maandag, november 1, 1999

Dr. Rolf Boiten is Waals predikant en één van de pioniers van de gemeenschap Oudezijds 100 in Amsterdam.

Tijdens een drukbezochte lunch in Amaliastraat 10 op 28 oktober heeft hij gesproken over het werk dat al ruim 40 jaar in en vanuit deze geloofs-, woon- en werkgemeenschap wordt gedaan.

Twee dingen vallen direct op in het verhaal van ds. Boiten. Ten eerste de bescheidenheid van de spreker: wij hebben niets bereikt; wat er is gebeurd, is ons overkomen. Ten tweede het volstrekt natuurlijke verloop van de gebeurtenissen. Toen hij en zijn vrouw na afronding van hun theologiestudie in 1955 iets wilden gaan doen in het hart van de Amsterdamse binnenstad – deze bonte mengelmoes van bohémien, student en onderwereld – leek dit een niet-haalbaare zaak. Ze hadden geen ervaring, geen plaats en geen geld.
Ervaring hebben ze opgedaan bij de priester-arbeiders in Parijs. Deze werkten overdag in de fabrieken met de arbeiders die ze 's avonds anderszins ontmoetten. Daar leerden ze dat de wereld niet uit twee soorten mensen bestaat.

De plek werd gevonden: een bouwvallig pand dat ze met behulp van een renteloos voorschot voor een luttel bedrag konden aanschaffen. De kost verdienden ze met een parttime baan aan de universiteit. Het onmogelijke begon opnieuw. Hoe kom je in contact? Als vanzelf kwamen er mensen uit de buurt langs toen ze eenmaal aan het opknappen togen. Zo kwam Piet de schilder en 'sterke Piet', een circusartiest. Gezamenlijk werd er gewerkt aan wat later de kapel zou worden.

'We zijn begonnen niet omdat we iets goed konden, maar omdat we hulp ontvingen.' Het uitgangspunt was antwoord te geven op vragen die gesteld worden en niet op vragen die niet gesteld worden. Zo ontstond het pauzecafé voor de meisjes die in ateliers en bedrijfjes werkten en in de pauzes niets te doen hadden.

Bepaalde zaken bleken echt niet haalbaar. De Boitens hadden inmiddels een gezin. Met een deur die voor iedereen open stond, hadden ze geen privacy, en na enige tijd brak hen dit op. Het zou alleen kunnen met meer mensen en met gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Zo ontstond in 1964 de communiteit Spe Gaudentes (zij die zich verblijden in de hoop) die op dit moment 13 leden telt.

Een volgende vraag diende zich aan. Een oude Marokkaan zei tegen Boiten: 'Ik zou zo graag willen dat mijn vrouw hier kon komen. U moet weten, ze is niet zomaar een vrouw. Ik heb haar nog van mijn vader gekregen.' De kas was, zoals altijd, leeg. Een bankdirecteur bood leegstaande panden aan. Bij de verbouwing is een marktplein en een gemeenschappelijke ruimte gecreëerd. En zo begon de opvang voor alleenstaande Marokkaanse mannen en weldra ook hun gezinnen. Het volgende werd een Arabische school voor de kinderen. Het heeft tien jaar geduurd voordat die gesubsidieerd werd. Politiek lag het niet goed.

Toen de overheid in de 70er jaren besloot 13 ziekenhuizen in Amsterdam te sluiten en in de weilanden één groot ziekenhuis te bouwen – het AMC – ging zij voorbij aan het feit dat die buurtziekenhuizen een belangrijke sociale rol spelen. 'De vraag die in onze gemeenschap naar boven kwam was: hebben wij niet ook een taak op medisch gebied?' zei Boiten. Zonder subsidie, zonder personeel, zonder plek was dit het summum van niet-haalbaarheid.
Toen Boiten een telefoontje kreeg van een buurman die hem zijn kapitale pand te koop aanbood, herinnerde zijn vrouw hem tot zijn schrik aan het idee om iets aan medische zorg te doen. Als ze dat deden zou het alleen maar zin hebben als men de normen en waarden zou hanteren die de patiënten kunnen helpen te overleven in onze geseculariseerde samenleving. Ze dachten terug aan het reveil in de vorige eeuw. Op zoek naar geld kwamen ze terecht bij een vermogend echtpaar, dat hen inderdaad hielp. De vrouw des huizes vertelde dat ze aan een wel zeer bijzondere tafel zaten. Hier was in de vorige eeuw het reveil begonnen.

Het pand werd gekocht. Er zijn artsen en verpleegkundigen gevonden die er als vrijwilliger werken. De medische post werkt onder de naam Kruispost en geeft huisarts- en psychosociale zorg aan met name onverzekerden.
Volgens Boiten betekent geloven in het niet-haalbare in de allereerste plaats gaan, ook al zie je het nog niet. En dan zie je het niet-haalbare tot je stomme verbazing gebeuren, niet als vrucht van je inzet, maar als een geschenk.

Gevraagd door één van de luisteraars wat wij als degenen die het veelal hebben gemaakt zouden kunnen doen, was zijn antwoord dat wij allen ons open kunnen stellen om de vragen die gesteld worden in onze eigen omgeving op te vangen, daar iets aan te doen, ons niet te verschuilen achter excuses. Bovendien kunnen wij allemaal werken aan de sensibilisering van onze directe omgeving.

Anneke van Nouhuys

Uit: Ander Nieuws november/december 1999.