maandag, maart 1, 1999

Van beroep ben ik tandarts. Toen ik zes jaar geleden een praktijk overnam, koos ik er bewust één met weinig patiënten. Dat gaf me de ruimte om tijd te nemen voor de mensen. Zo had ik het gevoel goede hulp en veel service te kunnen bieden.

Mijn financieel adviseur trok een zorgelijk gezicht bij mijn praktijkgrootte en spoorde me aan snel meer patiënten aan te nemen. Anders was het niet rendabel en al mijn collega's hadden ook meer mensen in hun praktijk. Hoewel ik het al wel druk vond, nam ik meer patiënten aan. Van mijn bedoeling, een parttime praktijk te hebben, bleef weinig over. Ach, zolang er geen kinderen waren kon het wel.

De adviseur bleef hameren op praktijkgroei. Ik kreeg het benauwd want die man zal wel weten waar hij het over heeft. Toen we daarna een huis kochten, moest ik helemaal oppassen dat er wel genoeg geld binnenkwam, nog harder werken dus. Alras werd onze zoon geboren en ik wilde tijd hebben om voor hem te kunnen zorgen. De praktijk was echter al erg druk en mensen moesten 6 weken wachten op behandeling. Ik holde door en nam geen pauzes meer. Mijn assistente werd zwanger en zo kreeg ik nog meer werkdruk te verduren. Totdat ik ziek werd. Ik was oververmoeid, prikkelbaar en depressief. Genoeg had ik van werk, familie en hobbies. Ik realiseerde me dat ik teveel gaf en mezelf uitputte.

Snel moest ik tegen allerlei mensen en dingen stop leren zeggen. Stop tegen mijn financieel adviseur. Ik moet bepalen hoeveel patiënten ik wil in mijn praktijk en hoeveel inkomsten genoeg zijn. Stop tegen mijn patiënten, die allemaal een voorkeursbehandeling willen. Ik bepaal de agenda en wat haalbaar is. Voor goede hulp is tijd nodig en dus moet er gewacht worden. Stop tegen bestuurswerk van verenigingen. Helaas betekende het ook stop tegen organiseerwerk voor Morele Herbewapening. Een onontkoombare keuze wil ik op de been blijven en mijn vaderrol in kunnen vullen op mijn manier. Nee verkopen is vaak vervelend maar onontkoombaar als je nog lange tijd voort wilt.


Luc Alderliesten

Uit: Ander Nieuws, maart/april 1999.