vrijdag, januari 1, 1999

Rotterdam is de mooiste stad van de wereld. Vergeet Londen, New York, Hong Kong of Parijs. Het is er vast fantastisch toeven, maar nooit zo goed als hier. En hoewel Rotterdam op wereldschaal gezien slechts een middel-grote stad is, bezit het met de grootste haven van de wereld ook de hartslag, de zindering en, toegegeven, de problemen van een echte metropool.

Vanuit het kloppend hart van deze stad praat ik er tegen. Om de week presenteer ik op werkdagen van zes tot negen uur het ontbijtnieuws op Radio Rijnmond. Drie uur lang lokaal, nationaal en internationaal nieuws voor een kleine 250.000 mensen, wat betekent dat het het best beluisterde programma in de regio is op dat tijdstip van de dag. Het feit dat de meeste mensen naar ons luisteren is te danken aan de aandacht die we besteden aan lokale en regionale gebeurtenissen. Wij zitten dicht bij de mensen en hun dagelijks leven. We zijn makkelijk te bereiken via telefoon, fax, e-mail, of gewoon via de voordeur. Wie langs komt, wordt te woord gestaan door een journalist, niet door een voorlichter, want daar geloven we niet in. Er is wat dat betreft geen ontsnapping mogelijk, en ik geloof ook niet dat die er zou moeten zijn. Mijn publiek luistert naar mij, waarom zou ik niet naar hen luisteren? Veel mensen vinden dat het station ‘van hen’ is. In feite is dat ook zo omdat wij een stichting zijn waarvan het bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen als kerken en vakbonden. De meeste luisteraars weten dit niet, en dat is ook niet erg; ze voelen het zo en dat is genoeg. Dat brengt met zich mee dat je in de praktijk meer bent dan journalist. Vooral tijdens avond- en nachtdiensten ben je ook 008, de VVV of de RIAGG, want veel mensen kennen ons telefoonnummer uit hun hoofd. Elk ander nummer zouden ze moeten opzoeken. Midden in de nacht krijg je bejaarden aan de lijn die verlegen zitten om een praatje en daar ben je zo een half uur mee zoet. Sommigen bellen regelmatig, komen na verloop van tijd eens langs of sturen taarten. En zo krijg je uit onverwachte hoek nieuwe kennissen. Journalistiek op regionaal niveau heeft deze verbazingwekkende bijeffecten. Daar leer je niets over op de school voor journalistiek, daar heb je ook niets van bij de landelijke omroep. En daarom is dit een zeer bevredigende vorm van journalistiek omdat ik weet dat ik wat kan doen, hoe weinig misschien ook, voor de gemeenschap waar ik deel van uitmaak. Niet door er alleen maar over te (laten) vertellen, maar ook door mensen te helpen in hun strijd tegen malafide huisbazen of een corrupte overheid. Bovendien registreren we belangrijke gebeurtenissen en schrijven daarmee mee aan de historie van deze stad. Onze uitdaging voor de volgende eeuw is te zorgen dat we contact leggen met de nieuwkomers in de regio. Ons publiek is nog altijd overwegend wit, maar met 130 nationaliteiten in de stad en een bevolking die over 25 jaar bijna voor de helft van buitenlandse origine zal zijn, zullen we ons met succes moeten richten op de nieuwe bewoners. Opdat we ook in de toekomst het best beluisterde station van de regio zullen zijn en om nieuwe Rotterdammers dat speciale Rotterdam-gevoel te geven: dat dit inderdaad de mooiste stad van de wereld is. Geert-Willem Overdijkink Uit: Ander Nieuws, januari/februari 1999.