden zijn doodse groene biljartvelden (zijn term) geworden met raaigras. In het voorjaar zijn ze niet groen, maar oranje, bespoten met roundup.

Wat kun je als burger doen? Je consumptie gedrag aanpassen. Geen vlees eten waarvoor stukken Amazone oerwoud gekapt zijn. Bioboeren steunen door zo mogelijk lokale en onbespoten producten te kopen. Zonnepanelen. Een duurzame bank kiezen. Stemmen op een partij die klimaat en milieu hoog in het vaandel heeft. Meedoen met acties die draagvlak creëren en zo onze leiders aansporen te doen wat nodig is ‘Nu het nog kan’.

Mijn perspectief is een natuur die zich in alle diversiteit kan herstellen. Ik wil grasvelden zien waar weidevogels zich thuis voelen en bermen met bloeiende bloemen. Kortom: landschapsvreugde.

Hennie de Pous-de Jonge