woensdag, december 7, 2005

Toespraak van Joty ter Kulve, die zich inspant voor het museum in haar ouderlijk huis in Linggarjati, Indonesië, ter inleiding van de gespreksavond op 7 december te Amaliastraat 10, Den Haag.

"Linggarjati. Veel mensen vragen mij waarom de Indonesiërs een museum maken van het huis waar in 1946 een conferentie werd gehouden door vertegenwoordigers van de Nederlandse en Indonesische regeringen, die een volgende stap probeerden te zetten in het dekolonisatieproces dat aan de gang was. Deze conferentie leidde tot het “Verdrag van Linggadjati” waarin een opzet en een context werden voorgesteld die een basis vormden voor een nieuw tijdperk waarin twee naties zouden samenwerken.

Mensen vragen waarom President Susilo Bambang Yudhoyono, vergezeld door veel van de ministers uit zijn regering, in augustus jongsleden het museum heeft bezocht. Het belang van Indonesië om daar een museum te bouwen is de 'de facto' erkenning van de Indonesische republiek door Nederland voor de eerste keer in hun strijd voor onafhankelijkheid. Het wordt daarom door de Indonesische zijde gezien als een politieke mijlpaal in het proces naar de onafhankelijkheid.

Een politieke mijlpaal die bereikt werd door onderhandelingen en niet door geweld. President Bambang Susilo is ook van dezelfde mening. Daarom heeft hij er in toegestemd om de Gedung Naskah te bezoeken. Helaas moet gezegd worden dat de overeenkomst daarna niet is aangenomen en het gevolg was de tweede politionele actie in 1947. Met het museum willen ze tevens hun respect uit drukken voor de geschiedenis van hun land en de komende generaties herinneren aan hun strijd voor Vrijheid en Onafhankelijkheid. Wat is het belang voor de Nederlanders?

Het museum is een symbool voor de relatie tussen Indonesië en Nederland die bestond gedurende de 400 jaar van kolonisatie. Het kan ook een gedenkplaats zijn voor al die Euro-Aziatische mensen die werden geboren ten gevolge van de assimilatie van mensen afkomstig uit een grote verscheidenheid van naties gedurende de koloniale geschiedenis: Arabieren, Nederlanders, Afrikanen, Portugezen, Chinezen, Japanners, Belgen…

Gedurende het hele proces van dekolonisatie was Linggarjati een moment van verlichting. Een moment waarin twee opponenten met totaal verschillende belangen en percepties over de toekomst van Indonesië, een beslissing moesten nemen. En we moeten niet licht denken over de menselijke gevoelens die zeker ook een rol speelden.

Denk bijvoorbeeld aan de jonge student Hatta in Rotterdam, die gevangen was gezet omdat hij een pamflet over de onafhankelijkheid bezat. Of denk aan Sjahrir, die ook in Nederland studeerde. Hij was getrouwd met een Nederlands meisje dat nooit van de Nederlanders toestemming heeft gekregen om zich bij haar man in Indonesië te voegen. En we moeten niet vergeten dat Soekarno heel lang geïnterneerd is geweest in Flores en Bangkahulu, Hatta en Sjahrir in Boven Digoel, Banda Neira en in Sukabumi.Voor de Indonesiërs waren deze mannen de “Mandela's”. Voor de Nederlanders waren het opstandelingen.

En dan was er de Nederlandse delegatie, die vlak na de tweede wereldoorlog naar Indonesië kwam. Zij waren niet goed op de hoogte van wat er gebeurd was in de wereld gedurende de oorlog : het ontwaken van de Aziatische landen. Nederland was verarmd gedurende de oorlog. En men dacht dat Nederland failliet zou gaan zonder Indonesië. “Indonesië verloren, rampspoed geboren” ,de economische factor. Voor de tweede wereldoorlog kwam dertig procent van het Nederlandse budget uit Nederland Oost Indië.

Voor de Indonesiërs versterkte Linggarjati hun psychologisch zelfbeeld. Het verhoogde zowel hun morele statuur als hun gevoel voor vrijheid en onafhankelijkheid. Het was de eerste keer in hun geschiedenis dat zij erkend werden als zelfstandige natie. Een factor van betekenis in de onderhandelingen was wellicht de ontmoeting van Schermerhorn, het hoofd van de Nederlandse delegatie, en Soekarno. Deze twee mannen begrepen elkaar goed.

Het is een toeval dat het verdrag van Linggarjati werd gesloten in mijn ouderlijk huis, het huis wat door mijn vader was gebouwd. Linggadjati is een klein dorpje aan de voet van de Gedung Tjeremee, de hoogste vulkaan op Java Barat. Mijn broer, die Indonesië vele malen heeft bezocht voor zijn werk bij het Fonds voor Bevolking van de Verenigde Naties, heeft Linggarjati vaak bezocht om redenen van gevoel. Hij was niet de enige. Sinds 1981, hebben veel Nederlandse veteranen Gedung Naskah bezocht en zij werden gevolgd door veel toeristen. Nu komt er haast iedere week een buslading Nederlandse toeristen Linggarjati bezoeken.

Op een dag belde mijn broer mij en vroeg of ik hem wou helpen om de Stichting ”Vrienden van Linggarjati “op te starten met als doel fondsen te genereren die de Indonesiërs in staat zouden stellen om Gedung Naskah te beheren en in goede conditie te behouden. Wel zo begon het. Toen hebben enkele historici zich bij ons gevoegd als mede een architect. Laatstgenoemde Cor Passchier had ervaring in het restaureren van koloniale gebouwen en hij is nu voorzitter van de Vrienden van Linggarjati. Zoals bij alle nieuwe projecten zijn er veel uitdagingen geweest zowel in Indonesië als in Nederland. De welwillendheid van de Indonesische regering om ons project te ondersteunen was er bijna vanaf het begin. De Indonesische politici zien het grote belang van een modern museum in Linggarjati. Daarom ook de morele steun van de Minister van Cultuur en Buitenlandse Zaken.

De reactie van de vorige Minister van Staat, Frans Seda, de eerste persoon met wie mijn broer zijn visie op Linggarjati deelde, was zo vertelde mijn broer mij: “Dr van Os, dit is de juiste tijd. Onze jeugd weet niets meer van het verleden. Het bestaande museum verkeert in een slechte toestand, en wat volgens de Indonesiërs ook nodig is, is een moderne opzet, die goede voorlichting kan geven aan het Indonesische volk en in het bijzonder de jeugd over de gebeurtenissen in 1946 in Linggarjati. Daarvoor hebben ze onze hulp nodig in de vorm van technische en financiële steun. Zo kan dit gezamenlijke project een steentje bijdragen in het moeizame proces van verhoogde samenwerking en begrip voor elkaar tussen beide volken.

In Nederland was en is het verkrijgen van ondersteuning voor Linggarjati gecompliceerder. Misschien dat ze eerst wilden weten wie we zijn en wat onze missie was. Waren we een NGO of zoiets? Echter dankzij belanghebbenden zoals professor Sanders, die bijna honderd jaar oud is en die de enige overlevende is van degenen die de conferentie van Linggadjati hebben bijgewoond en de voormalige ambassadeur Jonkman, konden we toch Linggarjati bespreken met Hoge ambtenaren van Buitenlandse Zaken. We zijn nu zestig jaar later.

Voor ten minste een miljoen Nederlanders is Indonesië niet een land als alle andere landen. Het is hun geboortegrond( tanah air). Hun voorouders hebben daar gewerkt en zijn daar begraven. Voor meer dan zeventig jaar hebben mijn broer en ik mijn vaders graf verzorgd. Zijn graf is het enige Nederlandse graf dat nog gevonden wordt in Cirebon. Een miljoen Nederlanders hebben zoals mijn broer en ik hun eigen verhaal te vertellen. Duizenden kleine projecten van Nederlandse burgers laten dat zien. Sommige mensen bouwen kleine watertanks in Flores, omdat daar in de bergen geen water voorradig is. Anderen hebben kleine projecten op het gebied van opleiding en gezondheid. Zij willen allemaal hun band met en hun liefde voor hun geboorteland uitdrukken.

Op een vreemde manier is Linggarjati een vitaal deel van het globalisatie proces dat van de wereld een eenheid maakt. Globalisatie betekent veel meer dan alleen economische en financiële integratie. Het betekent ook begrip en waardering voor andere volken en culturen. De wereld wordt immers steeds kleiner ten gevolge van technische verworvenheden. Zeker hebben we dat ervaren op 26 december 2004 toen veel mensen onze buren werden toen de Aziatische Tsunami in 12 naties thuis hield. En nu hebben we de enorme catastrofe in Pakistan, waar hulpverleners zeggen dat er gewoonweg niet genoeg tenten zijn voor die vluchtelingen die ze nodig hebben. Met 220 miljoen inwoners is Indonesië het grootste Moslimland ter wereld. Daarom denk ik dat Indonesië een brug kan zijn tussen Oost en West.

Tijdens mijn recente bezoek aan Indonesië werd ik getroffen door twee uitspraken, die ik in de krant las. Het eerste was dat President Bambang Yudhoyono zei dat Indonesië is als een regenboog omdat in Indonesië alle culturen en religies in harmonie met elkaar leven. Het tweede was het initiatief van de gematigde groeperingen in de Islam de Nahdatul Ulama van Gus Dur en Muhamadiyah van Amien Rais (leiders van een grote meerderheid onder de moslims in Indonesië) nl. een uitnodiging door deze groep aan andere Moslims en mensen van andere godsdiensten, zoals Christenen en Boeddhisten, Hindoes enz. om samen met hen een federatie te vormen tegen terrorisme. Globalisatie heeft veel voordelen, maar het biedt ook uitdagingen. Want het brengt culturen en religies, die zich gedurende eeuwen hebben ontwikkeld in relatieve isolatie, in onmiddellijk contact met elkaar.

We zien deze uitdagingen in Europa. Moslims, die zich in Europa gevestigd hebben, hebben banen nodig, sociale voorzieningen en ze moeten integreren met de hun omringende gemeenschap. Maar wij moeten een manier vinden om eveneens de diepere geestelijke en filosofische verschillen op te lossen. Ik denk hierbij in het bijzonder aan de botsing tussen de Postmoderne Europese cultuur en het Moslim geloof. De essentie van het huidige culturele postmodernisme zijn twijfel, sensuele ervaring, afbraak, cynisme en ironie. Deze kenmerken vormen de basis van het secularisme in Europa, maar niet alleen in dat van Europa. Ondanks wat we zien in de media over religieus fundamentalisme in Amerika, is er toenemend bewijs dat het postmodernisme ook ten grondslag ligt aan het Amerikaanse ethos. Kijk maar naar de films die gemaakt worden in Hollywood. Echter de essentie van Islam is geloof in het Goddelijke, in een macht boven de mensheid. En dit onderliggende culturele/spirituele verschil ligt aan de basis van de recente gebeurtenissen in Frankrijk en Holland, ja zelfs in geheel Europa. Daarom staan landen zoals Indonesië en Jordanië aan de frontlijn van wat er gebeurt in de Moslimwereld.

Zoals de koning van Jordanië nog pas kort geleden zei: In de gehele Moslimgemeenschap ontstaat een strijd tussen degenen die een bescheiden stap voorwaarts zoeken en degenen die een meer militante weg kiezen. In de gehele Moslimwereld wordt hierover gediscussieerd.Toch wil men ook in de vooruitgang van de 21ste eeuw delen, maar met het behoud van het geloof. Men wil niet het evenbeeld worden van de vervreemde westerse personaliteit. Daarom kan Linggadjati zo relevant zijn. Linggadjati kan immers een trainingscentrum zijn voor jonge Indonesiërs waar zij 1) leren over hun geschiedenis, 2) mensen ontmoeten van andere culturen en 3) leren want men nodig heeft om in het tijdperk van globalisatie te leven.

Mijn generatie moest zowel oorlog tussen Europese landen als oorlogen in andere delen van de wereld verwerken. De huidige generatie moet manieren vinden om samen te leven met anderen, hoe verschillend levens en karakters ook zijn, opdat men de problemen van de 21ste eeuw kan oplossen. En als men de grote problemen van deze tijd, zoals armoede, gebrek aan water, ziektes, probeert op te lossen, dat men dan tot het inzicht komt dat deze problemen alleen opgelost kunnen worden als alle mensen samenwerken, mensen van alle culturen en geloven. De mensheid heeft tot nu toe altijd getoond dat men de problemen van het nu kan oplossen. Soms vond men een oplossing op het laatste moment. Maar ik ben een optimist en als ik naar mijn kinderen en kleinkinderen kijk, dan denk ik dat zij, en ook U, het voor elkaar zullen krijgen."

Joty ter Kulve