donderdag, april 2, 2020

Marathon met een finish in een andere wereld

madeliefjesWe zien het slechtste van mensen. Amerikaanse senatoren bagatelliseerden het virus en verkochten gauw hun aandelen. Besmette Chinezen in Oeganda kochten zichzelf vrij uit quarantaine en reden 350 km door het land voor ze werden aangehouden. Een president houdt de levering van essentiële medische middelen tegen omdat de gouverneur hem niet zint.

We zien het mooiste van mensen. Horecaondernemers brengen maaltijden naar ouderen. ICT-experts beschermen ziekenhuizen gratis tegen cyberaanvallen. Ontelbaar veel mensen werken zich uit de naad om voor de zieken te zorgen, de maatschappij draaiende te houden en de moed niet te verliezen.

We leren veel, over onszelf, onze maatschappij. Het is voor het eerst dat ik zo’n acute noodtoestand meemaak. De eerste week na onze ‘slimme lock-down’ stond ik in actiestand. Mijn werkelijkheid kantelde ieder uur. Hoe kon ik me er het beste toe verhouden? Slopend. De tweede week ontdekte ik dat het zo niet vol te houden is. Ik probeerde een nieuw ‘normaal’ te vinden in een abnormale periode. Bereidde me voor op een marathon, in plaats van een sprint.

Nu is het de derde week en denk ik: dit is zelfs geen marathon. Dit is een nieuwe weg en niemand weet waar we heen gaan.

Gaan we een lange tijd van aangepast leven tegemoet? Welke wereld krijgt er vorm? Wat gaat de wereldwijde politieke en economische instabiliteit brengen? Wie gaan er kapitaliseren op deze ellende en hoe? Als het al een marathon is, dan is het er een met een finish in een andere wereld.

Ik ben onder de indruk van onze saamhorigheid, flexibiliteit en vermogen grote offers te brengen als de nood echt hoog is. Tegelijkertijd maakt het me ook bang dat we zo laat in actie zijn gekomen, zelfs toen het gevaar zo duidelijk was.

We hebben zo weinig ervaring met gevaar, dat we het niet herkennen voor wat het is. Daarmee hebben we kostbare tijd verloren. Het maakt me bang voor die andere crisis, de klimaatcrisis. Die veel abstracter, algemener en over een langere periode is uitgesmeerd. Komen we dan ook pas in actie als we de gevolgen voelen – in ons eigen land en ons eigen leven? Dan zijn we jaren te laat. We zijn nu al bijna te laat. Tegelijkertijd: hoeveel verandering kan de samenleving nu en de komende tijd aan?

Ook een andere ‘les’ van nu voorspelt weinig goeds voor klimaatrampspoed. Als de ellende komt, is dat voor iedereen vervelend. Maar voor de één toch net wat vervelender dan voor de ander. Het virus legt overal ongenadig scheidslijnen bloot tussen mensen voor wie de zaken goed op orde zijn en mensen waarbij dat niet zo is.

Teveel vooruit denken maakt me angstig en somber. Dan vergeet ik het belangrijkste: welke kant het op gaat bepalen we met zijn allen, iedere dag. De een heeft wat meer invloed dan de ander, maar toch. Dus terug naar vandaag en morgen. Naar de besluiten die we nu kunnen nemen, wat we nu kunnen doen. En naar het genieten van wat er - ondanks alles - óók is.

Irene de Pous