woensdag, november 24, 2021

Waarom spreken we nog steeds over 'politionele acties?'

‘Waarom spreken Nederlanders niet over “de Indonesië oorlog”, zoals de Amerikanen spreken over de Vietnamoorlog en de Fransen over de Algerijnse oorlog? Waarom gebruiken we nog steeds de term “politionele acties” wanneer we verwijzen naar de Indonesië-Nederland kwestie?’

Deze vragen stelde Aboeprijadi Santoso, journalist en onafhankelijk onderzoeker, in 2017 in de Jakarta Post. Volgens Santoso is dit een eufemistische term. De Nederlandse bezetting van Indonesië was namelijk geen legitieme, politionele interventie, maar een complete overname die gepaard ging met buitensporig geweld en militaire agressie. ‘Dit misleidende concept van “politionele acties” is verweven met de Nederlandse cultuur. Het is onderdeel van het politiek denken, het publieke debat en de media. De oorlog tussen Nederland en Indonesië komt echter nauwelijks aan bod op school’, schrijft hij. Deze observatie van Santoso blijkt bijzonder relevant in tijden van hernieuwde interesse in het koloniale verleden. Is het daarom niet hoog tijd om onze ideeën over Indonesië en Nederland te dekoloniseren?

In 1946 kreeg Nederland de kans om hierin een stap te zetten toen vertegenwoordigers van de Indonesische republiek en de Nederlandse regering bij elkaar kwamen in Linggajati, Java. Het Akkoord van Linggajati was een unieke kans voor Nederland om op basis van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid het koloniale verleden los te laten. Dit gebeurde echter niet. De in Linggajati gemaakte afspraken werden in Nederland niet geaccepteerd, met grove schendingen van mensenrechten tot gevolg. Hoe is dit verleden te helen? Hoe werken volgende generaties aan een mensenrechtencultuur à la Linggajati? 

Op 9 december reflecteren we op deze vragen tijdens een online conferentie, georganiseerd door Initiatives of Change Nederland, met Aboeprijadi Santoso als gastspreker.

Klik hier om u aan te melden voor deze bijzondere online dialoog.

Lees hier het hele stuk van Aboeprijadi Santoso in de Jakarta Post.

Bron tekening: Indisch Herinneringsmuseum 
Tekenaar: Paul van Dongen