zondag, november 1, 1998

Wetenschap...

Wetenschappers verrichten hun werk veelal in de beslotenheid van hun laboratoria en alleen hun vakgenoten weten wat ze doen. Af en toe wordt de sluier opgelicht en hoort het grote publiek over een gekloond schaap of over genetisch gemanipuleerde soja. Iedereen praat dan eventjes mee en heeft al gauw een oordeel of iets wel of niet mag. Mag alles wat kan? Zijn er ethische grenzen te stellen aan onderzoek? Deze vragen stellen we aan Arjen Schots, plantenziektekundige in Wageningen. Arjen onderzoekt hoe nematoden (aaltjes) planten parasiteren. Hij wil daar lering uit trekken en nieuwe methoden voor gewasbescherming ontwikkelen. Daartoe probeert hij genetische informatie aan een plant toe te voegen. Zijn er voor hem ethische grenzen? Arjen beantwoordt deze vraag bevestigend. Zijn grens is dat hij met zijn plantenveredeling niet het evenwicht van het natuurlijke ecosysteem verstoort. ‘De landbouw’, legt Arjen uit, ‘is een kunstmatig systeem. In de landbouw wordt al eeuwen gedaan aan selectie en veredeling (en in die zin dus aan genetische modificatie). We hoeven daarbij slechts te denken aan hoe wij landbouwhuisdieren als koeien, varkens, schapen enz. hebben gedomesticeerd of hoe wij allerlei wilde planten zelf zijn gaan telen en daarbij steeds geselecteerd hebben op voor ons wenselijke eigenschappen. Dankzij de biotechnologie kun je die processen nu versnellen door middel van genetische modificatie. Dit is het toevoegen van genetische informatie aan orga-nismen die ze van nature niet in zich dragen. Als je dat doet moet je ervoor zorgen dat de genen die je toevoegt aan, bijvoorbeeld, cultuurplanten, niet in de wilde verwante planten komen. Als je virusresistentie in een wilde plant brengt, wordt het evenwicht verstoort. Er komen bijvoorbeeld teveel van die wilde planten of er ontwikkelt zich een veel agressiever virus.’ Pratend met Arjen besef je hoe ingewikkeld de materie is. En hoe moeilijk het is om je er als leek een oordeel over te vormen. Arjen is ervan overtuigd dat het ingewikkelde onderzoek waarmee hij bezig is ertoe zal kunnen bijdragen het wereldvoedselprobleem op te lossen. De beste benadering is volgens hem om gezonde gewassen lokaal te laten produceren , dan heb je ook geen distributieprobleem. En dan zo natuurlijk en ecologisch mogelijk, alhoewel 100 % ecologisch volgens hem niet mogelijk is. Als voorbeeld haalt hij de voorbije zomer aan, waarin het onmogelijk was om gewassen vrij te houden van schimmels zonder te spuiten. Duidelijk is wel dat genetische manipulatie, Arjen spreekt liever over modificatie, niet griezelig is, maar, mits voorzichtig en verantwoord toegepast, goed is voor planten en dan ook goed voor de dieren en mensen die die planten eten. Arjen gelooft dat het grootste vraagstuk waar de wereld voor staat is de beschikbaarheid van de primaire levensbehoeften: voedsel, water, grondstoffen, energie. Aan het oplossen van die problematiek kunnen wetenschappers een bijdrage leveren. Hij vindt ook dat Morele Herbewapening zich meer met dit onderwerp zou moeten bezighouden. Teveel gaan de conferenties over verzoening en het oplossen van conflicten. Te weinig over dit zeer basale vraagstuk van de eerste levensbehoeften. Kan Morele Herbewapening hierin een pioniersrol vervullen? Hennie de Pous-de Jonge Uit: Ander Nieuws, november/december 1998